A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektenbeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Central core disease

 

Wat is central core disease?

Central core disease is een aangeboren aanlegstoornis van de spier waarbij de spiervezels afwijkend worden aangelegd waardoor de spieren minder sterk zijn.

 

Hoe wordt een central core disease ook wel genoemd?

Central core is de naam voor de afwijking die wordt gezien aan de spiervezels wanneer deze onder de microscoop worden bekeken. Disease betekent ziekte.
Central core disease wordt ook wel afgekort met de letters CCD.

Shy-Magee

Vroeger werd central core disease ook wel de ziekte van Shy-Magee genoemd. Shy en Magee waren twee artsen die dit syndroom beschreven hebben. Tegenwoordig wordt deze term eigenlijk niet meer gebruikt.

Congenitale myopathie

Central core disease behoort tot de groep van de congenitale myopathie ë n. Een groep aandoeningen waarbij de spieren niet goed worden aangelegd. Andere congenitale myopathieën zijn een congenital fibre type disproportion myopathie, nemaline rod myopathie en multimini-core myopathie. Deze ziektes lijken heel veel op elkaar en kunnen alleen door middel van een spierbiopt worden onderscheiden.

 

Hoe vaak komt een central core disease voor bij kinderen?

Het is niet goed bekend hoe vaak een central core disease voorkomt bij kinderen. Geschat wordt dat het bij een op de 100.000 mensen voorkomt.
Wellicht is dit een onderschatting, omdat bij lang niet alle mensen deze diagnose gesteld is. Met name bij mensen met een milde vorm van deze aandoening zal lang niet altijd een spierbiopt verricht zijn, iets wat nodig is om deze diagnose te kunnen stellen.

 

Bij wie komt een central core disease voor?

Central core disease is al vanaf de geboorte aanwezig. De eerste klachten kunnen op verschillende leeftijd ontstaan. Bij de meeste kinderen zijn de eerste klachten al vanaf de geboorte aanwezig. Bij een deel van de kinderen ontstaan de eerste klachten op kinderleeftijd of soms zelfs op volwassen leeftijd.
Zowel jongens als meisjes kunnen deze spierziekte krijgen.

 

Wat is de oorzaak van een central core disease?

Fout in erfelijk materiaal

Central core disease wordt veroorzaakt door een foutje in het erfelijk materiaal. De meeste kinderen hebben een foutje in een stukje van het erfelijk materiaal van chromosoom 19. De plaats van dit foutje wordt RYR-1 genoemd.
Niet alle kinderen met een central core myopathie hebben een foutje op RYR-1 zitten. Er zullen ook nog andere foutjes zijn die een central core myopathie kunnen veroorzaken. Deze foutjes zijn nog niet bekend.

Autosomaal dominant of recessief

Kinderen hebben twee chromosomen 19. Het merendeel van de kinderen krijgt al klachten van central core disease wanneer een chromosoom 19 een foutje bevat. Er zijn ook kinderen die pas klachten krijgen wanneer beide chromosomen 19 een foutje bevatten. Hoe dit komt is niet precies bekend.
Wanneer een kind klachten krijgt wanneer een foutje op een van de twee chromosomen 19 aanwezig is, wordt gesproken van een autosomaal dominant overervende aandoening. Wanneer pas klachten ontstaan wanneer beide chromosomen 19 een foutje hebben, dan wordt gesproken van een autosomaal recessieve overerving.

Overerving van de ouders

De meeste kinderen met de autosomaal dominante vorm van central core disease (dat wil zeggen een foutje op een van de twee chromosomen 19) hebben de ziekte geërfd van een van de ouders. Soms heeft deze ouder zelf zo weinig klachten dat helemaal niet bekend is dat deze ouder zelf een spierziekte heeft.
Bij kinderen met de autosomaal recessieve vorm (dat wil zeggen foutjes op beide chromosomen 19) zijn beide ouders vaak drager van een foutje en hebben ze ook een normaal chromosoom zonder foutje, waardoor ze zelf geen klachten hebben.

Bij het kind zelf ontstaan

Bij een deel van de kinderen is het foutje niet overgeërfd van een ouders maar bij het kind zelf ontstaan.

Tekort aan eiwit

Als gevolg van de fout in het erfelijk materiaal missen kinderen met deze ziekte een eiwit wat ryanodine receptor 1 wordt genoemd. Dit eiwit zit in het onderdeel van de spiercel wat endoplasmatisch reticulum wordt genoemd. Het zorgt daar dat er calcium vrij komt wat nodig is om de spier te laten werken. Zonder voldoende calcium kan de spier niet voldoende kracht leveren.
Ook zorgt het voor de vorm van de wand van de spiervezels (het sarcolemma), door een optimale vorm kan de spiervezel zo goed mogelijk zijn werk doen. Wanneer de vorm van de spiervezel anders is, kan deze minder goed werken. Hierdoor zijn de spieren minder sterk, waardoor kinderen last krijgen van spierzwakte.

Cores

Kinderen met een central core disease hebben ophelderingen zitten in hun spiervezels. Deze ophelderingen worden de cores genoemd. Deze cores zitten of in het midden of aan de rand van de spiervezels. Ter plaatse van deze cores blijken belangrijke onderdelen van de spiercel te ontbreken. Een core is dus een lege plek in de spiercel. Belangrijke onderdelen van de spiercel (zoals mitochondriëen de energiefabriekjes van de spiercel en het sarcoplasmatisch reticulum blijken te ontbreken). Hierdoor kan de spier niet goed functioneren.

