A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Kleefstra-syndroom

 

Wat is het Kleefstra- syndroom?

Het Kleefstra- syndroom is een erfelijke aandoening waarbij kinderen een ontwikkelingsachterstand hebben in combinatie met bepaalde typische uiterlijke kenmerken zoals een klein hoofd, in elkaar overlopende wenkbrauwen

 

Hoe wordt het Kleefstra-syndroom ook wel genoemd?

Het Kleefstra-syndroom is genoemd naar de arts Kleefstra die als klinisch geneticus (een specialist die veel weet van erfelijke aandoeningen) werkt in het RadboudUMC in Nijmegen.

9q34.3microdeletiesyndroom

Het Kleefstra-syndroom wordt ook wel het 9q34.3-deletie syndroom genoemd. Dit syndroom is ontdekt door een genetische techniek Array-CGH waarbij kleine stukjes chromosoom die missen of die extra aanwezig zijn kunnen worden opgespoord. Met deze techniek is ontdekt dat kinderen met een aantal kinderen met een ontwikkelingsachterstand en typische uiterlijke kenmerken een stukje erfelijk materiaal misten van chromosoom 9. Deletie is de medische term voor het missen van een stukje erfelijke materiaal. Om preciezer aan te geven welk stukje van chromosoom 9 mist, staat het cijfer q en de getallen 34.3 achter chromosoom 9. Op het stukje chromosoom 9 wat mist bij deze kinderen ligt een stukje informatie die EHMT1 wordt genoemd. Het ontbreken van dit stukje erfelijk materiaal lijkt te zorgen voor het ontstaan van de ontwikkelingsachterstand en de typische uiterlijke kenmerken.
Een andere naam die vroeger wel gebruikt werd is het 9q subtelomeren deletie syndroom. Deze term geeft aan dat het stukje van chromosoom 9 wat mist, bijna aan het uiteinde van chromosoom 9 ligt. Dit werd ook wel afgekort met de letters 9qSTDS

 

Hoe vaak komt het Kleefstra-syndroom voor bij kinderen?

Het is niet goed bekend hoe vaak het Kleefstra-syndroom bij kinderen voorkomt. Dit omdat nog maar kort geleden ontdekt is dat een foutje op deze plek in het erfelijk materiaal kan zorgen voor het ontstaan van dit syndroom. Waarschijnlijk is bij maar een klein deel van de kinderen die dit syndroom hebben de diagnose gesteld.

Bij wie komt het Kleefstra-syndroom voor?

Het Kleefstra-syndroom is al vanaf de geboorte aanwezig. Het kan even duren voordat duidelijk wordt dat er sprake is van een syndroom.Zowel jongens als meisjes kunnen het Kleefstra-syndroom krijgen.

 

Wat is de oorzaak van het Kleefstra-syndroom?

Fout in het erfelijk materiaal

Het Kleefstra-syndroom wordt veroorzaakt door een fout in het erfelijk materiaal van chromosoom 9. De plaats van dit foutje wordt het EHMT1-gen genoemd.
Bij het merendeel van de kinderen die bekend is met het Kleefstra syndroom mist de erfelijke informatie van het EHMT1-gen helemaal omdat zij een stukje van chromosoom 9 missen. Bij een kleiner deel van de kinderen zit er een foutje in het erfelijk materiaal van het EHMT1-gen waardoor de informatie niet meer goed leesbaar is.

Autosomaal dominant

Het foutje in het EHMT1-gen is een zogenaamd autosomaal dominant foutje. Dit houdt in dat een foutje op een van de twee chromosomen 9 die een kind heeft al voldoende is om het syndroom te krijgen. Dit in tegenstelling tot een autosomaal recessieve aandoening waarbij een kind pas klachten krijgt wanneer beide chromosomen 9 een foutje bevatten.

Bij het kind zelf ontstaan

Vaak is het foutje in het EHMT1-gen bij het kind zelf ontstaan en niet overgeërfd van de vader of van de moeder. Dit zou wel kunnen wanneer de vader of de moeder zelf ook het Kleefstra-syndroom heeft.

