A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

ARSACS

 

Wat is ARSACS?
ARSACS is een aandoening waarbij kinderen en volwassenen geleidelijk aan in toenemende mate problemen hebben met het bewaren van het evenwicht en hun balans in combinatie met stijfheid van de spieren en spierzwakte.  

Hoe wordt ARSACS ook wel genoemd?
ARSACS is de afkorting van Autosomaal Recessieve Spastische Ataxie van Charlevoix-Saguenay. Het woord autosomaal recessief geeft aan dat er klachten ontstaan wanneer beide chromosomen een fout bevatten op dezelfde plek. Het woord spastisch geeft aan dat kinderen en volwassenen last krijgen van stijfheid in hun spieren waardoor bewegen lastiger wordt. Ataxie is het medische woord voor een probleem met het bewaren van het evenwicht. Charlevoix en Saguenay zijn twee artsen die dit syndroom beschreven hebben.
Een andere afkorting die ook wel gebruikt wordt is SACS: spastische ataxie van het Charlevoix-Saguenay type.

ARCA
ARSACS behoort tot een groep aandoeningen die ARCA wordt genoemd. ARCA staat voor Autosomaal Recessieve Cerebellaire Ataxie. Dit zijn allemaal aandoeningen waarbij kinderen en/of volwassenen problemen hebben met het bewaren van het evenwicht (cerebellaire ataxie) als gevolg van twee foutjes op twee dezelfde chromosomen. Dit wordt een recessieve overerving genoemd. Vandaar weer de letters R. Er bestaan veel verschillende vormen van ARCA.

Hoe vaak komt ARSACS voor bij kinderen?
ARSACS is een zeldzame ziekte. Het is niet goed bekend hoe vaak ARSACS voorkomt. Geschat wordt dat ARSACS minder vaak dan één op de 100.000 mensen voorkomt.
In bepaalde gebieden in Quebec in Canada komt deze aandoening veel vaker voor. Geschat wordt dat daar ARSACS bij een op de 1500-2000 mensen voorkomt.

Bij wie komt ARSACS voor?
De aandoening ARSACS is al voor de geboorte aanwezig. Het kan enige tijd duren voordat duidelijk wordt dat er sprake is van ARSACS. Soms ontstaan de eerste klachten al op de peuterleeftijd, bij andere kinderen pas op de tienerleeftijd en soms zelfs pas op volwassen leeftijd.
ARSACS komt even vaak bij jongens/mannen als bij meisjes/vrouwen voor.

Wat is de oorzaak van ARSACS?
Fout in erfelijk materiaal
ARSACS wordt veroorzaakt door een fout in het erfelijk materiaal. De fout bevindt zich op het zogenaamde 13e chromosoom. De plaats van de fout in het erfelijk materiaal wordt het SACS-gen genoemd.

Autosomaal recessief
ARSACS erft op zogenaamd autosomaal recessieve manier over. Dat wil zeggen dat een kind pas klachten krijgt wanneer beide chromosomen 12 allebei een fout bevatten op plaats van het SACS-gen.
Dit in tegenstelling tot een autosomaal dominante aandoening, waarbij een fout op één van de twee chromosomen al voldoende is om een ziekte te krijgen.

Ouders drager
Vaak zijn beide ouders drager van deze aandoening. Zij hebben zelf een chromosoom 13 met fout en een chromosoom 13 zonder fout. Doordat ze zelf ook een chromosoom 13 zonder fout hebben, hebben de ouders zelf geen klachten.
Wanneer een kind van beide ouders het chromosoom 13 met de fout krijgt, dan krijgt dit kind ARSACS. De kans dat beide ouders drager zijn van een foutje op dezelfde plek in een chromosoom is groter wanneer beide ouders (in de verte) familie van elkaar zijn.

Afwijkend eiwit
Als gevolg van de fout in het erfelijk materiaal wordt een bepaald eiwit op een afwijkende manier aangemaakt. Dit eiwit wordt Sacsin genoemd, afgekort als SACS. De functie van dit eiwit is niet goed bekend. Waarschijnlijk speelt het een rol bij het opvouwen van verschillende eiwitten in het lichaam in een vorm waarin deze eiwitten optimaal hun werk kunnen doen.
Het foutje in het Sacsine-gen zorgt er ook voor dat de energiefabriekjes in de lichaamscellen (mitochondrieen) minder goed werken waardoor de lichaamscellen een tekort hebben aan energie.

