A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektenbeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Paroxysmale non-kinesiogene dyskinesie

 

Wat is een paroxysmale non-kinesiogene dyskinesie?
Een paroxysmale non-kinesiogene dyskinesie is een aandoening waarbij kinderen plotseling aanvalletjes krijgen met bewegingsonrust terwijl ze volledig bij bewustzijn zijn, maar deze bewegingsonrust niet tegen kunnen houden.

 

Hoe wordt een paroxysmale non-kinesiogene dyskinesie ook wel genoemd?

De term paroxysmaal betekent dat de aanvallen niet voortdurend, maar af en toe aanwezig zijn. De term non-kinesiogeen geeft aan dat deze vorm van bewegingsstoornis niet uitgelokt wordt door bepaalde bewegingen zoals bij een paroxysmale kinesiogene dyskinesie.
De term dyskinesie geeft aan dat er sprake is van bewegingsonrust. Er bestaan verschillende vormen van dyskinesieën, waarbij dystonie en chorea de meest voorkomende zijn. Dystonie is een afwijkende stand van het lichaamsdeel, waarbij soms ritmische schokken voorkomen. Chorea zijn kleine dansende verspringende bewegingen.
Soms wordt in plaats van een paroxysmale non-kinesiogene dyskinesie ook wel gesproken van een paroxysmale non-kinesiogene dystonie of van een paroxysmale non-kinesiogene chorea, afhankelijk van welke bewegingsstoornis op de voorgrond staat.
Paroxysmale non-kinesiogene dyskinesie wordt wel afgekort tot PNKD.

 

Hoe vaak komt een paroxysmale non-kinesiogene dyskinesie voor bij kinderen?

PKND is een zeldzame aandoening, het is niet goed bekend hoe vaak deze aandoening voorkomt bij kinderen.

 

Bij wie komt paroxysmale non-kinesiogene dyskinesie voor?

De eerste symptomen van PKND kunnen op verschillende leeftijden ontstaan van babyleeftijd tot jong volwassen leeftijd.
PNKD komt iets vaker voor bij jongens dan bij meisjes.

 

Wat is de oorzaak van paroxysmale non-kinesiogene dyskinesie?

Foutje in het erfelijk materiaal

PNKD wordt veroorzaakt door een foutje in het erfelijk materiaal. Waarschijnlijk bestaan er verschillende foutjes in het erfelijk materiaal die kunnen zorgen voor PKND.
Inmiddels is een van deze foutjes in het erfelijk materiaal bekend. Er blijkt een verandering aanwezig te zijn op een deel van het erfelijk materiaal van chromosoom 2 wat het MR-1 gen wordt genoemd.

Cafeïne, alcohol en stress

Wat de functie van het MR-1 gen is, is nog niet bekend. Wel lijkt het eiwit wat ontstaat door aflezen van het MR-1 gen veel op het eiwit wat in ons lichaam zorgt voor de afbraak van cafeïne en alcohol. Dit zou wel eens kunnen verklaren waarom cafeïne en alcohol in staat zijn om bij jongeren met PNKD een aanval uit te lokken. Ook bij stress komt een stofje vrij wat via het zelfde eiwit afgebroken wordt. Daarom lijkt stress ook een uitlokkende factor te zijn voor aanvallen.

Autosomaal dominant erfelijk

PKND is een autosomaal dominant overervende aandoening. Van ieder chromosoom heeft een mens er twee, een gekregen van de moeder, een gekregen van de vader. Bij een autosomaal dominante aandoening zorgt een foutje op één van deze twee chromosomen al voor het ontstaan van symptomen. Dit in tegenstelling tot een autosomaal recessieve aandoening waarbij op beide chromosomen een fout aanwezig moet zijn voordat er symptomen ontstaan.

Niet iedereen met een foutje in het gen krijgt de ziekte

Niet iedereen die een foutje heeft in het MR-1 gen blijkt de PNKD te krijgen. 10% van de mensen met een foutje in het MR-1 gen heeft geen last van symptomen passend bij PNKD. Dit fenomeen wordt incomplete penetrantie genoemd. Hoe het komt deze mensen geen symptomen krijgen is nog niet bekend.