Overgeërfd van een ouder

Bij een heel klein deel van de kinderen heeft de vader in zijn zaadcellen of de moeder in haar eicellen het foutje in het EHMT1-gen, terwijl dit foutje niet in de andere lichaamscellen aanwezig is. In die situatie zou het foutje ook overgeërfd kunnen zijn van de vader of de moeder zonder dat deze zelf het Kleefstra-syndroom hebben.

Afwijkend eiwit

Als gevolg van de verandering in het erfelijk materiaal wordt een bepaald eiwit niet goed aangemaakt. Dit eiwit heet histone H3 Lys 9 methyltransferase. Dit eiwit speelt een belangrijke rol bij het opvouwen van het erfelijk materiaal in de cellen zodat het goed opgeslagen en beschermd is. Bij kinderen met het Kleefstra syndroom wordt het erfelijk materiaal minder goed opgevouwen. Waarschijnlijk is dit eiwit nodig voor goed functioneren van de hersencellen, maar hoe dit precies werkt is nog niet bekend.

 

Wat zijn de symptomen van het Kleefstra-syndroom?

Variatie

Er bestaat een grote variatie in hoeveelheid en in ernst van de symptomen die verschillende kinderen met het Kleefstra-syndroom hebben. Geen kind zal alle onderstaande symptomen hebben.

Zwangerschap en bevalling

Meestal zijn er geen bijzonderheden tijdens de zwangerschap of tijdens de bevalling. De meeste kinderen met dit syndroom hebben een normaal geboortegewicht en een normale lengte en grootte van het hoofdje. Een klein deel van de kinderen is bij de geboorte wat zwaarder dan gebruikelijk.

Lage spierspanning

Kinderen met het Kleefstra-syndroom hebben een lage spanning in hun spieren. Ze voelen daarom slapper aan en moeten goed gesteund worden wanneer ze opgetild worden. Door de slappere spieren is het moeilijk om het hoofdje op te tillen en verloopt de ontwikkeling van kinderen met het Kleefstra- syndroom ook langzamer. Ook kunnen de gewrichten gemakkelijk overstrekt worden door de lagere spierspanning. Veel kinderen hebben platvoetjes.

Tracheamalacie

Een deel van de kinderen heeft een tracheamalacie waardoor kinderen tijdens het ademhalen een soort kakelend geluid maken.

Ontwikkelingsachterstand

Kinderen met het Kleefstra-syndroom ontwikkelen zich langzamer dan hun leeftijdsgenoten. Ze gaan later rollen, zitten, staan en lopen dan hun leeftijdsgenoten. Het grootste deel van de kinderen leert wel los lopen, maar vaak op latere leeftijd dan gebruikelijk. Voor een klein deel van de kinderen is het te moeilijk om te leren om zelfstandig te lopen.

Problemen met praten
Veel kinderen met het Kleefstra syndroom hebben grote moeite met praten. Sommige kinderen praten helemaal niet, andere kinderen zeggen enkele woordjes en weer anderen zijn wel in staat om zinnen te maken.
Kinderen met een foutje in het erfelijk materiaal van het EHMT1-gen hebben vaak meer mogelijkheden om te leren praten dan kinderen die het erfelijk materiaal van het EHMT1-gen helemaal missen.

Problemen met leren

Kinderen met het Kleefstra syndroom hebben allemaal problemen met leren. Vaak zijn deze problemen ernstig. Kinderen zijn dan niet in staat om te leren lezen en schrijven. Een klein deel van de kinderen is wel in staat om dit te leren.
Ook hier geldt dat kinderen die de informatie van het EHMT1-gen helemaal missen meer problemen hebben dan kinderen die een verandering hebben in het erfelijk materiaal van het EHMT1-gen.

