A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Het syndroom van Aicardi


Wat is het syndroom van Aicardi?
Het syndroom van Aicardi is een aangeboren aandoening die gekenmerkt wordt door de combinatie van bepaalde hersenafwijkingen waarbij de zogenaamde hersenbalk ontbreekt, typische afwijkingen van het netvlies in combinatie met moeilijk behandelbare epilepsieaanvallen.

Hoe wordt het Aicardi syndroom ook wel genoemd?
Aicardi was een arts die dit syndroom beschreven heeft. Het wordt ook wel afgekort met de letters AIC.

Hoe vaak komt het syndroom van Aicardi voor bij kinderen?
Het syndroom van Aicardi is een zeldzame aandoening die niet vaak voorkomt bij kinderen. Ongeveer 1 op de 25-100 meisjes met het syndroom van West blijkt het syndroom van Aicardi te hebben.


Bij wie komt het syndroom van Aicardi voor?
Het syndroom van Aicardi komt vrijwel uitsluitend voor bij meisjes. Dit komt waarschijnlijk omdat jongentjes met dit syndroom niet levensbaar blijken te zijn. Alleen jongens die ook het syndroom van Kleinfelter hebben kunnen ook het Aicardi syndroom ontwikkelen.
De afwijkingen aan de hersenen zijn al voor de geboorte aanwezig. De eerste klachten bestaan vaak uit epilepsie-aanvalletjes en ontstaan vaak in de eerste levensmaanden.

Wat is de oorzaak van het syndroom van Aicardi?
X-chromosoom
Het syndroom van Aicardi wordt veroorzaakt door een fout in het erfelijk materiaal van het X-chromosoom. Er is nog niet precies bekend op welke plaats in het X-chromosoom de fout zit. Ook is niet bekend hoe deze fout op het X-chromosoom leidt tot de symptomen van het syndroom van Aicardi.
Wanneer een kind één afwijkend X-chromosoom krijgt leidt dit al tot problemen met de aanleg van de hersenen tijdens de zwangerschap. Jongens hebben slechts een X-chromosoom en wanneer dit X-chromosoom afwijkend is, blijken deze jongens niet levensvatbaar te zijn.
Meisjes hebben twee X-chromosomen, wanneer één X-chromosoom afwijkend is, hebben zij nog een ander normaal functionerend X-chromosoom. Daarom zijn meisjes wel levensvatbaar.
Jongens met het Kleinfelter syndroom hebben ook 2 X-chromosomen naast een Y-chromosoom. Daarom zijn deze jongens bij het hebben van één afwijkend X-chromosoom wel levensvatbaar, zij immers net als meisjes nog een normaal functionerend X-chromosoom.

Ontstaan bij het kind zelf
Meestal is deze fout op het X-chromosoom ontstaan na de versmelting van de eicel en de zaadcel. Zelden is de fout op het X-chromosoom al in de eicel of zaadcel zelf aanwezig.


Wat zijn de verschijnselen van het syndroom van Aicardi?
Verschillende kenmerken
De meestvoorkomende problemen als gevolg van het syndroom van Aicardi zijn een ontwikkelingsachterstand en moeilijk behandelbare epilepsie. De ernst van de symptomen kan per kind verschillen. De meeste kinderen ontwikkelen zich vrijwel normaal tot de leeftijd van een paar maanden wanneer de eerste epilepsieaanvallen ontstaan.

Ontwikkelingsachterstand
Kinderen met het syndroom van Aicardi ontwikkelen zich vaak trager dan kinderen zonder dit syndroom. Zij gaan later lachen, pakken, omrollen, zitten en staan dan andere kinderen. Sommige kinderen zullen nooit leren staan of lopen, anderen wel. De meeste kinderen hebben grote problemen met leren. De ernst van de ontwikkelingsachterstand hangt sterk samen met de ernst van de afwijkingen aan de hersenen en de mate waarin de epilepsie die voorkomt bij dit syndroom te behandelen is.
Maar een klein deel van de kinderen met het syndroom van Aicardi zal leren praten.

