A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Cerebrale visusstoornis

 

Wat is een cerebrale visusstoornis?

Een cerebrale visusstoornis is een aandoening waarbij kinderen of volwassenen problemen hebben met zien doordat de hersenen de signalen die ze krijgen van de ogen niet goed kunnen verwerken. Het probleem met het zien zit dus in de hersenen en niet in de ogen zelf.

 

Hoe wordt een cerebrale visusstoornis ook wel genoemd?

Een cerebrale visusstoornis wordt ook wel CVI genoemd.
CVI staat voor de Engelse woorden Cerebral Visual Impairment. Cerebraal geeft aan dat de oorzaak van het probleem met zien in de hersenen zit, visus is het medische woord voor zien. Impairment is het Engelse woord voor beperking. In het Nederlands wordt deze term ook wel vertaald als cerebrale visuele beperking.

Soms wordt ook de term cortical visual impairment gebruikt. De term cortical betekent hersenschors. Dit geeft aan dat het probleem meestal in de hersenschors zit. Dit hoeft echter niet het geval te zijn, zodat de term eigenlijk niet juist is.

 

Hoe vaak komt een cerebrale visusstoornis voor bij kinderen?

Cerebrale visusstoornis komt ongeveer bij een op de 3000 kinderen voor. Waarschijnlijk is dit nog een onderschatting, omdat bij kinderen met een milde vorm van een cerebrale visusstoornis de diagnose meestal niet gesteld zal zijn.

 

Bij wie komt een cerebrale visusstoornis voor?

Cerebrale visusstoornis komt voor bij kinderen waarbij de hersenen anders aangelegd zijn dan gebruikelijk, bij kinderen met een stofwisselingsziekte waardoor de hersenen anders functioneren of bij kinderen met een hersenbeschadiging als gevolg van een ongeluk, een hersenbloeding, een hersentumor of een infectie/ontsteking van de hersenen.
Een cerebrale visusstoornis kan dus vanaf de geboorte aanwezig zijn, maar ook pas op latere leeftijd ontstaan.
Zowel jongens als meisjes kunnen een cerebrale visusstoornis krijgen.

 

Wat is de oorzaak van een cerebrale visusstoornis?

Probleem van de hersenen

Een cerebrale visusstoornis ontstaat wanneer de hersenen anders werken dan gebruikelijk. Hiervoor kunnen veel verschillende oorzaken zijn: een aanlegstoornis van de hersenen bijvoorbeeld als gevolg van een syndroom of een beschadiging van de hersenen door een ongeluk, infectie, hersenbloeding, herseninfarct, zuurstoftekort rondom de geboorte, infectie, hersentumor of stofwisselingsziekte.

Ogen en hersenen

Om goed te kunnen zien, zijn zowel ogen als hersenen nodig. De ogen vangen het licht op met het netvlies. Vanaf het netvlies gaat het signaal via zenuwen helemaal naar de achterkant van de hersenen toe. Daar wordt het signaal verwerkt zodat een kind bewust wordt dat het iets ziet. Bij een afwijkende hersenaanleg of bij een beschadiging van de hersenen kunnen de signalen die deze zenuwen moeten doorgeven aan de hersenen verstoord raken. De signalen komen dan vervormd aan of juist vertraagd of soms helemaal niet meer aan in de hersenen.

Hersenen betrokken bij zien

Het stukje hersenen dat helemaal aan de achterkant ligt, bij het achterhoofd verwerkt de signalen van de ogen. Dit stukje van de hersenen wordt occipitale hersenschors genoemd. Dit stuk van de hersenen kan weer opgedeeld worden in verschillende delen die elk een eigen functie hebben. Zo zijn er stukjes die licht en donker waarnemen, stukjes die kleuren waarnemen, stukjes die beweging waarnemen, stukjes die zorgen voor diepte zien, stukjes die de vormen waarnemen en nog veel meer stukjes met andere functies. Er zijn dus stukjes hersenen die een eenvoudige functie hebben (het is licht of het is donker) en ook stukjes die een moeilijker functie hebben (dit voorwerp staat dichterbij dan dat voorwerp). Bij kinderen met een cerebrale visusstoornis verlopen die eenvoudige functies vaak nog wel goed, maar verlopen de moeilijkere taken van de hersenen niet goed. Kinderen kunnen hierdoor moeite hebben met diepte zien of met ruimtelijk inzicht.

