A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

SCA-17

 

Wat is SCA-17?
SCA-17 is een aandoening waarbij kinderen en volwassenen in toenemende mate problemen krijgen met het bewaren van het evenwicht en met leren, nadenken en onthouden, onwillekeurige bewegingen en stemmingsproblemen.

Hoe wordt SCA-17 ook wel genoemd?
SCA-17 is de afkorting van spinocerebellaire ataxie type 17. Ataxie is het medische woord voor een probleem met het bewaren van het evenwicht. Dit probleem met het evenwicht ontstaat omdat de kleine hersenen als gevolg van deze aandoening niet meer goed functioneren. De kleine hersenen heten ook wel cerebellum. Ook blijkt het ruggenmerg bij kinderen en volwassenen met deze aandoening minder goed te werken. Het medische woord voor ruggenmerg is spina. Vandaar het woord spinocerebellair.
Er bestaat veel verschillende vorm van spinocerebellaire ataxie die allemaal een eigen nummer hebben gekregen. Deze vorm van spinocerebellaire ataxie heeft nummer 17 gekregen.

ADCA
Een andere term die vroeger ook wel gebruikt werd, is ADCA. ADCA staat voor autosomaal dominante cerebellaire ataxie. Cerebellaire ataxie geeft weer aan dat er problemen zijn met het bewaren van het evenwicht die ontstaan door een probleem van de kleine hersenen (cerebellum). Autosomaal dominant zegt iets over de manier waarop deze ziekte overerft.

Huntington-like disease type 4
Soms wordt de term Huntington-like-disease type 4 gebruikt. De ziekte van Huntington is een aandoening waarbij volwassenen in toenemende ook problemen krijgen met bewegen en met onthouden en leren. Een deel van de mensen waarvan aanvankelijk was gedacht dat ze de ziekte van Huntington hadden, bleek SCA-17 te hebben. Deze aandoening lijkt dus wat op de ziekte van Huntington (er zijn ook duidelijke verschillen), daarom de term Huntington-like, het lijkt op de ziekte van Huntington.

Hoe vaak komt SCA-17 voor bij kinderen?
SCA-17 is een zeldzame ziekte. Het is niet goed bekend hoe vaak SCA-17 voorkomt. Geschat wordt dat SCA-17 minder vaak dan één op de 100.000 mensen voorkomt.

Bij wie komt SCA-17 voor?
De aandoening SCA-17 is al vanaf de geboorte aanwezig. Het kan enige tijd duren voordat duidelijk wordt dat er sprake is van SCA-17. Soms ontstaan de eerste klachten al op de peuterleeftijd, maar het kan ook zijn dat de eerste klachten pas ontstaan op de tienerleeftijd of op volwassen leeftijd ontstaan. Gemiddeld ontstaan de eerste klachten rond de leeftijd van 30 jaar. Tot nu toe heeft iedereen met een verandering in het erfelijk materiaal passend bij SCA-17 voor de leeftijd van 50 jaar klachten gekregen.
SCA-17 komt even vaak bij jongens/mannen als bij meisjes/vrouwen voor.
SCA-17 komt vaker voor bij kinderen en volwassenen van Aziatische afkomst.

Wat is de oorzaak van SCA-17?
Fout in erfelijk materiaal
SCA-17 wordt veroorzaakt door een fout in het erfelijk materiaal. De fout bevindt zich op het zogenaamde 6e chromosoom, om nog preciezer te zijn op de plek die 6q27 wordt genoemd. De plaats van de fout in het erfelijk materiaal wordt het TBP-gen genoemd.

CAG/CAA-repeat
Op het stukje erfelijk materiaal van het TBP-gen komen de letter combinaties CAG en CAA normaal gesproken een keer of 30 achter elkaar voor (variërend van 25 tot 40). Zo’n herhalende reeks wordt een repeat genoemd. Bij kinderen en volwassenen met SCA-17 blijkt deze lettercombinatie vele malen vaker voor te komen. Kinderen en volwassenen die klachten hebben, hebben vaker dan 47 keer de combinatie CAG en CAA achter elkaar. Hoe vaker de CAG/CAA combinatie achter elkaar voorkomt, hoe eerder de klachten in het leven zullen ontstaan. Een deel van de kinderen en volwassenen die tussen de 41 en 46 herhalingen bezit, heeft wel klachten, een ander deel van de kinderen en de volwassenen niet. Dit wordt het intermediaire type genoemd.