Z-band

In elke spier zit een soort dwarsverbinding die de Z-band wordt genoemd. Hieraan kunnen spiereiwitten die kunnen samentrekken zich vasthechten. Bij kinderen met een central core disease verloopt deze Z-band niet recht maar kronkelig. Hierdoor kunnen de spiereiwitten hun werk minder goed uitvoeren.

Andere spieraandoeningen

Bij andere spieraandoeningen kunnen ook cores gezien worden in de spieren. Cores in de spieren betekent dus niet automatisch dat er sprake is van een central core disease. Vaak worden bij andere spierziekten ook nog andere afwijkingen gezien die maken dat er een andere diagnose gesteld kan worden.

 

Wat zijn de symptomen van een central core disease ?

Variatie

Er bestaat variatie tussen de klachten van verschillende kinderen met een central core disease. De variatie zit met name in de hoeveelheid klachten (variërend van bijna geen klachten tot ernstige klachten), de leeftijd waarop de eerste klachten ontstaan en het tempo waarin daarna nieuwe klachten ontstaan. Ook binnen een familie kunnen de hoeveelheid en de ernst van de symptomen sterk variëren.

Zwangerschap

Moeders die zwanger zijn van een baby met een congenitale central core disease kunnen merken dat hun baby weinig beweegt in de baarmoeder. Vooral moeders die al een eerder kind zonder deze spierziekte hebben gehad, kunnen dit verschil goed merken. Ook komt vaker voor dat moeders te veel vruchtwater hebben, waardoor ze een extra dikke buik hebben. Normaal drinken kinderen vruchtwater, maar kinderen met een central core disease kunnen dit niet goed waardoor er een te veel aan vruchtwater ontstaat.
Wanneer het kind pas op latere leeftijd de eerste symptomen ontstaan dan zullen er meestal geen bijzonderheden zijn tijdens de zwangerschap.

Slappe baby

Bij een deel van de kinderen zijn de eerste symptomen al na de geboorte zichtbaar. Baby’s voelen dan slapper aan en moeten goed ondersteund worden wanneer ze opgetild worden. Wanneer kinderen in hun bedje liggen, liggen ze vaak in een zogenaamde kikkerhouding. De beentjes liggen naar buiten toe geklapt net als de beentjes van een kikker, de schouders liggen plat op de onderlaag. Kinderen hebben moeite om hun bovenarmen en bovenbenen van de matras af te tillen.
Sommige kinderen kunnen alleen zachtjes huilen en hebben niet voldoende kracht om hard te kunnen huilen.

Gezicht

Sommige baby’s met een central core disease hebben moeite om de spieren van hun gezicht te bewegen.
Vaak hangt de mond een beetje open en heeft de bovenlip een driehoekige vorm. Dit wordt ook wel tentmondje genoemd. Het gehemelte is vaak hoog, de onderkaak staat vaak verder naar achteren dan de bovenkaak. Dit wordt een retrognathie genoemd.

Problemen met ademhalen
Door zwakte van de spieren van de ribben en van het middenrif kunnen baby’s problemen hebben met ademhalen waardoor ze sneller dan gebruikelijk gaan ademhalen. Kinderen kunnen uitgeput raken door deze sneller manier van ademhalen.

Problemen met drinken

Ook kunnen er problemen zijn met drinken. Dit komt aan de ene kant door minder zuig- en slikkracht, aan de andere kant ook door de snelle ademhaling waardoor kinderen het moeilijk vinden om te slikken tussen twee ademhalingen door.

Reflux

Baby’s met een central core disease hebben vaker last van reflux, het terugstromen van voedsel vanuit de maag naar de slokdarm en de mond. Omdat de maaginhoud zuur is, raakt de slokdarm geïrriteerd. Kinderen kunnen hierdoor veel huilen, niet willen drinken, zuur uit hun mondje ruiken of regelmatig spugen.

Contracturen

Een deel van de kinderen met een congenitale central core disease wordt al geboren met gewrichtjes die vast zitten en die niet normaal bewogen kunnen worden. Zo kunnen bijvoorbeeld klompvoetjes ontstaan. Ook andere gewrichten zoals heupen en schouders kunnen vastzitten. Wanneer meerder gewrichten vast zitten wordt gesproken van een arthrogryposis multiplex.

Heupdysplasie

Omdat kinderen met een central core disease hun heupen niet goed kunnen bewegen, bestaat er een kans dat de heupkom zich niet goed ontwikkelt. Hierdoor kan de heupkop gemakkelijk uit de kom schieten. Het niet goed ontwikkelen van de heupkom wordt een heupdysplasie genoemd.

Ontwikkeling

Kinderen die al op jonge leeftijd last hebben van spierzwakte zullen zich minder snel ontwikkelen dan hun leeftijdsgenoten. Ze hebben meer moeite om hun hoofd op te tillen en ze zullen later gaan rollen, zitten, staan en lopen. De meeste kinderen zullen uiteindelijk leren lopen. Ook het merendeel van de kinderen waarbij de spierzwakte al vanaf babyleeftijd aanwezig is, leert lopen tussen de leeftijd van twee en vier jaar.

Klachten op latere leeftijd

Een ander deel van de kinderen met een central core disease heeft als baby helemaal geen klachten, zij ontwikkelen zich gewoon normaal. De eerste klachten ontstaan dan pas op latere leeftijd.