Andere delen van de hersenen

Om goed te kunnen zien, worden de signalen die aankomen aan de achterkant in de hersenen (dus in de occipitale schors) weer door gegeven aan andere delen van de hersenen. Zo gaat er informatie naar de slaapkwab (ook wel temporaal kwab genoemd) waar allerlei geheugenfuncties liggen. Op deze manier kunnen kinderen onthouden wat ze gezien hebben en zich oriënteren in de ruimte. Deze route wordt ook wel de “wat” route genoemd, omdat kinderen hun geheugen nodig hebben om te herkennen wat ze zien.
Ook gaat er informatie naar de zogenaamde parietaal kwab. Dit is belangrijk voor de ruimtelijke oriëntatie en de driedimensionale vorm van voorwerpen. Deze route wordt ook wel de waar route genoemd, omdat kinderen dit deel van hun hersenen nodig hebben om te kunnen zien waar een voorwerp zich bevindt en waar de voorkant is en waar de achterkant.

Verzamelterm

Cerebrale visusstoornis is een verzamelterm voor alle problemen met zien die worden veroorzaakt door een probleem in de hersenen vanaf het punt waar de oogzenuwen elkaar kruizen (dit wordt ook wel chiasma genoemd) tot aan de achterkant van de hersenen (de occipitale hersenschors). Per kind kan de plaats van de beschadiging verschillen en ook de mate van beschadiging, waardoor kinderen verschillende klachten zullen hebben. Het woord cerebrale visusstoornis is dus een verzamelterm.

 

Wat zijn de symptomen van een cerebrale visusstoornis?

Variatie

Er bestaat een grote variatie in de hoeveelheid en ernst van de symptomen die kinderen met een cerebrale visusstoornis hebben. Het ene kind heeft last van dit symptoom, het andere kind van een heel ander symptoom. Dit hangt ook samen met de plaats van de hersenbeschadiging en de mate van ernst van de hersenbeschadiging.

Geen zichtbare symptomen

Het valt soms helemaal niet op dat een kind een cerebrale visusstoornis heeft. Het kind kijkt gewoon, de ogen bewegen normaal en het kind kan ook voorwerpen zien staan.

Slechtziend

Bij een ander deel van de kinderen valt wel op dat ze slechtziend zijn. Ze kunnen bijvoorbeeld grote voorwerpen wel zien, maar kleine en fijne voorwerpen niet. De mate van slechtziendheid kan uitgedrukt worden in een getal tussen 0 en 1, hoe lager het getal hoe erger de slechtziendheid. Een groot deel van de kinderen met een cerebrale visusstoornis heeft een zicht wat kleiner is dan 0,3. Soms wordt ook gesproken van een percentage. Kinderen die normaal kunnen zien hebben een visus van 1 wat hetzelfde is als 100%. Kinderen met een visus van 0,3 zien dan dus 30% van wat kinderen die normaal kunnen zien waarnemen.

Iemand kort aankijken

Een groot deel van de kinderen met een cerebrale visusstoornis kijken andere mensen maar kort aan en kijken dan weer weg om te verwerken wat ze gezien hebben. Ze kunnen andere mensen niet te lang aankijken, omdat ze dan te veel overspoeld worden door prikkels waardoor ze niet meer goed kunnen zien. Kinderen kunnen het ook lastig vinden om te weten waar ze naar toe moeten kijken wanneer ze met iemand praten. Het is voor hen lastig om de juiste richting te bepalen waarnaar gekeken moet worden.

