A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

GABRG2-syndroom

Wat is het GABRG2 syndroom?
Het GABRG2 syndroom is een aandoening waarbij kinderen en/of volwassen last hebben van koortsstuipen en/of epilepsieaanvallen als gevolg van een verandering in een stukje van het erfelijk materiaal wat GABRG2 wordt genoemd.

Hoe wordt het GABRG2 syndroom ook wel genoemd?
Er bestaat nog geen andere naam voor het GABRG2-syndroom. Dit syndroom is vernoemd naar de plaats in het erfelijk materiaal waar een fout aanwezig is. Deze plaats wordt GABRG2-gen genoemd.

Familiaire koortsstuipen type 8
Het foutje in het GABRG2-gen kan zorgen dat kinderen last krijgen van koortsstuipen. Vaak komen in de familie meerdere mensen voor die op de kinderleeftijd last hebben gehad van koortsstuipen. Daarom wordt dit ook wel een familiaire vorm van koortsstuipen genoemd. Er zijn inmiddels verschillende foutjes in het erfelijk materiaal ontdekt die er voor kunnen zorgen dat kinderen gevoeliger zijn voor het krijgen van koortsstuipen. Deze vorm is als 8e vorm als mogelijke oorzaak voor koortsstuipen ontdekt en heeft daarom de toevoeging type 8 gekregen.

GEFS+-syndroom type 3
GABRG2-syndroom staat ook wel bekend het GEFS+-syndroom type 3. Een deel van de kinderen heeft naast koortsstuipen ook last van ander type epilepsieaanvallen. Deze combinatie van koortsstuipen en andere type epilepsieaanvallen wordt ook wel GEFS+ syndroom genoemd. GEFS staat voor de Engelse termen Generalised Epilepsy with Febrile Seizures plus. Febrile Seizures is het Engelse woord voor koortsstuipen. Generalised Epilepsy is de verzamelnaam voor veel andere vormen van epilepsieaanvallen. GEFS+-syndroom kan ook door verschillende foutjes in het erfelijk materiaal veroorzaakt worden. Deze vorm is als derde vorm ontdekt, vandaar de toevoeging type 3.

Childhood absence epilepsie type 2
Een ander deel van de kinderen met dit syndroom heeft alleen last van een bepaalde soort epilepsieaanvallen die absences worden genoemd. Dit zijn aanvallen waarbij kinderen korte tijd (een aantal seconden) staren en geen contact maken en soms knipperen met de ogen of een friemelende beweging met de handen maken. Deze vorm van epilepsie wordt ook wel kinderabsence epilepsie of childhood absence epilepsie genoemd.

Hoe vaak komt het GABRG2-syndroom voor bij kinderen?
Het is niet goed bekend hoe vaak het GABRG2 syndroom bij kinderen voorkomt. Dit syndroom is ook nog maar sinds korte tijd (2001) bekend, waarschijnlijk is nog lang niet bij alle kinderen met dit syndroom bekend dat zij dit syndroom hebben. Geschat dat ongeveer een op de twintig kinderen waarbij koortsstuipen in de familie voorkomt het GABRG2-syndroom heeft.

Bij wie komt het GABRG2syndroom voor?
Het GABRG2 syndroom is al vanaf de geboorte aanwezig. Het kan enige tijd duren voordat een kind klachten krijgt als gevolg van het hebben van dit GABRG2syndroom. Koortsstuipen ontstaan meestal tussen de leeftijd van 6 maanden en 6 jaar. De andere epilepsieaanvallen kunnen op verschillende leeftijden ontstaan.
Zowel jongens als meisjes kunnen het GABRG2 syndroom krijgen.

Wat is de oorzaak van het GABRG2 syndroom?
Fout in erfelijk materiaal
Het GABRG2 syndroom wordt veroorzaakt door een foutje in het erfelijk materiaal van het 5e chromosoom. De plaats van dit foutje wordt GABRG2-gen genoemd.

Autosomaal dominant
Het foutje in het GABRG2-gen is een zogenaamd autosomaal dominant foutje. Dit houdt in dat een foutje in een van de twee chromosomen 5 die een kind heeft al voldoende is om symptomen te krijgen. Dit in tegenstelling tot autosomaal recessieve aandoening, hierbij krijgen kinderen pas klachten wanneer beide chromosomen een fout op dezelfde plek bevatten.

