A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Legius syndroom

 

Wat is het Legius syndroom?
Het Legius syndroom is een aandoening waarbij kinderen en volwassenen meerdere lichtbruine vlekken (zogenaamde cafe-au-lait vlekken) op de huid hebben in combinatie met vaak een groter hoofd, een lagere spierspanning en een wat vertraagd verlopende ontwikkeling.

Hoe wordt het Legius syndroom ook wel genoemd?
Het Legius syndroom is genoemd naar de arts Prof. Dr. Legius uit Leuven die dit syndroom beschreven heeft in 2007. Het wordt soms afgekort met de letters LS.

Neurofibromatose-1-like syndroom
Een andere naam die wel gebruikt wordt is neurofibromatose-1-like syndroom (afgekort als NFLS). Dit geeft aan dat het Legius syndroom veel lijkt op een andere aandoening met lichtbruine vlekken namelijk neurofibromatose type 1.

Neurofibromatose type 1
Het Legius syndroom lijkt veel op neurofibromatose type 1 syndroom wat betreft de lichtbruine vlekken op de huid en de sproetjes in de oksels. Kinderen en volwassenen met neurofibromatose type 1 hebben daarnaast ook neurofibromen in of onder de huid, plexiforme neurofibromen en kans op het ontstaan van tumoren op verschillende plaatsen in het lichaam. Kinderen en volwassenen met het Legius syndroom hebben deze neurofibromen niet en lijken ook geen verhoogde kans te hebben op het krijgen van tumoren.

Rasopathie
Het Legius syndroom behoort tot de zogenaamde rasopathieën. Dit zijn aandoeningen waarbij een heel belangrijk eiwit het RAS-eiwit niet goed functioneert. Andere aandoeningen die dit doen zijn behalve neurofibromatose type 1, het Noonan-syndroom, cardiofaciocutaneous syndroom, Costello syndroom en het Leopard syndroom.

Hoe vaak komt het Legius syndroom voor bij kinderen?
Het is niet goed bekend hoe vaak het Legius syndroom bij kinderen voorkomt. Geschat wordt dat het bij de 1 op de 150.000 mensen voorkomt. Waarschijnlijk is de diagnose ook bij veel mensen die het Legius syndroom hebben nooit gesteld, omdat zij nooit een dokter bezocht hebben die hier onderzoek naar gedaan heeft. In werkelijkheid zou het syndroom dus nog vaker voor kunnen komen.
Ongeveer 1 op de 50 mensen met meer dan vijf cafe-au-lait vlekken op de huid heeft het Legius syndroom.

Bij wie komt het Legius syndroom voor?
Het Legius syndroom is al vanaf de geboorte aanwezig. Het kan wel enige tijd duren voordat duidelijk is dat er sprake is van het Legius syndroom, omdat de vlekken vaak in de loop van de eerste levensjaren ontstaan en lang niet altijd al bij de geboorte aanwezig zijn.
Zowel jongens als meisjes kunnen het Legius syndroom krijgen.

Wat is de oorzaak van het Legius syndroom?
Fout in erfelijk materiaal
Het Legius syndroom wordt veroorzaakt door een foutje in het erfelijk materiaal van chromosoom 15. De plaats van dit foutje wordt het SPRED1-gen genoemd.

Autosomaal dominant
Het Legius syndroom is een zogenaamd autosomaal dominant overervende aandoening. Dit houdt in dat een foutje in het SPRED-1 gen op een van de twee chromosomen 15 al voldoende is om het Legius syndroom te krijgen. Dit in tegenstelling tot een autosomaal recessief overervende aandoening. Dan krijgt een kind pas klachten wanneer beide chromosomen een fout op dezelfde plek bevatten.

Overgeërfd van een ouder
Een deel van de kinderen met het Legius syndroom heeft het foutje geërfd van een vader of moeder die zelf ook het Legius syndroom heeft. Soms wordt dit pas duidelijk wanneer de diagnose bij het kind gesteld wordt.

Bij het kind zelf ontstaan
Bij een ander deel van de kinderen (ongeveer 30%) is het Legius syndroom bij het kind zelf ontstaan na dat de eicel en de zaadcel met elkaar de eerste cel van het kind gevormd hebben.

