A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektenbeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Het Syndroom van Smith Lemli Opitz

 

Wat is het Syndroom van Smith Lemli Opitz?

Het Syndroom van Smith Lemli Opitz is een stofwisselingsziekte met verschillende symptomen die veroorzaakt worden door een tekort aan cholesterol.

 

Hoe wordt het Syndroom van Smith Lemli Opitz ook wel genoemd?

Het Syndroom van Smith Lemli Opitz wordt ook wel SLO-syndroom genoemd. Hierbij verwijzen de letters SLO naar Smith Lemli en Opitz, de artsen die dit syndroom voor het eerst beschreven hebben.

 

Hoe vaak komt het Syndroom van Smith Lemli Opitz voor?

Het Syndroom van Smith Lemli Opitz is een zeldzame ziekte, die ongeveer bij één op de 20.000-60.000 kinderen voorkomt. Waarschijnlijk is bij een groot deel van de kinderen de diagnose ook niet bekend. Het Syndroom van Smith Lemli Opitz komt zowel bij jongens als bij meisjes voor.

 

Wat zijn de symptomen van het Syndroom van Smith Lemli Opitz?

Verschillende kenmerken

Bij het SLO-syndroom kunnen verschillende symptomen voorkomen. Niet alle kinderen hebben alle symptomen. Ook kan de ernst van de symptomen erg variëren wanneer verschillende kinderen met het SLO-syndroom vergeleken worden. De meest voorkomende symptomen bij het SLO-syndroom zijn een ontwikkelingsachterstand, problemen met leren en problemen met eten in combinatie met een typisch uiterlijk.

Ontwikkelingsachterstand

Kinderen met het SLO-syndroom hebben allemaal een ontwikkelingsachterstand. Dat betekent dat kinderen met het SLO-syndroom later gaan omrollen, zitten, kruipen en staan dan kinderen zonder het SLO-syndroom. Een deel van de kinderen met het SLO-syndroom zal nooit leren lopen. Ook gaan kinderen met het SLO-syndroom vaak pas laat praten en is hun spraak moeilijker verstaanbaar. Kinderen met het SLO-syndroom hebben vaak problemen met leren.
De ernst van de ontwikkelingsachterstand verschilt wanneer verschillende kinderen met het SLO-syndroom worden vergeleken.

Typisch uiterlijk

Kinderen met het SLO-syndroom hebben meestal een karakteristiek uiterlijk. De omtrek van hun hoofd is klein. Ze hebben een hoog voorhoofd, vaak is er een duidelijk botrichel te zien op het voorhoofd. Ter hoogte van de slapen is de schedel juist smal. De oogleden van kinderen met het SLO-syndroom hangen vaak verder naar beneden tot over het regenboogvlies. Kinderen met het SLO-syndroom hebben vaak een kleine neus waarbij de punt van de neus een beetje naar boven gericht staat, de neusrug is juist breed. Wanneer kinderen met het SLO-syndroom hun mond open hebben is de bovenkaak of soms zelfs het gehemelte te zien. Een gespleten gehemelte, schisis, komt vaker voor bij kinderen met het SLO-syndroom. De tong en de onderkaak zijn vaak klein, de mond hangt vaak open.
Kinderen met het SLO-syndroom hebben vaak dik haar wat een grijzige kleur heeft. De oren staan vaak wat lager op het hoofd.
Bij jongens met het SLO-syndroom kunnen afwijkingen van hun plassertje en balletjes voorkomen. De balletjes zijn vaak niet ingedaald. De plasbuis kan aan de onderzijde van de penis eindigen. Bij sommige jongentjes kan het lastig zijn om te zien of het nu om een jongentje of een meisje gaat.
Een deel van de kinderen met SLO-syndroom heeft extra vingertjes of teentjes aan de handen en voeten. De duimen van de hand staan vaak wat lager in de hand ingeplant dan normaal. De tweede en derde teen zijn vaak aan elkaar gegroeid. Op de vingers en de handen kunnen extra vetkussentjes voorkomen.