Incomplete penetrantie
Niet iedereen die een foutje in het GABRG2-gen heeft, krijgt ook daadwerkelijk symptomen als gevolg van dit foutje. Dit verschijnsel wordt incomplete penetrantie genoemd. Het foutje in het erfelijk materiaal maakt kinderen gevoeliger voor het krijgen van epilepsie, maar niet iedereen met dit foutje krijgt daadwerkelijk te maken met koortsstuipen en/of epilepsie. Andere factoren, die nog onbekend zijn, bepalen of kinderen last van koortsstuipen en/of epilepsie of niet.

Bij het kind zelf ontstaan
Bij een deel van de kinderen die bekend zijn met het GABRG2-syndroom is het foutje bij het kind zelf ontstaan na bevruchting van de eicel door de zaadcel. Het kind heeft het foutje dan niet geërfd van een van de ouders.

Geërfd van een van de ouders
Er zijn ook kinderen die het foutje geërfd hebben van hun vader of hun moeder die dan zelf ook het GABRG2-syndroom heeft. Het kan zijn dat de vader of moeder zelf last heeft (gehad) van koortsstuipen en/of epilepsie, maar dit hoeft niet het geval te zijn. Niet iedereen met het foutje krijgt namelijk last van koortsstuipen en/of epilepsie. Vaak komen er in de familie wel meerdere mensen voor die last hebben (gehad) van koortsstuipen en/of epilepsie.

GABA-Receptor
Door het foutje in het erfelijk materiaal wordt een bepaald eiwit niet aangemaakt. Dit eiwit heet ook wel de GABA-receptor gamma-2, afgekort als GABRG2.
Dit eiwit is een belangrijk onderdeel van de GABA-A receptor in de hersenen. Een receptor is een soort slotje die door middel van de juiste sleutel in werking gezet kan worden waardoor in de hersenen een bepaalde actie wordt uitgevoerd. Activeren van de GABA-receptor remt hersencellen af en zorgt voor rust in de hersenen. Door de fout in het erfelijk materiaal werkt de receptor niet goed, waardoor de hersenencellen minder afgeremd worden dan gebruikelijk. De hersencellen zijn hierdoor actiever dan gebruikelijk, waardoor gemakkelijker epilepsie kan ontstaan. In geval van een koortsstuip of een epileptische aanval zijn bepaalde hersencellen onbedoeld overmatig actief.  

Wat zijn de symptomen van het GABRG2-syndroom?
Grote variatie
Er bestaat een grote variatie in de hoeveelheid en de ernst van de symptomen die verschillende kinderen en volwassenen met het GABRG2 syndroom hebben. De hoeveelheid klachten die een kind zal gaan krijgen, hangt ook sterk samen met de plaats en het soort foutje in het GABRG2-gen. Het valt van te voren lastig te voorspellen welke kinderen geen of weinig en welke kinderen veel symptomen zullen gaan krijgen. Kinderen die het foutje Q390X hebben, hebben vaak meer symptomen dan kinderen die andere foutjes hebben.
Ook is dit een heel nieuw syndroom. Waarschijnlijk zijn nog niet alle kenmerken van dit syndroom bekend.

Koortsstuipen
Een deel van de kinderen met het GABRG2-syndroom krijgt een of meerdere koortsstuipen. Koortsstuipen zijn epileptische aanvallen die ontstaan wanneer de lichaamstemperatuur snel stijgt, vaak als gevolg van een infectie. Verschillende soorten aanvallen kunnen ontstaan als gevolg van een koortsstuipen: aanvallen met verstijven van de armen en benen, aanvallen met verslappen van de armen en benen en/of aanvallen met schokken in de armen en/of benen. De aanvallen kunnen een of meerdere minuten duren. Kinderen met alleen koortsstuipen hebben geen aanvallen wanneer zij geen koorts hebben. Vaak wordt de koorts pas opgemerkt, wanneer het kind een aanval heeft gehad. Koortsstuipen verdwijnen vaak na de leeftijd van 4 tot 6 jaar.