Epilepsie
Kinderen met het syndroom van Aicardi hebben vaak een moeilijk behandelbare vorm van epilepsie. In de eerste levensmaanden ontstaat vaak het syndroom van West. Dit is een epilepsiesyndroom waarbij kinderen salaamkrampen hebben: korte reeksjes van aanvalletjes waarbij kinderen even in elkaar duiken. Op latere leeftijd kan het syndroom van West overgaan in andere moeilijk behandelbare epilepsie syndromen, zoals het Lennox-Gastaut syndroom.

Problemen met zien
Een groot deel van de kinderen met het syndroom van Aicardi is slechtziend. Dit kan komen door afwijkingen van de oogzenuw en van het netvlies. Soms maken de ogen schokkende bewegingen, dit wordt een nystagmus genoemd.

Verhoogde spierspanning
Een deel van de kinderen met het syndroom van Aicardi ontwikkelt een verhoogde spierspanning, ook wel spasticiteit genoemd, aan een of twee kanten van het lichaam. De mate van spasticiteit verschilt van kind tot kind en hangt samen met de ernst van de hersenafwijkingen en de behandelbaarheid van de epilepsie.

Luchtwegproblemen
Kinderen met het syndroom van Aicardi zijn gevoelig voor luchtwegproblemen. Ze zijn vaak verkouden en krijgen gemakkelijk een bronchitis of een longontsteking.

Voedingsproblemen
Bij negen van de tien kinderen met het syndroom van Aicardi komen voedingsproblemen voor. Eten en drinken gaat bij een deel van de kinderen erg moeizaam, ze spugen veel en vaak. Het maagdarmkanaal werkt bij kinderen met het Aicardi syndroom vaak veel trager dan bij kinderen zonder dit syndroom. Daarom hebben veel kinderen last van omhoog komende maagzuur, dit wordt reflux genoemd. Ook verstopping en moeilijk de ontlasting kwijt kunnen komt vaak voor bij kinderen met het syndroom van Aicardi.

Uiterlijke kenmerken
Bij veel syndromen hebben kinderen vaak wat veranderde uiterlijke kenmerken. Hier hebben kinderen zelf geen last van, maar het kan de dokters helpen om te herkennen dat er sprake is van een syndroom en mogelijk ook van welk syndroom. Ook maakt dit vaak dat kinderen met hetzelfde syndroom vaak meer op elkaar lijken dan op hun eigen broertjes en zusjes, terwijl de kinderen toch niet familie van elkaar zijn.
Kinderen met het Aicardi syndroom hebben vaak een kleine hoofdomtrek. De wenkbrauwen bevatten vaak weinig haren. De ogen zijn vaak klein. De neuspunt is vaak wat opgewipt. Het gezicht kan aan de ene kant een andere vorm hebben dan aan de andere kant. De duimen staan vaak lag op de handen.

Huid
Een deel van de kinderen heeft meerdere lichtbruine of juist witte vlekken op de huid. Ook kunnen kleine huidaanhangsels voorkomen (skin tags). Soms komt een rode verkleuring van de huid voor. Een deel van de kinderen heeft een vetbult onder de huid van het hoofd.

Schisis
Een deel van de kinderen heeft een spleetje in de lip of in het gehemelte. Dit wordt schisis genoemd. Dit spleetje kan heel klein en weinig opvallend zijn. Soms is alleen te zien dat de huig uit twee delen bestaat in plaats vanuit een deel. Een schisis kan ook zorgen voor het ontstaan van problemen met drinken en eten.

Groei
Kinderen met het syndroom van Aicardi groeien meestal minder hard en blijven kleiner en lichter dan hun leeftijdsgenoten. Ook blijft de groei van de schedel achter en hebben kinderen met het syndroom van Aicardi in verhouding een kortere hoofdomtrek dan kinderen zonder het syndroom van Aicardi.