Kleine hersenen
De kleine hersenen spelen een belangrijke rol bij het bewaren van het evenwicht, maar ook bij leren, bij het geheugen, bij het begrijpen van taal en bij het uiten van emoties. Daarom hebben kinderen met ARSACS problemen op deze gebieden. Deze combinatie van klachten wordt ook wel het cognitief cerebellair affectief syndroom genoemd.

Wat zijn de symptomen van ARSACS?
Variatie
Er bestaat variatie tussen de ernst en de hoeveelheid symptomen die verschillende mensen met ARSACS hebben. Ook binnen een familie is er vaak een grote variatie, de ene persoon krijgt op jongere leeftijd klachten dan de andere persoon.
Kinderen die op jonge leeftijd al klachten krijgen, hebben vaak meer en ernstigere klachten, dan kinderen die op latere leeftijd klachten krijgen.

Lage spierspanning
Kinderen met ARSACS hebben vaak een lagere spierspanning in hun armen en benen. Kinderen zijn soepel in hun gewrichten, de gewrichten kunnen gemakkelijk overstrekt worden. Het kost kinderen hierdoor meer kracht en energie om hun gewrichten stabiel te houden tijdens het bewegen. Veel kinderen hebben platvoetjes.

Ontwikkelingsachterstand
Kinderen met ARSACS ontwikkelen zich veel langzamer dan hun leeftijdsgenoten. Kinderen met deze aandoening gaan later rollen, zitten, staan en lopen dan andere kinderen. Het merendeel van de kinderen is in staat om zelf te leren lopen, vaak is dit op latere leeftijd dan kinderen zonder ARSACS.

Problemen met bewaren van het evenwicht
Geleidelijk aan krijgen kinderen in toenemende mate problemen met lopen. Kinderen lopen minder stabiel en vallen gemakkelijker. Om meer stabiel te kunnen lopen gaan kinderen hun voeten verder uit elkaar zetten en ook op deze manier lopen. Dit wordt een breedbasisch looppatroon genoemd. De problemen met het bewaren van het evenwicht worden met het ouder worden geleidelijk aan erger. Op een gegeven moment zijn de problemen dusdanig ernstig dat kinderen een rolstoel nodig hebben om zich te kunnen verplaatsen.

Spasticiteit
Kinderen met ARSACS krijgen ook problemen met lopen en bewegen omdat ze last krijgen van spasticiteit. Spasticiteit zorgt voor stijfheid van de benen en de armen waardoor kinderen deze minder soepel kunnen bewegen. Door de spasticiteit hebben kinderen de neiging om hun benen gestrekt te houden en op hun tenen te gaan lopen. Spasticiteit in de benen kan er voor zorgen dat kinderen de benen voor elkaar langs gaan kruizen, waardoor kinderen gemakkelijk over hun eigen benen kunnen struikelen.

Zenuwprobleem
Een derde reden waardoor lopen en bewegen steeds moeilijker wordt voor kinderen met ARSACS. De zenuwen die de spieren aansturen gaan steeds slechter hun werk doen. Hierdoor kunnen de spieren minder kracht leveren. Ook worden de spieren van de benen steeds dunner. Het dunner worden van de spieren valt het eerst op aan de voeten, later kunnen ook de spieren van de onderbenen, de handen en de onderarmen dunner worden. Het probleem van de slechter werkende zenuwen ontstaat vaak later in het ziektebeloop dan de problemen met het bewaren van het evenwicht en de spasticiteit.

Afwijkende stand voeten en handen
De spierzwakte kan zorgen voor een veranderde stand van de voeten. Sommige kinderen krijgen holvoeten, andere kinderen juist platvoeten. Ook de stand van de handen kan veranderen, de vingers kunnen in een zogenaamde zwanenhals vorm komen te staan.