Epilepsie
Een deel van de kinderen heeft naast koortsstuipen ook aanvallen die ontstaan zonder dat er sprake is van koorts. Deze aanvallen worden epilepsieaanvallen genoemd. Verschillende soorten aanvallen kunnen ontstaan: aanvallen met staren en stil vallen (absences), aanvallen met verstijven van de armen en benen (tonische aanval), aanvallen met verslappen van de armen en benen (atone aanval), aanvallen met kleine schokjes op verschillende plaatsen in het lichaam (myoclonieën) en/of aanvallen met schokken (clonische aanvallen). Kinderen kunnen een soort aanval hebben of verschillende soorten aanvallen naast elkaar. De frequentie van de aanvallen kan erg verschillen, sommige kinderen hebben een keer per jaar een aanval, anderen elke week.
Een klein deel van de kinderen met het GABRG2-syndroom ontwikkeld een moeilijk behandelbaar epilepsie syndroom zoals het Dravet-syndroom of het Lennox-Gastaut syndroom

Ontwikkeling
De meeste kinderen met het GABRG2-syndroom ontwikkelen zich normaal. Zij leren net als andere kinderen kruipen, staan, lopen en praten en doen dit ook op het zelfde moment als kinderen die niet dit syndroom hebben. Kinderen die frequent (vrijwel elke dag) last hebben van epilepsieaanvallen, kunnen zich langzamer ontwikkelen dan hun leeftijdsgenoten.

Leren
Kinderen met het GABRG2-syndroom die alleen koortsstuipen hebben gehad of weinig last hebben van epilepsieaanvallen hebben meestal geen problemen met leren. Zij kunnen regulier onderwijs volgen. Bij kinderen die vaak last hebben van epilepsieaanvallen komen wel vaker problemen met leren voor. Deze kinderen kunnen problemen hebben met bijvoorbeeld lezen of rekenen en vaker herhaling nodig hebben om de geleerde stof te kunnen onthouden.

AD(H)D
AD(H)D komt vaker voor bij kinderen met het GABRG2-syndroom. Zij hebben meer moeite met langere tijd geconcentreerd bezig zijn en zij sneller afgeleid. Sommige kinderen zijn ook erg beweeglijk en hebben moeite met stil zitten. Kinderen met AD(H)D kunnen impulsief reageren, ze reageren meteen zonder eerst even na te denken.

Hoe wordt de diagnose GABRG2 syndroom gesteld?
Verhaal en onderzoek
Wanneer kinderen last hebben van frequent voorkomende koortsstuipen en/of epilepsie dan kan gedacht worden dat er sprake is van een foutje in het erfelijk materiaal als oorzaak voor de koortsstuipen en/of epilepsie. Er bestaan echter veel verschillende foutjes die kunnen zorgen voor koortsstuipen en/of epilepsie, zodat aanvullend onderzoek nodig zal zijn om te ontdekken van welk foutje er sprake is.

Genetisch onderzoek
Door middel van bloedonderzoek kan het erfelijke materiaal, het DNA, worden onderzocht. Wanneer gedacht wordt aan het GABRG2 syndroom omdat dit in de familie voorkomt, dan kan rechtstreeks in het DNA gekeken kijken of er een foutje aanwezig is in het GABRG2-gen.
Vaak zal bij kinderen waarbij nog niet in de familie bekend is dat er sprake is van het GABRG-2 syndroom een uitgebreid genetisch onderzoek worden ingezet waarbij tegelijkertijd meerdere foutjes die allemaal de oorzaak kunnen zijn van koortsstuipen en/of epilepsie onderzocht kan worden. Op deze manier kan ontdekt worden dat er sprake is van het GABRG2-syndroom.

EEG
Kinderen met epilepsie zullen vaak een EEG krijgen om te kijken waar in de hersenen de epilepsie ontstaat. Kinderen met het GABRG2 syndroom zijn vaak op het EEG geen afwijkingen te zien, wanneer kinderen geen aanval hebben gehad tijdens het EEG.
Bij kinderen die frequent last hebben van epilepsieaanvallen kunnen in de loop van de jaren wel afwijkingen worden gezien op het EEG, ook als het kind geen aanval heeft gehad tijdens het EEG.

MRI hersenen
Kinderen met frequent optredende epilepsie aanvallen krijgen vak een MRI scan om te kijken of er bijzonderheden aan de hersenen te zien zijn. Bij kinderen met het GABRG2 syndroom worden meestal geen bijzonderheden gezien op deze MRI-scan. Bij kinderen die frequent last hebben van epilepsieaanvallen, kan het hersenvolume kleiner zijn dan gebruikelijk is op de leeftijd. Ook kan de aanleg van het myelinelaagje rondom de zenuwuitlopers achterlopen ten opzichte van leeftijdsgenoten.

Stofwisselingsonderzoek
Door middel van bloed en urine onderzoek zal bij kinderen met epilepsie gekeken worden of er sprake is van een stofwisselingsziekte. Bij kinderen met het GABRG2 syndroom worden bij dit onderzoek geen bijzonderheden gevonden.