Autosomaal dominant
SCA-17 is een erfelijke ziekte. De ziekte erft op zogenaamd autosomaal dominante manier over. Dit houdt in dat een fout in het TBP-gen op een van de twee chromosomen 6 al voldoende is om klachten te krijgen. Dit in tegenstelling tot een autosomaal recessieve aandoening, hierbij krijgen mensen pas klachten wanneer beide chromosomen op dezelfde plek een fout bevatten.

Geërfd van de ouder
Een deel van de kinderen en volwassenen heeft het foutje in het erfelijk materiaal geërfd van een ouder. Soms was al bekend dat de ouder zelf ook SCA-17 heeft, soms ook niet. De eerste klachten kunnen pas ontstaan op een leeftijd waarop de ouder al kinderen heeft gekregen. Het kan ook zijn dat de ouder een toegenomen aantal CAG/CAA-combinaties heeft, zonder dat dit er voldoende zijn om klachten te krijgen. Wanneer een vader het foutje in het TBP-gen door geeft, dan neemt het aantal CAG/CAA-combinaties vaak meer toe, dan wanneer de moeder het foutje in het TBP-gen door geeft. Het toenemen van de hoeveelheid CAG/CAA-combinaties met het ouder worden, wordt anticipatie genoemd. De kans op toename van het aantal CAG/CAA combinaties is groter bij een vader die al ouders is dan bij een jonge vader.

Bij het kind zelf ontstaan
Bij een deel van de kinderen is het foutje in het erfelijk materiaal bij het kind zelf ontstaan en blijken de ouders een normaal aantal keer CAG/CAA in hun erfelijk materiaal te hebben.

Afwijkend eiwit
Als gevolg van de fout in het erfelijk materiaal wordt een bepaald eiwit op een afwijkende manier aangemaakt. Dit eiwit wordt TATA box-binding protein genoemd, afgekort als TBP. Dit eiwit speelt een belangrijke bij het aflezen van het DNA. Het DNA bevat allerlei informatie die nodig is voor het goed functioneren van het lichaam. Vanaf het DNA wordt eerst RNA gemaakt en via RNA worden eiwitten aangemaakt. Het TBP eiwit speelt een belangrijke rol bij het vasthechten van een enzym wat het DNA gaat aflezen tot RNA. Zonder dit eiwit wordt het DNA niet goed afgelezen en worden allerlei belangrijke eiwitten die nodig zijn voor het goed functioneren van de hersenen niet aangemaakt.

Kleine hersenen
De kleine hersenen spelen een belangrijke rol bij het bewaren van het evenwicht, maar ook bij leren, bij het geheugen, bij het begrijpen van taal en bij het uiten van emoties. Daarom hebben kinderen met SCA-17 problemen op deze gebieden.

Wat zijn de symptomen van SCA-17?
Variatie
Er bestaat variatie tussen de ernst en de hoeveelheid symptomen die verschillende mensen met SCA-17 hebben. Ook binnen een familie is er vaak een grote variatie, de ene persoon krijgt op jongere leeftijd klachten dan de andere persoon.
Kinderen die op jonge leeftijd al klachten krijgen, hebben vaak meer en ernstigere klachten, dan kinderen die op latere leeftijd klachten krijgen en volwassenen die pas op volwassen leeftijd klachten krijgen.

Evenwicht
Het is voor kinderen en volwassenen met SCA-17 vaak lastiger om hun evenwicht te bewaren. Kinderen en volwassenen vallen gemakkelijker. Vaak worden de voeten wat verder uit elkaar gezet om zo meer steun te hebben en minder snel om te vallen. De problemen met het bewaren van het evenwicht worden met het ouder worden geleidelijk aan erger.

Trillen
De handen kunnen een trillende beweging maken wanneer een kind of een volwassene iets wil pakken. Dit trillen wordt tremor genoemd. Door het trillen wordt het bijvoorbeeld moeilijker om te schrijven, een kopje naar de mond te brengen of knoopjes dicht te maken. Kinderen en volwassenen laten gemakkelijker iets uit hun handen vallen. Deze onhandigheid wordt ook wel apraxie genoemd.

Lage spierspanning
Kinderen met SCA-17 hebben vaak een lagere spierspanning in hun armen en benen. Kinderen zijn soepel in hun gewrichten, de gewrichten kunnen gemakkelijk overstrekt worden. Het kost kinderen hierdoor meer kracht en energie om hun gewrichten stabiel te houden tijdens het bewegen.