Spierzwakte

Kinderen met een central core disease hebben last van spierzwakte. Met net name de spieren van de schouders en de bovenarmen, het bekken en de bovenbenen zijn zwak. Hierdoor kunnen kinderen niet goed hun armen en benen optillen en hebben ze moeite om iets boven hun hoofd te doen. Rennen en traplopen zijn moeilijk. Net als opstaan uit een stoel, vaak gebruiken kinderen hun handen om op te staan uit een stoel. Tijdens het lopen bewegen de kinderen met hun heupen heen en weer. Dit wordt een zogenaamde waggelgang genoemd die kenmerkend is voor kinderen met een spierziekte. Ook vallen kinderen gemakkelijker.
Een deel van de kinderen heeft ook last van spierzwakte van de spieren van het gezicht of van de nek. Kinderen kunnen hierdoor moeite hebben om hun hoofd lang overeind te houden. Ook kunnen kinderen met zwakte van de spieren van het gezicht moeite hebben om duidelijke gezichtsuitdrukking te laten zien zoals boosheid of blijheid.


Problemen met bewegen van de ogen

Een deel van de kinderen met central core disease waarbij de ziekte op zogenaamd autosomaal recessieve manier is overgeërfd, heeft problemen met het bewegen van de ogen. De ogen kunnen niet goed omhoog of omlaag bewogen worden. Wanneer twee ogen niet naar hetzelfde punt kijken, krijgen de hersenen twee verschillende beelden door waardoor kinderen last kunnen hebben van dubbelzien.

Hangende oogleden

Een deel van de kinderen heeft ook last van hangende oogleden. De ogen kunnen niet helemaal goed geopend worden. Meestal geeft dit geen problemen. Wel maken kinderen hierdoor een vermoeide indruk. Wanneer het ooglid voor de pupil (het zwarte rondje in het oog hangt) dan kan dit wel zorgen voor problemen met zien. Door de hangende oogleden lukt het vaak niet goed om lenzen te dragen indien deze nodig zien voor een probleem met zien (losstaand van deze ziekte)

Soepele gewrichten

Door de spierzwakte kunnen jonge kinderen met deze spieraandoening vaak hun gewrichten overstrekken. Ze zijn heel soepel in hun gewrichten. Hierdoor bestaat er een vergrote kans dat een gewricht uit de kom zal kunnen schieten. Dit wordt nogal eens gezien bij de knieschijf. Kinderen hebben een vergrote kans om last te krijgen van platvoeten.

Vastzitten van gewrichten

Met het ouder worden kunnen bepaalde gewrichten vast komen te zitten. Kinderen kunnen deze gewrichten dan maar moeizaam strekken of buigen. Dit hindert bij het bewegen of bij het lopen. Het vastzitten van een gewricht wordt een contractuur genoemd. Dit wordt het vaakst gezien aan het enkelgewricht.
Oudere kinderen en volwassenen met een central core disease die spierzwakte krijgen van de voeten ontwikkelen regelmatig zogenaamde holvoeten.

Pijnklachten

Kinderen met een central core disease hebben regelmatig last van pijnklachten als gevolg van overbelasting door de verzwakte spieren. Deze pijnklachten treden met name aan het eind van de dag op. Soms zorgen ze op die manier voor problemen met slapen.
De pijn zit meestal in de spieren van de nek, schouder en onderrug, omdat deze spieren het meest belast worden.

Spierkramp

Ook kunnen pijnklachten als gevolg van spierkramp in de verzwakte spieren ontstaan. Vaak gebeurt dit tijdens inspanning. Kinderen met spierkramp hebben een verhoogde kans om tijdens een operatie last te krijgen van een te hoge lichaamstemperatuur (maligne hyperthermie)

Problemen met praten

Een deel van de kinderen met een central core disease met zwakte van de spieren van het gezicht is moeilijker verstaanbaar omdat ze niet genoeg kracht in de spieren rondom de mond hebben om de woorden goed uit te spreken. Dit wordt vaak duidelijk wanneer kinderen moe zijn.
Vaak zijn bepaalde letters waarbij de lipspieren veel gebruikt moeten worden moeilijk om uit te spreken zoals de b, p en de m. Kinderen hebben vaak een stemgeluid alsof ze altijd verkouden zijn. Dit komt omdat kinderen de spierkracht niet hebben om de mond en de neusholte apart van elkaar te scheiden. Er ontsnapt zodoende tijdens het praten steeds wat lucht door de neus.

Problemen met kauwen en slikken

Ook voor het kauwen en slikken zijn spieren nodig. Kinderen met een central core disease hebben hier vaak meer moeite mee. Het kauwen van korstjes brood of taai vlees kan lastig zijn voor kinderen. Sommige kinderen hebben ook problemen met slikken, ze verslikken zich gemakkelijker in eten of drinken en moeten dan hoesten tijdens het eten.

Verstopping van de darmen

Kinderen met een central core disease hebben vaak last van verstopping van de darmen. Ze kunnen hierdoor moeilijk poepen, de poep wordt hierdoor vaak hard, waardoor poepen nog moeilijker wordt. Te veel ontlasting in de buik kan zorgen voor buikpijnklachten.

Dunne spieren

Kinderen met een central core disease hebben vaak dunne spieren. Bij baby’s is dit nog niet goed zichtbaar, omdat zij nog veel babyvet hebben waardoor minder opvalt dat de spieren dun zijn. Met het ouder worden verdwijnt het babyvet waardoor steeds duidelijker zichtbaar wordt dat de spieren dunner zijn dan gebruikelijk.

