A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektenbeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Tics

 

Wat zijn tics?

Tics zijn plotselinge, snelle, kortdurende onbedoelde en terugkerende, niet ritmische bewegingen of geluidjes.

 

Hoe worden tics ook wel genoemd?

Er is niet direct een andere naam voor tics.

Motore en vocale tics
Er wordt onderscheid gemaakt tussen tics die bestaan uit bewegingen en tics die bestaan uit geluidjes. De eerste vorm van tics worden ook wel motore tics genoemd, de vorm met de geluidjes vocale tics.

Eenvoudige en complexe tics

Een eenvoudige tic is een tic die bestaat uit één beweging of één geluidje. Een complexe tic is een tic die bestaat uit meerder korte bewegingen achter elkaar of meerdere geluidjes achter elkaar.
Complexe tics zijn niet altijd gemakkelijk te onderscheiden van stereotypieën.

Tic syndromen

Tics komen best vaak voor op de kinderleeftijd en verdwijnen meestal ook weer spontaan na enkele weken of maanden.
Wanneer kinderen langer dan een jaar last hebben van verschillende tics wordt er gesproken van een tic syndroom. Wanneer de tics korter dan een jaar aanwezig zijn wordt gesproken van een transiënte (=tijdelijk) ticstoornis of een passagère ticstoornis.

Indien kinderen langer dan een jaar last hebben van tics, zowel bewegingen als geluidjes, wordt gesproken van het syndroom van Tourette. Wanneer kinderen alleen motore tics hebben wordt gesproken van een chronisch motoor tic syndroom. Bij uitsluitend vocale tics van een chronisch vocaal tic syndroom.

 

Hoe vaak komen tics voor bij kinderen?

Tics komen best vaak voor op de kinderleeftijd. Hoe vaak precies is niet goed bekend.
Geschat wordt dat één op de 8-20 kinderen ooit een tijdje last heeft gehad van tics.
Waarschijnlijk is dit nog wel een onderschatting omdat veel kinderen die tijdelijk last hebben gehad van een tic daarmee niet naar een dokter zijn geweest.
Chronische ticsyndromen komen bij één op de 75-100 kinderen voor.

 

Bij wie komen tics voor?

Tics komen zowel bij kinderen als bij volwassenen voor. Meestal vallen de tics voor het eerst op bij kinderen tussen de leeftijd van vijf en zeven jaar. Jongens hebben vaker last van tics dan meisjes.

 

Wat is de oorzaak van het ontstaan van tics?

Niet bekend

De oorzaak van het ontstaan van tics is niet goed bekend. Waarschijnlijk gaat het om een samenspel van veel verschillende factoren.

Basale kernen

Tics ontstaan door een verstoorde werking van bepaalde kernen die in de hersenen. Deze kernen worden de basale kernen genoemd. Met name een bepaald onderdeel van de basale kernen, het striatum genoemd omdat dit deel van de hersenen er gestreept uit ziet, speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van tics.

Hersenschors

De basale kernen staan weer in nauwe verbinding met de hersenschors. Bij kinderen met tics functioneert met name het voorste gedeelte van de hersenschors, de zogenaamde frontale cortex, ook minder goed. Dit zorgt voor de problemen met de aandacht, de concentratie, de planning, organisatie en het werktempo waar kinderen met tics ook vaak last van hebben.

Boodschapperstofjes

Verschillende hersencellen communiceren met elkaar door middel van boodschapperstofjes. Verschillende boodschapperstofjes blijken bij kinderen met tics in meer of minder mate te werken in vergelijking met kinderen die geen tics hebben. Het gaat om de boodschapperstofjes dopamine, serotonine, glutamaat , acetylcholine, noradrenaline en GABA.
Medicijnen die soms gebruikt worden om tics minder te maken werken vaak in op deze boodschapperstofjes.

Erfelijke factoren

Vaak komen in de familie meerdere mensen voor met tics. Erfelijk factoren lijken een rol te spelen bij het ontstaan van tics. Om welke erfelijk factoren het gaat is niet bekend. Waarschijnlijk gaat het niet om een foutje in het erfelijk materiaal, maar om een combinatie van meerdere kleine foutjes in combinatie met nog andere factoren.

