A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektenbeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

DCD

 

Wat is DCD?

DCD is een afkorting die staat voor developmental coordination disorder, een engelse term voor kinderen die lichte problemen hebben met het goed op elkaar afstemmen en coördineren van hun bewegingen waardoor ze een achterstand hebben in hun motorische ontwikkeling in vergelijking met een algemene ontwikkeling.

 

Hoe wordt DCD ook wel genoemd?

DCD is een term die tegenwoordig veel gebruikt wordt. Vroeger werden deze kinderen onhandig, houterig of clumpsy genoemd. Ook de termen dyspraxie of minimal neurological dysfunctions (MND) werd vroeger wel gebruikt voor deze kinderen.

 

Hoe vaak komt DCD voor bij kinderen?

DCD komt ongeveer bij één op de tien tot twintig schoolgaande kinderen voor.

 

Bij wie komt DCD voor?

DCD wordt ongeveer vijf keer vaker bij jongens dan bij meisjes gezien.
DCD problematiek wordt vaker gezien bij kinderen met ADHD, bij kinderen met PDDNOS of bij kinderen met leerproblemen. Bij de helft van de kinderen met ADHD wordt ook DCD gezien.

 

Wat zijn de verschijnselen van DCD?

Lage spierspanning

Kinderen met DCD hebben een lagere spanning in hun spieren. Ze voelen daardoor wat slapper aan dan kinderen zonder DCD.

Ontwikkelingsmijlpalen

Kinderen met DCD zijn vaak wat trager in het bereiken van de zogenaamde ontwikkelingsmijlpalen zoals gaan kruipen, zitten, staan en lopen.

Grove motoriek

Kinderen met DCD bewegen minder fraai dan hun leeftijdsgenoten zonder DCD. Hun bewegingen zijn niet soepel, maar eerder houterig. Ze vallen gemakkelijker en hebben meer moeite om hun evenwicht te bewaren. Kinderen met DCD hebben vaak ook meer moeite om te leren fietsen of om met gymnastiek mee te komen.

Fijne motoriek

Kinderen met DCD hebben vaak ook een minder goed ontwikkelde fijne motoriek. Ze hebben moeite met het vasthouden van hun pen en met het tekenen en schrijven. Hun schrift is vaak slordig. Ook andere fijne motoriek vaardigheden zoals veters strikken, knoopjes dichtmaken, eten met mes en vork of knippen met een schaar gaan moeizamer. Met name complexe opdrachten zijn moeilijk voor kinderen met DCD.

Onrust

Kinderen met DCD hebben vaak veel onrust in hun lichaam. Ze hebben moeite om stil te zitten en zijn graag in beweging. Ook friemelen ze graag met hun handen.

Spraakproblemen

Kinderen met DCD hebben ook vaker problemen met spreken. Ze praten vaak onduidelijk en hebben moeite met een duidelijke uitspraak van de woorden.
Stotteren komt vaker voor bij kinderen met DCD.

Zindelijkheid

Hoewel het geen onderdeel is van DCD problematiek is het voor kinderen met DCD vaak moeilijker om zindelijk te worden. Ze worden op een latere leeftijd zindelijk dan leeftijdsgenoten. Een deel van de kinderen blijft veel moeite houden om ’s nachts droog te blijven.

Leerproblemen

Bij kinderen met DCD komen vaker leerproblemen voor zoals dyslexie, dyscalculie of NLD.

Gedragsproblemen

Bij kinderen met DCD worden vaker gedragsproblemen gezien, met name ADHD.
Ook hebben kinderen met DCD vaker last van angsten, angst om alleen te zijn, angst voor het donker of angst om fouten te maken of te falen.

 

Wat is de oorzaak van DCD?

Variatie

Bij jonge kinderen is de ontwikkeling van de hersenen nog volop aan de gang. Dankzij de ontwikkeling van de hersenen zijn kinderen in staat zich te ontwikkelen. Ze gaan leren staan en lopen. Aanvankelijk gaat dit nog houterig en moeizaam, maar geleidelijk aan krijgen kinderen steeds meer beheersen over al hun bewegingen.
Bij het ene kind verloopt de rijping van de hersenen sneller dan bij het andere kind. Bij kinderen waarbij de rijping van de hersenen trager gaat dan bij leeftijdsgenoten. Deze kinderen zijn in verhouding onhandiger en vertonen de kenmerken van DCD.
Een deel van de kinderen met DCD bestaat dus uit kinderen waarbij de rijping van de hersenen dusdanig trager verloopt dan bij hun leeftijdsgenoten dat dit opvalt voor de mensen in de omgeving.

Syndromen

Problemen met de grove en fijne motoriek kunnen ook een uiting zijn van een onderliggende ziekte van de hersenen of van de zenuwen en de spieren. Bij deze kinderen is er sprake van DCD als gevolg van deze ziekte. Soms wordt in de loop van de tijd duidelijk dat er sprake is van een onderliggende ziekte.
Bij een deel van de kinderen met klachten van DCD wordt wel vermoed dat er sprake is van een onderliggende ziekte, maar lukt het niet met de huidige technieken om deze ziekte aan te tonen en een naam te geven.