Verkromming van de wervelkolom

Kinderen met een central core disease hebben een vergrote kans om last te krijgen van een zijwaartse verkromming van de rug. Dit wordt een scoliose genoemd. Een scoliose kan zorgen voor problemen met zitten, lopen of met ademhalen.
Een extra holle rug wordt ook vaker gezien bij kinderen met een central core disease, dit wordt een versterkte lordose genoemd.

Hart

Kinderen met een central core disease hebben meestal geen problemen als gevolg een niet functionerende hartspier.

Ademhalingsproblemen

Een klein deel van de kinderen met een central core disease krijgt problemen met het ademhalen. Dit komt omdat ook de spieren van het middenrif verzwakt raken. Het middenrif is belangrijk om goed adem te kunnen halen. Wanneer het middenrif niet goed kan functioneren zal het kind voortdurend bewust moeten ademen met behulp van de borstspieren en de buikspieren, hetgeen erg vermoeiend is.

Vatbaarheid voor infecties

Kinderen met een central core disease zijn vaak vatbaar voor het krijgen van infecties aan de luchtwegen. Ook kunnen ze als gevolg van een virusinfectie gemakkelijker een longontsteking als gevolg van een bacterie ontwikkelen.

Vermoeidheid

Vermoeidheid komt vaker voor bij kinderen met deze spierziekte. Alle bewegingen kosten meer energie zodat kinderen sneller vermoeid zijn.
Vermoeidheid kan ook veroorzaakt worden door slaapproblemen of problemen met ademhalen.

Gewicht

De meeste kinderen met een central core disease zijn lichter dan hun leeftijdsgenoten. Dit komt voor een deel omdat ze minder spiermassa hebben. Het is belangrijk om alert te blijven dat het gewicht niet te laag wordt als gevolg van problemen met slikken en kauwen. Ondergewicht kan zorgen voor toename van klachten die weer te verhelpen zijn door te zorgen voor een normaal gewicht. Overgewicht moet zeker voorkomen worden, dit zorgt ook voor verergering van klachten.

Intelligentie

Kinderen met een central core disease hebben een normale intelligentie. Soms lopen ze qua denken en begrijpen juist voor op leeftijdsgenoten omdat ze beperkter zijn in hun mogelijkheden qua bewegen.

Problemen met slapen

Kinderen met deze spierziekte hebben soms problemen met slapen. Dit komt aan de ene kant door spierpijnklachten die juist vaak aan het eind van de dag of in de nacht optreden. Ook zijn er kinderen die zelf niet goed kunnen omdraaien in bed en daardoor slechter slapen.
Sommige kinderen hebben ’s nachts problemen met ademhalen, waardoor ze te weinig zuurstof krijgen en telkens wakker worden om even diep te kunnen ademhalen.

Hyperthermie tijdens narcose

Kinderen met een central core disease kunnen als gevolg van medicijnen die gebruikt worden tijdens de narcose last krijgen een te hoge lichaamstemperatuur. Dit wordt hyperthermie genoemd en dit kan schadelijk zijn voor allerlei organen in het lichaam. Het is daarom belangrijk dat de narcosedokter weet dat het kind een central core disease heeft. Deze kan dan andere medicijnen gebruiken die niet het risico hebben op deze verhoogde lichaamstemperatuur.

 

Hoe wordt de diagnose central core disease gesteld?

Verhaal en onderzoek

Op grond van het verhaal en de bevindingen bij onderzoek kan vermoed worden dat er sprake is van een spierziekte. Om na te gaan om welke spierziekte het gaat, is nader onderzoek nodig. Andere ziektes de soortgelijke klachten kunnen geven zijn de andere congenitale myopathieën, spinale spieratrofie, myotone dystrofie, congenitale spierdystrofie of Emery Dreifuss spierdystrofie.

Bloedonderzoek

Bij kinderen waarbij gedacht wordt aan een spierziekte zal vaak bloedonderzoek verricht worden om na te gaan wat de oorzaak van de spierziekte is. Vaak wordt het spierenzym creatinekinase (CK) bepaald, bij kinderen met een central core disease is het CK vaak normaal of licht (tot 3 keer de normaalwaarde) verhoogd. Dit in tegenstelling met bijvoorbeeld kinderen met een spierdystrofie, waarbij de waarde van het CK vaak sterk verhoogd is.
Ook wordt vaak gekeken naar de melkzuurwaarde (lactaat), dit is vaak verhoogd bij kinderen met een stofwisselingsziekte van de spieren en niet bij kinderen met een congenitale fibre type disproportion myopathie. Wanneer het bloed na een periode met inspanning wordt geprikt, kan de waarde van het melkzuur wel verhoogd zijn en zo onterecht de indruk geven dat er sprake zou kunnen zijn van een stofwisselingsziekte van de spieren.

Spierecho

Met behulp van ECHO-onderzoek kunnen de spieren van kinderen met verdenking op een central core disease worden onderzocht. Het blijkt dat de spieren van kinderen met een central core disease er anders uit zien dan de spieren van kinderen zonder een spierziekte. Vaak valt op dat bepaalde spiergroepen een witter kleur hebben dan gebruikelijk als teken dat er iets aan de hand is met de spier.

Spierzenuwonderzoek

Wanneer er getwijfeld wordt of er sprake is van een aandoening van de spieren of van een aandoening van de zenuwen kan een spierzenuwonderzoek (EMG) worden uitgevoerd. Bij kinderen met een central core disease worden geen afwijkingen aan de zenuwen gevonden, maar wel afwijkingen aan de spier. Bij jonge kinderen kunnen deze afwijkingen aan de spier nog ontbreken en pas op latere leeftijd duidelijk worden.