Klein hoofdje

Een groot deel van de kinderen met het Kleefstra syndroom heeft een kleine hoofdomvang. Ook is de afstand tussen neus en achterhoofd vaak kleiner dan bij andere kinderen en het gezicht juist breder en vlakker dan gebruikelijk. Het kleinere hoofd wordt een microcefalie genoemd, het kortere bredere hoofd een brachycefalie. Dit geldt dus niet voor alle kinderen met het Kleefstra syndroom.

Typische uiterlijke kenmerken

Kinderen met het Kleefstra syndroom hebben een aantal typische uiterlijke kenmerken. Zoals boven beschreven hebben kinderen een kleiner en korter hoofd. De wenkbrauwen staan dicht bij de ogen. Ook lopen de wenkbrauwen vaak in elkaar over alsof er sprake is van een grote wenkbrauw in plaats van twee losse wenkbrauwen (synophrys genoemd). Ogen, neus en mond staan vaak dichter bij elkaar dan bij kinderen zonder dit syndroom. Vaak staan de ogen een beetje schuin, waarbij de ooghoek aan de kant van de oren hoger staat dan de ooghoek aan de kant van de neus. De ogen staan vaak ook iets verder van elkaar dan gebruikelijk. De neus is vaak een beetje opgewipt. In de bovenlip loopt meestal mooi rond en in het midden van de bovenlip zit meestal een mooie inkeping (cupido lip genoemd), de onderlip is vaak naar buiten gekruld. De onderkaak staat vaak verder naar voren dan de bovenkaak (dit wordt prognathie genoemd). Vaak houden jonge kinderen de tong uit hun mond, oudere kinderen doen dit meestal niet meer.
Sommige kinderen hebben korte brede vingers, anderen een lijn in die hand die van de ene kant van de hand naar de andere kant loopt.

Klein lengte

Een deel van de kinderen met dit syndroom heeft een kleinere lengte dan verwacht voor de leeftijd en de lengte van de ouders. Een ander deel van de kinderen heeft een normale lengte.

Overgewicht

Kinderen met het Kleefstra syndroom hebben een grotere kans om last te krijgen van overgewicht.

Epilepsie

Een groot deel van de kinderen met het Kleefstra syndroom krijgt last van epilepsie aanvallen. Verschillende type epilepsie aanvallen kunnen voorkomen.

Problemen met zien

Scheelzien komt vaker voor bij kinderen met het Kleefstra-syndroom.

Slechthorendheid

Een deel van de kinderen met het Kleefstra syndroom is slechthorend.

Reflux

Kinderen met het Kleefstra syndroom hebben vaker last van het terugstromen van voeding vanuit de maag naar de slokdarm. Dit wordt reflux genoemd. Omdat de maaginhoud zuur is, komt het zuur zo ook in de slokdarm, soms zelfs ook in de mond. Dit zuur kan zorgen voor pijnklachten, waardoor kinderen moeten huilen en soms ook niet willen eten. Ook kan het maken dat kinderen moeten spugen.

Kwijlen

Kinderen met het Kleefstra syndroom hebben gemakkelijk last van kwijlen. Dit komt door slapheid van de spieren in het gezicht en rondom de mond en door problemen met slikken.

Vatbaar voor infecties

Kinderen met het Kleefstra syndroom zijn op jonge leeftijd vatbaar voor het krijgen van infecties. Regelmatig komen oorontsteking of infecties van de luchtwegen voor. Met het ouder worden, worden de infecties minder frequent.

Autistische kenmerken

Een groot deel van de kinderen met het Kleefstra-syndroom heeft autistiforme kenmerken. Vaak vinden kinderen het moeilijk om oogcontact te maken met andere mensen. Veel kinderen houden van een vaste routine en vinden het moeilijk wanneer hier vanaf geweken wordt. Dan kunnen ze daardoor erg van slag raken en heel boos of verdrietig worden. Vaak kunnen kinderen deze boosheid niet goed reguleren, ze worden dan heel boos en zijn hier moeilijk uit te halen.

Stereotypieën

Kinderen met het Kleefstra syndroom maken vaak telkens terugkerende bewegingen met hun handen of armen. Dit worden stereotypieën genoemd. Kinderen hebben hier zelf geen last van. De stereotypieën vallen vaak meer op wanneer kinderen iets heel leuks of iets spannends moeten doen.

