A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektenbeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

CDKL5-epilepsie

 

Wat is CDKL5-epilepsie?
CDKL5-epilepsie is een vorm van epilepsie die veroorzaakt wordt door een foutje in het erfelijk materiaal. De plaats van dit foutje in het erfelijk materiaal wordt het CDKL5-gen genoemd.

 

Hoe wordt CDKL5-epilepsie ook wel genoemd?
Kinderen met epilepsie als gevolg van een foutje in het CDKL5-gen kunnen verschillende vormen van epilepsie hebben. Vaak hebben ze een moeilijk behandelbare vorm van epilepsie in combinatie met een ontwikkelingsachterstand en autistiforme kenmerken. Het beeld kan veel lijken op het Rett syndroom, wat veroorzaakt wordt door een ander foutje in het erfelijk materiaal. Daarom wordt het ook wel atypisch Rett-syndroom genoemd.

 

Hoe vaak komt CDKL5-epilepsie voor bij kinderen?
Epilepsie als gevolg van een foutje in het CDKL5-gen is een zeldzame aandoening. Het foutje is nog maar net ontdekt, daarom zal ook nog lang niet bij alle kinderen met een foutje in dit gen, dit foutje daadwerkelijk ontdekt zijn. Hierdoor valt ook nog niet goed aan te geven hoe vaak CDKl-5 epilepsie voorkomt bij kinderen.

 

Bij wie komt CDKL5-epilepsie voor?
Het foutje in het CDKL5-gen is al voor de geboorte aanwezig. De meeste kinderen krijgen al op jonge leeftijd voor hun 1 e verjaardag last van deze vorm van epilepsie en hebben een achterstand in hun ontwikkeling. Een klein deel van de kinderen krijgt pas op later in hun kindertijd last van epilepsie.
Zowel jongens als meisjes kunnen dit foutje in het erfelijk materiaal hebben.

 

Wat is de oorzaak van CDKL5-epilepsie?
Foutje in erfelijk materiaal
De epilepsie wordt veroorzaakt door een foutje in het erfelijk materiaal. Dit foutje wordt het CDKL5-gen genoemd. Het CDKL-5 gen ligt op het zogenaamde X-chromosoom, een van de geslachtschromosomen. Meisjes hebben 2 maal een X-chromosoom, jongens 1 maal. Jongens hebben daarnaast ook nog een Y-chromosoom.

Afwijkend eiwit
Als gevolg van het foutje op het CDKL5-gen wordt een bepaald eiwit niet goed aangemaakt. Dit eiwit heet cyclin-dependent kinase-like 5 ook wel afgekort als CDKL-5. Dit eiwit speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling en aanleg van de hersenen.
Als gevolg van het ontbreken van dit eiwit worden de hersenen anders aangelegd dan gebruikelijk. Hierdoor ontwikkelen kinderen zich trager dan hun leeftijdsgenoten en maken deze hersenen gemakkelijk epilepsie-aanvallen.

 

Wat zijn de symptomen van CDKL5-epilepsie?
Variatie
Niet alle kinderen met een foutje in het CDKL5-gen hebben evenveel problemen. De hoeveelheid en de ernst van de problemen kan sterk verschillen.

Epileptische aanvallen
Bijna alle kinderen met een foutje in het CDKL-5 gen hebben epilepsie aanvallen. Deze epilepsie-aanvallen beginnen vaak al op hele jonge leeftijd wanneer de kinderen een paar maanden oud zijn.
Verschillende soorten epilespie-aanvallen kunnen voorkomen. Een groot deel van de kinderen krijgt salaamkrampen en ontwikkelt het syndroom van West. Andere kinderen hadden meer last van kortdurende schokjes op verschillende plaatsen in het lichaam (myoclonieen) of aanvallen waarbij kortdurend verstijfden (tonische aanvallen), soms gevolgd door schokken (tonisch-clonische aanvallen). Wanneer kinderen ouder worden, kunnen ze het zogenaamde Lennox-Gastaut syndroom ontwikkelen, waarbij ook aanvallen voorkomen waarbij kinderen plotseling helemaal slap worden.

Ontwikkelingsachterstand
Als gevolg van de epilepsie en ook als gevolg van de veranderde aanleg van de hersenen ontwikkelen kinderen met een foutje in het CDKL-5 gen zich langzamer dan hun leeftijdsgenoten. Ze gaan later lachen, rollen, grijpen, zitten, kruipen, staan, lopen en praten dan leeftijdsgenoten. Een deel van de kinderen zal wel leren lopen en praten, een ander deel van de kinderen zal hier niet toe in staat zijn. Dit hangt ook sterk samen met de ernst van de epilepsie. Hoe minder goed de epilepsie onder controle te krijgen is, hoe minder ontwikkelingsmogelijkheden kinderen zullen hebben.