Lage spierspanning

Kinderen met het SLO-syndroom hebben vaak een lage spierspanning in hun spieren. Hierdoor voelen baby’s slap aan en moeten ze goed ondersteund worden.

Problemen met eten

Als baby hebben veel kinderen met het SLO-syndroom problemen met eten. Zij lijken geen honger en dorste te hebben. Zij drinken hun flessen vaak niet goed leeg en ook de hapjes op latere leeftijd gaan moeizaam. Een deel van de kinderen heeft last van het terugkomen van voeding van de maag naar de slokdarm en de mond. Dit terugkomen van voeding wordt reflux genoemd.

Kleine lengte

Kinderen met het SLO-syndroom groeien vaak niet goed en blijven klein en licht van gewicht en hebben een kleine schedelomtrek. Voor een deel komt dit door het moeizame eten en drinken. Voor een deel komt het ook door het ontbreken van cholesterol wat nodig is voor de aanmaak van nieuwe cellen en dus voor de groei van het lichaam.

Problemen met zien

Een deel van de kinderen met syndroom van Smith Lemli Opitz heeft problemen met het zien door vertroebeling van de lens, dit wordt staar of cataract genoemd.

Afwijking aan de darmen en lever.

Bij een deel van de kinderen met het SLO-syndroom komen afwijkingen aan de darmen voor.
Het terugkomen van voeding van de maag naar de slokdarm of mondholte, reflux, wordt regelmatig gezien bij kinderen met het SLO-syndroom. Bij een deel van de kinderen is de uitgang van de maag vernauwd (pylorusstenose). Harde ontlasting of weinig frequent ontlasting hebben komt vaak voor bij kinderen met het SLO-syndroom. Ook zijn de darmen soms niet goed aangelegd, een zogenaamde malrotatie van de darm wordt vaker gezien bij kinderen met het SLO-syndroom.
Ook worden problemen met het functioneren van de lever gezien. Bij een klein deel van de kinderen functioneert de dikke darm niet goed waardoor deze steeds verder uit gaat zetten.

Hartafwijkingen

Ook hartafwijkingen komen bij een klein deel van de kinderen met het SLO-syndroom voor.
Meestal gaat het om een gaatje tussen de beide hartboezems (ASD) of tussen de hartkamers (VSD). Ook een blijvende verbinding tussen de longslagader en de grote lichaamsslagader bij baby’s kan veroorzaakt wordt regelmatig gevonden.

Nierafwijkingen

Bij kinderen met het SLO-syndroom komen regelmatig cystes in de nieren voor.

Hoge bloeddruk

Kinderen met het SLO-syndroom hebben vaker last van een hoge bloeddruk.

Epilepsie

Als gevolg van het syndroom van Smith Lemli Opitz krijgt een deel van de kinderen epilepsie-aanvallen. Allerlei soorten epilepsie-aanvallen kunnen voorkomen.

Vatbaar voor infecties

Kinderen met het SLO-syndroom zijn vatbaar voor het krijgen van infecties. Meestal gaat het om infecties van de oren, neus, keel, mond en longen.

Huidproblemen

Kinderen met het SLO-syndroom kunnen zonlicht niet goed verdragen. Hun huid wordt snel rood en raakt geïrriteerd en jeukt. De huid kan er ook wat rood-wit gevlekt uitzien, dit wordt ook wel een gemarmerde huid genoemd. Eczeem komt vaker voor bij kinderen met het SLO-syndroom.