Moeite met gezichten herkennen

Kinderen met een cerebrale vissustoornis hebben vaak moeite met het herkennen van gezichten. Ze herkennen andere mensen vaak beter aan hun stemgeluid, manier van lopen of aan hun geur. Ook vinden kinderen met een cerebrale visusstoornis het vaak lastig om te zien of iemand nu lacht, boos kijkt of verdrietig is.

Moeite met onthouden wat gezien is

Kinderen met een cerebrale visusstoornis hebben vaak problemen om te onthouden wat ze gezien hebben. Jonge kinderen kunnen moeite hebben met onthouden van hoe cijfers en letters eruit zien.

Wisselingen in de mate van slechtziendheid

Kenmerkend voor een cerebrale visusstoornis is, dat kinderen in een rustige opgeruimde omgeving veel beter kunnen zien, dan in een drukke omgeving waarin ze veel slechter kunnen zien. Ook kunnen kinderen beter zien wanneer ze uitgerust zijn, dan wanneer ze moe, gespannen of ziek zijn.

Angst om te bewegen

Kinderen met een cerebrale visusstoornis kunnen problemen hebben met diepte zien of met het houden van overzicht. Kinderen die moeite hebben met diepte zien durven bijvoorbeeld niet goed van de trap af te lopen of van een stoeprand af te stappen omdat zij niet kunnen waarnemen waar ze omlaag moeten stappen.
Kinderen die moeite hebben met het houden van overzicht kunnen prima zien in een bekende rustige omgeving, maar kunnen niet goed zien in een drukke, bewegende, onbekende omgeving omdat ze het overzicht van de situatie niet kunnen waarnemen.
Hierdoor durven kinderen in een drukke, bewegende onbekende omgeving niet goed te bewegen, zoals bijvoorbeeld fietsen op straat.

Gezichtsvelduitval

Een deel van de kinderen heeft gezichtsvelduitval. Dat wil zeggen dat ze een deel van het beeld niet kunnen zien. Ze zien bijvoorbeeld alleen de rechterkant van een gezicht, maar niet de linkerkant. De linker gezichtshelft is dan uitgevallen. Soms gaat het om een hele helft, soms om een deel van de helft. Kinderen zullen dan hun hoofd moeten draaien om toch de linkerkant van het gezicht te kunnen zien. Ook kan het voorkomen dat kinderen de onderkant van een gezicht niet kunnen zien, maar de bovenkant wel.

Schokkende oogbewegingen

Bij een deel van de kinderen met een cerebrale visusstoornis bewegen de ogen niet vloeiend, maar schokkerig. Dit schokkerig bewegen van de ogen wordt een nystagmus genoemd.

Te veel prikkels

Kinderen met een cerebrale visusstoornis kunnen ook gevoelig zijn voor het krijgen van te veel prikkels vanuit de omgeving (te veel geluid, te veel te zien). Door te veel prikkels kan een kind blokkeren en nog minder zien dan in een rustige omgeving. Wanneer een kind uitgerust is en in een rustige omgeving is, kan het meer zien dan wanneer het kind vermoeid is en in een drukke omgeving is.

Gedrag

Kinderen met een cerebrale visusstoornis kunnen gemakkelijk overprikkeld raken. Kinderen die overprikkeld raken, zijn vaak snel geïrriteerd, huilen snel of zijn snel boos zonder dat de mensen in hun omgeving begrijpen waarom dit het geval is.

Vermoeidheid

Het kost kinderen met een cerebrale visusstoornis veel energie om te kunnen zien. De energie is daarom eerder op en kinderen kunnen hierdoor gemakkelijker vermoeid zijn.

Melatonine

Kinderen met een cerebrale visusstoornis kunnen meer moeite hebben om in slaap te vallen ’s avonds omdat de aanmaak van het stofje melatonine wat nodig is om in slaap te kunnen vallen, voor een deel geregeld wordt door het waarnemen van licht en donker.