Aandacht en concentratie

Kinderen met het Kleefstra syndroom kunnen vaak maar kort de aandacht en concentratie bij iets houden. Ze zijn snel afgeleid en spelen dan hier mee en dan weer daar mee. Ook zijn kinderen vaak beweeglijk en vinden ze het lastig om stil te zitten. Veel kinderen krijgen ook de diagnose ADHD

Zichzelf verwonden

Er zijn kinderen beschreven die zichzelf verwonden door te krabben, te slaan of te bijten.

Moeite met omgaan met boosheid

Een deel van de kinderen heeft moeite hoe om te gaan met boosheid. Kinderen kunnen heel boos worden. Ze kunnen dan ook andere kinderen verwonden zonder dat ze zelf door hebben dat dit gedrag niet kan.

Problemen met slapen

Kinderen met het Kleefstra syndroom hebben vaak problemen met slapen. Het kan gaan om problemen met inslaapvallen, met vaak wakker worden of met vroeg wakker worden. Door een infectie of door epilepsie aanvallen kunnen de problemen met slapen tijdelijk verergeren.

Aangeboren hartafwijking

Een deel van de kinderen met het Kleefstra syndroom heeft een aangeboren hartafwijking. Vaak gaat het om een gaatje tussen de beide boezems of beide kamers van het hart, dit wordt een ASD of een VSD genoemd. Ook komen afwijkingen aan de hartkleppen zoals een vernauwing van de longslagaderklep (pulmonaalstenose) of een afwijkende grotelichaamsslagaderklep (bicuspidale aortaklep) vaker voor. Net als het open blijven van een verbinding tussen de grote lichaamsslagader en de longslagader (persisterend foramen ovale).
Een klein deel van de kinderen heeft last van hartritme stoornissen.

Problemen met de ademhaling

Er zijn een paar kinderen bekend die af en toe een pauze namen tijdens het ademhalen (centrale apneu).

Afwijking aan de nieren en de plasbuis

Een deel van de kinderen heeft afwijkingen aan de nieren of aan de plasbuis. Soms is er te veel vocht in de nieren aanwezig (hydronefrose) of stroomt de urine vanuit de plasbuis terug naar de nieren (vesicourethrale reflux). Dit kan zorgen voor urineweginfecties en blaasontstekingen
Jongens hebben vaak een kleine plasser. De uitgang van de plasbuis eindigt niet op de top van de plasser maar juist aan de onderkant. Dit kan problemen geven met plassen. Bij een deel van de jongens zijn de balletjes niet goed ingedaald.

Ontbreken van de anus

Bij een klein deel van de kinderen met het Kleefstra syndroom blijkt het poepgaatje (de anus) niet aangelegd te zijn waardoor kinderen vanaf babyleeftijd niet in staat zijn om te poepen.

Scoliose

Een deel van de kinderen heeft een zijwaartse verkromming van de rug. Dit wordt een scoliose genoemd.

Klompvoetjes

Sommige kinderen met het Kleefstra syndroom hebben klompvoetjes.

Liesbreuk en navelbreuk

Er zijn een paar kinderen bekend die een navelbreuk en/of een liesbreuk hebben.

 

Hoe wordt de diagnose Kleefstra-syndroom gesteld?

Verhaal en onderzoek

Op grond van het verhaal van een kind met een ontwikkelingsachterstand, een klein hoofd en typische uiterlijke kenmerken kan vermoed worden dat er sprake is van een syndroom. Er zijn echter veel verschillende syndromen die allemaal voor deze symptomen kunnen zorgen, zodat niet altijd gemakkelijk is om vast te stellen dat er sprake is van het Kleefstra syndroom.

Bloedonderzoek

Bij routine bloedonderzoek worden bij kinderen met het Kleefstra-syndroom geen afwijkingen gevonden.

