A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektenbeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Biotine responsieve basale ganglia ziekte

 

Wat is een biotine responsieve basale ganglia ziekte?


Een biotine responsieve basale ganglia ziekte is een aandoening waarbij een bepaald onderdeel van de hersenen, de zogenaamde basale kernen niet goed functioneert als gevolg van een tekort aan het stofje biotine. Hierdoor krijgen kinderen plotseling in toenemende mate problemen met bewegen en worden ze steeds slaperiger.

Hoe wordt een biotine responsieve basale ganglia ziekte ook wel genoemd?

Er is geen andere naam voor biotine responsieve basale ganglia ziekte. De term biotine responsief geeft aan dat deze ziekte heel goed reageert op het geven van de B-vitamine biotine. De term basale ganglia geeft aan dat deze diepe kernen in de hersenen niet goed functioneren als het gevolg van deze ziekte. Omdat deze ziekte soms pas verbeterd na het geven van biotine en van thiamine wordt soms ook wel gesproken van biotine-thiamine responsieve basale ganglia ziekte.
De ziekte wordt ook wel afgekort met de letters BBGD, naar de Engelse term Biotin reponsive Basal Ganglia Disease.

Hoe vaak komt een biotine responsieve basale ganglia ziekte voor bij kinderen?


Biotine responsieve basale ganglia ziekte is een zeldzame aandoening. Het is niet goed bekend hoe vaak deze ziekte bij kinderen voorkomt.

Bij wie komt een biotine responsieve basale ganglia ziekte voor?


De diagnose biotine responsieve basale ganglia ziekte wordt meestal op de kinderleeftijd gesteld. De jongste patiënt waarbij de diagnose gesteld is was 1 jaar oud, de oudste patiënt 12 jaar oud. Omdat er nog niet zo veel over deze ziekte bekend is, zou het ook goed kunnen dat nog jongere of oudere kinderen last kunnen krijgen van deze ziekte.
Zowel jongens als meisjes kunnen deze ziekte krijgen.

Wat is de oorzaak van een biotine responsieve basale ganglia ziekte?

Foutje in erfelijk materiaal

Biotine responsieve basale ganglia ziekte wordt veroorzaakt door een foutje in het erfelijk materiaal van het chromosoom 2. De plaats van dit foutje wordt het SLC19A3 gen genoemd.

Autosomaal recessieve ziekte

Biotine responsieve basale ganglia ziekte is een zogenaamde autosomaal recessieve ziekte. Dit houdt in dat een kind pas klachten krijgt wanneer beide chromosomen 2 een foutje bevatten op dezelfde plek. Dit in tegenstelling tot een autosomaal dominante ziekte. Dan krijgen kinderen al klachten wanneer een van de twee chromosomen een foutje bevat.
Vaak zijn beide ouders drager van de ziekte. Zij hebben zelf een chromosoom 2 met de fout en een chromosoom 2 zonder de fout, waardoor ze zelf geen klachten hebben.

Afwijkend eiwit

Door het foutje in het erfelijk materiaal wordt er te weinig van het eiwit thiamine transport eiwit 2 aangemaakt. Dit eiwit speelt een belangrijke rol bij het transport van het stofje thiamine (vitamine B1) naar de cellen in het lichaam.
Wat de relatie is tussen dit eiwit en biotine is nog niet bekend.

Wernicke

Deze ziekte lijkt op de ziekte van Wernicke, een ziekte die ontstaat door een tekort aan vitamine B1.

 

Wat zijn de symptomen van biotine responsieve basale ganglia ziekte ?
Periode met koorts
Vaak ontstaan de eerste klachten nadat kinderen ziek zijn geweest en koorts hebben gehad.
Soms ontstaan de eerste klachten na een val op het hoofd. Meestal is er dus een aanleiding voor het ontstaan van klachten. Bij een klein deel van de kinderen is er geen aanleiding, zij krijgen zomaar geleidelijk aan last van de symptomen die horen bij deze aandoening.

Verwardheid

Een van de eerste klachten is vaak verwardheid. Kinderen zijn onrustig en weten niet meer zo goed waar ze zijn. Vaak huilen ze klagerig. Ze reageren minder goed op hun omgeving.

Braken

Een deel van de kinderen heeft last van misselijkheid en braken.

Problemen met praten

Kinderen krijgen problemen met praten. Ze worden moeilijker verstaanbaar en praten niet meer zo duidelijk. Wanneer de ziekte verder gaat, stoppen de meeste kinderen helemaal met praten.

Problemen met slikken

Ook ontstaan er problemen met slikken. Kinderen gaan zich verslikken in het eten en drinken. Een deel van de kinderen laat ook speeksel uit de mond lopen.

Problemen met het bewegen van de ogen

Kinderen krijgen problemen met het bewegen van de ogen. De ogen kunnen niet meer goed naar rechts of links, naar boven of beneden worden bewogen. De ogen staan als het ware stil. Dit wordt een externe oftalmoplegie genoemd.