Andere problemen

De hersenbeschadiging kan naast de problemen met zien ook zorgen voor andere problemen zoals problemen met horen, bewegen, praten, voelen of onthouden. Deze problemen komen dus vaker voor bij kinderen met een cerebrale visusstoornis.
Wanneer kinderen voor de leeftijd van een jaar een hersenbeschadiging hebben gekregen, dan worden deze problemen vaak samengevat onder de term cerebrale parese (CP). Wanneer de problemen ontstaan na de leeftijd van een jaar dan worden deze problemen vaak samengevat onder de term niet aangeboren hersenletsel (NAH).

 

 

Hoe wordt de diagnose cerebrale visusstoornis gesteld?

Verhaal en onderzoek

Op grond van het verhaal van een kind met een hersenafwijking die problemen heeft met zien in een drukke omgeving of met het zien van diepte, kan worden vermoed dat er sprake is van een cerebrale visusstoornis.

Oogarts

Een oogarts kan beoordelen hoeveel een kind kan zien en kan kijken of het probleem van slechtziendheid ligt in de ogen, de oogzenuwen of in de hersenen. Ook kan de oogarts bepalen hoe het gezichtsveld van een kind is. Vaak zijn veel verschillende onderzoeken nodig en worden deze onderzoeken verricht door een optometrist.
Bij jonge kinderen is het lastig om te bepalen wat een kind kan zien, oudere kinderen kunnen al beter mee werken aan de testjes die nodig zijn.

VISIO, Bartimeus

VISIO en Bartimeus zijn instellingen die werken met mensen die slechtziend of blind zijn. Zij hebben ook veel mogelijkheden om te kunnen vast stellen of er sprake is van slechtziendheid, in welke mate en of er problemen zijn met het waarnemen van beweging, diepte of ruimtelijke verhoudingen.

MRI van de hersenen

Bij kinderen met een cerebrale visusstoornis wordt vaak een MRI van de hersenen gemaakt om te kijken of er sprake is van een aanlegstoornis van de hersenen of van een hersenbeschadiging die verklaard waarom er sprake is van een cerebrale visusstoornis.
Soms zijn de afwijkingen te klein om te kunnen zien op de MRI.

VEP

Een VEP is een onderzoek waarbij gekeken kan worden hoe snel een lichtpikkel aan komt aan de achterkant van de hersenen. Op die manier kan gekeken worden of het signaal van de ogen op tijd aan komt aan de achterkant van de hersenen.

ERG
Een ERG is een onderzoek waarbij de functie van het netvlies onderzocht kan worden. Dit is voor jonge kinderen vaak een te belastend onderzoek. Dit onderzoek zal ook alleen nodig zijn, wanneer er aanwijzingen zijn dat er problemen zijn met het functioneren van het netvlies.

Ergotherapeut

Een ergotherapeut kan door middel van onderzoek ook een indruk geven hoe kinderen omgaan met voorwerpen in de ruimte en tegen welke problemen kinderen aanlopen als gevolg van de problemen met zien.

Neuropsychologisch onderzoek

Een neuropsychologisch onderzoek is een onderzoek waarbij kinderen allemaal testjes moeten uitvoeren om te kijken hoe allerlei verschillende onderdelen van de hersenen werken. Er bestaan ook speciale testjes om te kijken hoe de hersenen om gaan met het zien. Zo kan gekeken worden of er problemen zijn met het vinden van een voorwerp, met de ruimtelijke oriëntatie, met het onthouden van visuele informatie en hoe snel de hersenen visuele informatie kunnen verwerken.
Ook wordt gekeken hoe andere delen van de hersenen werken. Dit is belangrijk voor het geven van adviezen hoe kinderen kunnen compenseren voor de problemen die zij hebben met zien.

 

Hoe worden kinderen met een cerebrale visusstoornis behandeld?