MRI van de spieren

Een andere manier om de spieren in beeld te brengen is door middel van een MRI-scan. Op een MRI-scan kan gezien worden welke spieren er allemaal anders uit zien dan normaal. Vaak zit er een bepaald patroon in, spieren die vaak aangedaan zijn door de ziekte zijn quadriceps, sartorius, adductor magnus, soleus, gastrocnemius en peroneus, group spieren die juist niet aangedaan zijn, zijn rectus femoris, gracilis, adductor longus, en tibialis anterior Bij kinderen met een central core disease is vaak te zien dat er vet of bindweefsel aanwezig is in de spieren op plekken waar normaal gesproken spierweefsel aanwezig hoort te zijn.

Spierbiopt

Met een spierbiopt wordt een klein stukje spierweefsel verkregen, vaak uit een spier in het bovenbeen. Het is belangrijk om te kiezen voor een spier die ook duidelijk tekenen van spierzwakte vertoont. Het stukje spierweefsel kan zowel met een dikke naald onder lokale verdoving, als door een chirurg onder algehele narcose worden weggehaald uit de spier. Bij jonge kinderen wordt meestal voor een spierbiopt onder algehele narcose gekozen. De patholoog kan dit stukje spierweefsel onder de microscoop bekijken. Bij kinderen met een central core disease ziet het spierweefsel er anders uit. In de spiervezels wordt een opheldering gezien, deze opheldering wordt een core genoemd. Deze cores zitten met name in de type I spiervezels, de spievezels die zorgen dat we bewegingen een tijdje kunnen volhouden. Vaak zijn er bij kinderen met een central core disease ook meer type I dan type II spiervezels en zijn niet alle spiervezels van gelijke grootte. Ook kan de plaats waar spier zou moeten zitten bindweefsel of vetweefsel worden aangetroffen.
Het kan voor de patholoog best lastig zijn om de verschillende vormen van congenitale myopathie te onderscheiden. Zo kunnen bij kinderen met een central core disease ook staafjes (rods) worden aangetroffen die normaal gezien worden bij nemalin rod myopathie. Wanneer er heel veel staafjes zijn, wordt ook wel gesproken van een core-rod myopathie. Ook kunnen kinderen met een central core disease ook kleinere type 1 vezels hebben dan type 2 vezels, zodat ook gedacht kan worden aan een congenitale fibre type disproportion myopathie.

Genetisch onderzoek

Door middel van bloedonderzoek kan bij een groot deel van de kinderen met een central core disease een foutje in het erfelijk materiaal worden aangetoond op chromosoom 19 ter plaatse van het RYR-1 gen. Het lukt nog niet om bij iedereen een foutje in het erfelijk materiaal aan te tonen. Bepaalde foutjes zijn nog niet gevonden.

Kindercardioloog

Kinderen met een central core disease hebben meestal geen probleem van het hart. Standaard onderzoek door een kindercardioloog is niet nodig. Het wordt wel gedaan bij kinderen die klachten hebben van het hart zoals vocht vast houden of hartritmestoornissen. Dan zal de kindercardioloog door middel van het lichamelijk onderzoek, een hartfilmpje en een ECHO-onderzoek van het hart, kijken of er sprake is van een hartprobleem.

Longarts

Kinderen met een central core disease zullen ook gezien worden door de longarts om te kijken hoe goed hun longen functioneren. De longarts zal regelmatig de longfunctie laten bepalen, met name de hoeveelheid lucht die tijdens een maximale inademing en uitademing kunnen worden ingeademd en de maximale uitademingssnelheid zijn een goede maat voor het functioneren van de longen en de ademhalingsspieren. Wanneer er problemen zijn met de ademhaling, kan de longarts ademhalingsondersteunende behandeling geven.

Orthopeed

Ook de orthopeed zal regelmatig kijken naar kinderen met een central core disease. De orthopeed let met name op het ontstaan van een zijwaartse verkromming van de wervels en op het ontstaan van vergroeiingen van gewrichten. Om dit goed te beoordelen zal de orthopeed regelmatig foto’s van de wervelkolom en van bepaalde gewrichten laten maken.

Polysomnografie

Bij kinderen met slaapproblemen wordt vaak een slaaponderzoek verricht om te kijken wat de oorzaak van de slaapproblemen is. Tijdens dit slaaponderzoek worden zuurstofgehalte in het bloed, de ademhalingsbewegingen, de hartslag en de hersenactiviteit gemeten.

 

Hoe worden kinderen met een central core disease behandeld?

Geen genezing

Helaas bestaat er nog geen behandeling die een central core diseasekan genezen. De behandeling er op gericht om zo min mogelijk last te hebben van de symptomen en zo goed mogelijk te kunnen omgaan met de symptomen.

Blijven bewegen

Het is heel belangrijk dat kinderen met deze spierziekte blijven bewegen. Vaak bewegen ze niet graag omdat ze gemakkelijk last krijgen van spierpijnklachten. Maar door niet te bewegen, raken de spieren in een slechtere conditie waardoor er steeds sneller spierpijnklachten ontstaan.
Het is dus belangrijk om wel te bewegen, maar dan regelmatig en rustpauze in te bouwen om de spieren even weer te laten bijkomen. Op deze manier raken de spieren getraind en kan een kind uiteindelijk meer.

Rekken van de spieren

Het voorzichtig rekken van de spieren kan er voor zorgen dat de spieren niet steeds korter worden. Ook kan het helpen bij spierkramp.