Omgevingsfactoren

Of een kind met een erfelijke aanleg ook daadwerkelijk tics gaat krijgen, hangt weer af van wat een kind allemaal mee maakt in zijn of haar leven. Dit begint al tijdens de zwangerschap en de bevalling. Kinderen met tics blijken vaker tijdens de zwangerschap al een groeiachterstand gehad te hebben, ze hebben gemiddeld een lager geboortegewicht en vaker een moeizamere bevalling en start gehad. Dit zorgt waarschijnlijk voor veranderingen in de hersenen waardoor kinderen gevoeliger worden om last te krijgen van tics.

Auto-immuun reactie

De meningen zijn verdeeld of een auto-immuunreactie tegen een infectie met een streptokok-bacterie ook een rol zou kunnen spelen bij het ontstaan van tics bij kinderen. Er bestaat een ziektebeeld PANDAS waarbij kinderen na het doormaken van een streptokokkeninfectie acuut klachten krijgen van tics in combinatie met veranderd gedrag. Bij chorea van Sydenham krijgen kinderen na het doormaken van een streptokokkeninfectie acuut last van bewegingsonrust (chorea) in combinatie met gedragsveranderingen.
Infecties met streptokokken (bijvoorbeeld keelontsteking, ontsteking van een wondje) komen heel vaak voor bij kinderen. Daarom vindt een andere groep dokters dat het toevallig is dat kinderen tics ontwikkelen nadat ze een infectie met streptokokken hebben gehad en dat er niet voldoende bewijs is om te zeggen dat er een verband is.

 

Welke symptomen hebben kinderen met tics?

Variatie

Tics kunnen er heel verschillend uitzien. Er bestaan zeer veel verschillende soorten tics. De meeste kinderen hebben er een paar.

Komen en gaan

Vaak is het zo dat een bepaalde tic een tijdje aanwezig is en dan weer spontaan verdwijnt. Bij een deel van de kinderen ontstaan daarna nooit meer nieuwe tics. Bij een ander deel van de kinderen komt er na enige tijd een andere tic voor in de plaats.

Bewegingstics

Bewegingstics kunnen bestaan uit knipperen met de oogleden, weg- en terugdraaien van de ogen, optrekken van de neus, scheef weg trekken van de mond, grimassen, uitsteken van de tong, knippende beweging maken met de vingers, een draaiende beweging met een arm, been of de romp, heen en weer schudden van het hoofd, het hoofd naar op zijdraaien, optrekken van de schouders, stampen met de voet en nog veel meer.

Geluidstics

Geluidstics kunnen bestaan uit kuchen, snuiven, schrapen van de keel, knorren, het maken van klanken, woorden of zelfs hele zinnen. Een klein deel van de kinderen roept een scheldwoord als vorm van een geluidstic.

Onrustig gevoel van te voren

De meeste kinderen ervaren vlak voor de tic een onrustig gevoel in hun lichaam. De tic moet er als het ware uit. Dit onrustige gevoel wordt ook wel urge genoemd.
Wanneer de tic of een serie tics geweest zijn, dan verdwijnt ook dit onrustige gevoel.

Kortdurend onderdrukken

De meeste kinderen kunnen hun tic voor korte tijd tegenhouden. Dit maakt wel dat het onrustige gevoel in hun lichaam blijft en vaak nog erger wordt. Op een gegeven moment lukt het niet meer goed om de tic tegen te houden en komen de tics er vaak versterkt uit.

Toename bij spanning

Tics worden vaak erger in spannende periodes of wanneer er veel aandacht is voor de tics. In rustige periodes worden de tics vaak weer minder.

Hoeveelheid tics

De hoeveelheid tics per dag kan heel erg verschillen van kind tot kind en van periode tot periode. Sommige kinderen hebben 5 tics op een dag, andere wel meer dan 1000.

Pijnklachten

Sommige kinderen hebben last van pijnklachten als gevolg van een telkens terugkerende tic. Dit kan zorgen voor spierpijnklachten. Soms kan ook een slijmbeursontsteking ontstaan bij een vaak terugkerende tic.

Aandachts- en concentratieproblemen

Kinderen die last hebben van tics hebben vaker last van aandachts- en concentratieproblemen. Zij kunnen hun aandacht vaak niet heel lang vasthouden en zijn sneller afgeleid. Ook hebben ze vaak moeite met stil zitten en zijn ze altijd in beweging.
Bij gemiddeld de helft van de kinderen met tics die langer dan een jaar aanwezig zijn, kan ook de diagnose ADHD gesteld worden.