Afwijkend eiwit
Door het foutje in het erfelijk materiaal wordt er onvoldoende van het SPRED-1 eiwit aangemaakt. SPRED-1 staat voor Sprouty-related, EVH1 domain-containing protein 1.
Dit eiwit speelt een belangrijke rol bij de aanleg van de hersenen en bij het wel of niet delen van lichaamscellen. Het SPRED1-eiwit werkt samen met het NF1-eiwit door het afremmen van het eiwit RAS. Het eiwit RAS zorgt door middel van een keten van eiwitten voor groei van cellen en aanmaak van pigment in de huid. SPRED1 en NF1 remmen beide het RAS-eiwit, maar het NF1-eiwit heeft een sterker remmend effect dan het SPRED1-eiwit.
Wanneer SPRED1 niet goed werkt, is er minder rem op de groei van cellen en minder rem op de aanmaak van pigment. Dit heeft gevolgen voor de aanleg van de hersenen, de groei van cellen in het lichaam en de hoeveelheid pigment in het lichaam. Omdat bij kinderen met het Legius syndroom het NF1-eiwit, die een grotere rol speelt in het remmen van RAS, wel goed werkt, hebben kinderen met het Legius syndroom meestal minder symptomen dan kinderen met neurofibromatose type 1.
Er bestaan meerdere syndromen die er voor zorgen dat dit RAS-eiwit niet goed werkt. Deze syndromen worden ook wel RAS-o-pathieën genoemd.

Wat zijn de symptomen van het Legius syndroom?
Variatie
Niet alle kinderen met het Legius syndroom hebben alle onderstaande kenmerken. Ook de hoeveelheid en de ernst van de symptomen kunnen per kind verschillen.

Cafe-au-lait vlekken
Kinderen met het Legius syndroom hebben meerdere lichtbruine vlekken op de huid. De lichtbruine kleur lijkt op de kleur van koffie met melk, in het Frans cafe-au-lait, vandaar dat deze vlekken cafe-au-lait vlekken worden genoemd. De vlekken liggen in de huid, je kunt ze niet voelen. Op kinderleeftijd kunnen er geleidelijk aan steeds meer vlekken ontstaan. Kinderen hebben zelf geen last van deze vlekken.

Sproetjes
Kinderen met het Legius syndroom hebben vaak sproetjes op hun lichaam. Meestal zitten deze sproetjes in de oksels en/of de liezen. Deze sproetjes worden freckling genoemd. Ook van deze sproetjes hebben kinderen geen last.

Vetbultjes
Kinderen en volwassenen met het Legius syndroom hebben vaak kleine vetbultjes op de huid. Deze voelen vaak zacht en glad aan en zitten onder de huid. Ze kunnen geleidelijk aan groter worden. Meestal geven ze geen klachten.

Uiterlijke kenmerken
Bij veel syndromen hebben kinderen vaak wat veranderde uiterlijke kenmerken. Hier hebben kinderen zelf geen last van, maar het kan de dokters helpen om te herkennen dat er sprake is van een syndroom en mogelijk ook van welk syndroom. Ook maakt dit vaak dat kinderen met hetzelfde syndroom vaak meer op elkaar lijken dan op hun eigen broertjes en zusjes, terwijl de kinderen toch niet familie van elkaar zijn. Een deel van de kinderen heeft een groter hoofd. Vaak is het hoofd aan de bovenkant breder dan aan de onderkant bij de kind, dit wordt ook wel een driehoekige vorm van het hoofd genoemd. Bij een deel van de kinderen staan de ogen wat verder uit elkaar dan gebruikelijk. Dit wordt hypertelorisme genoemd. Soms hangen de oogleden een klein beetje naar beneden toe. Een klein deel van de kinderen heeft een extra plooitje naast de ogen aan de kant van de neus, dit wordt epicanthus genoemd. Het groefje in het stukje huid tussen neus en lippen is vaak dieper. Het gehemelte kan hoog zijn, de onderkaak is vaak kleiner. De nek is vaak iets korter. De oren kunnen wat lager op het hoofd staan en naar achteren gedraaid staan. Op de achterkant van het hoofd loopt de haargrens tot in de nek.
Sommige kinderen hebben een uiterlijk wat lijkt op het uiterlijk van kinderen met het Noonan-syndroom, dit wordt een Noonan-like uiterlijk genoemd. Soms staat het borstbeen iets meer naar buiten of naar binnen toe.