Goede houding

Het is voor alle kinderen maar zeker voor kinderen met een central core disease belangrijk dat zij een rechter houding hebben, waarbij de wervelkolom zo recht mogelijk is. Dit kan door de schouders naar achteren en naar onderen te bewegen, de borstkas naar voren te bewegen en de rug te strekken. Hiervoor is training van de buik- en de rugspieren nodig. Training van deze spieren kan de kans om scoliose te ontwikkelen verkleinen.

Vermijden overgewicht

Voor kinderen met een central core disease is het heel belangrijk om geen overgewicht te hebben. Hierdoor worden de spieren extra zwaar belast wat tot meer klachten leidt. Het is voor kinderen met een spierziekte ook veel moeilijker om eventueel overgewicht weer kwijt te raken, daarom is het belangrijk overgewicht te voorkomen. Eventueel kan een diëtiste helpen bij het zorgen voor een gezond gewicht.

Houding in bed

Het kan voor wat grotere kinderen prettig zijn om in bed hun benen wat hoger te leggen met een lichte buiging van de knieën (zogenaamde Fowler houding). Sommige bedden kunnen op deze manier ingesteld worden. Soms lukt het ook met een breed groot kussen onder de knieën.

Fysiotherapie

Met behulp van een fysiotherapeut kunnen de spieren in een zo goed mogelijk conditie worden gehouden. Ook kan een zo min mogelijk belastend looppatroon voor de spieren en gewrichten worden aangeleerd. Het is van belang om zo veel mogelijk te proberen in beweging te blijven, maar te grote overbelasting van de spieren te voorkomen. Low impact training en submaximale krachttraining zijn trainingsvormen die gebruikt kunnen worden bij kinderen met deze spierziekte. De fysiotherapeut kan adviezen geven over geschikte sporten zoals wandelen, zwemmen en fietsen, maar ook bijvoorbeeld voetballen als een kind dat leuk vindt om te doen.
De fysiotherapeut kan ook adviezen geven hoe vergroeiingen van de gewrichten als gevolg van de verminderde mogelijkheid tot bewegen voorkomen kunnen worden. Net als houdingsadviezen om een verkromming van de wervelkolom te voorkomen.
Daarnaast leert de fysiotherapeut kinderen ook oefeningen om de ademhalingsspieren te trainen en oefeningen om slijm in de luchtwegen zo goed mogelijk op te kunnen hoesten.

Ergotherapie

De ergotherapeut kan adviezen geven hoe allerlei dagelijkse bezigheden zoals aankleden, eten, praten maar ook naar school gaan zo makkelijk mogelijk kunnen verlopen. De ergotherapeut kan adviezen geven hoe deze handelingen uit te voeren. Ook weet de ergotherapeut wat voor hulpmiddelen er bestaan of gemaakt kunnen worden om het uitvoeren van deze bezigheden te vergemakkelijken. Wanneer het lopen te moeilijk wordt, zal vaak gekozen worden voor een elektrische rolstoel zodat kinderen zichzelf onafhankelijk kunnen blijven verplaatsen. Een rolstoel die zelf met de handen moet worden voortbewogen vraagt meestal te veel van kinderen met een central core disease en is daarom niet geschikt voor dagelijks gebruik, alleen voor gebruik op plaatsen waar de elektrische rolstoel niet gebruikt kan worden.

Logopedie

De logopedist kan adviezen geven om het spreken te verbeteren. Ook kan een logopedist adviezen en oefeningen geven bij kauw- en slikproblemen. Baby;s kunnen baat hebben bij een speciale speen op de fles, een zogenaamde special need feeder. Voor grotere kinderen helpt het vaak om te kiezen voor wat zachter voedsel en ook hier regelmatig even een pauze tijdens het eten in te lassen.

Reflux

Reflux kan behandeld worden door indikken van babyvoeding met johannesbroodpitmeel. Ook kunnen medicijnen nodig zijn die de maaginhoud minder zuur maken waardoor bij eventueel terug stromen van de maaginhoud de slokdarm minder geïrriteerd raakt. Medicijnen die hiervoor gebruikt worden zijn ranitidine of (es)omeprazol. Indien het op deze manier nog niet lukt om de reflux voldoende te behandelen dan kan het nodig zijn dat de chirurg ervoor zorgt dat de overgang van de slokdarm naar de maag van stand veranderd waardoor de maaginhoud niet gemakkelijk terug kan stromen naar de slokdarm. Deze operatie wordt een Nissen-fundoaplicatie genoemd.

Sondevoeding

Wanneer het kinderen niet lukt om voldoende te eten, kan het al dan niet tijdelijk, nodig zijn om extra voeding via een sonde te geven. Een tijdelijke sonde loopt vaak via de neus naar de maag toe. Wanneer langere tijd een sonde nodig is zal vaak gekozen worden voor een sonde die rechtstreeks via de huid naar de maag toe loopt. Zo’n sonde heet een PEG-sonde. Later kan deze vervangen worden door een zogenaamde mickey-button die bijna niet meer opvalt.

Revalidatiearts

De revalidatiearts coördineert de verschillende therapievormen en kan adviezen geven over school en hulpmiddelen. Ook schrijft de revalidatiearts vaak nachtspalken voor die spitsvoeten helpen te voorkomen of lange spalken voor overdag die het lopen gemakkelijker maken.

Tandarts

Kinderen met een central core disease hebben vaak een kleine kaak en een overbeet omdat de onderkaak naar achteren staat. Dit kan gevolgen hebben voor het doorkomen van de tanden en kiezen, soms is hier geen plek voor. Een overbeet kan zorgen voor extra problemen met kauwen. Behandeling door een tandarts of orthodontist kan nodig zijn om de kaakstand te veranderen en om er voor te zorgen dat er plek is voor alle tanden en kiezen.