Hoe wordt het GABRG2 syndroom behandeld?
Geen behandeling
Kinderen die als gevolg van het GABRG2-syndroom koortsstuipen hebben en/of weinig frequent last hebben van epilepsieaanvallen, worden meestal niet behandeld met medicijnen om epilepsieaanvallen te voorkomen. In geval van koortsstuipen zijn deze medicijnen namelijk weinig effectief. Daarnaast hebben deze medicijnen ook bijwerkingen en moeten ze elke dag worden ingenomen. Daarom wegen bij kinderen met weinig frequente aanvallen de voordelen van het gebruik van medicijnen, vaak niet op tegen de nadelen van het gebruik van medicijn.

Behandeling met medicijnen
Bij kinderen die frequenter last hebben van epilepsieaanvallen, kan het gebruik van medicijnen er voor zorgen dat kinderen minder vaak en hopelijk helemaal geen last meer hebben van epilepsieaanvallen. Er bestaan veel verschillende soorten medicijnen die er voor kunnen zorgen dat kinderen minder last hebben van epilepsieaanvallen. Het is niet bekend dat er sprake is van een voorkeursmedicijn. Medicijnen die vaker gebruikt worden zijn levetiracetam (Keppra®), natriumvalproaat (Depakine®), lamotrigine (Lamictal®), zonisamide (Zonegran®), topiramaat (Topamax®) en ethosuximide (Ethymal®). Het is niet goed bekend of medicijnen die de werking van de GABA-receptor stimuleren (zoals clobazam, clonazepam, fenobarbital) bij kinderen met deze aandoening minder goed werken.

Andere behandelingen
Bij een deel van de kinderen zal het niet lukken om de epilepsieaanvallen met medicijnen onder controle te krijgen. Er bestaan ook andere behandelingen die een goed effect kunnen hebben op de epilepsie, zoals een ketogeen dieet, een nervus vagusstimulator of een behandeling met methylprednisolon. Ook een combinatie van deze behandelingen met medicijnen die epilepsie onderdrukken kan een goede optie zijn.

School
Epilepsie kan gevolgen hebben voor het leren op school. Daarom zijn er mogelijkheden voor begeleiding op school voor kinderen met epilepsie zodat zij hun leermogelijkheden zo optimaal mogelijk kunnen benutten. Het LWOE heeft veel specifieke ervaring in het begeleiden van kinderen met epilepsie op school. Kinderen met het GABRG2 syndroom hebben vaak extra begeleiding nodig in verband met problemen met bijvoorbeeld de aandacht, concentratie, planning of informatie verwerking.

AD(H)D
Kinderen met AD(H)D hebben vaak behoefte aan een rustige en opgeruimde omgeving in te werken. Het helpt wanneer zij een taak tegelijk hoeven te doen. Het inbouwen van rustpauzes waarin even bewogen kan worden, helpt vaak om daarna met betere aandacht te kunnen werken. Wanneer deze maatregelen geen effect hebben en de problemen met de aandacht en concentratie negatieve gevolgen hebben op de leerontwikkeling, dan kunnen medicijnen ingezet worden (zoals methylfenidaat, dexamfetamine of atomoxetine) om de aandacht en concentratie te verbeteren. Ook hier geldt, dat de voor- en nadelen van het gebruik van medicijnen tegen elkaar afgewogen moet worden. Een kinder- en jeugdpsychiater kan kind en ouders hierin advies en begeleiding geven.

Begeleiding
Een maatschappelijk werkende of psycholoog kan begeleiding geven hoe het hebben van deze aandoening een plaatsje kan krijgen in het dagelijks leven.

Contact met andere ouders
Door middel van een oproepje op het t forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere kinderen en hun ouders/verzorgers die ook te maken hebben met het GABRG2- syndroom.

Wat betekent het hebben van het GABRG2 syndroom voor de toekomst?
Weinig over bekend
Omdat het GABRG2-syndroom nog maar korte tijd bekend is, is niet bekend hoe het beloop van deze aandoening is.

Koortsstuipen
Koortsstuipen verdwijnen vaak spontaan na de leeftijd van 4 tot 6 jaar.

Aanvalsvrijheid
Bij een groot deel van de kinderen lukt het om er voor te zorgen dat de aanvallen al dan niet met medicijnen (bijna) niet meer voorkomen.

Verminderen na de puberteit
Bij de meeste kinderen neemt de aanvalsfrequentie af na de puberteit.