Praten
Om te kunnen praten, moeten de spieren van de mond, tong, kaak, keel en borstkas allemaal samenwerken. Hoewel we hier niet bij stil staan, vraagt dit veel coördinatie. Daarom kunnen kinderen en volwassenen met SCA-17 moeite hebben met praten. Kinderen kunnen moeilijker verstaanbaar zijn en wisselend hard en dan weer zacht praten. Dit probleem met praten wordt dysartrie genoemd.
 
Slikken
Ook bij het slikken zijn veel verschillende spieren nodig. Een deel van de kinderen heeft problemen met slikken. Het slikken gaat langzamer en kost daardoor meer tijd. Kinderen kunnen zich verslikken en daarom moeten hoesten tijdens eten of drinken.

Schokjes aan de ogen
De ogen van kinderen met SCA-17 maken vaak kleine schokkerige bewegingen. Deze schokjes worden nystagmus genoemd. De meeste kinderen hebben zelf geen last van deze nystagmus omdat de hersenen het beeld weer stil zetten. Een klein deel van de kinderen en volwassenen heeft wel last van een bewegend beeld.
Vaak kunnen de ogen van kinderen en volwassenen met SCA-17 niet snel bewegen, maar bewegen ze langzaam. Dit kan hinder opleveren tijdens het lezen.

Problemen met leren
De kleine hersenen spelen ook een belangrijke rol bij leren, bij onthouden en bij begrijpen van taal. Hierdoor hebben kinderen met SCA-17 vaak problemen met leren. Problemen die vaker voorkomen zijn problemen met automatiseren, trager werktempo, moeite met lang vasthouden van de aandacht en een beperkter geheugen voor plaatjes en beelden. De problemen met leren en onthouden nemen toe wanneer kinderen ouder worden. Kinderen en volwassenen gaan dan het geleerde ook weer vergeten. Dit wordt dementie genoemd en hoort helaas bij deze aandoening. De vorm van dementie die optreedt bij kinderen en volwassenen met SCA-17 heet fronto-temporale dementie.

Emoties
De kleine hersenen spelen ook een belangrijke rol bij het begrijpen en uiten van emoties. Deze functie van de kleine hersenen wordt nogal eens vergeten. Kinderen met SCA-17 kunnen meer moeite hebben met het begrijpen van emoties van anderen. Ook hebben kinderen moeite met het uiten van hun eigen emoties. Kinderen kunnen soms plotseling ineens heel verdrietig of juist heel boos worden en kunnen het moeilijk vinden om hier zelf dan weer uit te komen.

Depressie
Kinderen en volwassenen met SCA-17 hebben een grote kans om last te krijgen van somberheid en depressie. Deels komt dit door het besef een ernstige ziekte te hebben waarbij in toenemende mate klachten zullen ontstaan. Voor een ander deel komt dit ook door de hersenen zelf. De gebieden die betrokken zijn bij stemming (het zogenaamde limbische systeem) raakt beschadigd als gevolg van deze aandoening.

Mutisme
Kinderen en volwassenen met SCA-17 kunnen mutisme krijgen. Dit is een toestand waarin ze bijna of helemaal niet meer praten. Het lijkt of de moed of de noodzaak om te praten verdwenen is. Kinderen en volwassenen begrijpen nog wel wat anderen tegen hen zeggen, maar reageren hier nauwelijks meer op.

Hallucinaties
Kinderen en volwassenen kunnen beelden zien of geluiden horen die er in werkelijkheid niet zijn. Dit worden hallucinaties genoemd. Vaak worden kinderen en volwassenen hier angstig en verward van.

Spasticiteit
Bij neurologisch onderzoek worden vaak milde aanwijzingen voor spasticiteit gevonden in de zin van levendige reflexen. Ook maakt de grote teen meestal een bewegen in de richting van de neus wanneer onder de voetzool gestreken wordt. Dit wordt een voetzoolreflex volgens Babinski genoemd. Dit zijn milde tekenen van spasticiteit. Als gevolg van spasticiteit kunnen de spieren stijver worden, waardoor bewegen lastiger gaat.

Parkinsonisme
Een deel van de volwassenen krijgt ook last van stijfheid en traagheid in het bewegen van de armen, de benen en de romp. Deze stijfheid en traagheid lijkt op die van mensen met de ziekte van Parkinson en wordt daarom parkinsonisme genoemd.