Antibiotica

Een deel van de kinderen met een central core disease is vatbaarder voor infecties van de luchtwegen en krijgt gemakkelijker een longontsteking. Deze kinderen kunnen baat hebben bij een lage dosering antibiotica die dagelijks of een aantal dagen per week moeten worden geslikt. Op die manier kan een deel van de bacteriële infecties voorkomen worden. Antibiotica helpen natuurlijk niet tegen virusinfecties.

Griepspuit

Kinderen met een central core disease komen in aanmerking voor het krijgen van een griepspuit, omdat zij veel zieker van de griep kunnen worden dan kinderen zonder deze aandoening. Het is aan kind en ouders zelf of zij dit willen.

Medicijnen tegen verstopping

Verstopping van de darmen is een veel voorkomend en vervelend probleem. Met behulp van medicijnen die de ontlasting soepel maken kunnen deze problemen voorkomen worden. Bij hele jonge kinderen wordt het medicijn lactulose gebruikt, bij wat oudere kinderen meestal een medicijn wat het stofje marcrogol bevat. Dit macrogol blijft in de darmen en maakt de ontlasting soepel en stimuleert de darmen om in beweging te blijven. Daarnaast blijft het nodig te letten op vezelrijke voeding, voldoende drinken en zo veel mogelijk bewegen.

Medicijnen van de kinderlongarts

De longarts kan medicijnen voorschrijven die de longfunctie kunnen ondersteunen, soms zijn antibiotica nodig om infecties te behandelen of te voorkomen.

Ptosis bril

Wanneer kinderen last hebben van hangende oogleden, dan kan een ptosis bril helpen om hier minder last van te hebben. In deze bril zit een steuntje die de oogleden open houdt.

Hyperthermie tijdens narcose

Een deel van de kinderen met een central core disease kan als gevolg van medicijnen die gebruikt worden tijdens de narcose last krijgen een te hoge lichaamstemperatuur. Dit wordt hyperthermie genoemd en dit kan schadelijk zijn voor allerlei organen in het lichaam. Het is daarom belangrijk dat de narcosedokter (de anesthesist) weet dat het kind een central core disease heeft. De anesthesist zal dan bepaalde medicijnen (zoals inhalatie anesthesie of succinylcholine) die een verhoogd risico geven op het ontstaan van zo’n hyperthermie niet gebruiken.

School

Kinderen met een central core disease hebben een normale intelligentie en kunnen meestal gewoon basisonderwijs volgen. De gymnastieklessen moeten soms wat aangepast worden en op school moet er een mogelijkheid zijn om even te kunnen rusten. Wanneer het niet mogelijk is om regulier basisonderwijs te volgen, gaan veel kinderen naar een cluster 3 school toe: een mytylschool. Deze scholen zijn vaak aangepast aan kinderen met een beperking. Er zijn meer rust mogelijkheden, kinderen kunnen in hun eigen tempo krijgen en therapie kan onder schooltijd gevolgd worden.

Pijnstillers

Wanneer ondanks een goede houding, regelmatig rustpauzes en een gezond gewicht nog pijnklachten bestaan, kunnen pijnstillers helpen deze pijnklachten te verminderen. Het is minst schadelijk is het gebruik van paracetamol.
Ook warmtezakjes op pijnlijke spieren kunnen verlichting geven. Wisseling van houding tijdens het zitten en liggen is ook erg belangrijk om pijn als gevolg van drukplekken te voorkomen. Sommige kinderen hebben baat bij een zachte massage van de spieren die helpt om afvalstoffen uit de spieren te verwijderen.

Korset

Voor kinderen met een verkromming van de rug als gevolg van spierzwakte kan een korset helpen voor een betere houding. Uiteindelijk is het dragen van een korset meestal niet afdoende en zal toch een operatie noodzakelijk zijn.

Operatie

Bij kinderen met een ernstige verkromming van de rug (scoliose) is vaak een operatie nodig om verder gaande verkromming te voorkomen. De wervels van de rug worden dan vastgezet. Ook kunnen operaties nodig zijn om vergroeiingen van gewrichten te corrigeren.

Beademing

Baby’s met ernstige spierzwakte en ademhalingsproblemen hebben als baby vaak tijdelijk beademing nodig om te zorgen dat kinderen voldoende lucht en zuurstof binnen krijgen.
Een klein deel van de kinderen met een central core disease krijgt met het ouder worden steeds meer problemen met ademhalen als gevolg van zwakte van de spieren van het middenrif. In het begin leiden deze ademhalingsproblemen tot ochtendhoofdpijn, onrustig slapen, vermoeidheid. Deze klachten kunnen verbeteren door nachtelijk ademhalingsondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van neuskapbeademing of CPAP-ondersteuning.
Geleidelijk aan kunnen ook problemen overdag ontstaan waardoor ook overdag ademhalingsondersteuning nodig is.

Begeleiding

Kinderen en ouders met een central core disease hebben vaak behoefte aan begeleiding in het omgaan met deze ziekte, met de gevolgen ervan en met het toekomstperspectief. Een maatschappelijk werkende of een psycholoog kan helpen bij het verwerken van het hebben van een central core disease en om dit een plaats in het leven te geven. Lotgenotencontact met andere ouders en kinderen kan hen daar bij helpen, via de patiëntenvereniging kunnen zij in contact komen met lotgenoten.