Trillen van de handen
De handen kunnen een trillende beweging maken wanneer een kind iets wil pakken. Daardoor wordt het bijvoorbeeld moeilijker om te schrijven, een kopje naar de mond te brengen of knoopjes dicht te maken. Kinderen laten gemakkelijker iets uit hun handen vallen.

Schokjes aan de ogen
Kinderen en volwassenen met ARSACS hebben vaak schokjes aan hun ogen. Deze schokjes worden nystagmus genoemd. De meeste kinderen en volwassenen hebben hier zelf geen last van, de hersenen zorgen er voor dat zij toch een stilstaand beeld zien.

Praten
Om te kunnen praten, moeten de spieren van de mond, tong, kaak, keel en borstkas allemaal samenwerken. Hoewel we hier niet bij stil staan, vraagt dit veel coördinatie. Daarom kunnen kinderen en volwassenen met ARSACS moeite hebben met praten. Kinderen kunnen moeilijker verstaanbaar zijn en wisselend hard en dan weer zacht praten. Dit probleem met praten wordt dysartrie genoemd.
 
Slikken
Ook bij het slikken zijn veel verschillende spieren nodig. Een deel van de kinderen heeft problemen met slikken. Het slikken gaat langzamer en kost daardoor meer tijd. Kinderen kunnen zich verslikken en daarom moeten hoesten tijdens eten of drinken.

Kwijlen
Kinderen met ARSACS hebben gemakkelijk last van kwijlen. Dit komt door slapheid van de spieren in het gezicht en rondom de mond, waardoor het speeksel gemakkelijk uit de mond loopt.

Verstopping
Verstopping van de darmen komt vaak voor bij kinderen met ARSACS. De ontlasting komt dan niet elke dag en is vaak hard waardoor kinderen moeite hebben met poepen.

Urineverlies
Kinderen met ARSACS kunnen last krijgen van urineverlies omdat ze vaak moeten plassen en niet snel genoeg bij de wc kunnen komen wanneer ze voelen dat ze moeten plassen. Dit ongewilde urineverlies wordt ook wel urge incontinentie genoemd.

Problemen met leren
De kleine hersenen spelen ook een belangrijke rol bij leren, bij onthouden en bij begrijpen van taal. Hierdoor hebben kinderen met ARSACS vaker problemen met leren. Problemen die vaker voorkomen zijn problemen met automatiseren, trager werktempo, moeite met lang vasthouden van de aandacht en een beperkter geheugen voor plaatjes en beelden. Sommige kinderen hebben hier in beperkte mate last van en kunnen regulier onderwijs volgen, anderen worden hier meer door gehinderd en volgen speciaal onderwijs.

ADHD
Problemen met de aandacht- en concentratie komen vaak voor bij kinderen met ARSACS. Vaak kunnen zijn kinderen snel afgeleid en vinden ze het moeilijk om lang stil te zitten en meteen een werkje bezig te zijn. Kinderen kunnen heel impulsief zijn, eerst doen en dan pas nadenken. Veel kinderen met ARSACS krijgen ook de diagnose ADHD.

Emoties
De kleine hersenen spelen ook een belangrijke rol bij het begrijpen en uiten van emoties. Deze functie van de kleine hersenen wordt nogal eens vergeten. Kinderen met ARSACS kunnen meer moeite hebben met het begrijpen van emoties van anderen. Samenspelen met andere kinderen kan hierdoor lastiger zijn.
Ook hebben kinderen moeite met het uiten van hun eigen emoties. Kinderen kunnen soms plotseling ineens heel verdrietig of juist heel boos worden en kunnen het moeilijk vinden om hier zelf dan weer uit te komen. Kinderen met ARSACS kunnen impulsief reageren zonder eerst na te denken. Ze kunnen later spijt hebben van hun acties. Een deel van de kinderen voelt zich somber. Soms zo ernstig dat er sprake is van een depressie.

Hartafwijking
Een deel van de kinderen met ARSACS heeft een lekkende hartklep. Vaak gaat het om lekkage langs de zogenaamde mitraalklep. Hier hoeven kinderen geen last van te hebben. Wel kan een lekkende hartklep zorgen voor toename van vermoeidheidsklachten.