Onwillekeurige bewegingen
Een deel van de kinderen met SCA-17 maakt onwillekeurige bewegingen met de armen en benen. Verschillende bewegingen zijn mogelijk, grote langzame bewegingen (atethotische bewegingen), kleine sierlijke bewegingen (chorea) of weggooiende bewegingen (ballistische bewegingen).

Dystonie
Ook kan een vreemde stand van armen, benen, nek en romp kunnen voorkomen (dystonie).
De nek kan naar rechts of links gedraaid of gekanteld staan, dit wordt torticollis genoemd.
Dystonie kan ook aan de ogen voorkomen in de vorm onbewust dichtknijpen van de ogen, dit wordt blefarospasme genoemd.

Epilepsie
Een deel van de kinderen en volwassenen heeft last van epilepsie aanvallen. Verschillende soorten epilepsieaanvallen kunnen voorkomen. Het meest voorkomend zijn aanvallen met staren (atypische absences) en aanvallen met algeheel stijf worden gevolgd door schokken van beide armen en benen (tonisch clonische aanvallen).

Gevoel
Een deel van de kinderen met SCA-17 heeft problemen met het voelen van aanraking, van warmte van koude of van pijn.

Vermoeidheid
Kinderen en volwassenen met SCA-17 hebben veel meer energie nodig om goed te kunnen bewegen, eten/drinken en communiceren. Deze energie kunnen ze niet op een andere manier gebruiken. Kinderen en volwassenen met SCA-17 zijn dan ook vaak sneller vermoeid dan andere kinderen en volwassenen.

Toename klachten
Bovengenoemde klachten nemen in de loop van de jaren toe. Het tempo van toename verschilt van persoon tot persoon. Het tempo van toename van klachten hangt samen met de leeftijd waarop de eerste klachten zijn ontstaan. Kinderen die al op kinderleeftijd de eerste klachten hebben gekregen, hebben een snellere toename van klachten dan volwassenen die pas op volwassen leeftijd hun eerste klachten hebben gekregen.

Hoe wordt de diagnose SCA-17 gesteld?
Verhaal en onderzoek
Op grond van het verhaal en de bevindingen bij onderzoek zou kunnen worden vermoed dat er sprake is van een SCA. Inmiddels bestaan er ook zeer veel verschillende soorten SCA’s. Er zal aanvullend onderzoek nodig zijn om te bepalen van welke SCA er sprake is.
Er bestaan ook andere aandoeningen die veel op een SCA kunnen lijken zoals ataxia telangiectasia, mitochondriele aandoeningen

Genetisch onderzoek
Door middel van bloedonderzoek kan gekeken worden naar een foutje in het erfelijk materiaal van het TBP-gen. Dit kan gericht gebeuren wanneer er aan gedacht wordt. Tegenwoordig bestaan er ook zogenaamde gecombineerde DNA testen met daarin alle bekende veranderingen in het DNA waarvan bekend is dat ze problemen met bewegen kunnen veroorzaken, dit wordt exome sequencing genoemd. Op deze manier kan ook ontdekt worden dat er sprake is van SCA-17. Er moet dan overigens wel op een speciale manier gekeken worden, omdat “gewone” exome sequencing herhalingen van combinaties CAG/CAA niet goed kan opsporen.

MRI-scan
Wanneer nog onduidelijk is wat de oorzaak is van de problemen, wordt vaak een MRI-scan van de hersenen en van het ruggenmerg gemaakt. Op deze MRI-scan is vaak te zien dat de kleine hersenen en de hersenstam kleiner zijn dan volume dan gebruikelijk. Wanneer een kind of volwassene al een aantal jaar klachten heeft, dan kan ook opvallen dat de grote hersenen kleiner worden van volume.
Deze MRI afwijkingen zijn niet specifiek voor SCA-17 maar kan ook bij andere aandoening met evenwichtsproblemen worden gezien.

Bloedonderzoek
Wanneer er nog niet direct gedacht aan de SCA-17 zal vaak bloedonderzoek worden verricht om te kijken of er andere oorzaken voor het ontstaan van problemen met bewegen kunnen worden aangetoond. Vaak zal er gekeken worden of er sprake is van bijvoorbeeld een tekort aan vitamine B12 of vitamine E, een overmaat aan fytaanzuur, of afwijkende vetzuren in het bloed, aanwijzingen voor een ontstekingsziekte of bijvoorbeeld aanwijzingen voor het voorkomen van coeliakie. Hiervoor worden bij kinderen met SCA-17 geen aanwijzingen gezien.