Genetisch onderzoek

Wanneer aan de diagnose gedacht wordt, kan door middel van gericht genetisch onderzoek op bloed naar het voorkomen van een foutje in het EHMT1-gen. Vaak worden ook alle chromosomen tegelijkertijd onderzocht (zogenaamd Array onderzoek) soms kan hierbij ontdekt worden dat er sprake is van het 9q34.3 microdeletie syndroom.
In de toekomst zal door middel van een nieuwe genetische techniek (exome sequencing genoemd) mogelijk ook deze diagnose gesteld kunnen worden zonder dat er specifiek aan gedacht was of naar gezocht is.

MRI van de hersenen

Bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand zal vaak een MRI scan gemaakt worden om te kijken of er bijzonderheden aan de hersenen te zien zijn. Vaak worden op deze MRI scan wel afwijkingen gezien, maar deze afwijkingen worden bij veel kinderen met een syndroom gezien en zijn niet kenmerkend voor het Kleefstra-syndroom. Afwijkingen die gezien zijn: zijn een dunne hersenbalk, een onderontwikkeling van de kleine hersenen en het vertraagd aanleggen van het geleidingslaagje rondom de hersenen (vertraagde myelinisatie).

Stofwisselingsonderzoek

Kinderen met een ontwikkelingsachterstand krijgen vaan stofwisselingsonderzoek om te kijken of er sprake is van een stofwisselingsziekte die verklarend is voor de ontwikkelingsachterstand. Bij kinderen met het Kleefstra syndroom worden hierbij geen bijzonderheden gezien.

EEG

Kinderen met epilepsie krijgen vaak een EEG om te kijken van welk soort epilepsie er sprake is. Op het EEG worden vaak epileptiforme afwijkingen gezien. Deze afwijkingen zijn niet kenmerkend voor het Kleefstra-syndroom, maar kunnen bij veel andere syndromen met epilepsie ook gezien worden.

Kinder- en jeugdpsychiater

Een kinder- en jeugdpsychiater kan vaststellen of er sprake is van een vorm van autisme, van ADHD, een angst of een stemmingsprobleem.

Kindercardioloog

Kinderen met het Kleefstra- syndroom hebben een vergrote kans op het hebben van een aangeboren hartafwijking, waarvoor ze meestal een keer door de kindercardioloog worden gezien. Vaak zal deze naast lichamelijk onderzoek een ECHO van het hart maken om zo te beoordelen of er sprake is van een aangeboren hartafwijking. Ook zal de kindercardioloog kijken of er aanwijzingen zijn voor het ontstaan van hartritmestoornissen.

Kinderuroloog

Kinderen met afwijking aan de nieren of plasbuis worden meestal gezien door de kinderuroloog die kan bekijken of hiervoor een behandeling nodig is.

Kinderorthopeed

Een kinderorthopeed kan beoordelen of er een behandeling voor een verkromming van de wervelkolom (scoliose) of van klompvoetjes nodig is.

KNO-arts

Kinderen met het Kleefstra- syndroom worden vaak gezien door de KNO-arts. Dit is aan de ene kant vanwege de terugkerende oorinfecties en aan de andere kant om te kijken of er sprake is van slechthorendheid wat vaak voorkomt bij kinderen met het Kleefstra-syndroom.

 

Hoe worden kinderen met het Kleefstra-syndroom behandeld ?

Omgaan met de gevolgen

Er bestaat geen behandeling die het Kleefstra-syndroom kan genezen. De behandeling is er op gericht om kinderen en hun ouders zo goed mogelijk te leren omgaan met de gevolgen van het hebben van het Kleefstra-syndroom.

Medicijnen tegen epilepsie

Er bestaan verschillende soorten medicijnen die er voor kunnen zorgen dat kinderen met het Kleefstra- syndroom minder last hebben van epilepsie aanvallen. Er bestaat geen duidelijk voorkeursmedicijn. Medicijnen die vaak gebruikt worden zijn natriumvalproaat (depakine ®), levetiracetam (Keppra ®), clobazam (Frisium ®) en topiramaat (Topamax®). Vaak lukt het redelijk goed om de epilepsie aanvallen onder controle te krijgen met een of twee medicijnen.
Bij een deel van de kinderen lukt het niet om nieuwe epilepsie-aanvallen te voorkomen met medicijnen. Vaak worden dan andere behandeling ingezet zoals het ketogeen dieet, een nervus vagus stimulator of een behandeling met methylprednisolon.