Scoliose
Een deel van de kinderen krijgt tijdens de puberteit last van een verkromming van de wervelkolom. Deze verkromming wordt een scoliose genoemd.

Gevoel
Een deel van de kinderen met ARSACS heeft problemen met het voelen van aanraking, van warmte van koude of van pijn. Dit probleem is vaak het duidelijkst aanwezig in de voeten, soms in de handen.

Vermoeidheid
Kinderen en volwassenen met ARSACS hebben veel meer energie nodig om goed te kunnen bewegen, eten/drinken en communiceren. Deze energie kunnen ze niet op een andere manier gebruiken. Kinderen en volwassenen met ARSACS zijn dan ook vaak sneller vermoeid dan andere kinderen en volwassenen.

Epilepsie
Een klein deel van de kinderen met ARSACS heeft last van epilepsieaanvallen. Verschillende type aanvallen kunnen voorkomen.

Hoe wordt de diagnose ARSACS gesteld?
Verhaal en onderzoek
Op grond van het verhaal en de bevindingen bij onderzoek zou kunnen worden vermoed dat er sprake is van een verandering in het DNA die zorgt voor het ontstaan van de spasticiteit en de problemen met het bewaren van het evenwicht. Er bestaan verschillende aandoeningen die allemaal soortgelijke klachten kunnen geven zoals, een groep aandoeningen die SCA of SCAR wordt genoemd, bepaalde SPG-types (SPG20) mitochondriële stofwisselingsziektes of bijvoorbeeld ataxia teleangiectasia. Wanneer de ARSACS al in de familie voorkomt, dan zal het gemakkelijk zijn om de diagnose te stellen.
Aanvullend onderzoek zal nodig zijn om de juiste diagnose te stellen.

Genetisch onderzoek
Door middel van bloedonderzoek kan gekeken worden naar een foutje in het erfelijk materiaal van het SACS-gen. Dit kan gericht gebeuren wanneer er aan gedacht wordt. Tegenwoordig zal door middel van een nieuwe genetische techniek (exome sequencing genoemd) deze diagnose gesteld kunnen worden zonder dat er specifiek aan gedacht was of naar gezocht is.

MRI-scan
Wanneer nog onduidelijk is wat de oorzaak is van de problemen, wordt vaak een MRI-scan van de hersenen en van het ruggenmerg gemaakt. Op deze MRI-scan is vaak te zien dat de kleine hersenen (en vooral het middenstuk: de vermis) kleiner zijn van volume dan gebruikelijk. Ook kan het ruggenmerg smaller zijn dan gebruikelijk. Deze MRI afwijkingen zijn niet specifiek voor ARSACS maar kan ook bij andere aandoening met evenwichtsproblemen worden gezien. Kenmerkend voor ARSACS is wel een donkere kleur in het middelste deel van de hersenstam (pons) op een zogenaamde T2-opname.

Bloedonderzoek
Wanneer er nog niet direct gedacht aan de ARSACS zal vaak bloedonderzoek worden verricht om te kijken of er andere oorzaken voor het ontstaan van problemen met bewegen kunnen worden aangetoond. Vaak zal er gekeken worden of er sprake is van bijvoorbeeld een tekort aan vitamine B12 of vitamine E, een overmaat aan fytaanzuur, of afwijkende vetzuren in het bloed, aanwijzingen voor een ontstekingsziekte of bijvoorbeeld aanwijzingen voor het voorkomen van coeliakie. Hiervoor worden bij kinderen met ARSACS geen aanwijzingen gezien.

Stofwisselingsonderzoek
Door middel van bloed- en urineonderzoek kan bij kinderen met evenwichtsproblemen gekeken worden of er sprake is van een stofwisselingsziekte als oorzaak van de evenwichtsproblemen Bij dit onderzoek worden bij kinderen met ARSACS geen bijzonderheden gevonden.

Oogarts
Kinderen met ARSACS worden vaak een keer gezien door de oogarts. De oogarts kan vaststellen dat er sprake is van een nystagmus, zelfs als dit met het blote oog niet zichtbaar is. Ook kan de oogarts zien of er sprake is van een afwijking aan het netvlies, zogenaamde gele strepen op het netvlies. Deze afwijkingen aan het netvlies kunnen heel kenmerkend zijn voor ARSACS, niet alle kinderen met ARSACS hebben deze netvlies afwijkingen. De afwijking wordt hypermyelinisatie genoemd.