Puberteit
Meisjes met het Aicardi syndroom komen vaak vervroegd in de puberteit. Dit heeft gevolgen voor de eindlengte die ze kunnen bereiken.

Verkromming van de rug
De helft van de kinderen met het syndroom van Aicardi heeft afwijkingen aan de wervels waardoor een verkromming van de wervelkolom kan ontstaat. Deze verkromming wordt scoliose genoemd. Een ernstige verkromming kan pijnklachten geven, leiden tot scheefgroei en ook ademhalingsproblemen veroorzaken.

Tumoren
Meisjes met het Aicardi syndroom hebben een verhoogde kans op het krijgen van een bepaald type tumoren. Deze tumoren worden embryonale tumoren genoemd. Het gaat om een tumor zoals een hepatoblastoom, een teratoom, een embyronaal carcinoom of een angiosarcoom.

Hoe wordt de diagnose syndroom van Aicardi gesteld?
Verhaal en onderzoek
Op grond van het verhaal kan de kinderneuroloog vermoeden dat er sprake is van het syndroom van West. Dit kan echter nog veel verschillende oorzaken hebben, waarvan het syndroom van Aicardi er een is. Bij het neurologisch onderzoek kort na de geboorte worden hoeven geen afwijkingen te worden gevonden. Bij het ouder worden van het kind zal bij neurologisch onderzoek de ontwikkelingsachterstand duidelijk worden. De diagnose Aicardi syndroom kan worden gesteld aan de hand van typische afwijkingen op de MRI scan in combinatie met typische afwijkingen van het netvlies.

EEG
Wanneer de kinderneuroloog vermoedt dat er sprake is van het syndroom van West zal er een EEG gemaakt worden. Op dit EEG zijn dan uitgebreide epileptiforme afwijkingen te zien volgens een chaotische verdeling. Deze EEG afwijkingen ondersteunen de diagnose syndroom van West.

MRI-scan
Wanneer er sprake blijkt te zijn van het syndroom van West zal een MRI scan van de hersenen gemaakt worden om te kijken door welke problemen in de hersenen dit epilepsiesyndroom veroorzaakt wordt. Kenmerkend voor het syndroom van Aicardi is het geheel of gedeeltelijk ontbreken van de hersenbalk tussen de rechter en de linker hersenhelft. Deze hersenbalk wordt corpus callosum genoemd. Vaak komen in de hersenen grote holtes voor. Daarnaast kunnen ook allerlei andere aanlegstoornissen van de hersenen voorkomen, zoals corticale of subependymale heterotopieen, cystes, pachygyrie, polymicrogyrie, een Dandy Walker malformatie of een Chiari malformatie. De hersenholtes kunnen wijder zijn dan gebruikelijk.
Een deel van de kinderen ontwikkelt ook een meestal goedaardige tumor die uitgaat van de bekleding van de hersenholtes.

Oogarts
Bij kinderen met het syndroom van Aicardi vindt de oogarts hele typische afwijkingen aan het netvlies en het vaatvlies. In het net- en vaatvlies zijn uitsparingen te zien, zogenaamde lacunes. Het vinden van deze afwijkingen in combinatie met het ontbreken van de hersenbalk en in combinatie met het syndroom van West bevestigd de diagnose syndroom van Aicardi.
Naast deze lacunes kunnen ook andere afwijkingen aan de ogen voorkomen, bijvoorbeeld een spleet in het netvlies of een verdikking van de oogzenuw. Deze afwijking wordt een coloboom genoemd.

Chromosomenonderzoek
Met behulp van bloedonderzoek kunnen de chromosomen worden onderzocht. Hoewel kinderen met het syndroom van Aicardi een afwijking hebben op het X-chromosoom is dit niet zichtbaar bij standaard chromosomenonderzoek. Er wordt gezocht naar de mogelijke afwijking op het X-chromosoom maar tot nu toe is dit niet met routine onderzoeken aan te tonen. Op onderzoeksbasis wordt wel gezocht naar de afwijking op het X-chromosoom wat verantwoordelijk is voor het ontstaan van het syndroom van Aicardi.