Kinderfysiotherapie

Een fysiotherapeut kan ouders tips en adviezen geven hoe ze hun kindje zo goed mogelijk kunnen stimuleren om er voor te zorgen dat de ontwikkeling zo optimaal als mogelijk verloopt.

Kinderlogopedie

Een logopediste kan tips en adviezen geven indien er problemen zijn met zuigen, drinken, kauwen of slikken. Ook kan de logopediste helpen om de spraakontwikkeling zo goed mogelijk te stimuleren. Praten kan ook ondersteund worden door middel van gebaren of pictogrammen.

Kinderergotherapie

Een ergotherapeut kan tips en adviezen geven hoe de verzorging en de dagelijks activiteiten van een kind zo soepel mogelijk kunnen verlopen. De ergotherapeut kan ook advies geven over hulpmiddelen.

Revalidatiearts

Een revalidatiearts coördineert de verschillende therapieën en adviseert ook over hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld een aangepaste buggy, een rolstoel, steunzolen of aangepaste schoenen.
Ook is het mogelijk via een revalidatie centrum naar een aangepaste peutergroep te gaan en daar ook therapie te krijgen en later op dezelfde manier onderwijs te gaan volgen.

Orthopedagoog

Een orthopedagoog kan ouders tips en adviezen geven hoe om gaan met problemen met angst, boos worden, moeilijk kunnen spelen en het over eten. Ook kan een orthopedagoog ouders helpen hoe ze hun kinderen kunnen helpen in het leggen van contacten met andere kinderen of volwassenen.

Kinder- en jeugdpsychiater

Een kinder- en jeugdpsychiater kan advies en begeleiding geven hoe om te gaan met autisme, ADHD, angst, sombere gevoelens of gevoelens van boosheid.

Reflux

Reflux kan er ook voor zorgen dat kinderen slecht eten. Door de voeding in te dikken met johannesbroodpitmeel kan de voeding minder gemakkelijk terug stromen van de maag naar de slokdarm. Ook zijn er medicijnen die de maaginhoud minder zuur kunnen maken waardoor de slokdarm minder geprikkeld wordt bij terugstromen van de maaginhoud. Medicijnen die hiervoor gebruikt worden zijn ranitidine en omeprazol, soms esomeprazol. Indien dit allemaal niet voldoende is, kan een operatie nodig zijn waarbij de overgang van de slokdarm naar de maag nauwer wordt gemaakt, waardoor de voeding ook minder gemakkelijk terug kan stromen.

Verstopping van de darmen

Het medicijn macrogol kan er voor zorgen dat de ontlasting soepel en zacht blijft en stimuleert de darmwand om actief te blijven. Hierdoor kunnen kinderen gemakkelijker hun ontlasting kwijt.

Kwijlen

Er bestaan medicijnen die het kwijlen minder kunnen maken. Het meest gebruikte medicijn hierdoor is glycopyrrhonium. Ook kan een behandeling van de speekselklieren door middel van botox of door middel van een operatie er voor zorgen dat kinderen minder kwijlen.

KNO-arts

Een deel van de kinderen krijgt van de KNO-arts trommelvliesbuisjes om zo minder snel last te hebben van middenoorontstekingen. Kinderen die slechthorend zijn kunnen baat hebben bij gehoorapparaatjes.

School

De meeste kinderen met het Kleefstra-syndroom volgen speciaal onderwijs. In het speciaal onderwijs zijn de klassen kleiner en kan het lesprogramma meer afgestemd worden op de mogelijkheden van het kind. Vaak volgen kinderen MLK (moeilijk lerend) of ZMLK (zeer moeilijk lerend) onderwijs.
Voor een deel van de kinderen is het niet haalbaar om onderwijs te volgen. Zij gaan naar een dagcentrum waar kinderen een dagprogramma volgen.