Groter hoofd
Kinderen en volwassenen met het Legius syndroom hebben vaak een groter hoofd dan gebruikelijk. Bij jonge kinderen zorgt dit er voor dat het voor kinderen lastiger is om hun hoofd op te tillen. Oudere kinderen en volwassenen hebben hier geen last van. Hooguit is het voor hen lastig om kleding met een nauw halsopening aan te krijgen.

Kleine lengte
Een klein deel van de kinderen met het Legius syndroom is kleiner dan op grond van de lengte van de ouders mag worden verwacht. Bij een groot deel van de kinderen is dit ook niet het geval.

Tragere ontwikkeling
Een deel van de kinderen met het Legius syndroom ontwikkelt zich langzamer dan hun leeftijdsgenoten zonder het Legius syndroom. Kinderen gaan later rollen, zitten, staan, lopen en praten, maar leren dit allemaal wel.

Lage spierspanning
Kinderen met het Legius syndroom voelen vaak wat slapper aan in hun spieren. Hierdoor zijn hun gewrichten soepeler en kunnen deze makkelijker overstrekt worden. Het kost ook meer spierkracht om de gewrichten stabiel te houden. Dit kan maken dat kinderen sneller vermoeid zijn.

Bewegen
Kinderen met het Legius syndroom bewegen vaak minder soepel dan hun leeftijdsgenoten. Het bewegen ziet er wat houteriger uit. Kinderen vallen gemakkelijker.

Praten
Kinderen met het Legius syndroom gaan vaak later praten dan hun leeftijdsgenoten. Ook hebben ze de neiging om minder duidelijk te praten en meer binnensmonds te praten, waardoor andere meer moeite hebben om kinderen met het Legius syndroom te verstaan.

Aandacht en concentratie
Een deel van de kinderen heeft moeite om zich langere tijd te concentreren. Kinderen zijn snel afgeleid en hebben daardoor op school moeite om hun schoolwerk op tijd af te krijgen. Wanneer de problemen met de aandacht en concentratie erg hinderlijk zijn kan de diagnose ADD of ADHD worden gesteld. Kinderen met ADHD zijn ook overbeweeglijk en kunnen niet goed stil zitten. Kinderen met ADD hebben hier geen last van.

Problemen met leren
Een deel van de kinderen met het Legius syndroom heeft problemen met leren. Vaak ligt het leertempo lager dan gebruikelijk. Ook de problemen met de aandacht en concentratie kunnen er voor zorgen dat het leren lastiger gaat. Problemen met rekenen, begrijpend lezen en ruimtelijk inzicht komen vaker voor. Vaak hebben kinderen moeite met het bewaren van het overzicht en met het plannen van het werk.

Sociaal-emotionele problemen
Kinderen met het Legius syndroom hebben vaker problemen in hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Ze vinden het lastiger om vriendjes of vriendinnetjes te maken of om met vreemde mensen te praten. Angst om alleen te zijn, angst om niet bij de moeder te zijn of angst voor enge beesten of donkerte komt vaker voor bij kinderen met het Legius syndroom. Ook is het vaak lastiger om met gevoelens van boosheid of verdriet om te gaan. Hierbij is het vaak alles of niets, of heel meegaand zijn en nooit boos zijn of heel boos worden en niet meer weten hoe rustig te worden.

Verkromming van de rug
Een klein deel van de kinderen met het Legius syndroom heeft een zijwaartse verkromming van de rug. Dit wordt een scoliose genoemd.

Afwijkende stand borstbeen
Soms komt een afwijkende stand van het borstbeen voor. Het borstbeen staat dan meer naar binnen gericht, dit wordt ook wel trechterborst genoemd. Ook kan het borstbeen meer naar buiten toe staan, dit wordt een kippenborst genoemd. Kinderen hebben hier zelf verder geen last van.

Extra vingers
Er zijn een paar kinderen met het Legius syndroom bekend die geboren zijn met zes vingers in plaats van met vijf vingers.

Epilepsie
Een klein deel van de kinderen heeft last van epilepsie aanvallen. Verschillende type aanvallen kunnen voorkomen.