Gedragsproblemen

Als gevolg van de ziekte van Smith Lemli Opitz heeft een groot deel van de kinderen in meer of mindere mate gedragsproblemen. Kinderen met SLO-syndroom houden vaak niet van onvoorspelbare situaties en houden van vaste ritmes en structuren. Ze zijn gevoelig voor prikkels en raken gemakkelijk overprikkeld. Veel kinderen hebben problemen met het regelen van hun emoties en worden gemakkelijk boos of agressief. Baby’s met dit syndroom vinden het vaak niet prettig om vast gehouden te worden.
Kinderen met SLO-syndroom maken vaak geen goed onderscheid tussen bekende mensen en onbekende mensen, ze gedragen zich bij beide hetzelfde. Een groot deel van de kinderen voldoet aan de criteria voor PDDNOS, een aan autisme verwante contactstoornis.
Ook zijn er zijn vaak problemen met de aandacht, de concentratie. Hyperactiviteit komt vaak voor. Een groot deel van de kinderen voldoet ook aan de criteria voor ADHD.
Sommige kinderen hebben de neiging zichzelf te verwonden.

Slaapproblemen

Als baby slapen kinderen met het SLO-syndroom vaak veel. Vanaf de kleuterleeftijd slapen kinderen met het SLO-syndroom vaak erg weinig en zij zijn erg vroeg in de nacht weer wakker.

 

 

Wat is de oorzaak van het syndroom van Smith Lemli Opitz?

Foutje in het erfelijk materiaal

Het Syndroom van Smith Lemli Opitz wordt veroorzaakt door een foutje in ons erfelijk materiaal het DNA. Bij het syndroom van Smith Lemli Opitz zit de fout op een bepaalde plaats op het zogenaamde 11 e chromosoom. Er zijn inmiddels zeer veel verschillende foutjes bekend op het 11 e chromosoom die het SLO-syndroom kunnen veroorzaken.
Iemand krijgt pas symptomen van het syndroom als op beide chromosomen 11 een fout aanwezig is. De plaats van de fout op het elfde chromosoom bepaalt de hoeveelheid en de ernst van het SLO-syndroom.

Tekort aan cholesterol

Als gevolg van de fout op het DNA kan het lichaam geen cholesterol meer maken. Normaal wordt in de lichaamscellen door een bepaald eiwit uit het stofje 7-dehyroxycholesterol cholesterol gemaakt. Dit eiwit is een enzym en heeft de moeilijke naam 7-dehydroxycholesterol reductase. Door de fout in het DNA ontbreekt het enzym 7-dehydroxy cholesterol reductase waardoor geen cholesterol aangemaakt kan worden.
Cholesterol is een belangrijke bouwstof voor verschillende lichaamscellen en in het bijzonder ook voor de hersencellen. Daarnaast is cholesterol ook een belangrijke bouwstof voor het aanmaken van verschillende hormonen in het lichaam.
Sommige kinderen met het SLO-syndroom kunnen helemaal geen cholesterol meer maken en zullen veel en ernstige symptomen hebben. Bij andere kinderen is er een tekort aan cholesterol, maar wordt cholesterol nog wel in kleine hoeveelheden aangemaakt. Deze kinderen hebben vaak minder of minder ernstige klachten.

Hersencellen

Door het tekort aan cholesterol kunnen de hersencellen niet meer goed functioneren en kunnen de hersencellen niet de functies uitvoeren die zij zouden moeten uitvoeren. Hierdoor ontstaat de ontwikkelingsachterstand en de gedragsproblemen.

Andere lichaamscellen

Cholesterol speelt ook een belangrijke rol bij de opbouw van eigenlijk alle lichaamscellen. Ook deze lichaamscellen kunnen door het tekort aan cholesterol niet meer goed functioneren.

Hormonen

Cholesterol is een belangrijke bouwstof voor verschillende hormonen in het lichaam, onder andere voor de aanmaak van vitamine D, het hormoon cortisol en de geslachtshormonen. Door het tekort aan cholesterol ontstaan ook tekorten aan deze hormonen. Hierdoor ontstaan bijvoorbeeld de afwijkingen aan de geslachtsorganen bij jongentjes.