Problemen met zien
Veel kinderen met een foutje in het CDKL-5 gen hebben problemen met zien. Bij een deel van de kinderen is er een probleem met de ogen zelf, maar bij het merendeel van de kinderen zit het probleem in de verwerking van wat er gezien wordt door de hersenen. De hersenen nemen niet waar wat de ogen zien. Kinderen zijn daardoor slechtziend of soms zelfs blind, terwijl er met hun ogen niets aan de hand is. Dit wordt daarom een cerebrale visusstoornis genoemd, het probleem zit in de hersenen (cerebrum), het wordt ook wel afgekort als CVI ( naar de Engelse termen cerebral visual impairment, impairment is beperking).

Autistische kenmerken
Veel kinderen met een foutje in het CDKL-5 gen hebben autistiforme kenmerken. Ze leven in een eigen wereldje en hebben niet altijd behoefte aan contact met andere mensen om hen heen. Ze sluiten zich daarvoor af. Vaak hebben ze een bepaalde bezigheid die ze telkens weer herhalen.

Lage spierspanning
Jonge kinderen met een foutje in het CDKL-5 gen hebben vaak een lage spierspanning. Ze voelen slap aan en moeten goed ondersteund worden wanneer ze opgetild worden. Ze hebben moeite om hun hoofdje op te tillen van de onderlaag.

Spasticiteit
Wanneer kinderen ouder worden kan er spasticiteit ontstaan in de armen en in de benen. Deze voelen stijver aan en de armen en benen kunnen minder gemakkelijk gebogen worden. Het bewegen gaat daardoor moeizamer en ziet er minder soepel uit. Kinderen houden hun armen dan vaak gebogen, hun handen in vuistjes, terwijl de benen juist gestrekt worden of voor elkaar langs gekruist worden.

Groei hoofdje
Kinderen met een foutje in het CDKL-5 gen hebben bij de geboorte vaak een normale hoofdomtrek. Met het ouder worden groeit het hoofdje minder hard dan dat van leeftijdsgenoten. Hierdoor krijgen kinderen verhoudingsgewijs een kleiner hoofdje.

 

Hoe wordt de diagnose CDKL-5 epilepsie gesteld?

Verhaal en onderzoek
Aan de hand van het verhaal van een kind met een moeilijk behandelbare epilepsie vanaf jonge leeftijd in combinatie met een ontwikkelingsachterstand kan de diagnose CDKL5- epilepsie worden vermoedt. Er bestaan echter ook nog veel andere aandoeningen die precies dezelfde problemen kunnen veroorzaken. Daarom zal aanvullend onderzoek nodig zijn om de juiste diagnose te stellen.

EEG

Bij kinderen met epilepsie aanvallen zal een EEG (hersenfilmpje worden gemaakt). Op het EEG kunnen verschillende epileptiforme afwijkingen worden gezien. Deze afwijkingen zijn niet specifiek voor een foutje in het CDKL-5 gen maar kunnen bij allerlei vormen van epilepsie gezien worden. Het EEG kan aanwijzingen laten zien voor het ontstaan van een syndroom van West of een syndroom van Lennox-Gastaut.

Bloedonderzoek
Met behulp van bloedonderzoek kan het foutje in het CDKL-5 gen worden aangetoond. De uitslag van dit onderzoek duurt enkele maanden.

MRI-scan
Bij alle kinderen met een ernstige vorm van epilepsie in combinatie met een ontwikkelingsachterstand zal een MRI-scan van de hersenen gemaakt worden om te kijken of de oorzaak van de epilepsie op te sporen is. Soms is een gebied te zien waar de hersenen minder goed aangelegd zijn. Bij kinderen met een CDKL-5 epilepsie hoeven geen afwijkingen in de hersenen zichtbaar te zijn.

Stofwisselingsonderzoek
Bij kinderen met een ernstige vorm van epilepsie zal meestal ook stofwisselingsonderzoek verricht worden. Hiervoor wordt bloed, urine of hersenvocht onderzocht om te kijken of hier abnormale stofjes of abnormale hoeveelheden van stofjes aanwezig zijn. Soms is het ook nodig om spiercellen of huidcellen te onderzoeken.