Onhandiger bewegen

Een deel van de kinderen met tics beweegt ook wat minder soepel en fraai dan hun leeftijdsgenoten. De bewegingen zien er wat houteriger uit, kinderen stoten gemakkelijk wat om en vallen makkelijker. Bij een deel van de kinderen met chronische tics kan de diagnose Developmental Coordination Disorder (DCD) gesteld worden.

Problemen met leren

Bij kinderen met tics komen vaker problemen met leren voor. Meestal zit hem dan niet in de intelligentiescore. Bij veel kinderen ligt het werktempo wat lager dan gemiddeld. Ook komen dyslexie en dyscalculie vaker voor bij kinderen met tics, net als problemen met het ruimtelijk inzicht en met plannen en organiseren.

Problemen met slapen

Kinderen die last hebben van tics hebben ook vaker problemen met slapen. Ze hebben bijvoorbeeld moeite met inslapen of hebben vaker last van enge dromen. Sommige kinderen worden ’s ochtends juist vroeger wakker. Een klein deel van de kinderen heeft last van rusteloze benen.

Dwanggedachten en –handelingen

Ongeveer de helft van de kinderen met een chronisch tic syndroom krijgt op middelbare schoolleeftijd last van dwanggedachten en dwanghandelingen. Dwanggedachten zijn gedachten die een kind krijgt zonder dat het kind dit wil. Ze moeten bijvoorbeeld tot tien tellen voordat ze de weg mogen oversteken, elke ochtend drie keer goede morgen zeggen voordat ze naar school toe gaan, alle lantarenpalen in elke straat tellen etc. Dwanghandelingen zijn handelingen die een kind moet uitvoeren terwijl het dit eigenlijk niet wil, zoals alle handelingen dubbel uitvoeren, een keer met de rechterhand en een keer met de linkerhand, alle voorwerpen recht leggen, alles een keer moeten aanraken.
Wanneer deze combinatie van dwanggedachten en dwanghandelingen langer dan een jaar aanwezig blijf wordt gesproken van een obsessief-compulsief syndroom, afgekort met OCD (van het Engelse Obsessive Compulsive Disorder). Bij de helft van de kinderen met een chronisch tic syndroom kan deze diagnose gesteld worden, dus meestal enkele jaren nadat voor het eerst de tics opgevallen zijn.

Angsten

Kinderen met chronische ticsyndromen hebben vaker last van angsten. Bijvoorbeeld angst om alleen gelaten te worden, angst om alleen in slaap te vallen, angst voor harde geluiden of angst voor dieren. Ook hebben kinderen met chronische tics vaak minder zelfvertrouwen dan kinderen zonder tics.

Stemmingsprobleem

Kinderen met een chronisch ticsyndroom hebben vaker last van een sombere stemming. Depressies komen vaker voor bij deze kinderen.
Ook heeft een deel van de kinderen moeite om om te gaan met boosheid. Kinderen kunnen dan soms na een kleine aanleiding heel erg boos worden en die zelf niet meer goed in de hand hebben.

 

Hoe wordt de diagnose tics gesteld?

Verhaal en onderzoek

De diagnose tics wordt gesteld op grond van het verhaal van een kind en het zien van de tics. Omdat een bezoek aan de dokter vaak als spannend wordt ervaren, hebben veel kinderen in de spreekkamer wel last van hun tics zodat de dokter zelf kan zien hoe de bewegingen of geluidjes eruit zien. Anders kan een filmpje gemaakt met een telefoon, fototoestel of filmcamera ook erg behulpzaam zijn. Bij kinderen met tics worden behalve de tics en soms een wat onhandiger manier van bewegen bij het neurologisch onderzoek meestal geen andere afwijkingen gezien.
Er zijn geen andere onderzoeken mogelijk om de diagnose te stellen. Het is dan ook niet nodig om andere onderzoeken uit te voeren tenzij er onduidelijkheid bestaat of er toch sprake zou kunnen zijn van een andere aandoening. Wat vaak helpt is om de bewegingen die het kind maakt te laten zien aan een kinderneuroloog die gespecialiseerd is in kinderen met bewegingsstoornissen. Een kinderneuroloog kan dan aangeven of er inderdaad sprake is van tics of dat er sprake is van een andere bewegingsstoornis die veel lijkt op een tic (zoals een myoclonie of dystonie).
Bij kinderen waarvan er sprake is van een andere bewegingsstoornis kan het wel nodig zijn om nader onderzoek te doen.