Behandelen onderliggende aandoening

Wanneer het mogelijk is, zal er voor gekozen worden om de aandoening die de hersenen beschadigd te behandelen met als doel dat daarna het zien weer beter verloopt. Heel vaak is dit niet mogelijk, maar dit kan wel mogelijk zijn bij kinderen die een cerebrale visusstoornis hebben als gevolg van een infectie of ontsteking van de hersenen. Door behandeling van de infectie en/of de ontsteking van de hersenen kan de cerebrale visusstoornis geleidelijk aan verbeteren.

Leren omgaan met de gevolgen

Vaak is er niet iets te doen aan de oorzaak van de cerebrale visusstoornis. Dan bestaat de behandeling eruit om kinderen zo goed mogelijk te leren omgaan met de gevolgen van de cerebrale visusstoornis.

Bril

Een deel van de kinderen heeft naast de cerebrale visusstoornis ook nog een afwijking van de ooglens. Het is belangrijk om dit te compenseren met een bril, zodat kinderen zo optimaal mogelijk kunnen zien.
Ook kinderen die geen afwijking hebben van de ooglens, kunnen soms beter functioneren met een bril met sterke +-glazen. Deze bril is dan eigenlijk een soort loep die alle beelden vergroot, waardoor sommige kinderen met een cerebrale visusstoornis beter kunnen zien.

Andere hoek

Kinderen met cerebrale visusstoornis en gezichtsvelduitval kunnen bepaalde delen van en voorwerp niet zien. Zo kunnen ze iets niet zien wanneer ze naar beneden kijken, maar wel zien als ze omhoog kijken. Het kan dus helpen om voorwerpen hoger te houden zodat kinderen dan wel kunnen zien.

Oefenen

Kinderen met een cerebrale visusstoornis kunnen leren om beter te kunnen zien door veel te oefenen. Oefenen met kijken naar een voorwerp, oefenen met de ooghand coördinatie, oefenen met de oriëntatie, oefenen met het waarnemen van voorwerpen. Oefenen gaat vaak spelenderwijs. Speelgoed met felle kleuren (vooral rood en geel) en speelgoed wat licht geeft in een donkere omgeving trekt vaak de aandacht van jonge kinderen met een cerebrale visusstoornis.
Er bestaan tegenwoordig leuke spelletjes voor op de ipad die kunnen helpen bij het oefenen. Het is belangrijk om een vaardigheid te oefenen en wanneer dit lukt dan de volgende vaardigheid te oefenen en niet van alles door elkaar heen.

Compensatiestrategie

Kinderen die problemen hebben met zien, gaan vaak meer gebruik maken van hun andere zintuigen zoals het gehoor of het gevoel. Door goed te luisteren kunnen kinderen zich beter oriënteren. Ook kunnen kinderen via hun gevoel leren zich te oriënteren.

VISIO, Bartimeus
VISIO en Bartimeus zijn twee grote instellingen de veel ervaring hebben in het begeleiden van kinderen en volwassenen die een probleem hebben met zien. Zij kunnen kind en ouders adviezen geven en ondersteuning geven hoe zo goed mogelijk om te gaan met de cerebrale visusstoornis.

Rustige omgeving

Kinderen met een cerebrale visusstoornis kunnen vaak beter zien in een rustige omgeving. Een omgeving met rustige kleuren en kleuren met een groot contrast (zwart en wit of juist fel rood met zwart en fel geel met zwart) en met weinig afleidende geluiden. Ook is het belangrijk dat er niet te veel voorwerpen in de kamer staan of op het bureau of werkblad.
Om kinderen te helpen waar te nemen waar een afstap is, kunnen bijvoorbeeld de rand van de traptreden een andere opvallende kleur (geel of rood) krijgen.

Extra tijd

Het helpt om kinderen met een cerebrale visusstoornis extra tijd te geven om te kunnen zien. Dit vraagt vaak geduld van de mensen in de omgeving. Ook is het belangrijk om niet allerlei taken te gelijk te doen, een taak tegelijk werkt vaak het beste.