Afwijkingen aan de wervels
Bij kinderen met het syndroom van Aicardi komen vaak afwijkingen aan de wervels of aan de ribben voor. Daarom wordt meestal een keer een röntgenfoto van de wervelkolom gemaakt om te kijken of er sprake is van deze wervelafwijkingen. Bij wervelafwijkingen is het belangrijk om goed naar de stand van de wervelkolom te blijven kijken, indien er sprake is van een verkromming (scoliose) van de wervelkolom zal vaak verwezen worden naar de orthopeed.


Hoe wordt het syndroom van Aicardi behandeld?
Geen genezing
Er bestaat geen behandeling die het syndroom van Aicardi kan genezen. De behandeling is er op gericht het kind zo optimaal mogelijk te laten ontwikkelen en zo min mogelijk last te hebben van de epilepsie.

Behandeling epilepsie
De epilepsie bij het syndroom van Aicardi kan behandeld worden met medicijnen. Diverse medicijnen komen hiervoor in aanmerking. De keuze zal afhangen van de aard van de epilepsieaanvallen en de soort afwijkingen op het EEG. De epilepsie bij het syndroom van Aicardi is vaak moeilijk te behandelen. Het is wel heel belangrijk om de epilepsie zo goed mogelijk te behandelen. In een periode waarin veel epilepsieaanvallen optreden stopt de ontwikkeling vaak en kan deze ook achteruit gaan. Kinderen verleren dan vaardigheden die ze daarvoor al wel beheersten. Wanneer het lukt om de epilepsie weer te behandelen kan de ontwikkeling weer vooruit gaan.
Wanneer het niet lukt om met medicijnen de epilepsie voldoende te behandelen komen ook andere behandeling als een ketogeen dieet, behandeling met methylprednisolon of gammaglobuline in aanmerking. De afwijkingen in de hersenen zijn vaak te uitgebreid om in aanmerking te komen voor epilepsiechirurgie.

Spasticiteit
Injecties met botulinetoxine in een spastische spier kan de spasticiteit voor een aantal maanden verminderen. Met behulp van spalken en fysiotherapie kan op deze manier het looppatroon verbeterd worden. Vaak moeten deze injecties na een aantal maanden weer herhaald worden.
Ook kan met behulp van medicijnen geprobeerd worden om de spasticiteit van de benen te verminderen. Nadeel van al deze medicijnen is vaak dat ze de spierzwakte verergeren en in het hele lichaam effect hebben, niet alleen in de benen.
Veel gebruikte medicijnen zijn baclofen (Lioresal ®) en trihexyfenidyl (Artane®). Baclofen kan ook in de vorm van een baclofenpomp worden toegediend.

Fysiotherapie
De fysiotherapeut kan door middel van oefeningen proberen de ontwikkeling te stimuleren. Ook kan de fysiotherapeut de ouders aanleren hoe zij zelf hun kind het beste kunnen stimuleren in de ontwikkeling.

Ergotherapie
De ergotherapeut kan adviezen geven over een geschikte kinderstoel, wandelwagen, autostoel of voorzieningen om bijvoorbeeld de verzorging gemakkelijk te laten verlopen.

Logopedie
De logopediste kan behulpzaam zijn wanneer er problemen met slikken zijn. Ook kan ze alternatieven aanbieden om te communiceren als praten nog niet lukt, bijvoorbeeld door middel van gebaren of door communicatiekaarten. Met oefeningen kan ook geprobeerd worden de taalontwikkeling te stimuleren.

Revalidatiearts
De revalidatiearts coördineert de verschillende therapievormen en kijkt welke andere behandelingen er nodig zijn, bijvoorbeeld in verband met het optreden van spasticiteit.