Antibiotica

Een deel van de kinderen die vaak terugkerende infecties heeft, heeft baat bij een lage dosering antibiotica om nieuwe infecties te voorkomen. Per kind moeten de voordelen van het geven van de antibiotica worden afgewogen tegen de nadelen ervan (antibiotica doden ook nuttige bacteriën in de darmen).

Melatonine

Wanneer inslapen erg moeilijk is kan het medicijn melatonine helpen om het inslapen beter te laten verlopen. Ook kan dit zorgen voor een algeheel beter slaappatroon gedurende de hele nacht.

Begeleiding

Een maatschappelijk werkende of psycholoog kan begeleiding geven hoe het hebben van deze aandoening een plaatsje kan krijgen in het dagelijks leven. Het kost vaak even tijd voor ouders om te verwerken dat de toekomstverwachtingen van hun kind er heel anders uit zien dan van andere kinderen.

Contact met andere ouders

Door middel van een oproepje op het forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere kinderen en hun ouders/verzorgers die ook te maken hebben met het Kleefstra-syndroom.

 

Wat betekent het hebben van het Kleefstra syndroom voor de toekomst?

Blijvende beperking

De meeste kinderen houden last van beperkingen in het dagelijks leven als gevolg van het hebben van het Kleefstra-syndroom. Zij zijn afhankelijk van de hulp van anderen bij allerlei dagelijkse activiteiten. De meeste volwassenen wonen begeleid of in een woongroep.

Levensverwachting

De levensverwachting van kinderen met het Kleefstra-syndroom hangt sterk samen met het voorkomen van bijkomende problemen zoals infecties, hartritmestoornissen of epilepsie.
Verder is er nog maar weinig volwassenen bekend met dit syndroom. Het is dus nog niet goed aan te geven hoe de levensverwachting is voor mensen met dit syndroom.

Achteruitgang in functioneren

Er zijn een paar volwassenen die bekend zijn met dit syndroom die op volwassen leeftijd zonder duidelijke aanleiding of bekende verklaring ineens een gedragsverandering lieten zien. Deze volwassenen werd ineens passief en hadden weinig interesse meer in hun omgeving. Sommige volwassen hielden hun lichaam urenlang in een vreemde onnatuurlijke stand (katatonie).

Kinderen

De meeste kinderen die het Kleefstra-syndroom hebben, zullen later zelf als volwassene geen kinderen krijgen. Kinderen van een volwassene met het Kleefstra-syndroom hebben een verhoogde kans tot 50% om zelf ook deze aandoening te krijgen.

 

Hebben broertjes en zusjes een verhoogde kans om ook het Kleefstra syndroom te krijgen?

Het Kleefstra-syndroom is een erfelijke aandoening die op zogenaamd autosomaal dominante manier overerft. Vaak is de aandoening bij het kind zelf ontstaan. Broertjes en zusjes hebben dan nauwelijks een verhoogde kans om zelf ook dit syndroom te krijgen. Dit kan alleen wanneer de ouder zelf het Kleefstra-syndroom heeft of wanneer het foutje bij de ouder in de eicel of de zaadcel aanwezig is.
In praktijk hebben broertjes en zusjes daarom een licht verhoogde kans om zelf ook het Kleefstra-syndroom te krijgen.
Een klinisch geneticus kan hier meer informatie over geven.

 Prenatale diagnostiek

Wanneer bekend is welk foutje in een familie heeft gezorgd voor het ontstaan van het Kleefstra syndroom, dan is het mogelijk om tijdens een zwangerschap prenatale diagnostiek te verrichten in de vorm van een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie.

 

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

 

Referenties

 

Links

www.kleefstrasyndrome.org
(Engelstalige website over het Kleefstra syndroom)

 

Laatst bijgewerkt: 4 februari 2014

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.