Basale kernen

Bij kinderen met PNKD functioneert een bepaald deel van de hersenen minder goed dan gebruikelijk. Dit deel van de hersenen wordt de basale kernen genoemd, ze liggen heel diep in de hersenen.
Op wat voor manier de basale kernen anders functioneren is nog niet goed bekend.

 

Wat zijn de symptomen van paroxysmale non-kinesiogene dyskinesie?

Variatie

De hoeveelheid en de ernst van de symptomen kunnen van kind tot kind verschillen.

Aanvallen met bewegingsonrust

Vaak begint de bewegingsonrust in een arm of in een been. De arm of het been gaat in een vreemde stand staan en maakt uit zich zelf een trillende, draaiende of dansende verspringende bewegingen. Deze bewegingen worden ook wel dystonie (afwijkende stand met draaiende of trillende beweging) of chorea (dansende verspringende beweging).
Deze bewegingen kunnen zich uitbreiden naar de rest van het lichaam, ook naar het gezicht. Sommige kinderen zijn tijdens een aanval niet in staat om te praten. Kinderen maken dit bewust mee, maar ze zijn niet goed in staat om deze bewegingen tegen te houden. De aanvallen verdwijnen vaak wanneer het kind gaat slapen.

Duur van de aanvallen

De duur van de aanvallen kan variëren tussen enkele minuten tot enkele uren.

Frequentie van de aanvallen

De frequentie van de aanvallen kan enorm variëren. Sommige kinderen hebben een paar aanvallen per dag, andere kinderen een paar aanvallen per jaar.

Uitlokkende factoren

Aanvallen worden vaak uitgelokt door het gebruik van cafeïne houdende dranken (koffie, thee, energiedrankje, chocolade), vermoeidheid of emotionele spanning. Bij volwassenen kan alcohol ook zorgen voor het ontstaan van aanvallen (er vanuit gaande dat kinderen geen alcohol drinken).

Aura

Een deel van de kinderen voelt de aanval aankomen doordat ze een onrustig angstig gevoel in hun lijf ervaren. Sommige kinderen ervaren ook tintelingen of kriebelingen in de arm of het been waarin de aanval later zal beginnen.

Normaal functioneren tussen de aanvallen in

Kinderen met PNKD functioneren tussen de aanvallen in normaal. Er zijn dan geen problemen met bewegen.

Kramp in de spieren

Sommige kinderen met PNKD hebben gemakkelijk last van kramp in hun spieren.

Intelligentie

Kinderen met PNKD hebben een normale intelligentie.

Epilepsie

In enkele families met PNKD hebben kinderen en volwassenen naast de aanvallen met dyskinesie ook last van epilepsie. Dat was niet in families waarbij een foutje in het MR-1 gen gevonden is.

 

Hoe wordt de diagnose paroxysmale non-kinesiogene dyskinesie gesteld?

Verhaal en onderzoek

Op grond van het verhaal van een kind met aanvallen van bewegingsonrust bij volledig bewustzijn die tussendoor normaal functioneert kan vermoed worden dat er sprake is van een paroxysmale bewegingsstoornis. Door te kijken welke factoren een aanval uitlokken kan geprobeerd onderscheid te maken tussen de drie verschillende vormen van paroxysmale dyskinesie: nl paroxysmale kinesiogene dyskinesie (aanvallen uitgelokt door beweging), paroxysmale non-kinesiogene dyskniesie (aanvallen uitgelokt door cafeïne houdende dranken, emoties en vermoeidheid) of paroxysmale inspannings gebonden dyskinesie (aanvallen uitgelokt door aanhoudende inspanning).
Het is niet altijd gemakkelijk om onderscheid te maken tussen deze verschillende vormen.
Ook is het niet altijd gemakkelijk om paroxysmale non-kinesiogene dyskinesie te onderscheiden van andere vormen van dystonie (zoals dopa responsieve dystonie) of van tics.

EEG

Wanneer de bewegingsonrust zich beperkt tot een lichaamsdeel en zich niet uitbreid naar de rechter en de linkerlichaamshelft tegelijk, dan kan het best lastig zijn om PNKD te onderscheiden van eenvoudige motore epilepsie aanvallen. Ook hierbij hebben kinderen last van schokken in een lichaamsdeel terwijl ze bij bewustzijn zijn.
Een EEG (het liefst met een aanval tijdens het EEG) kan dan behulpzaam zijn om onderscheid te maken tussen epilepsie en PNKD.