EMG
Wanneer de zenuwen van kinderen en volwassenen met ARSACS worden doorgemeten, dan valt vaak op dat de zenuwen in de armen en benen minder goed werken dan gebruikelijk. Dit wordt een polyneuropathie genoemd. Bij ARSACS is er sprake van een gemengd axonale en demyeliniserende polyneuropathie.

Foto van de botten
Wanneer er sprake is van een verkromming van de wervelkolom zal vaak een foto van de botten gemaakt worden om de mate van verkromming vast te leggen.

Urodynamisch onderzoek
De uroloog kan door middel van een urodynamisch onderzoek vast stellen of er sprake is van een spastische blaas als oorzaak van urine verlies.

Kindercardioloog
Bij vermoeden op een lekkende hartklep kan een kindercardioloog een ECHO van het hart maken om te kijken of hier aanwijzingen voor te vinden zijn.

EEG
Bij kinderen met epilepsie wordt vaak een EEG gemaakt. Op dit EEG kunnen epileptiforme afwijkingen te zien zijn. Deze afwijkingen zijn niet specifiek voor ARSACS maar kunnen ook bij andere aandoeningen worden gezien.

 

Hoe wordt de ARSACS behandeld?
Geen genezing
Er bestaat geen behandeling die de ARSACS kan genezen. De behandeling is er op gericht zo goed mogelijk om te gaan met de gevolgen van de ARSACS.

Blijf bewegen
Wanneer kinderen minder goed zijn in bewegen dan hun leeftijdsgenoten, dan is de kans groot dat zij bewegen en sporten niet zo leuk zullen vinden. Hierdoor zullen kinderen met ARSACS minder gaan bewegen, wat juist niet goed voor hen is. Door juist veel te bewegen, oefenen kinderen hun evenwichtsorgaan en krijgen ze juist vaak een betere balans.
Het is op school ook belangrijk dat kinderen bij de gymles worden gewaardeerd naar hun kunnen en vooral plezier en succeservaringen hebben met het bewegen.
Wanneer bewegen moeilijker wordt, kunnen hulpmiddelen helpen om toch zo goed mogelijk te kunnen bewegen.

Op lengte houden van de spieren
Door de spierstijfheid en de spierzwakte hebben de spieren de neiging om steeds korter te worden. Hierdoor wordt lopen en bewegen nog lastiger. Het is dus belangrijk om te proberen de spieren van de benen op hun normale lengte te houden. Het regelmatig rekken van de spieren kan helpen om de spieren op de juiste lengte te houden. Spalken kunnen ook behulpzaam zijn om de spieren te rekken en daarmee op lengte te houden.

Fysiotherapie
Een fysiotherapeut kan adviezen en therapie geven hoe jongeren en volwassenen met de ARSACS zo goed mogelijk zelfstandig kunnen bewegen. Een balanstraining kan helpen om minder problemen te hebben met het bewaren van het evenwicht. Wanneer er problemen zijn met het bewaren van de balans dan kan een wandelstok, kruk, looprekje of rollator helpen om de balans wel te kunnen bewaren. Een fysiotherapeut kan advies geven, welk hulpmiddel het beste gebruikt kan worden.

Ergotherapie
Een ergotherapeut kan adviezen geven welke hulpmiddelen gebruikt kunnen worden om zo zelfstandig mogelijk te kunnen functioneren. Wanneer schrijven lastig wordt, kan het bijvoorbeeld helpen om te schrijven met een dikkere pen. Ook bestaat er bestek met dikkere handvaten die gemakkelijker vast te houden zijn en zijn er hulpmiddelen om kleding zelf aan te kunnen trekken als dat lastig gaat. Aanpassingen in huis, zoals beugels of een verhoogd toilet, kunnen zorgen dat kinderen en volwassenen zelfstandig kunnen blijven functioneren.
Ook kan de ergotherapeut adviezen geven hoe om te gaan met de beperktere energie. Het is vaak verstandig om op bepaalde momenten van de dag een rustmoment in te bouwen.