Reflux
Reflux kan er ook voor zorgen dat kinderen slecht eten. Door de voeding in te dikken met johannesbroodpitmeel kan de voeding minder gemakkelijk terug stromen van de maag naar de slokdarm. Ook zijn er medicijnen die de maaginhoud minder zuur kunnen maken waardoor de slokdarm minder geprikkeld wordt bij terugstromen van de maaginhoud. Medicijnen die hiervoor gebruikt worden zijn ranitidine, omeprazol of esomeprazol. Indien dit allemaal niet voldoende is, kan een operatie nodig zijn waarbij de overgang van de slokdarm naar de maag nauwer wordt gemaakt, waardoor de voeding ook minder gemakkelijk terug kan stromen. Dit wordt een Nissen-operatie genoemd.

Kwijlen
Kwijlen kan verminderen door kinderen er bewust van te maken dat ze hun speeksel moeten doorslikken. Ook kunnen oefeningen waarbij geoefend wordt om de mond te sluiten helpen. Er bestaan moderne halsdoekjes die kwijl kunnen opvangen, zodat de kleding niet vies en nat wordt.
Er bestaan medicijnen die het kwijlen minder kunnen maken. Het meest gebruikte medicijn hierdoor is glycopyrrhonium. Soms kan een behandeling van de speekselklieren door middel van botox of door middel van een operatie nodig zijn om er voor zorgen dat kinderen minder kwijlen. Per kind zullen de voor- en nadelen van elke behandeling moeten worden afgewogen.

Verstopping van de darmen
Het medicijn macrogol kan er voor zorgen dat de ontlasting soepel en zacht blijft en stimuleert de darmwand om actief te blijven. Hierdoor kunnen kinderen gemakkelijker hun ontlasting kwijt. Verder blijft het belangrijk om te zorgen dat kinderen voldoende vocht en vezels binnen krijgen en zo veel als kan bewegen. Soms zijn zetpillen nodig om de ontlasting op gang te krijgen.

Sondevoeding
Wanneer het voor een kind niet lukt om voldoende te eten, kan het nodig zijn voor de gezondheid van het kind om voeding via een sonde te geven. Kortdurend kan dit via een sonde die via de neus en de keel naar de maag loopt. Wanneer er voor langere tijd een sonde nodig is, wordt vaak gekozen voor een PEG-sonde, een sonde die via de buik rechtstreeks in de maag komt.

Infecties
Infecties kunnen behandeld worden met antibiotica, soms kan een lage dosis antibiotica helpen om infecties te voorkomen.

Scoliose
Wanneer de verkromming van de rug dusdanig ernstig wordt dat dit gezondheidsproblemen oplevert, kan geprobeerd worden met een corset verder gaan van de verkromming te voorkomen. Indien een corset onvoldoende helpt, is soms een operatie door de orthopeed noodzakelijk.

Tumoren
Tumoren bij het Aicardi syndroom worden net zo behandeld als hetzelfde type tumoren zonder dat er sprake is van het Aicardi syndroom.

Begeleiding
Het hebben van een kind met het syndroom van Aicardi vraagt veel aandacht en zorg. Veel ouders hebben behoefte aan een stukje ondersteuning bij het accepteren van deze ziekte en hoe om te gaan met de gevolgen die deze ziekte meebrengt voor het kind en voor de mensen in de omgeving. Lotgenoten contact met andere ouders met een kind met het syndroom van Aicardi kan hierbij helpen. Ook een psycholoog of een maatschappelijk werkende kunnen hierbij ondersteunen.

Contact met andere ouders
Door middel van het plaatsen van een oproep op het forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere kinderen en hun ouders/verzorgers die ook te maken hebben met het Aicardi syndroom.


Wat betekent het syndroom van Aicardi voor de toekomst?
Blijvende beperkingen
Kinderen zullen als gevolg van het syndroom van Aicardi blijvend beperkingen in hun leven ondervinden als gevolg van de ontwikkelingsachterstand en de epilepsie. De ernst van deze beperkingen verschilt van kind tot kind.