EEG

Sommige tics kunnen lijken op myoclonieën, dit zijn ook kortdurende schokjes die er toch anders uit zien en die ook niet vooraf gegaan worden door een onrustig gevoel. Myoclonieën kunnen een vorm van epilepsie zijn of onderdeel zijn van een andere onderliggende ziekte.
Wanneer bij kinderen met myoclonieën als vorm van epilepsie een EEG gemaakt wordt, zijn hier meestal epileptiforme afwijkingen op te zien op het moment dat het kind een myoclonie heeft. Wanneer bij kinderen met tics een EEG wordt gemaakt zijn er geen epileptiforme afwijkingen te zien op het moment dat er een EEG gemaakt wordt. Op deze manier kan een EEG soms behulpzaam zijn om onderscheid te maken tussen een myoclonie of een tic.

MRI scan

Het is niet nodig om bij kinderen met tics een MRI scan van het hoofd te maken. Hierop worden bij kinderen met tics geen bijzonderheden gezien.

Neuropsychologisch onderzoek

Kinderen met chronische tics hebben vaker last van diverse leerproblemen. Een neuropsychologisch onderzoek kan de sterken en de zwakkere kant van een kind in kaart brengen zodat de school hier zo optimaal mogelijk rekening mee kan houden.

 

Hoe wordt kinderen met tics behandeld?

Uitleg geven

Het is belangrijk om kind, ouders en andere mensen in de omgeving uit te leggen dat het kind tics heeft en dat het hier zelf niets aan kan doen. Het hoort bij het kind. Het helpt al veel als de mensen in de omgeving niet op de tics letten en ze gewoon zien als iets wat hoort bij het kind. Het is heel belangrijk dat kinderen niet geplaagd of gepest worden om hun tics. Dit verergert de tics alleen maar. Wanneer de omgeving niet al te veel aandacht geeft aan de tics, dan helpt dit vaak al om de tics minder frequent te laten zijn.
Bij een groot deel van de kinderen zijn de tics maar tijdelijk en verdwijnen zij ook weer spontaan.

Spanning verminderen

Het is bekend dat stress en spanning de tics kunnen doen verergeren. Daarom is het belangrijk om te proberen onnodige spanning en stress zo veel mogelijk weg te halen. Daarnaast is het belangrijk om kinderen te leren omgaan met de spanning en stress die bij het leven hoort. Kinderen kunnen leren hoe ze spanning en stress op een andere manier kwijt kunnen raken. Dat kan op verschillende manier zoals met een cursus zelfvertrouwen, een cursus mindfullness of yoga voor kinderen, begeleiding door een psycholoog of een kinderhaptotherapeut. Het is belangrijk om iets te zoeken wat bij het kind past dan zal het ook het meeste effect hebben.

Ticruimte

De meeste kinderen kunnen de tics best een tijdje tegenhouden. Daarna volgt vaak een periode waarin de tics versterkt naar buiten komen, de onderdrukte tics moeten er dan even uit. Het is belangrijk dat kinderen dit kunnen doen en zich er niet voor hoeven te schamen. Sommige kinderen vinden het fijn om een rustig plekje te hebben om daar de tics eruit te laten komen. Dan is het belangrijk dat kinderen weten waar dat plekje is en dat ze daar ook naar toe mogen gaan als dat nodig is.
Sommige kinderen hebben ook baat bij het bewust enige tijd uiten van hun tics, wat voorkomt dat ze in de tijd erna niet veel last meer hebben van tics.

Tegenbeweging maken (habit reversal)

Tics kunnen ook onderdrukt worden, door een tegenbeweging te maken. Op die manier kan de ticbeweging niet gemaakt worden. Kinderen die als tic hun ogen dichtknijpen, kunnen leren hun ogen open te sperren zodat de oogknijpbeweging niet gemaakt kan worden. Kinderen die hun ogen omhoog draaien, kunnen heel bewust omlaag kijken. Kinderen die trekken met hun mond, hun mond open sperren. Op deze manier kunnen tics voorkomen worden. Door dit veel te oefenen worden deze tegenbewegingen een gewoonte zodra een kind een tic voelt aankomen.
Deze techniek wordt ook wel habit reversal genoemd. Een psycholoog die ervaring heeft met deze techniek kan kinderen helpen deze techniek te oefenen zodat ze zelf meer controle hebben over de tics.