Revalidatiearts
Een revalidatiearts begeleidt kinderen met de ARSACS en geeft adviezen over therapie mogelijkheden en hulpmiddelen, zoals aangepaste schoenen of enkelvoetspalken om beter te kunnen lopen.

Logopedie
Een logopedist kan adviezen geven hoe jongeren met ARSACS zo goed mogelijk kunnen praten, waardoor ze verstaanbaar zijn voor andere mensen. Rustig en niet al te hard praten, zorgt er vaak voor dat een kind of volwassene beter verstaanbaar is voor anderen.
Wanneer praten te lastig wordt, kan gekeken worden of het mogelijk is met een spraakcomputer te werken.
De logopedist geeft ook adviezen bij slik- en eetproblemen.

Voorkom overgewicht
Het is heel belangrijk om overgewicht bij kinderen met ARSACS te voorkomen. Overgewicht zorgt voor toename van de problemen met bewegen en het bewaren van het evenwicht.

Diëtiste
Een diëtiste kan bekijken of kinderen die problemen hebben met eten of met drinken voldoende calorieën en vocht op een dag binnen krijgen. Zo nodig kan de diëtiste adviseren over speciale voeding of een vitamine preparaat om te zorgen dat kinderen wel voldoende binnen krijgen.

Kwijlen
Kwijlen kan verminderen door kinderen er bewust van te maken dat ze hun speeksel moeten doorslikken. Ook kunnen oefeningen waarbij geoefend wordt om de mond te sluiten helpen.
Er bestaan medicijnen die het kwijlen minder kunnen maken. Het meest gebruikte medicijn hierdoor is glycopyrrhonium. Soms kan een behandeling van de speekselklieren door middel van botox of door middel van een operatie nodig zijn om er voor zorgen dat kinderen minder kwijlen.

Spasticiteit
Injecties met botulinetoxine in een spastische spier kan de spasticiteit voor een aantal maanden verminderen. Met behulp van spalken en fysiotherapie kan op deze manier het looppatroon verbeterd worden. Vaak moeten deze injecties na een aantal maanden weer herhaald worden.
Ook kan met behulp van medicijnen geprobeerd worden om de spasticiteit van de benen te verminderen. Nadeel van al deze medicijnen is vaak dat ze de spierzwakte verergeren en in het hele lichaam effect hebben, niet alleen in de benen.
Veel gebruikte medicijnen zijn baclofen (Lioresal ®) en dantroleen (Dantrium®). Baclofen kan ook in de vorm van een baclofenpomp worden toegediend.

Medicijnen tegen trillen
Er bestaan medicijnen die het trillen van de handen minder erg kunnen maken, bijvoorbeeld het medicijn propranolol. Meestal zijn deze medicijnen niet erg effectief bij kinderen met ARSACS. Vaak vinden kinderen dat de voordelen van minder trillen niet opwegen tegen de bijwerkingen van deze medicijnen.

School
Een deel van de kinderen met ARSACS volgt regulier onderwijs, een ander deel speciaal onderwijs. In het speciaal onderwijs zijn de klassen kleiner en kan het lesprogramma meer afgestemd worden op de mogelijkheden van het kind. Het is belangrijk dat de leerkracht weet dat kinderen met ataxie problemen hebben met leren. Vanwege het lagere werktempo hebben kinderen vaak meer tijd nodig om hun werk af te maken, bij toetsen is het ook belangrijk om hier rekening mee te houden. Het kan helpen wanneer kinderen de toetsvragen voorgelezen krijgen of gebruik kunnen maken van gesproken boeken net als kinderen met dyslexie. Kinderen met ataxie kunnen baat hebben bij de leermiddelen die ontwikkeld zijn voor kinderen met dyslexie.
Een plaats in de klas waar kinderen zo min mogelijkheid afgeleid worden, kan helpen.
Het is op school ook belangrijk dat kinderen bij de gymles worden gewaardeerd naar hun kunnen en vooral plezier en succeservaringen hebben met het bewegen.