Scheef gezicht

Een deel van de kinderen krijgt ook last van zwakte van de spieren van het gezicht. Vaak kunnen ze de mondhoek niet meer goed optrekken. Dit komt vaak aan beide kanten van het gezicht tegelijk voor. Ook kunnen kinderen moeite krijgen met het sluiten van de ogen. De ogen blijven dan een beetje open staan wanneer kinderen de ogen dicht proberen te doen.

Dystonie

Wanneer de ziekte niet herkend wordt en niet op de juiste manier behandeld wordt ontstaan geleidelijk aan dystonie aan de armen en benen. Dystonie is een afwijkende stand van de armen en benen. Deze staan bijvoorbeeld naar binnen toe gedraaid. Hierdoor is bewegen moeilijk.

Krachtsverlies

Daarnaast krijgen kinderen last van krachtsverlies in de armen en benen. Lopen, staan, zitten en bewegen wordt steeds moeilijker. De meeste kinderen komen op bed te liggen.

Evenwichtsproblemen

Een deel van de kinderen heeft ook problemen met het bewaren van het evenwicht. Ze kunnen hun evenwicht niet meer goed bewaren en vallen gemakkelijk om.

Epilepsie aanvallen

Een deel van de kinderen krijgt ook last van epilepsie aanvallen. Verschillende soorten epilepsie-aanvallen kunnen voorkomen. Vaak gaat het om schokjes in een deel van het lichaam, maar ook andere type aanvallen kunnen voorkomen.
Jonge kinderen kunnen ook salaamkrampen krijgen als onderdeel van deze ziekte.

Problemen met onthouden

Kinderen krijgen ook in toenemende mate last van problemen met het onthouden en met leren. Vaak valt dit niet zo op, omdat de problemen met bewegen veel meer opvallend zijn.

Coma

Uiteindelijk worden kinderen steeds trager en slomer in hun reactie. Uiteindelijk raken ze in coma, ze zijn niet meer wakker te krijgen. Kinderen reageren dan niet meer op hun omgeving.

Hartproblemen

In een late fase van de ziekte kunnen problemen met het hart ontstaan. Het hart pompt het bloed niet meer goed rond. Ook kunnen problemen met het hartritme ontstaan.

Rhabdomyolyse

Een laat stadium van de ziekte kunnen de spiervezels kapot gaan. Hierdoor komen allerlei stofjes die normaal in de spieren zitten terecht in het bloed. Dit wordt rhabdomyolyse genoemd. Kinderen krijgen hierdoor urine met een hele donkere kleur.

 

Hoe wordt de diagnose biotine responsieve basale ganglia ziekte gesteld?

Verhaal en onderzoek

Op grond van het verhaal van een kind wat na ziek zijn of een klap op het hoofd in toenemende mate klachten krijgt van slaperigheid, problemen met bewegen en epilepsie-aanvallen kan gedacht worden aan deze aandoening. Omdat het een zeldzame aandoening is, wordt er niet altijd snel aan gedacht, terwijl snel starten met de juiste behandeling wel heel belangrijk is. Om de diagnose te stellen zal aanvullend onderzoek nodig zijn.

Bloedonderzoek

Wanneer het bloed van deze kinderen wordt onderzocht, worden er geen bijzonderheden gevonden. De zouten in het bloed, de nier- en de leverfunctie zijn normaal. Ook is het stofje lactaat in het bloed normaal. De waarde van biotine en thiamine in het bloed is ook gewoon normaal.

MRI-scan

Op de MRI scan worden bij deze kinderen afwijkingen gezien in de diepe kernen, de basale kernen, van de hersenen. Vooral twee van deze kernen, de nucleus caudatus en het putamen, zijn aan twee kanten van de hersenen op de MRI op bepaalde type opnames ( de zogenaamde T2 en FLAIR) witter van kleur dan normaal. Ook andere delen van de hersenen kunnen witte zijn dan gebruikelijk zoals delen van de thalamus, de hersenstam, de kleine hersenen of de hersenschors.
Met een speciale MRI techniek, MR-spectroscopie, is te zien dat het stofje lactaat ter plekke verhoogd is en dat het stofje NAA verlaagd is.

Stofwisselingsonderzoek

Door bloed en urine na te kijken, kan gekeken worden of er aanwijzingen zijn voor een stofwisselingsziekte. Bij kinderen met deze ziekte worden hierin geen afwijkingen gevonden. Er zijn met name geen aanwijzingen voor glutaarzuuracidurie type 1, methylmalonacidurie of 3 methylglutaconacidurie, bekende stofwisselingsziektes doe vergelijkbare klachten kunnen geven.

Ruggenprik

Omdat de klachten vaak ontstaan nadat kinderen ziek zijn geweest, zal vaak een ruggenprik worden gedaan om te kijken of de klachten veroorzaken door een ontsteking van de hersenen ( een encefalitis). Hiervoor worden bij kinderen met deze ziekte geen aanwijzingen gevonden.

DNA-onderzoek

In het bloed kan gekeken worden of er een foutje wordt gevonden in het SLC19A3 gen. Dit wordt bij de meeste kinderen gevonden.