Genetisch onderzoek

Door middel van bloedonderzoek kan gekeken worden of er sprake is van een foutje op chromosoom 2 op de plaats van het MR- 1 gen. Dit foutje is echter bij een deel van de kinderen en volwassenen met PNKD aanwezig. Ontbreken van dit foutje, sluit deze diagnose dus niet uit.

MRI scan van de hersenen

Wanneer bij kinderen met een PNKD een MRI scan van de hersenen wordt gemaakt worden hierop geen afwijkingen gezien.
Soms worden afwijkingen gezien ter plaatse van de basale kernen als gevolg van een andere onderliggende ziekte, zoals een ongeval, een infectie, een herseninfarct, het moya moya syndroom, SLE of Multiple Sclerose (MS). Deze kinderen kunnen symptomen hebben die veel lijken op PNKD, maar bij hen wordt niet de diagnose PNKD gesteld, maar de diagnose van de onderliggende ziekte.

Liquoronderzoek

PNKD kan veel lijken op paroxyxsmale inspanningsgebonden dyskinesie. Deze laatste vorm van bewegingsstoornis wordt vaak veroorzaakt door een stofwisselingsziekte waarbij glucose (suiker) uit het bloed niet naar de hersenen gebracht kan worden. Deze ziekte wordt GLUT-1 deficiëntie syndroom genoemd. Door middel van een ruggenprik kan aangetoond worden dat er weinig glucose in het hersenvocht aanwezig is, terwijl er wel een normale hoeveelheid glucose in het bloed aanwezig is. (de hoeveelheid glucose is in het hersenvocht is minder dan de helft van de waarde in het bloed wanneer gekeken wordt bij een kind of volwassen die nuchter is).
Wanneer gedacht wordt aan een onderliggende ziekte zoals multiple sclerose dan kunnen in de liquor zogenaamde oligoclonale banden terug gevonden worden en een verhoogde IgG-index die de diagnose multiple sclerose kunnen bevestigen.

Bloedonderzoek

Kinderen met een onderliggende ziekte zoals suikerziekte (diabetes mellitus), een te langzaam werkende bijschildklier of een te snel werkende schildklier kunnen symptomen hebben die veel lijken op PNKD. Daarom wordt bij kinderen met een paroxysmale bewegingsstoornis vaak een keer gekeken naar het suikergehalte in het bloed, het calciumgehalte en de waarde van het schildklierhormoon om deze onderliggende ziektes niet te missen.
Wanneer de klachten bij een kind nog maar kortdurend aanwezig zijn, kan ook gedacht worden aan chorea van Sydenham. Bij deze ziekte kan bij bloedonderzoek een verhoogde waarde voor AST en Anti-DNAse B worden gevonden.

Stofwisselingsonderzoek

Net als multiple sclerose heel zelden de onderliggende oorzaak is voor het ontstaan van PNKD bij kinderen, kan ook de stofwisselingsziekte maple syrup urine disease hiervan de oorzaak zijn. Bij deze ziekte heeft de urine een speciale zoetige geur. Stofwisselingsonderzoek van bloed en urine kan behulpzaam zijn om deze ziekte op te sporen.

 

 

Hoe worden kinderen met paroxysmale non-kinesiogene dyskinesie behandeld?

Geen genezing

Er bestaat geen behandeling die kinderen kan genezen van deze aandoening. De behandeling is er op gericht om er voor te zorgen dat kinderen zo min mogelijk hinder hebben van hun aandoening.

Uitleg

Vaak is uitleg wat er aan de hand is en hoe deze aandoening heet al voldoende. Veel kinderen hebben niet vaak een aanval en weten ook dat deze aanval spontaan weer weg zal gaan. Zij hebben geen behoefte aan een behandeling.

Vermijden van uitlokkende factoren

Wanneer duidelijk is dat aanvallen uitgelokt worden door het gebruik van cafeïne houdende dranken dan is het aan te raden om deze dranken niet meer te nemen of voor lief te nemen dat er een grote kans is op een aanval na gebruik van dergelijke drank. Op dezelfde manier wordt aan volwassenen ontraden om alcohol te drinken.
Zorgen voor voldoende slaap en rust kan ook helpen om aanvallen te voorkomen.