Orthopedagoog
Een orthopedagoog kan ouders tips en adviezen geven hoe om gaan met problemen met de concentratie, boos worden of moeilijk kunnen samen spelen.

Kinder- en jeugdpsychiater
Een kinder- en jeugdpsychiater kan adviezen geven hoe kind en ouders het beste om kunnen gaan met ADHD. Soms kunnen medicijnen nodig zijn om er voor te zorgen dat kinderen voldoende aandacht en concentratie hebben om hun ontwikkeling voldoende vooruit te laten gaan.

Incontinentie
Kinderen die last hebben van urineverlies als gevolg van een spastische blaas kunnen behandeld worden met het medicijn oxybutynine of amytriptiline om er voor te zorgen dat de blaas minder snel samentrekt. Deze behandeling wordt meestal gegeven door de uroloog.

Verstopping van de darmen
Het medicijn macrogol kan er voor zorgen dat de ontlasting soepel en zacht blijft en stimuleert de darmwand om actief te blijven. Hierdoor kunnen kinderen gemakkelijker hun ontlasting kwijt. Verder blijft het belangrijk om te zorgen dat kinderen voldoende vocht en vezels binnen krijgen. Soms zijn zetpillen nodig om de ontlasting op gang te krijgen.

Antibiotica
Een deel van de kinderen die vaak terugkerende infecties heeft, heeft baat bij een lage dosering antibiotica om nieuwe infecties te voorkomen. Per kind moeten de voordelen van het geven van de antibiotica worden afgewogen tegen de nadelen ervan (antibiotica doden ook nuttige bacteriën in de darmen).

Epilepsie
Epilepsie kan behandeld worden met medicijnen die kunnen helpen te voorkomen dat nieuwe epilepsieaanvallen ontstaan. Er bestaan verschillende medicijnen die gebruikt kunnen worden, er bestaat niet een voorkeursmedicijn voor de behandeling van ARSACS. Geadviseerd wordt om het medicijn valproaat (Depakine®) beter niet te gebruiken omdat bij kinderen met ARSACS de energiefabriekje (mitochondriën) minder goed hun werk doen.

Scoliose
De mate van zijwaartse kromming van de wervelkolom moet goed in de gaten gehouden worden. Wanneer de kromming te erg wordt, kan dit problemen geven voor het goed kunnen staan en zitten en de ademhaling beïnvloeden. Wanneer de verkromming te erg wordt, kan verdere verkromming tegengegaan worden door een korset. Indien een korset onvoldoende werkt, is soms een operatie nodig waarbij de wervelkolom wordt vastgezet zodat de verkromming niet meer toe zal kunnen nemen.

Begeleiding
Een maatschappelijk werkende of psycholoog kan begeleiding geven hoe het hebben van deze aandoening een plaatsje kan krijgen in het dagelijks leven. Het kost vaak tijd voor kind en ouders om te verwerken dat de toekomstverwachtingen van hun kind er anders uit zullen zien dan gebruikelijk. Veel kinderen en ouders vinden het moeilijk om een balans te vinden hoe om te gaan met de onzekerheid dat de klachten in de toekomst zullen gaan toenemen.

Contact met andere ouders
Door het plaatsen van een oproep op het forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere kinderen en hun ouders met ARSACS.

Wat betekent het hebben van de ARSACS voor de toekomst?
Toename klachten
Zowel bij kinderen als bij volwassenen nemen de klachten als gevolg van het hebben van ARSACS geleidelijk aan toe. De klachten nemen in de loop van de jaren geleidelijk aan toe. Bij jonge kinderen is het tempo van toename van klachten meestal hoger dan bij oudere kinderen en volwassenen.

Rolstoel
Wanneer de eerste klachten op de kinderleeftijd ontstaan dan is de kans groot dat kinderen op volwassen leeftijd een bepaald moment een (elektrische) rolstoel nodig hebben om zich te kunnen verplaatsen. Zelfstandig lopen wordt dan te moeilijk. Gemiddeld hebben volwassen rond de leeftijd van 30-40 jaar een rolstoel nodig.