Exposure-responspreventie

Een andere techniek die ook wel toegepast wordt door psychologen is de exposure responspreventie. Een tic wordt meestal voorafgegaan door een onrustig gevoel in het lichaam. Dit onrustige gevoel verdwijnt wanneer de tic eruit is.
Het idee van exposure-repons preventie is om kinderen steeds een beetje langer te laten wennen aan dit onrustige gevoel zodat het steeds minder nodig is om de tic uit te voeren om dit onrustige gevoel te laten verdwijnen. Dit vraagt wel veel geduld en oefening van het kind. Deze methode is lang niet voor alle kinderen weggelegd.

School

Het is belangrijk om oog te hebben voor eventuele leerproblemen die vaker voorkomen bij kinderen met chronische tics. Soms kunnen kleine aanpassingen in de klas er al voor zorgen dat kinderen gemakkelijker de lesstof aanleren. Het tijdig opsporen van leerproblemen kan ook voorkomen dat kinderen eerst helemaal vast lopen op school voordat er hulp en begeleiding wordt opgestart.
Een deel van de kinderen heeft een rugzakje waarmee extra begeleiding op school betaald kan worden.

Behandelen bijkomende problemen

Kinderen met chronische tics hebben een vergrote kans op bijkomende problemen zoals hier boven beschreven is. ADHD, leerproblemen, angst, depressie, OCD komen vaker voor bij kinderen met chronische tics. Het is belangrijk om hier oog voor te hebben en kinderen ook hiervoor begeleiding te geven. Soms is speciale begeleiding nodig van een kinderpsycholoog of van een kinder- en jeugdpsychiater. Voor de laatste hebben veel ouders schrik, maar de ervaring leert dat wanneer ze eenmaal begeleiding hebben van een kinder- en jeugdpsychiater dit als heel waardevol ervaren wordt.
Het behandelen van deze bijkomende problemen bij kinderen met tics verloopt niet anders dan bij kinderen die deze problemen hebben zonder dat ze tics hebben.
Het behandelen van deze bijkomende problemen kan er ook voor zorgen dat kinderen minder last hebben van hun tics.

Medicijnen

Indien kinderen erg gehinderd worden door hun tics, dan is er de mogelijkheid om de hoeveelheid en de ernst van de tics te verminderen met behulp van medicijnen. Het doel van de medicijnen is om zo min mogelijk last te hebben van de tics, zonder al te veel bijwerkingen van het gebruik van de medicijnen. De tics zullen nooit helemaal verdwijnen. Er bestaan verschillende soorten medicijnen die een effect kunnen hebben op de tics. Er bestaat geen testje om te kunnen zien welk medicijn bij het kind zal passen. De behandelend arts zal op grond van het verhaal van het kind, de voorgeschiedenis van het kind en het gebruik van andere medicijnen, samen met kind en ouders een keuze maken voor een bepaald medicijn. Voor bijna alle medicijnen geldt dat ze minstens 6 weken gebruikt moeten worden om te kijken of ze effect hebben op de tics.
Medicijnen die gebruikt kunnen worden zijn onder andere : 1 e categorie: clonidine, levetiracetam, clonazepam, topiramaat en in de 2 e categorie: pimozide, risperidon, olanzepine, haloperidol. Heel soms komen zogenaamde dopamineagonisten of behandeling met boltuline toxine injecties in aanmerking. Vaak wordt in eerste instantie gekozen voor het medicijn clonidine, omdat goed effect op de tics kan hebben en relatief van al deze medicijnen de minste bijwerkingen heeft. Het heeft ook een gunstig effect op vaak voorkomende aandachts- en concentratiestoornissen. Medicijnen uit de 2 e categorie zijn krachtiger maar hebben meestal ook meer bijwerkingen.
Wanneer een bepaald medicijn goed effect heeft en acceptabele werking, dan zal er meestal voor gekozen worden om dit medicijn minstens een jaar te geven. Na een jaar zal geprobeerd worden om het medicijn af te bouwen en te kijken hoe het gaat zonder medicijnen. Indien dat niet goed gaat, kunnen de medicijnen herstart worden voor nogmaals een periode van een jaar, waarna opnieuw geprobeerd wordt de medicijnen af te bouwen.