7-dehydroxycholesterol

De symptomen van het SLO-syndroom worden waarschijnlijk niet alleen veroorzaakt door het tekort aan cholesterol, maar ook door een te grote hoeveelheid 7-dehydroxycholesterol. 7-dehydroxycholesterol kan waarschijnlijk verschillende lichaamscellen beschadigen.

 

Hoe wordt de diagnose Syndroom van Smith Lemli Opitz gesteld?

Verhaal en onderzoek

Op grond van het verhaal van een kind met gedragsproblemen, autistiforme kenmerken, ontwikkelingsachterstand in combinatie met een groeiachterstand kan het SLO-syndroom vermoed worden. Maar ook andere syndromen kunnen zorgen voor deze combinatie van problemen. Aanvullend onderzoek zal nodig zijn om te kijken of er sprake is van het SLO-syndroom.

Bloedonderzoek

Wanneer een arts op grond van het verhaal en de bevindingen bij onderzoek denkt aan het syndroom van Smith Lemli Opitz, kan deze diagnose bevestigd worden door middel van bloedonderzoek. Bij kinderen met het SLO-syndroom is de waarde van het stofje 7-dehydroxycholesterol verhoogd. Het totale cholesterol gehalte kan bij kinderen met SLO in het bloed normaal zijn, omdat bij de meeste metingen van cholesterol in het laboratorium geen onderscheid te maken is tussen cholesterol en 7-dehydroxycholesterol.
Vaak is daarom een speciale bepaling met behulp van gaschromotografie of massaspectrometrie nodig om aan te tonen dat het 7-dehydroxycholesterol verhoogd is.

Enzymmeting

Ook door middel van bloedonderzoek kan het ontbreken van het enzym 7-dehydroxycholesterol reductase worden aangetoond. In bloed zitten witte bloedcellen. In deze witte bloedcellen wordt de activiteit van het enzym wat bij het Syndroom van Smith Lemli Opitz verlaagd is gemeten.

Huidbiopt

Wanneer het niet lukt om met bloedonderzoek het ontbreken van het enzym 7-dehydroxycholesterol reductase aan te tonen, kan bij sterke verdenking op het SLO-syndroom een huidbiopt gedaan worden. Soms kan de diagnose bevestigd worden door het aantonen van het ontbrekende enzym in huidcellen.

DNA-onderzoek

Eveneens kan door middel van bloedonderzoek bij sterk vermoeden op het syndroom van Smith Lemli Opitz de fout in het DNA van het 11 e chromosoom worden aangetoond. Door ook het bloed van de ouders te onderzoeken kan gekeken worden of beide ouders drager zijn van deze fout in het DNA of dat de fout in het DNA bij het kind zelf is ontstaan.

MRI-scan

In het beginstadium is vaak nog niet duidelijk dat het om de ziekte van Smith Lemli Opitz gaat. Omdat het wel duidelijk is dat de hersenen niet meer goed functioneren zal vaak een scan van de hersenen gemaakt worden. Bij de ziekte van Smith Lemli Opitz is vaak te zien dat de hersenen te klein zijn voor de leeftijd van het kind. Bij een deel van de kinderen ontbreekt de herenbalk tussen de rechter en de linker hersenhelft volledig of gedeeltelijk. Ook is er vaak een onvoldoende scheiding tussen de rechter en de linkerhersenhelft. Dit wordt holoprosencefalie genoemd.

EEG

Wanneer kinderen met het syndroom van Smith Lemli Opitz epileptische aanvallen krijgen zal vaak een EEG (hersenfilmpje) gemaakt worden. Op het EEG is bij het syndroom van Smith Lemli Opitz epileptische activiteit te zien. Het EEG-patroon is niet specifiek voor het Syndroom van Smith Lemli Opitz maar kan bij meerdere ziektes gezien worden.

Oogarts

Vanwege de problemen met zien zullen veel kinderen naar de oogarts verwezen worden. De oogarts kan bij kinderen met het syndroom van Smith Lemli Opitz kijken of er sprake is van een vertroebeling van de lens. Ook komen soms afwijkingen aan de oogzenuw voor.