Vaatafwijkingen
Kinderen en volwassenen met het Legius syndroom hebben een licht verhoogde kans op het krijgen van afwijkende bloedvaatjes (zoals hemangiomen) op verschillende plaatsen in het lichaam, zoals bijvoorbeeld op het been, een arm of de romp. Een enkele keer komen deze ook voor in de hersenen. Meestal hebben kinderen en volwassenen er zelf geen last van.

 

Hoe wordt de diagnose Legius syndroom gesteld?
Verhaal en onderzoek
Op grond van het verhaal van een kind met meerdere cafe-au-lait vlekken wordt vaak aan de diagnose neurofibromatose gedacht, maar moet ook aan het Legius syndroom worden gedacht. Door middel van DNA-onderzoek kan onderscheid gemaakt worden tussen deze syndromen. Kinderen met neurofibromatose krijgen ook neurofibromen, maar omdat deze vaak tijdens de puberteit ontstaan, is het op jonge leeftijd lastig om op grond van uiterlijke kenmerken onderscheid te maken tussen neurofibromatose type 1 en het Legius syndroom.

DNA-onderzoek
De diagnose Legius syndroom kan gesteld worden door middel van DNA-onderzoek uit een buisje bloed. Er wordt dan gekeken of op chromosoom 15 een foutje gevonden kan worden in het SPRED-1 gen.

MRI hersenen
Wanneer een MRI van de hersenen wordt gemaakt kunnen hierop lichte afwijkingen te zien zijn die ook bij veel kinderen met andere syndromen voorkomen. Deze afwijkingen zijn niet specifiek voor het Legius syndroom. De MRI kan ook helemaal normaal zijn.

Neuropsychologisch onderzoek
Wanneer er op school leerproblemen zijn, dan kan het zinvol zijn om een keer een neuropsychologisch onderzoek te verrichten om zo de sterke en de wat zwakkere kanten van het kind qua leren in kaart te brengen. De school kan hiermee het kan dan heel gericht gaan begeleiden.

Hoe wordt het Legius syndroom behandeld?
Geen genezing
Er bestaat geen behandeling die het Legius syndroom kan genezen. De behandeling is er op gericht om zo goed mogelijk om te gaan met de symptomen als gevolg van dit syndroom.

Fysiotherapie
Een fysiotherapeut kan kind en ouders advies en oefeningen geven om de ontwikkeling zo goed mogelijk te stimuleren. Doel is om te kijken waar het kind moeite mee heeft en om daar het kind mee te helpen.

Ergotherapie
Een ergotherapeut kan adviezen geven hoe allerlei dagelijks activiteiten, zoals aankleden, eten, spelen enzovoort zo goed mogelijk kunnen worden uitgevoerd. Soms kan een hulpmiddel ervoor zorgen dat een kind iets makkelijker zelf kan doen.

Logopedie
Een logopediste kan tips en adviezen geven wanneer er problemen zijn met kauwen of met slikken. Ook kan de logopediste adviezen geven wanneer er problemen zijn met het uitspreken van bepaalde letters of woorden.

Revalidatiearts
Een revalidatiearts geeft ook adviezen hoe de ontwikkeling zo goed mogelijk kan verlopen. Ook kijkt de revalidatiearts of er bijvoorbeeld steunzolen nodig zijn wanneer kinderen door de lage spierspanning bijvoorbeeld last hebben van platvoeten.

School
Wanneer er problemen met leren zijn, dan kan extra ondersteuning op school kinderen helpen en leren hoe hier mee om te gaan. Soms in de vorm van remedial teaching of extra begeleiding via een zogenaamd rugzakje. De meeste kinderen volgen regulier onderwijs.

Aandacht- en concentratie
Wanneer er problemen zijn met de aandacht en concentratie dan wordt eerst vaak geprobeerd met adviezen om de omgeving van het kind rustig en overzichtelijk te maken, om zo te zorgen dat het kind minder snel afgeleid wordt. Wanneer dit onvoldoende effect heeft kunnen medicijnen helpen om de aandacht en concentratie beter te maken. Medicijnen die gebruikt kunnen worden zijn kort- of langerwerkend methylfenidaat of atomoxetine.