Contact met andere ouders.

Het is ook mogelijk om via het forum van deze site een oproepje te plaatsen om in contact te komen met andere ouders met een kind met een central core disease of met een andere jongere die een central core disease heeft.

 

Wat betekent het hebben van een central core diseasevoor de toekomst?

Stabiel blijven

De meeste kinderen met een central core disease hebben spierzwakte als gevolg van hun aandoening. De spierzwakte neemt echter niet toe tijdens het leven, maar blijft gelijk.
Toename van gewicht en lengte kan wel een negatief effect hebben op de bewegingsmogelijkheden, omdat de zwakke spieren dan meer gewicht moeten verplaatsen. Dit kan bij gelijkblijvende spierzwakte wel zorgen dat kinderen meer problemen ervaren.

Geleidelijk aan verslechteren

Er is ook een kleine groep kinderen die niet stabiel blijft, maar heel geleidelijk aan in de loop van jaren steeds wat minder spierkracht krijgt. Het valt van te voren niet aan te geven welke kinderen in deze groep vallen.

Levensverwachting

De levensverwachting van kinderen met een central core disease kan normaal zijn. De levensverwachting kan beperkt zijn bij eventueel bijkomende problemen zoals problemen met de ademhaling of telkens terugkerende longontstekingen. Bij kinderen met de congenitale vorm van central core disease met ernstige ademhalingsproblemen kan de levensverwachting verkort zijn.

Vruchtbaarheid

Volwassenen met een central core disease zijn normaal vruchtbaar. Ook kunnen volwassen normaal zwanger worden en normaal bevallen net als andere vrouwen zonder deze aandoening. Vaak nemen de klachten tijdens de zwangerschap wel toe, vanwege de toename in gewicht en het losser worden van gewrichtsbanden. Na de bevalling, wanneer het gewicht weer normaliseert, zullen deze klachten ook weer verdwijnen.
Wanneer een ouder de autosomaal dominante vorm van central core disease heeft dan heeft het kind 50% kans om zelf ook deze ziekte te krijgen. De hoeveelheid klachten bij de ouder voorspelt niet, hoeveel klachten het kind zal krijgen.
Wanneer een ouder de autosomaal recessieve vorm van deze ziekte heeft dan, is de kans klein dat het kind zelf deze ziekte krijgt. Dat kan alleen wanneer de partner zelf ook een foutje heeft op het RYR-1 gen (zonder klachten) of wanneer de partner zelf ook central core disease heeft. In deze laatste twee situaties is de kans 25% dat het kind ook central core disease heeft. Meestal zal hier geen sprake van zijn en dan heeft een kind van een ouder met de autosomaal recessieve vorm van deze ziekte nauwelijks een verhoogde kans om zelf ook de ziekte te krijgen.

 

Hebben broertjes en zusjes een vergrote kans om ook een central core disease te krijgen?

Fout in erfelijk materiaal

Central core disease wordt veroorzaakt door een foutje in het erfelijk materiaal. Bij de meeste kinderen wordt een foutje gevonden in het RYR-1 gen op chromosoom 19. Dit foutje kan op twee manier overerven met elk een verschillende herhalingskans.
Wanneer het foutje op autosomaal dominante wijze overerft (dat wil zeggen een foutje op een van de twee chromosomen 19 is al voldoende om klachten te krijgen) dan hebben broertjes en zusjes tot 50% kans om zelf ook central core disease te krijgen. Vaak heeft een van de ouders zelf ook central core disease. De hoeveelheid klachten die een broertje of zusjes zal krijgen valt van te voren niet te voorspellen.
Wanneer het foutje op autosomaal recessieve wijze overerft (dat wil zeggen er zijn foutjes op beide chromosomen 19 aanwezig zijn) dan hebben broertjes en zusjes tot 25% kan om zelf ook central core disease te krijgen.
Een klinisch geneticus kan hier meer informatie overgeven.
Het lukt niet om bij alle kinderen het foutje in het erfelijk materiaal op te sporen. Indien het foutje niet bekend is, dan is het moeilijk om aan te geven wat de herhalingskans precies is.

Prenatale diagnostiek

Wanneer bekend is welk foutje in het erfelijk materiaal verantwoordelijk is voor het ontstaan van de central core disease, dan is het mogelijk om tijdens een volgende zwangerschap prenatale diagnostiek te verrichten in de vorm van een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie.
Bij sommige kinderen lukt het met de huidige technieken nog niet om aan te tonen om welke fout in het erfelijk materiaal het gaat, waardoor het niet mogelijk om prenatale diagnostiek te verrichten.

 

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

 

Links
www.vsn.nl
(Nederlandse vereniging voor spierziekten)
www.spierziekten.nl
(site met informatie over diverse spierziekten)

 

Referenties
1. Core myopathies. Jungbluth H, Sewry CA, Muntoni F. Semin Pediatr Neurol. 2011;18:239-49
2. Core myopathies and malignant hyperthermia susceptibility: a review. Brislin RP, Theroux MC. Paediatr Anaesth. 2013;23:834-41 |
3. Congenital myopathies--clinical features and frequency of individual subtypes diagnosed over a 5-year period in the United Kingdom. Maggi L, Scoto M, Cirak S, Robb SA, Klein A, Lillis S, Cullup T, Feng L, Manzur AY, Sewry CA, Abbs S, Jungbluth H, Muntoni F. Neuromuscul Disord. 2013;23:195-205

 

Laatst bijgewerkt: 12 augustus 2013

auteur: JH Schieving

 

 

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.