Hartspecialist

Bij kinderen met het SLO-syndroom kunnen hartafwijkingen voorkomen. Daarom worden kinderen met het SLO-syndroom vaak een keer onderzocht door een kindercardioloog.

 

 

Hoe wordt het Syndroom van Smith Lemli Opitz behandeld?

Geen genezing

Er is geen behandeling die het syndroom van Smith Lemli Opitz kan genezen. De behandeling is er op gericht de symptomen van de ziekte zo veel mogelijk te voorkomen . Daarnaast is het belangrijk om het kind en de ouders zo goed mogelijk te leren om gaan met de gevolgen van het SLO-syndroom.

Cholesterol

Een aantal symptomen van het SLO-syndroom kunnen verbeteren door het geven van cholesterol via de voeding. Dit kan gebeuren door het eten van cholesterolrijke voeding zoals bijvoorbeeld eieren of door het toevoegen van cholesterol in poedervorm aan het eten.
Met behulp van deze cholesterolbehandeling verbeteren vaak de gedragsproblemen en groeien kinderen beter. Het is van belang dat op zo jong mogelijk leeftijd wordt begonnen met deze behandeling.
Ondanks het toevoegen van cholesterol aan de voeding zal in het bloed en inde lichaamscellen nooit dezelfde hoeveelheid cholesterol kunnen komen als bij kinderen zonder het SLO-syndroom.

Medicijnen

Bij volwassenen worden regelmatig cholesterolverlagende medicijnen voorgeschreven. Deze medicijnen blijken de hoeveelheid 7-dehydroxycholesterol te verlagen. Omdat er gedacht wordt dat een te grote hoeveelheid 7-dehydroxycholesterol schadelijk is voor lichaamscellen en ook een deel van de symptomen van het SLO-syndroom veroorzaakt, worden deze medicijnen (waaronder het medicijn simvastatine) ook voorgeschreven aan kinderen met het SLO-syndroom.

Epilepsie

Met behulp van medicijnen wordt geprobeerd nieuwe epileptische aanvallen zo veel mogelijk te voorkomen.

Fysiotherapie , Ergotherapie , Revalidatiearts

Een fysiotherapeut kan helpen kinderen met het SLO-syndroom stimuleren in hun ontwikkeling.
De ergotherapeut en/of revalidatiearts kunnen behulpzaam zijn bij hulpmiddelen thuis die de verzorging van het kind vergemakkelijken.

Logopedie
Een logopedist kan helpen bij het stimuleren van de taalontwikkeling.
Ook kan de logopedist adviezen geven omtrent de slikproblemen.

School

Veel kinderen met het SLO-syndroom kunnen niet goed in het reguliere onderwijs functioneren en gaan naar het speciaal onderwijs toe.

Voedingsproblemen.

In de eerste levensjaren zijn er vaak veel problemen met eten en drinken bij kinderen met het SLO-syndroom. Om te zorgen dat deze kinderen toch voldoende voeding en vocht binnen krijgen wordt vaak sondevoeding gegegeven. Er kan gekozen worden voor een neussonde wanneer verwacht wordt dat de sondevoeding niet voor lange tijd nodig is. Anders zal vaak gekozen worden voor een PEG-sonde, een sonde die via de buikhuid in de maag terecht komt.
Reflux kan behandeld worden met medicijnen die de maaginhoud minder zuur maken en met medicijnen die zorgen dat de maag sneller leeggemaakt wordt. Indien deze medicijnen niet helpen kan soms een operatie nodig zijn die zorgt dat de voeding minder makkelijk van de maag in de slokdarm kan komen.