Oogarts
De oogarts kan relatief eenvoudig de ogen onderzoeken. De ogen en de hersenen ontstaan uit dezelfde cellen, daarom kunnen afwijkingen die gevonden worden in de ogen soms iets zeggen over afwijkingen die aanwezig zijn in de hersenen. Daarnaast kijkt de oogarts ook of kinderen goed kunnen zien en kan de oogarts adviezen geven over eventuele hulpmiddelen.

 

Hoe worden kinderen met een CKL5-epilepsie behandeld?
Geen genezing
Er bestaat geen behandeling die kinderen met een CDKL-5 epilepsie kan genezen. De behandeling is er op gericht om epileptische aanvallen zo goed mogelijk te onderdrukken en om kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling.

Medicijnen
In eerste instantie zal met medicijnen geprobeerd worden om de epileptische aanvallen te onderdrukken. Er bestaan zeer veel verschillende medicijnen die hiertoe in staat zijn. Afhankelijk van de leeftijd van het kind en het soort aanvallen die het heeft zal voor een bepaald medicijn gekozen worden. Bekend is dat epilepsie als gevolg van een foutje in het CDKL-5 gen niet gemakkelijk te behandelen is. Vaak zijn combinaties van medicijnen nodig. Ook is volledig aanvalsvrijheid vaak niet haalbaar, maar wordt gestreefd naar een acceptabele hoeveelheid medicijnen.

Andere behandelingen
Bij een deel van de kinderen zal het niet lukken om de epilepsie-aanvallen met medicijnen onder controle te krijgen. Er bestaan ook andere behandelingen die een goed effect kunnen hebben op de epilepsie, zoals een ketogeen dieet, een nervus vagusstimulator, een behandeling met ACTH of een behandeling met methylprednisolon. Ook een combinatie van deze behandelingen met medicijnen die epilepsie onderdrukken is goed mogelijk.

Fysiotherapie
Een fysiotherapeut kan adviezen en oefeningen geven hoe ouders hun kind kunnen zo goed mogelijk kunnen tillen en dragen en hoe ze de ontwikkeling van hun kind kunnen stimuleren. Ook kan de fysiotherapeut adviezen geven hoe vergroeiingen van de gewrichten als gevolg van deze verhoogde spierspanning zo veel mogelijk voorkomen kan worden.

Logopedie
Een logopedist kan helpen bij het stimuleren van de taalontwikkeling. Ook kan een logopedist adviezen geven of alternatieve vormen van communiceren zoals communiceren met gebaren of met behulp van plaatjes. Daarnaast kan de logopedist adviezen geven omtrent de slik- en voedingsproblemenproblemen.

Revalidatiearts
De revalidatiearts coördineert de verschillende therapieën voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand en kan adviezen geven voor hulpmiddelen vaak in samenspraak met de ergotherapie. Ook kan de revalidatiearts verwijzen naar bijvoorbeeld een peuter-revalidatiegroep in het revalidatiecentrum waar een aantal kinderen met een ontwikkelingsachterstand samen een dagprogramma volgen en therapie krijgen. Een revalidatiearts kan ook adviezen geven voor een geschikte schoolkeuze.

Oogarts
De oogarts kan zorgen voor hulpmiddelen waarmee een kind zo goed als mogelijk is kan zien.
Ook bestaat er speciale begeleiding voor kinderen met een visuele handicap die allerlei adviezen kunnen hebben voor het kind en zijn ouders of verzorgers. Deze begeleiding kan verzorgd worden door Sensis, Bartimeus of Visio.

Diëtiste
Wanneer kinderen onvoldoende groeien, kan een diëtiste kijken hoe met energieverrijkte voeding toch voor een voldoende groei kan worden gezorgd.

Sondevoeding
Wanneer drinken ondanks een speciale speen niet goed lukt of te veel energie kost, kan het nodig zijn om een deel van de voeding te geven via een sonde. De sonde loopt via de neus en de keel naar de maag toe. Wanneer langere tijd een sonde nodig is, kan er voor gekozen worden om door middel van een kleine operatie een sonde via de buikwand rechtstreeks in de maag aan te brengen. Zo’n sonde wordt een PEG-sonde genoemd.

Reflux
Terugstromen van voeding en zuur vanuit de maag naar de slokdarm kan spugen veroorzaken en irritatie van de slokdarm veroorzaken. Reflux wordt daarom vaak behandeld met medicijnen die de maaginhoud minder zuur maken en medicijnen die er voor zorgen dat de maag sneller leeg loopt in de richting van de darmen. Wanneer deze behandelingen onvoldoende helpen tegen reflux, is het soms nodig een operatie te verrichten waarbij de ingang van de maag nauwer gemaakt wordt, zodat de inhoud van de maag minder snel terug kan stromen naar de slokdarm.