Stofwisselingsonderzoek
Door middel van bloed- en urineonderzoek kan bij kinderen met evenwichtsproblemen gekeken worden of er sprake is van een stofwisselingsziekte als oorzaak van de evenwichtsproblemen Bij dit onderzoek worden bij kinderen met SCA-17 geen bijzonderheden gevonden.

Oogarts
Kinderen met SCA-17 worden vaak een keer gezien door de oogarts. De oogarts kan vaststellen dat er sprake is van een nystagmus, zelfs als dit met het blote oog niet zichtbaar is. Verder worden meestal geen andere afwijkingen gezien, zoals bij andere SCA syndromen wel het geval kan zijn.

EMG
Wanneer de zenuwen van kinderen en volwassenen met SCA-17 worden doorgemeten, dan valt vaak op dat de zenuwen in de armen en benen minder goed werken dan gebruikelijk. Dit wordt een polyneuropathie genoemd. Het is niet standaard nodig om dit onderzoek uit te voeren bij kinderen en volwassenen met SCA-17.

EEG
Wanneer er aanwijzingen zijn dat er sprake is van epilepsie, kan een EEG gemaakt worden om dit te bevestigen.

Hoe wordt de SCA-17 behandeld?
Geen genezing
Er bestaat geen behandeling die de SCA-17 kan genezen. De behandeling is er op gericht zo goed mogelijk om te gaan met de gevolgen van de SCA-17.

Blijf bewegen
Wanneer kinderen minder goed zijn in bewegen dan hun leeftijdsgenoten, dan is de kans groot dat zij bewegen en sporten niet zo leuk zullen vinden. Hierdoor zullen kinderen met SCA-17 minder gaan bewegen, wat juist niet goed voor hen is. Door juist veel te bewegen, oefenen kinderen hun evenwichtsorgaan en krijgen ze juist vaak een betere balans.
Het is op school ook belangrijk dat kinderen bij de gymles worden gewaardeerd naar hun kunnen en vooral plezier en succeservaringen hebben met het bewegen.
Wanneer bewegen moeilijker wordt, kunnen hulpmiddelen helpen om toch zo goed mogelijk te kunnen bewegen.

Medicijnen tegen overtollige bewegingen
Er bestaan medicijnen die het trillen van de handen minder erg kunnen maken, bijvoorbeeld het medicijn propranolol. Meestal zijn deze medicijnen niet erg effectief bij kinderen met SCA-17. Vaak vinden kinderen dat de voordelen van minder trillen niet opwegen tegen de bijwerkingen van deze medicijnen. Het medicijn clonazepam kan er voor zorgen dat kinderen en volwassenen minder last hebben van myoclonieën. Chorea kan behandeld worden met medicijnen zoals haloperidol en tetrabenazine. Botulinetoxine injecties of het medicijn baclofen kunnen er voor zorgen dat kinderen of volwassenen minder last hebben van dystonie.

Medicijnen tegen stemmingsproblemen
Bij de behandeling van een depressie kan gebruikt gemaakt worden van medicijnen naast andere ondersteunende behandeling. Ook bestaan er medicijnen die de vatbaarheid voor hallucinaties of ene psychose kunnen verminderen. Deze medicijn worden voorgeschreven door een (kinder-en jeugd) psychiater.

Medicijnen tegen epilepsie
Met behulp van medicijnen kan voorkomen worden dat kinderen of volwassenen last krijgen van epilepsieaanvallen. Verschillende soorten medicijnen kunnen worden gebruikt. Per kind of volwassene zullen de voordelen van het gebruik van medicijnen moeten worden afgewogen tegen de nadelen van het gebruik.
Bij een deel van de kinderen zal het niet lukken om de epilepsieaanvallen met medicijnen onder controle te krijgen. Er bestaan ook andere behandelingen die een goed effect kunnen hebben op de epilepsie, zoals een ketogeen dieet, een nervus vagusstimulator, of een behandeling met methylprednisolon. Ook een combinatie van deze behandelingen met medicijnen die epilepsie onderdrukken is goed mogelijk.