DCD-problematiek omvat dus een glijdende schaal variërend van een normale maar trage ontwikkeling tot lichte klachten van een nog onbekende ziekte.

Erfelijke aanleg

Kinderen met DCD hebben vaak meerdere familieleden die ook DCD hebben. Waarschijnlijk speelt een erfelijke aanleg een rol. Hoe die erfelijke aanleg een rol speelt is niet precies bekend.

 

Hoe wordt de diagnose DCD gesteld?

Verhaal en onderzoek

De diagnose DCD wordt gesteld op grond van het verhaal van het kind en de ouders/verzorgers en de bevindingen bij onderzoek. Er bestaan geen aanvullende onderzoeken die de diagnose DCD kunnen bevestigen.
Indien er bij onderzoek aanwijzingen zijn voor een onderliggende aandoening kunnen er wel onderzoeken verricht worden die er op gericht zijn om deze onderliggende aandoening aan te tonen of uit te sluiten.

Ontwikkelingsonderzoek

De kinderfysiotherapeut heeft speciale onderzoekstesten waarbij gekeken worden hoever de motorische ontwikkeling van een kind is ten opzichte van het gemiddelde kind. Aan de hand van deze testen kan medebepaald worden of er sprake is van DCD.
Vaak wordt er ook een algemeen ontwikkelingsniveau bepaald door een orthopedagoog of kinderpsycholoog.

 

Hoe wordt DCD behandeld?

Geen behandeling

Een groot deel van de kinderen met DCD heeft geen behandeling nodig. Met de tijd en met de oefening door spel en sport verfijnen zij alsnog hun vaardigheden van zowel de grove als de fijne motoriek. Een deel van de kinderen blijft altijd onhandiger dan andere kinderen, maar ondervindt hiervan geen problemen in het dagelijks leven.
Pas als een kind problemen lijkt te gaan krijgen als gevolg van de DCD, bijvoorbeeld omdat het kind erg onzeker wordt, weinig zelfvertrouwen opbouwt of gepest gaat worden is het verstandig om in een vroeg stadium wel te starten met behandeling.

Stimuleren zelfvertrouwen

Het is voor kinderen met DCD heel belangrijk om gewaardeerd te worden om de inzet die ze tonen en minder om het eindresultaat. Kinderen met DCD blijken namelijk gemakkelijker een negatief zelfbeeld te ontwikkelen omdat zij niet goed mee kunnen komen op gebied van sport en spel in vergelijking met andere kinderen. Even specifieke aandacht voor het kind met DCD, samen spelen en sporten en het krijgen van complimentjes is erg belangrijk voor kinderen met DCD.

Fysiotherapie

Een fysiotherapeut kan samen met het kind speelse oefeningen bedenken waarbij de vaardigheden nodig voor de grove en de fijne motoriek getraind kunnen worden.

Ergotherapie

Een ergotherapeut kan ook oefeningen geven om bepaalde vaardigheden te gaan trainen. Ook kan een ergotherapeut advies geven over hulpmiddelen die de ontwikkeling kunnen stimuleren of juist ondersteunen.

Logopedie

Een logopedist kan bij kinderen met spraakproblemen advies en oefeningen geven hoe hier mee om te gaan.

Revalidatiearts

De revalidatiearts coördineert de verschillende behandelingen en kan ook advies geven voor geschikte sporten en schooltypen. In revalidatiecentra bestaan vaak groepjes voor kinderen met DCD-problematiek waarbij zij groepsgewijs kunnen oefenen met elkaar.

 

Wat betekent DCD voor de toekomst?

Verbetering

De meeste kinderen met DCD verfijnen in de loop van de tijd hun fijne en grove motoriek waardoor de problemen die kinderen ondervinden als gevolg van DCD minder worden.
Vaak blijven kinderen altijd wat onhandiger dan hun leeftijdsgenoten, maar levert dat geen problemen meer op.

Zelfbeeld

Kinderen met een DCD hebben een grotere kans om een minder positief zelfbeeld te ontwikkelen. Ze moeten vaak veel moeite doen om mee te komen en zelfs dan gaat het nog niet zo goed als bij andere kinderen. Het is daarom voor DCD kinderen erg belangrijk om complimentjes te krijgen en te horen dat ze goed hun best doen.

 

Hebben broertjes en zusjes ook een vergrote kans om DCD te krijgen?

Het hebben van DCD blijkt vaak wel in de familie te zitten. Erfelijke factoren spelen een rol, maar er is nog niet bekend om welke erfelijke factoren het gaat. Waarschijnlijk ontstaat DCD ook als gevolg van een combinatie van erfelijke factoren en andere factoren.
Broertjes en zusjes hebben een vergrote kans om ook DCD te hebben. Het is alleen moeilijk aan te geven hoe groot deze kans is.

 

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

 

Links

www.balansdigitaal.nl

 

Referenties
1. Gibbs J, Appleton J, Appleton R. Dyspraxia or developmental coordination disorder? Unravelling the enigma. Arch Dis Child. 2007;92:534-9.
2. Polatajko HJ, Cantin N. Developmental coordination disorder (dyspraxia): an overview of the state of the art. Semin Pediatr Neurol. 2005;12:250-8.

 

 

Laatst bijgewerkt: 12 oktober 2007

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.