School
Kinderen met het syndroom van Aicardi hebben vaak grote problemen met leren, sommige kinderen zijn niet in staat om te leren. De taalontwikkeling komt vaak erg moeilijk op gang bij kinderen met het syndroom van Aicardi. Kinderen met het syndroom van Aicardi gaan soms naar het speciaal onderwijs voor zeer moeilijk lerende kinderen. Kinderen die hiervoor te weinig leervermogens hebben gaan vaak naar een dagcentrum.

Zelfstandig wonen
De meeste kinderen met het syndroom van Aicardi zullen later niet zelfstandig kunnen wonen. Wanneer het niet meer mogelijk is om thuis bij de ouders en of verzorgers te wonen, komen de meeste kinderen te wonen in een woonvorm of instelling.

Levensverwachting
De levensverwachting van kinderen met het syndroom van Aicardi is verkort. De mate waarin deze verkort is hangt af van de ernst van de problemen, de mogelijkheid tot behandelen van de epileptische aanvallen en de complicaties die optreden. Kinderen met ernstige problemen worden vaak niet ouder dan 20 jaar, kinderen met weinig problemen kunnen veel ouder worden. Redenen waarom kinderen komen te overlijden zijn een niet meer te behandelen longontsteking of onbehandelbare epilepsieaanvallen.


Hebben broertjes en zusjes ook een verhoogde kans om het syndroom van Aicardi te krijgen?
Hoewel het syndroom van Aicardi wordt veroorzaakt door een fout in het erfelijk materiaal van het X-chromosoom, erven kinderen deze afwijking meestal niet over van een van de ouders, maar ontstaat deze fout ergens na de bevruchting van de eicel en de zaadcel. In dit geval is het syndroom van Aicardi niet erfelijk.
Een klein deel van de kinderen met het syndroom van Aicardi erft deze fout wel over van de ouders. Deze fout zit dan alleen in de eicel of in de zaadcel en niet in de andere lichaamscellen, anders zouden ouders zelf de verschijnselen van het syndroom van Aicardi moeten hebben. De fout zou dus ook in andere eicellen of zaadcellen kunnen zitten. In dat geval hebben broertjes en zusjes wel een verhoogde kans om ook het syndroom van Aicardi te krijgen.
Gemiddeld is de kans dat een broertje of zusje ook het syndroom van Aicardi zal krijgen kleiner dan 0,5%.
Door middel van een uitgebreid ECHO-onderzoek tijdens de zwangerschap bij een zwangerschapsduur rond de 20 weken kan gekeken worden of er afwijkingen in de hersenen te vinden zijn die passen bij het syndroom van Aicardi.

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

Wilt u ook uw verhaal kwijt, dat kan: verhalen kunnen gemaild worden via info@kinderneurologie.eu en zullen daarna zo spoedig mogelijk op de site worden geplaatst. Voor meer informatie zie hier.

Heeft u foto's die bepaalde kenmerken van deze aandoening duidelijk maken en die hier op de website mogen worden geplaatst, dan vernemen wij dit graag.

Links en verwijzingen
www.aicardisyndrome.org
(Engelstalige site)
www.erfelijkheid.nl
(site met informatie over erfelijke aandoeningen)


Referenties
1. Glasmacher MA, Sutton VR, Hopkins B, Eble T, Lewis RA, Park Parsons D, Van den Veyver IB. Phenotype and management of Aicardi syndrome: new findings from a survey of 69 children. J Child Neurol. 2007;22:176-84
2. Aicardi J. Aicardi syndrome. Brain Dev. 2005;27:164-71.
3. Aicardi syndrome, an unsolved mystery: Review of diagnostic features, previous attempts, and future opportunities for genetic examination. Wong BKY, Sutton VR. Am J Med Genet C Semin Med Genet. 2018;178:423-431


Laatst bijgewerkt: 7 april 2019 voorheen: 27 september 2017 en 18 juli 2007


auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.