Contact met andere ouders

Door het plaatsen van een oproepje op het forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere ouders/verzorgers waarvan hun kind tics heeft.
Ook via de ouderverenging balans kunt u in contact komen met andere ouders.

 

Wat betekent het hebben van tics voor de toekomst?

Wisselend beloop

Het beloopt van de hoeveelheid en de heftigheid van de tics in de loop van de tijd is heel verschillend. Bij een groot deel van de kinderen zijn de tics maar tijdelijk (enkele weken-maanden) aanwezig, waarna ze spontaan verdwijnen. Bij een deel (1 op de 6 tot 12 kinderen met tics) van de kinderen zijn de tics chronisch aanwezig, dat wil zeggen lang dan een jaar.
Vaak zijn de tics op lagere schoolleeftijd het meest heftig en nemen ze daarna af in heftigheid, maar dat is niet bij alle kinderen het geval. Er zijn ook kinderen waarbij de tics en hoeveelheid en heftigheid juist toenemen tijdens de middelbare schoolleeftijd wanneer de puberteit ook een rol gaat spelen.
Gemiddeld genomen, verdwijnen bij kinderen met chronische tics de tics bij 1/3 van de kinderen wanneer ze volwassen worden, worden de tics milder bij 1/3 kinderen en blijven de tics bij 1/3 van de kinderen op volwassen leeftijd in dezelfde mate aanwezig.

Bijkomende problemen

De bijkomende problemen die kinderen met tics kunnen hebben (aandachts- en concentratiestoornissen, angsten, weinig zelfvertrouwen, sombere stemming, dwanggedachten en dwanghandelingen) kunnen wel aanwezig blijven nadat de tics verdwenen zijn.
Daarom is het belangrijk om bij kinderen met tics na te gaan of er van deze bijkomende problemen zijn, zodat kinderen ook hierin begeleiding kunnen krijgen en de ernst van deze problemen verminderd kan worden.

Levensverwachting

Kinderen met tics hebben een normale levensverwachting.

Kinderen

Kinderen met tics kunnen op volwassen leeftijd normaal kinderen krijgen. Deze kinderen hebben wel een verhoogde kans om zelf ook last van tics te krijgen. Hoe groot deze kans is, is moeilijk om te geven omdat er meerdere factoren een rol spelen.

 

Hebben broertjes en zusjes een vergrote kans om tics te krijgen?

De precieze oorzaak voor het krijgen van tics is niet bekend. Waarschijnlijk gaat het om een combinatie van verschillende factoren. Erfelijke factoren spelen zeker een rol.
Broertjes en zusjes hebben een vergrote kans om zelf ook tics te krijgen. Jongens een grotere kans dan meisjes. Hoe groot deze kans is, is moeilijk aan te geven, omdat naast erfelijke factoren ook andere factoren een belangrijke rol spelen.

 

Referenties
1. Prevalence of tic disorders: a systematic review and meta-analysis. Knight T, Steeves T, Day L, Lowerison M, Jette N, Pringsheim T. Pediatr Neurol. 2012;47:77-90
2. Clinical factors associated with pediatric autoimmune neuropsychiatric disorders associated with streptococcal infections. Murphy TK, Storch EA, Lewin AB, Edge PJ, Goodman WK. J Pediatr. 2012;160:314-9.
3. Update on attention-deficit/hyperactivity disorder and tic disorders: a review of the current literature. Simpson HA, Jung L, Murphy TK. Curr Psychiatry Rep. 2011;13:351-6.
4 European clinical guidelines for Tourette syndrome and other tic disorders. Part III: behavioural and psychosocial interventions. Verdellen C, van de Griendt J, Hartmann A, Murphy T; ESSTS Guidelines Group. Eur Child Adolesc Psychiatry. 2011;20:197-207.

 

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden

 

Links
www.balansdigitaal.nl
(Oudervereniging van kinderen met ontwikkelingsstoornissen op gebied van leren en gedrag)
www.tourette.nl
(Belangenvereniging van mensen met het Tourette syndroom)
www.kenniscentrum-kjp.nl
(Kenniscentrum voor kinder-en jeugdpyschiatrie)

 

Auteur : JH Schieving

 

Laatst bijgewerkt 16 oktober 2012

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.