Spasticiteit

Er bestaan ook diverse medicijnen die de verhoogde spierspanning en spasticiteit kunnen verminderen. Het meest gebruikte medicijn hiervoor is baclofen. Er wordt gezocht naar een dusdanige dosering baclofen waarbij de spierspanning verlaagd wordt zodat bewegen makkelijker wordt zonder dat de spieren te slap worden. Er bestaan ook andere medicijnen die spierspanning kunnen verlagen zoals dantrium, Artane, benzodiazepines of botulinetoxine-injecties.

Orthopeed

Bij ernstige spasticiteit kan een orthopeed een behandeling verrichten waardoor de gevolgen van de spasticiteit verminderen.

Infecties

Bij kinderen met terugkeren infecties kan een lage dosis antibiotica helpen om infecties te voorkomen.

Epilepsiecentrum
In een epilepsiecentrum kunnen kinderen tijdelijk opgenomen worden wanneer ze zo veel epilepsie hebben dat dit voortdurend bijstelen

Begeleiding
Begeleiding en ondersteuning van ouders van een kind met epilepsie als gevolg van een foutje in het CDKl-5 gen is heel belangrijk. Door het plaatsen van een oproepje op het forum van deze site of via de epilepsieplusvereniging kunnen ouders in contact komen met andere ouders met dezelfde aandoening of met andere aandoeningen die vergelijkbare problemen geven. Een maatschappelijk werkende of een psycholoog kan begeleiding geven bij het verwerken van de diagnose en om de ziekte een plaats te geven in het leven.

 

Wat betekent het hebben van CDKl-5 epilepsie voor de toekomst?

Moeilijk behandelbare epilepsie
Epilepsie als gevolg van een foutje in het CDKl-5 gen is vaak moeilijk behandelbare epilepsie. Veel kinderen zullen last blijven houden van epilepsie aanvallen.
Het foutje in het CDKl-5 gen is nog niet heel lang geleden ontdekt, dus er is nog niet heel veel bekend over het verloop van de epilepsie op oudere leeftijd.

Ontwikkelingsachterstand
De meeste kinderen met epilepsie als gevolg van CDKl-5 hebben een ontwikkelingsachterstand. De ernst van deze ontwikkelingsachterstand kan variëren. Sommige kinderen kunnen met wat aanpassingen een zelfstandig leven leiden. Een groot deel zal uiteindelijk afhankelijk blijven van hulp en in een woonvoorziening gaan wonen.

Levensverwachting
De levensverwachting van kinderen met een CDKL-5 epilepsie hangt sterk samen met de ernst van de epilepsie en de ontwikkelingsachterstand. Bij kinderen met een zeer ernstige vorm van epilepsie en een ernstige ontwikkelingsachterstand kan de levensverwachting beperkt zijn. Kinderen komen dan te overlijden als gevolg van een niet te behandelen status epilepticus of als gevolg van een terugkerende longontstekingen.
Kinderen met epilepsie die redelijk onder controle is en met een voortgaande ontwikkeling, hebben een normale levensverwachting.

Hebben broertjes en zusjes een vergrote kans om CDKL-5 epilepsie te krijgen?
Foutje in erfelijk materiaal
De meeste kinderen met een CDKL-5 epilepsie hebben dit foutje niet overgeerfd van een van de ouders. Het foutje is bij het kind zelf ontstaan. In deze situatie hebben broertjes en zusjes nauwelijks kans om zelf ook CDKL-5 epilepsie te krijgen.
Een klinisch geneticus kan hier meer over vertellen.

 

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

 

Links
www.epilepsievereniging.nl
www.epilepsie.nl
www.epilepsie.net

 

Referenties
1. Mutational spectrum of CDKL5 in early-onset encephalopathies: a study of a large collection of French patients and review of the literature. Nemos C, Lambert L, Giuliano F, Doray B, Roubertie A, Goldenberg A, et al. Clin Genet. 2009;76:357-71
2. Clinical and electroencephalographic features in patients with CDKL5 mutations: two new Italian cases and review of the literature. Pintaudi M, Baglietto MG, Gaggero R, Parodi E, Pessagno A, Marchi M, Russo S, Veneselli E. Epilepsy Behav. 2008;12:326-31.
3. Key clinical features to identify girls with CDKL5 mutations. Bahi-Buisson N, Nectoux J, Rosas-Vargas H, Milh M, Boddaert N, et al. Brain. 2008;131:2647-61.

 

Laatst bijgewerkt: 12 december 2009

 

Auteur:JH Schieving

 

 

 

 

 

 

 

 

 



 

Epi

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.