Depressie
Het vooruitzicht een aandoening te hebben die geleidelijk aan toeneemt en zal leiden tot steeds meer beperkingen kan kinderen en volwassenen somber maken. De meeste kinderen en volwassenen vinden uiteindelijk een evenwicht en leven in het moment. Wat later komt, is een zorg voor later. Sommige kinderen en jongeren lukt het niet om een evenwicht te vinden. Zij raken in een depressie en hebben extra begeleiding en behandeling nodig om uit deze depressie te komen.

Levensverwachting
De levensverwachting van kinderen en volwassenen is meestal verkort. Toename van klachten zorgt er voor dat kinderen en volwassen steeds minder kunnen functioneren en verzwakken in hun conditie. Uiteindelijk zullen volwassenen komen te overlijden als gevolg van het hebben van ARSACS. De reden van overlijden is vaak een onbehandelbare vorm van longontsteking. Gemiddeld bereiken patiënten met ARSACS een leeftijd tussen de 50 en 60 jaar.

Kinderen
Volwassenen met ARSACS kunnen kinderen krijgen. Kinderen van een volwassene met ARSACS hebben een klein kans om zelf ook ARSACS te krijgen. Dit kan alleen indien de partner ook drager is van een foutje in het SACS-gen of wanneer beide ouders ARSACS hebben.

Hebben broertjes en zusjes een vergrote kans om ook ARSACS te krijgen?
Erfelijke ziekte
ARSACS is een erfelijke ziekte. Meestal blijken beide ouders drager te zijn van een foutje op een chromosoom. Broertjes en zusjes hebben dan 25% kans om zelf ook ARSACS te krijgen.
Een klinisch geneticus kan daar meer informatie over geven.

Prenatale diagnostiek
Door middel van een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie tijdens de zwangerschap bestaat de mogelijkheid om tijdens een zwangerschap na te gaan of een broertje of zusje ook ARSACS heeft.

Preïmplantatie Genetische Diagnostiek (PGD)
Stellen die eerder een kindje hebben gehad met ARSACS kunnen naast prenatale diagnostiek ook in aanmerking voor preïmplantatie genetische diagnostiek(PGD.) Bij PGD wordt een vrouw zwanger door middel van IVF (In Vitro Fertilisatie). De bevruchting vindt dan buiten het lichaam plaats, waardoor het zo ontstane pre-embryo onderzocht kan worden op het hebben van ARSACS. Alleen embryo’s zonder de aanleg voor ARSACS komen in aanmerking voor terugplaatsing in de baarmoeder. Voor meer informatie zie  www.pgdnederland.nl.

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

Wilt u ook uw verhaal kwijt, dat kan: verhalen kunnen gemaild worden via info@kinderneurologie.eu en zullen daarna zo spoedig mogelijk op de site worden geplaatst. Voor meer informatie zie hier.

Links
www.ataxie.nl
(Site van patientenverenging van mensen met ataxie)
www.bosk.nl
(vereniging van motorisch gehandicapten en hun ouders)

Referenties
1. Novel SACS mutations associated with intellectual disability, epilepsy and widespread supratentorial abnormalities. Ali Z, Klar J, Jameel M, Khan K, Fatima A, Raininko R, Baig S, Dahl N. J Neurol Sci. 2016;371:105-111
2. Autosomal recessive spastic ataxia of Charlevoix-Saguenay: an overview.Bouhlal Y, Amouri R, El Euch-Fayeche G, Hentati F. Parkinsonism Relat Disord. 2011;17:418-22
3. Autosomal recessive spastic ataxia of Charlevoix-Saguenay: a report of MR imaging in 5 patients. Martin MH, Bouchard JP, Sylvain M, St-Onge O, Truchon S. AJNR Am J Neuroradiol. 2007;28:1606-8
4. ARSACS in the Dutch population: a frequent cause of early-onset cerebellar ataxia.
Vermeer S, Meijer RP, Pijl BJ, Timmermans J, Cruysberg JR, Bos MM, Schelhaas HJ, van de Warrenburg BP, Knoers NV, Scheffer H, Kremer B. Neurogenetics. 2008;9:207-14

 

Laatst bijgewerkt: 19 september 2017

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.