Fysiotherapie
Een fysiotherapeut kan adviezen en therapie geven hoe jongeren en volwassenen met de SCA-17 zo goed mogelijk zelfstandig kunnen bewegen. Wanneer er problemen zijn met het bewaren van de balans dan kan een wandelstok, kruk, looprekje of rollator helpen om de balans wel te kunnen bewaren. Een fysiotherapeut kan advies geven, welk hulpmiddel het beste gebruikt kan worden. Ook probeert de fysiotherapeut er voor te zorgen dat kinderen geen vergroeiing van hun gewrichten krijgen omdat ze zelf onvoldoende bewegen. De fysiotherapeut kan ook adviezen geven hoe kinderen zo goed mogelijk in een rolstoel kunnen voortbewegen als zelfstandig lopen niet meer lukt.

Ergotherapie
Een ergotherapeut kan adviezen geven welke hulpmiddelen gebruikt kunnen worden om zo zelfstandig mogelijk te kunnen functioneren. Wanneer schrijven lastig wordt, kan het bijvoorbeeld helpen om te schrijven met een dikkere pen. Ook bestaat er bestek met dikkere handvaten die gemakkelijker vast te houden zijn en zijn er hulpmiddelen om kleding zelf aan te kunnen trekken als dat lastig gaat. Aanpassingen in huis, zoals beugels of een verhoog toilet, kunnen zorgen dat kinderen en volwassenen zelfstandig kunnen blijven functioneren.
Ook kan de ergotherapeut adviezen geven hoe om te gaan met de beperktere energie. Het is vaak verstandig om op bepaalde momenten van de dag een rustmoment in te bouwen.

Revalidatiearts
Een revalidatiearts begeleidt kinderen met de SCA-17 en geeft adviezen over therapie mogelijkheden en hulpmiddelen, zoals aangepaste schoenen of spalken om beter te kunnen lopen.

Logopedie
Een logopedist kan adviezen geven hoe jongeren met SCA-17 zo goed mogelijk kunnen praten, waardoor ze verstaanbaar zijn voor andere mensen. Rustig en niet al te hard praten, zorgt er vaak voor dat een kind of volwassene beter verstaanbaar is voor anderen.
Wanneer praten te lastig wordt, kan gekeken worden of het mogelijk is met een spraakcomputer te werken.
De logopedist geeft ook adviezen bij slik- en eetproblemen.

Sondevoeding
Wanneer kinderen onvoldoende in staat zijn om zelf genoeg voeding en vocht binnen te krijgen, dan kan het nodig zijn om kinderen voeding via een sonde te gaan geven. De sonde loopt via de neus en de keel naar de maag toe. Wanneer langere tijd een sonde nodig is, kan er voor gekozen worden om door middel van een kleine operatie een sonde via de buikwand rechtstreeks in de maag aan te brengen. Zo’n sonde wordt een PEG-sonde genoemd. Later kan deze vervangen worden door een zogenaamde mickeybutton.

Voorkom overgewicht
Het is heel belangrijk om overgewicht bij kinderen met SCA-17 te voorkomen. Overgewicht zorgt voor toename van de problemen met bewegen en het bewaren van het evenwicht.

Diëtiste
Een diëtiste kan bekijken of kinderen die problemen hebben met eten of met drinken voldoende calorieën en vocht op een dag binnen krijgen. Zo nodig kan de diëtiste adviseren over speciale voeding of een vitamine preparaat om te zorgen dat kinderen wel voldoende binnen krijgen.

Reflux
Door een lage spierspanning of later juist door een hoge spierspanning kan de zure maaginhoud terugstromen naar de slokdarm, keel of mond wat vervelend is voor kinderen. Door de voeding in te dikken met johannesbroodpitmeel kan de voeding minder gemakkelijk terug stromen van de maag naar de slokdarm. Ook zijn er medicijnen die de maaginhoud minder zuur kunnen maken waardoor de slokdarm minder geprikkeld wordt bij terugstromen van de maaginhoud. Medicijnen die hiervoor gebruikt worden zijn ranitidine en omeprazol, soms esomeprazol. Indien dit allemaal niet voldoende is, kan een operatie nodig zijn waarbij de overgang van de slokdarm naar de maag nauwer wordt gemaakt, waardoor de voeding ook minder gemakkelijk terug kan stromen. Het zal van de conditie van het kind afhangen of een dergelijke operatie een zinvolle behandeloptie is.