Herhaling

Kinderen met een cerebrale visusstoornis hebben vaak behoefte aan herhaling om voorwerpen of plaatjes te herkennen en te kunnen onthouden.

Hulpmiddelen

Een deel van de kinderen heeft baat bij hulpmiddelen zoals een loep die maakt dat een voorwerp of een stuk tekst er groter uit ziet waardoor het gemakkelijker is om het te kunnen zien. Of een lamp die zorgt dat er voldoende licht is om te kunnen zien. Bij het lezen helpt het om te zorgen voor voldoende contrast tussen de letters of het plaatje en de achtergrond, dus het beste zijn vaak zwarte letters op een witte achtergrond. Er bestaan horloges die de tijd zeggen zodat kinderen kunnen horen hoe laat het is.
Veel boeken zijn te krijgen als luisterboek. Internetpagina’s op de computer kunnen steeds vaker voorgelezen worden. Er bestaat een App voor de Ipad (lightbox) waarbij de ipad een witte heldere achtergrond geeft die zorgt voor groot contrast wanneer er plaatjes opgelegd worden. Ook is er een app daisylezer die tijdschriften en boeken kan voorlezen.

School

Kinderen met een cerebrale visusstoornis kunnen regulier onderwijs volgen vaak met begeleiding vanuit een cluster I school. Op school kunnen dan aanpassingen gemaakt worden zoals boeken met grote letters, het werken op een computer die de letters en zinnen vergroot en met goed contrast aanbiedt, het aanbieden van gesproken lesstof, extra tijd voor toetsen of het inbouwen van regelmatige pauzes. Om niet te veel afgeleid te worden door geluiden uit de omgeving kunnen kinderen een koptelefoon dragen of een afscherming rondom hun tafel hebben waardoor geluiden er minder gemakkelijk doordringen.
Per kind zal gekeken worden welke aanpassingen nodig zijn.
Soms volgen kinderen onderwijs op een cluster I school, een school die helemaal aangepast is aan kinderen met problemen met zien. Nadeel is vaak dat deze scholen meestal niet in de buurt van het huis van het kind zijn.
Wanneer kinderen naast de problemen met zien ook nog andere problemen hebben als gevolg van hun hersenbeschadiging (bijvoorbeeld problemen met bewegen of met praten) kan soms een andere school beter zijn zoals een cluster 3 school.

Ergotherapie

Een ergotherapeut kan met kinderen oefenen hoe ze bepaalde taken die lastig voor hen zijn toch zo goed mogelijk kunnen uitvoeren. Zoals het vinden van kleren in de kast, het dekken van de tafel of het lopen naar school. Ook kan een ergotherapeut adviezen geven over speelgoed wat uitdagend is voor kinderen met een cerebrale visusstoornis. Vaak is speelgoed met felle kleuren (rood of geel) waarbij onderdelen kunnen bewegen en waarbij er gevoeld kan worden het meest interessant voor jonge kinderen met een cerebrale visusstoornis. Ook bestaan er spelletjes op de ipad met veel contrast tussen een plaatje en de achtergrond (bijvoorbeeld rood en zwart) waarbij kinderen kunnen oefenen in het kijken en er op een actie een reactie volgt.

Voldoende rust

Kinderen die uitgerust zijn, kunnen beter zien dan kinderen die vermoeid zijn. Het is daarom voor kinderen met een cerebrale visusstoornis belangrijk om regelmatig een rustpauze in te bouwen. Ook is het belangrijk om voldoende slaap te krijgen, door op tijd te gaan slapen.

Melatonine

Wanneer het moeilijk is om in slaap te vallen, dan melatonine in tablet vorm genomen worden, meestal een half tot een uur voor het slapen gaan, soms vroeger, om zo gemakkelijker in slaap te kunnen vallen.