Ontwikkeling
Een deel van de kinderen met een GABRG2 syndroom ontwikkelt zich normaal. Zij kunnen normaal onderwijs volgen. Soms hebben zij wel extra begeleiding nodig in verband met problemen met bijvoorbeeld de aandacht, concentratie, planning of informatie verwerking.

Levensverwachting
Er zijn tot nu toe geen gegevens bekend dat de levensverwachting van kinderen met het GABRG2-syndroom anders is dan die van kinderen zonder dit syndroom.  

Kinderen krijgen
Het is niet bekend of het hebben van dit syndroom van invloed is op de vruchtbaarheid. Vrouwen die last hebben van epilepsieaanvallen en/of medicijnen gebruiken om epilepsieaanvallen te voorkomen, wordt geadviseerd bij zwangerschapswens voordat de vrouw zwanger is contact op te nemen met de gynaecoloog en de neuroloog om samen een plan te maken voor het goed verlopen van de zwangerschap. Het wordt deze vrouwen geadviseerd te bevallen in een ziekenhuis waar een gynaecoloog en neuroloog aanwezig zijn.
Wanneer een volwassene met dit syndroom kinderen krijgt, dan hebben deze kinderen zelf 50% kans om het foutje in het GABRG2-gen te krijgen. Of zij hier last van krijgen of niet valt niet goed te voorspellen. Wanneer deze kinderen wel klachten krijgen, dan kunnen deze klachten even erg, erger of minder erg zijn dan de klachten die de ouder had.  

Hebben broertjes en zusjes een vergrote kans om zelf ook het GABRG2-syndroom te krijgen?
Wanneer een van de ouders zelf het GABRG2-syndroom heeft, dan hebben broertjes en zusjes maximaal 50% kans om zelf ook het foutje in het GABRG2-gen te krijgen. Niet alle kinderen met dit foutje, krijgen daadwerkelijk klachten. De kans dat een broertje of zusje klachten krijgt, is dus kleiner dan deze 50%.
Wanneer het foutje bij het kind zelf ontstaan is en niet overgeërfd is van een van de ouders, dan is de kans heel klein dat broertjes en zusjes ook het foutje in het GABRG2 gen zullen krijgen.
Een klinisch geneticus kan hier meer informatie over geven.

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

Wilt u ook uw verhaal kwijt, dat kan: verhalen kunnen gemaild worden via info@kinderneurologie.eu en zullen daarna zo spoedig mogelijk op de site worden geplaatst. Voor meer informatie zie hier.

Links en verwijzingen
www.epilepsievereniging.nl
(site van epilepsievereniging Nederland)
www.epilepsie.nl
(site van het nationaal epilepsiefonds)
www.epilepsie.net
(site van stichting epilepsienetwerk)

Referenties

  1. De novo GABRG2 mutations associated with epileptic encephalopathies. Shen D, Hernandez CC, Shen W, Hu N, Poduri A, Shiedley B, Rotenberg A, Datta AN, Leiz S, Patzer S, Boor R, Ramsey K, Goldberg E, Helbig I, Ortiz-Gonzalez XR, Lemke JR, Marsh ED, Macdonald RL. Brain. 2017 ;140:49-67
  2. Molecular Pathogenic Basis for GABRG2 Mutations Associated With a Spectrum of Epilepsy Syndromes, From Generalized Absence Epilepsy to Dravet Syndrome. Kang JQ, Macdonald RL. JAMA Neurol. 2016;73:1009-16
  3. Novel GABRG2 mutations cause familial febrile seizures. Boillot M, Morin-Brureau M, Picard F, Weckhuysen S, Lambrecq V, Minetti C, Striano P, Zara F, Iacomino M, Ishida S, An-Gourfinkel I, Daniau M, Hardies K, Baulac M, Dulac O, Leguern E, Nabbout R, Baulac S. Neurol Genet. 2015;1:e35
  4. A novel GABRG2 mutation, p.R136*, in a family with GEFS+ and extended phenotypes. Johnston AJ, Kang JQ, Shen W, Pickrell WO, Cushion TD, Davies JS, Baer K, Mullins JGL, Hammond CL, Chung SK, Thomas RH, White C, Smith PEM, Macdonald RL, Rees MI. Neurobiol Dis. 2014;64:131-141

 

Laatst bijgewerkt 18 augustus 2018

 

Auteur:JH Schieving

 

 

 

 

 

 

 

 

 



 

Epi

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.