 

Hoe wordt een biotine responsieve basale ganglia ziekte behandeld?

Biotine

Kinderen met deze aandoening reageren heel goed op het toedienen van biotine (vitamine B8) 2-3 mg/per kilogram lichaamsgewicht per dag. Soms zijn hogere doseringen tot 10 mg/kg per dag nodig. Het is belangrijk om daarna dagelijks deze biotine te blijven gebruiken.

Thiamine

Vaak krijgen kinderen ook thiamine (vitamine B1) naast de biotine. Vaak wordt tussen de 100 en 300 mg thiamine gegeven.

Sondevoeding

Vaak hebben kinderen problemen met slikken, waardoor ze zelf niet voldoende kunnen eten. Veel kinderen krijgen daarom tijdelijk voeding via een sonde zodat ze toch voldoende voedingsstoffen binnen krijgen om te kunnen herstellen.

Medicijnen tegen epilepsie

Wanneer kinderen epilepsie aanvallen hebben, dan zullen vaak medicijnen gegeven worden om nieuwe epilepsie aanvallen te voorkomen. Verschillende soorten medicijnen kunnen hiervoor gegeven worden, zoals bijvoorbeeld levetiracetam of clobazam.

Intensive care

Kinderen kunnen in een snel tempo steeds meer problemen krijgen met het functioneren van hun lichaam. Een groot deel van de kinderen wordt tijdelijk opgenomen op de kinderintensive care om allerlei lichaamsfuncties zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen.

Fysiotherapie

Een fysiotherapeut kan tips en adviezen geven hoe kinderen zo goed mogelijk kunnen blijven bewegen. Ook helpt de fysiotherapeut wanneer kinderen weer aan het herstellen zijn van deze ziekte.

Logopedie

Een logopediste kan adviezen geven hoe zo goed mogelijk te kunnen praten, kauwen en slikken.

Revalidatiearts

Een revalidatiearts coördineert de verschillende behandeling en begeleidt ook het revalidatieproces.Soms worden kinderen tijdelijk opgenomen in een revalidatiecentrum om te revalideren.

Begeleiding

Het is heel heftig om te zien en mee te maken dat je kind ineens zo ziek kan worden. Vaak krijgen ouders begeleiding van een maatschappelijk werkende of een psycholoog.

Contact met andere ouders

Door het plaatsen van een oproepje op het forum van deze site kunt u in contact komen met andere kinderen en hun ouders/verzorgers die deze aandoening hebben gehad.

 

Wat betekent het hebben van een biotine responsieve basale ganglia ziekte voor de toekomst?

Snel behandelen

Het is belangrijk dat kinderen met deze aandoening zo snel mogelijk behandeld worden met biotine. Dit geeft vaak binnen enkele dagen verbetering van de klachten. Wanneer de klachten al langer bestaan dan is de kans dat de klachten verbeteren kleiner.

Restklachten

Vaak verbeteren de klachten die kinderen hebben gekregen in de loop van enkele dagen. Meestal houden kinderen wel restklachten over. Soms zijn deze restklachten mild en hebben kinderen hier weinig last van in het dagelijks leven. Soms zijn deze restklachten ernstig en blijven kinderen hierdoor ernstig beperkt in het dagelijks leven. Hoe sneller de klachten behandeld worden, hoe groter de kans dat zo veel mogelijk klachten verdwijnen.

Overlijden

Wanneer de ziekte niet tijdig genoeg ontdekt en behandeld wordt, dan kunnen kinderen komen te overlijden als gevolg van deze aandoening.

Terugkeer van de klachten

Bij een nieuwe periode van ziek zijn of als gevolg van een klap op het hoofd kunnen nieuwe klachten ontstaan. Zeker wanneer kinderen stoppen met het dagelijks innemen van de biotine, maar ook bij het wel dagelijks innemen van biotine kunnen wel nieuwe periodes met klachten ontstaan.

 

Hebben broertjes en zusjes een vergrote kans op het krijgen van een biotine responsieve basale ganglia ziekte ?

Biotine responsieve basale ganglia ziekte is een erfelijke aandoening. Vaak zijn beide ouders drager van een foutje in het erfelijk materiaal. Broertjes en zusjes hebben dan tot 25% kans om zelf ook een biotine responsieve basale ganglia ziekte te krijgen.

 

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

 

Referenties
1. Biotin-responsive basal ganglia disease revisited: clinical, radiologic, and genetic findings. Tabarki B, Al-Shafi S, Al-Shahwan S, Azmat Z, Al-Hashem A, Al-Adwani N, Biary N, Al-Zawahmah M, Khan S, Zuccoli G. Neurology. 2013;80:261-7
2. Biotin-responsive basal ganglia disease: a treatable and reversible neurological disorder of childhood. Bindu PS, Noone ML, Nalini A, Muthane UB, Kovoor JM. J Child Neurol. 2009;24:750-2

 

Auteur: JH Schieving

 

Laatst bijgewerkt: 22 februari 2013

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.