Begrip

Het helpt kinderen met een cerebrale visusstoornis wanneer ze begrip krijgen dat zien en kijken voor hen niet gemakkelijk is. Dat het niet aankijken van een persoon of slechts het kort aan kijken van een persoon geen onwil is, maar een manier om niet overprikkeld te raken. Dat kinderen meer tijd nodig hebben om iets te kunnen zien of te kunnen overzien.
Begrip kan zorgen dat een kind met een cerebrale visusstoornis zich meer op zijn of haar gemak voelt, waardoor het zien juist beter zal gaan.
Er bestaan ook speciale buttons die kinderen die dat willen kunnen dragen, zodat andere mensen kunnen zien dat zij een cerebrale visusstoornis hebben.

Begeleiding

Een maatschappelijk werkende of een psycholoog kan kinderen en hun ouders helpen in het omgaan met het verwerken van het hebben van een cerebrale visusstoornis.

Contact met andere ouders

Door het plaatsen van een oproepje op het forum van deze website kunt u proberen in contact te komen met andere kinderen en hun ouders of verzorgers die ook te maken hebben met een cerebrale visusstoornis.

 

Wat betekent het hebben van een cerebrale visusstoornis voor de toekomst?

Blijvende problemen

Bij de meeste kinderen blijft de cerebrale visusstoornis bestaan en wordt deze niet erger maar ook niet beter. Wel kunnen kinderen leren om beter om te gaan met hun cerebrale visusstoornis zodat ze er minder door gehinderd worden.
Kinderen die een hersenaandoening hebben, waarbij de hersenen steeds slechter gaan functioneren (bijvoorbeeld als gevolg van een stofwisselingsziekte) kunnen in toenemende mate last krijgen van een hun cerebrale visusstoornis.

Verbetering

Kinderen die een cerebrale visusstoornis hebben gekregen als gevolg van een infectie, ontsteking, bloeding, ongeval of tumor kunnen ook merken dat ze geleidelijk aan minder last hebben van hun cerebrale visusstoornis omdat de hersenen geleidelijk aan weer herstellen of omdat andere delen van de hersenen deze functie van de beschadigde hersenen over gaan nemen. Vaak kost dit wel vele maanden tijd.

Slechter zien op oudere leeftijd

Veel volwassenen gaan geleidelijk aan slechter zien vanwege hun toenemende leeftijd, ze kunnen niet meer zo goed dichtbij zien of krijgen last van staar. Dit is een normaal verschijnsel. Dit zal dus ook gebeuren bij volwassenen met een cerebrale vissusstoornis. Bij volwassenen met een cerebrale visusstoornis heeft een kleine verandering grotere gevolgen dan voor mensen die voorheen normaal konden zien, omdat zij minder goed kunnen compenseren.

 

Hebben broertjes en zusjes een vergrote kans om zelf ook een cerebrale visusstoornis te krijgen?
Het hangt van de oorzaak van de cerebrale visusstoornis af of broertjes en zusjes zelf ook kans hebben om een cerebrale visusstoornis te krijgen. Wanneer de oorzaak van de cerebrale visusstoornis komt door zuurstoftekort rondom de geboorte of door een ongeval dan zullen broertjes en zusjes geen verhoogde kans hebben om zelf ook een visusstoornis te krijgen.

Wanneer de oorzaak van de hersenaandoening een erfelijke aandoening is, dan kunnen broertjes en zusjes wel een verhoogde kans hebben om zelf een cerebrale visusstoornis te krijgen. Een klinisch geneticus kan daar mee informatie over geven.

 

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

 

Links
www.bartimeus.nl
(expertisecentrum voor mensen met een visuele beperking in Nederland)
www.visio.org
(expertisecentrum voor slechtziende en blinde mensen in Nederland)

 

Referenties

 

Auteur: JH Schieving

 

Laatst bijgewerkt: 11 augustus 2014

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.