Kwijlen
Er bestaan medicijnen die het kwijlen minder kunnen maken. Het meest gebruikte medicijn hierdoor is glycopyrrhonium. Soms wordt gekozen voor het medicijn trihexyfenidyl omdat dit zowel spasticiteit/dystonie als kwijlen kan verminderen.
Ook kan een behandeling van de speekselklieren door middel van botox of door middel van een operatie er voor zorgen dat kinderen minder kwijlen.

Verstopping van de darmen
Het medicijn macrogol kan er voor zorgen dat de ontlasting soepel en zacht blijft en stimuleert de darmwand om actief te blijven. Hierdoor kunnen kinderen gemakkelijker hun ontlasting kwijt. Verder blijft het belangrijk om te zorgen dat kinderen voldoende vocht en vezels binnen krijgen. Soms zijn zetpillen nodig om de ontlasting op gang te krijgen.

Antibiotica
Een deel van de kinderen die vaak terugkerende infecties heeft, heeft baat bij een lage dosering antibiotica om nieuwe infecties te voorkomen. Per kind moeten de voordelen van het geven van de antibiotica worden afgewogen tegen de nadelen ervan (antibiotica doden ook nuttige bacteriën in de darmen).

Melatonine
Wanneer inslapen erg moeilijk is kan het medicijn melatonine helpen om het inslapen beter te laten verlopen. Ook kan dit zorgen voor een algeheel beter slaappatroon gedurende de hele nacht. Er bestaat inmiddels ook een langwerkende vorm van melatonine die meerwaarde kan hebben wanneer kinderen in de nacht meerdere malen wakker worden.

School
Een deel van de kinderen met SCA-17 volgt regulier onderwijs, een ander deel speciaal onderwijs. In het speciaal onderwijs zijn de klassen kleiner en kan het lesprogramma meer afgestemd worden op de mogelijkheden van het kind. Vaak hebben kinderen ondersteunen nodig bij het onthouden en automatiseren. Gesproken teksten kunnen kinderen helpen om de teksten beter te kunnen onthouden. Met het ouder worden nemen de problemen met leren en onthouden vaak toe. Dit kan reden zijn om de overstap naar een ander type onderwijs te moeten maken.

Kwaliteit van leven
Centraal in de behandeling van kinderen met deze aandoening staat het behouden van zo veel mogelijk kwaliteit van leven. Helaas nemen de klachten als gevolg van het hebben van deze aandoening toe in de loop van de jaren en zullen kinderen steeds opnieuw moeten inleveren. Dat is heel moeilijk vooral voor de ouders en de andere kinderen in het gezin. Het kind zelf zal hier zelf steeds minder van mee krijgen. Het is goed als ouders samen met hun andere kinderen en familie al in een vroeg stadium nadenken op wat voor manier zij hun kindje met deze aandoening willen begeleiden. Een maatschappelijk werkende, een psycholoog en verpleegkundigen van de kinderthuiszorg kunnen ouders hierbij helpen.

Begeleiding
Een maatschappelijk werkende of psycholoog kan begeleiding geven hoe het hebben van deze aandoening een plaatsje kan krijgen in het dagelijks leven. Het kost vaak tijd voor kind en ouders om te verwerken dat de toekomstverwachtingen van hun kind er anders uit zullen zien dan gebruikelijk. Veel kinderen en ouders vinden het moeilijk om een balans te vinden hoe om te gaan met de onzekerheid dat de klachten in de toekomst zullen gaan toenemen.

Contact met andere ouders
Door het plaatsen van een oproep op het forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere kinderen en hun ouders met SCA-17.

Wat betekent het hebben van de SCA-17 voor de toekomst?
Toename klachten
Zowel bij kinderen als bij volwassenen nemen de klachten als gevolg van het hebben van SCA-17 in de loop van de jaren toe. Bij jonge kinderen is het tempo van toename van klachten meestal hoger dan bij oudere kinderen en volwassenen. Zowel de problemen met bewegen, als het onthouden en denken nemen toe.

Rolstoel
Enkele jaren na het ontstaan van de eerste klachten zullen kinderen en volwassenen een rolstoel nodig hebben om zich te verplaatsen. Eerst alleen voor het gebruik over langere afstanden, later vaak ook voor kortere afstanden. De problemen met bewegen maken dat lopen te moeilijk en te gevaarlijk wordt.  