Medicijnen

Het medicijn clonazepam of diazepam kan de frequentie en de ernst van de aanvallen verminderen. Deze medicijnen hebben wel bijwerkingen (slaperigheid, verminderde spierkracht, toename van de hoeveelheid speeksel, soms druk gedrag). Per kind zal moeten worden gekeken of de voordelen van het nemen van medicijnen opwegen tegen de nadelen ervan.
Sommige mensen hebben ook baat bij medicijnen zoals levetiracetam, natriumvalproaat , gabapentine, risperidon of clonidine. Ook deze medicijnen kennen hun specifieke bijwerkingen.

Deep-brain stimulation

Bij kinderen en volwassen die frequent last hebben van aanvallen en daardoor erg gehinderd worden in hun dagelijks leven, kan deep brain stimulation een oplossing is. Hierbij wordt via een soort pacemaker een bepaald gedeelte diep in de hersenen gelegen ( de thalamus of het binnenste deel van de globus pallidus) gestimuleerd.

Begeleiding

Een maatschappelijk werkende of kinderpsycholoog kan kind en ouders/verzorgers begeleiding geven in het omgaan met deze ziekte.
Door het plaatsen van een oproepje op het forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere ouders/verzorgers die een kind hebben met PNKD.

 

Wat betekent het hebben van paroxysmale non-kinesiogene dyskinesie voor de toekomst?

Verminderden van de aanvallen

Bij de meeste kinderen en volwassen wordt de frequentie van de aanvallen minder met het ouder worden, al zullen de aanvallen niet helemaal verdwijnen.

Normaal leven

De meeste kinderen en volwassenen kunnen ondanks hun aanvallen een normaal leven lijden.

Kinderen krijgen

Volwassen met PNKD kunnen normaal kinderen krijgen. Veel vrouwen hebben tijdens hun zwangerschap veel minder last van aanvallen. Hun kinderen hebben wel 50% kans om zelf ook PNKD te krijgen.

 

Hebben broertjes en zusjes een vergrote kans om zelf ook paroxysmale non-kinesiogene dyskinesie te krijgen?

PNKD is een erfelijke aandoening. Vaak is het foutje bij het kind overgeërfd van een vader of moeder. In dat geval hebben broertjes en zusjes tot 50% kans om zelf ook het foutje te krijgen. Niet ieder kind met een foutje krijgt ook daadwerkelijke PNKD. De kans voor broertjes en zusjes om ook PNKD te krijgen is maximaal 50%. Een klinisch geneticus kan hier meer informatie over geven.

Prenatale diagnostiek

Wanneer bekend is welk foutje de oorzaak is van het ontstaan van PNKD dan is het mogelijk om door middel van een vlokkentest of ene vruchtwaterpunctie tijdens een volgende zwangerschap te kijken of dit kindje ook hetzelfde foutje in het erfelijk materiaal heeft.
Van het inmiddels bekend foutje op het MR-1 gen is echter bekend dat niet ieder kind die het foutje geërfd heeft ook daadwerkelijk de symptomen van deze aandoening gaat krijgen.

 

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

 

Referenties

1. Paroxysmal non-kinesigenic dyskinesia due to a PNKD recurrent mutation: report of two Southern European families. Pons R, Cuenca-León E, Miravet E, Pons M, Xaidara A, Youroukos S, Macaya A. Eur J Paediatr Neurol. 2012;16:86-9
2. Paroxysmal choreodystonic disorders. Sohn YH, Lee PH. Handb Clin Neurol. 2011;100:367-73
3. A family with paroxysmal nonkinesigenic dyskinesia: genetic and treatment issues. Szczałuba K, Jurek M, Szczepanik E, Friedman A, Milewski M, Bal J, Mazurczak T. Pediatr Neurol. 2009;41:135-8.

Links
www.bosk.nl
(vereniging van motorisch gehandicapten en hun ouders)

 

Auteur: JH Schieving

Laatst bijgewerkt 16 oktober 2012

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.