Orthopedagoog of kinderpsycholoog
Een orthopedagoog of een kinderpsycholoog of speltherapeut kunnen kinderen helpen hoe om te gaan met andere kinderen, met verlegenheid, met angsten en met gevoelens.

Chirurg
Wanneer vetbultjes veel hinder geven, kan een chirurg deze vetbultjes verwijderen. Dit zelfde geldt voor een hinderlijke vaatafwijking zoals een hemangioom.

Begeleiding
Een maatschappelijk werkende of psycholoog kunnen kinderen en hun ouders helpen hoe het hebben van deze aandoening een plaats kan krijgen in hun leven.

Contact met andere ouders
Door het plaats van een oproepje op het forum van deze site kunt u in contact komen met andere kinderen en hun ouders die ook te maken hebben met het Legius syndroom. Ook via de neurofibromatose vereniging kunt u in contact komen met andere mensen met het Legius syndroom.

Wat betekent het hebben van het Legius syndroom voor de toekomst?
Niet goed bekend
Het Legius syndroom is nog maar een aantal jaar geleden beschreven. Het is dus nog niet goed bekend wat het hebben van het Legius syndroom voor de toekomst betekent.

Geen extra kans op tumoren
Kinderen en volwassenen met neurofibromatose type 1 hebben een vergrote kans op het krijgen van tumoren op verschillende plaatsen in het lichaam. Dit lijkt niet te gelden voor kinderen en volwassenen met het Legius syndroom. Er zijn wel enkele volwassenen bekend met een tumor, maar ook bij volwassenen zonder het Legius syndroom komen tumoren regelmatig voor. Bij volwassenen met het Legius syndroom komen niet vaker tumoren voor dan bij volwassenen zonder het Legius syndroom. Er lijkt dus geen verhoogde kans te zijn voor een volwassene met het Legius syndroom om een tumor te krijgen.

Levensverwachting
Het is niet goed bekend wat de levensverwachting is van mensen met het Legius syndroom. Er is tot nu toe geen enkele reden om aan te nemen dat mensen met het Legius syndroom een andere levensverwachting zouden hebben dan mensen zonder dit syndroom.

Kinderen
Volwassenen met het Legius syndroom kunnen normaal kinderen krijgen. Deze kinderen hebben wel tot 50% kans om zelf ook het Legius syndroom te krijgen.

 

Hebben broertjes en zusjes een vergrote kans om het Legius syndroom te krijgen?
Het Legius syndroom is een erfelijke aandoening. Wanneer een van de ouders het Legius syndroom heeft, dan hebben broertjes en zusjes 50% kans om zelf ook het Legius syndroom te krijgen.
Wanneer het syndroom bij het kind zelf is ontstaan, dan is de kans klein dat een broertje of zusje ook dit syndroom zal krijgen. Dit zou alleen kunnen wanneer een vader of moeder het foutje in de zaadcel of eicel heeft zonder dat de vader of moeder dit in de andere lichaamscellen heeft zitten.
Een klinisch geneticus kan hier meer informatie over geven.

Prenatale diagnostiek
Wanneer het foutje in het erfelijk materiaal bekend is, dan is het mogelijk om tijdens een zwangerschap prenatale diagnostiek te verrichten in de vorm van een vlokkentest in de 12e zwangerschapsweek of een vruchtwaterpunctie in de 16e zwangerschapsweek. Beide ingrepen hebben een klein risico op het ontstaan van een miskraam (0,5% bij de vlokkentest en 0,3% bij de vruchtwaterpunctie).

 

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

Links
www.neurofibromatose.nl
(Nederlandse vereniging over neurofibromatose en Legius syndroom)

 

Referenties
1. Review and update of SPRED1 mutations causing Legius syndrome. Brems H, Pasmant E, Van Minkelen R, Wimmer K, Upadhyaya M, Legius E, Messiaen L. Hum Mutat. 2012;33:1538-46.
2. Café-au-lait macules and intertriginous freckling in piebaldism: clinical overlap with neurofibromatosis type 1 and Legius syndrome. Stevens CA, Chiang PW, Messiaen LM. Am J Med Genet A. 2012;158A:1195-9.

 

Auteur: JH Schieving

 

Laatst bijgewerkt: 30 mei 2018, voorheen: 14 juni 2014

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.