Dementie
Het denk- en leervermogen van kinderen en volwassenen met SCA-17 gaat geleidelijk aan achteruit. Kinderen en volwassenen worden geleidelijk aan dement. Voor de familie in de omgeving is dit vaak erg moeilijk om te zien. Kinderen en volwassenen zelf hebben er meestal niet meer zo’n weet van, zij beseffen niet dat ze dement zijn.

Psychose
Een deel van de volwassenen krijgt te maken met een psychose. Dit is een toestand waarbij een volwassene ernstige in de war is en niet normaal na kan denken. Volwassenen kunnen voorwerpen of mensen zien of horen die in werkelijkheid niet bestaan. Ook kunnen volwassenen niet meer weten waar ze zijn of wie ze zijn. Een psychose kan behandeld worden met medicijnen.

Levensverwachting
De levensverwachting van kinderen en volwassenen met SCA-17 is verkort. Gemiddeld is de levensverwachting 20 jaar na het stellen van de diagnose. Dit is een gemiddelde dus voor sommigen is dit korter, voor anderen langer. Overlijden is vaak het gevolg van een ernstige longontsteking of een andere infectie.

Kinderen
Volwassenen met SCA-17 kunnen kinderen krijgen. Kinderen van een volwassene met SCA-17 hebben zelf 50% kans om zelf ook SCA-17 te krijgen. Het aantal CAG/CAA combinaties blijkt vaak toe te nemen in de volgende generatie. Bij vaders met SCA-17 neemt het aantal CAG/CAA-combinaties vaak meer toe dan bij moeders met SCA-17. Dit maakt dat de kans dat het kind meer klachten gaat krijgen dan de ouder zelf vooral bij vaders met SCA-17 groot.

Hebben broertjes en zusjes een vergrote kans om ook SCA-17 te krijgen?
Erfelijke ziekte
Dit hangt er vanaf of een van de ouders ook zelf SCA-17 heeft of een verhoogd aantal CAG/CAA-combinaties heeft in het TBP-gen. In deze situatie hebben broertjes en zusjes tot maximaal 50% kans om zelf ook SCA-17 te krijgen.
Wanneer de ouders zelf geen SCA-17 hebben en een normaal aantal CAG/CAA-combinaties, dan is de kans klein dat een broertje of zusje ook een SCA-17 gaat krijgen.
Een klinisch geneticus kan hier meer informatie over geven.

Prenatale diagnostiek
Wanneer bekend is wel foutje in het erfelijk materiaal SCA-17 veroorzaakt dan is het mogelijk om tijdens een volgende zwangerschap tijdens de zwangerschap door middel van een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest te kijken of dit aanstaande kindje ook SCA-17 zal kunnen krijgen. Het valt nooit precies te voorspellen hoeveel klachten dit kindje zal gaan krijgen.

Preïmplantatie Genetische Diagnostiek (PGD)
Stellen die eerder een kindje hebben gehad met SCA-17 kunnen naast prenatale diagnostiek ook in aanmerking voor preïmplantatie genetische diagnostiek(PGD.) Bij PGD wordt een vrouw zwanger door middel van IVF (In Vitro Fertilisatie). De bevruchting vindt dan buiten het lichaam plaats, waardoor het zo ontstane pre-embryo onderzocht kan worden op het hebben van SCA-17. Alleen embryo’s zonder de aanleg voor SCA-17, komen in aanmerking voor terugplaatsing in de baarmoeder. Voor meer informatie zie  www.pgdnederland.nl.

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

Wilt u ook uw verhaal kwijt, dat kan.: verhalen kunnen gemaild worden via info@kinderneurologie.eu en zullen daarna zo spoedig mogelijk op de site worden geplaatst. Voor meer informatie zie hier

Links
www.ataxie.nl
(Site van patiëntenvereniging ADCA/SCA)

Referenties
1. Molecular mechanisms underlying Spinocerebellar Ataxia 17 (SCA17) pathogenesis.
Yang S, Li XJ, Li S. Rare Dis. 2016;4:e1223580
2. Autosomal dominant cerebellar ataxias: a systematic review of clinical features.
Rossi M, Perez-Lloret S, Doldan L, Cerquetti D, Balej J, Millar Vernetti P, Hawkes H, Cammarota A, Merello M. Eur J Neurol. 2014;21:607-15
3. Spinocerebellar ataxia type 17 is caused by mutations in the TATA-box binding protein.
Zühlke C, Bürk K.Cerebellum. 2007;6:300-7

Laatst bijgewerkt: 11 februari 2017

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.