Slaapproblemen

Voor de slaapproblemen zullen in eerste instantie adviezen gegeven worden om te proberen kinderen met het SLO-syndroom langer door te laten slapen: geen slaapjes overdag, vast slaappatroon, het ’s nachts sober houden en duidelijk laten blijken dat het ’s nachts tijd om te slapen is en af en toe als ouder even bij te tanken door iemand anders op te laten passen zodat zelf een keer een nacht doorgeslapen kan worden. Soms worden medicijnen voorgeschreven die ervoor zorgen dat kinderen met het SLO-syndroom langer doorslapen.

Overgevoeligheid voor zonlicht

Kinderen met het SLO-syndroom kunnen beschermd worden tegen zonlicht door het regelmatig insmeren van de huid met een zonnebrandcrème met een hoge factor en het dragen van een zonnebril.

Infecties

Infecties kunnen behandeld worden met antibiotica, soms kan een lage dosis antibiotica helpen om infecties te voorkomen.

Begeleiding

Begeleiding en ondersteuning van ouders van een kind met het Syndroom van Smith Lemli Opitz is ook heel belangrijk. Via de patiëntenvereniging van ouders van kinderen met stofwisselingsziekten kunnen ouders en kinderen in contact komen met andere kinderen met dit syndroom. Ook is het mogelijk om een oproepje te doen op het forum van deze site om in contact te komen met andere ouders die een kind hebben met dit syndroom of met een syndroom wat vergelijkbare problemen geeft.
Een maatschappelijk werkende of een psycholoog kunnen een stuk begeleiding geven.

 

Wat is de prognose van het Syndroom van Smith Lemli Opitz?

Ontwikkeling

Het Syndroom van Smith Lemli Opitz is een stofwisselingsziekte waarbij kinderen over de jaren heen zich wel verder blijven ontwikkelingen. Een groot deel van de kinderen leert lopen, een klein deel van de kinderen heeft een rolstoel nodig om zich te verplaatsen. De meeste kinderen houden grote problemen met spreken en begrijpen.

Levensverwachting

De levensverwachting van kinderen met het SLO-syndroom is afhankelijk van de ernst van de symptomen en dit is weer afhankelijk van de mogelijkheid waarin het lichaam nog een beetje cholesterol kan aanmaken. Kinderen met het SLO-syndroom die in het geheel geen cholesterol meer aan kunnen maken hebben vaak veel en ernstige afwijkingen waardoor hun levensverwachting ernstig beperkt is. Soms overlijden zij tijdens de zwangerschap of in de eerste weken na de geboorte. Bij kinderen met het SLO-syndroom met weinig symptomen kan de levensverwachting geheel normaal zijn.

 

Hebben broertjes of zusjes ook kans om het Syndroom van Smith Lemli Opitz te krijgen?

Het Syndroom van Smith Lemli Opitz is een erfelijke ziekte. Een kind krijgt de ziekte alleen als het van beide ouders een afwijkend chromosoom 11 krijgt. De ouders zelf zijn drager en niet ziek omdat ze ook nog een gezond chromosoom 11 hebben.
Omdat ouders beide drager zijn hebben broertjes en zusjes van een kind met het syndroom van Smith Lemli Opitz maximaal 25% kans hebben om de ziekte ook te krijgen.
Een klinisch geneticus kan hier meer uitleg over geven.
Het is mogelijk om met prenatale diagnostiek tijdens de zwangerschap de diagnose te stellen.

 

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

 

Links en verwijzingen
www.stofwisselingsziekten.nl

 

Referenties
1. Porter FD. Smith-Lemli-Opitz syndrome: pathogenesis, diagnosis and management.
Eur J Hum Genet. 2008;1:1-7
2. Shinawi M, Szabo S, Popek E, Wassif CA, Porter FD, Potocki L. Recognition of Smith-Lemli-Opitz syndrome (RSH) in the fetus: utility of ultrasonography and biochemical analysis in pregnancies with low maternal serum estriol. Am J Med Genet A. 2005;138:56-60.

 

 

Laatst bijgewerkt 25 maart 2008

 

 

auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.