A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektenbeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Pyridoxine afhankelijke epilepsie

 

Wat is een pyridoxine afhankelijke epilepsie?

Een pyridoxine afhankelijke epilepsie is een epilepsievorm waarbij de epilepsie aanvallen goed behandeld kunnen worden door een behandeling met pyridoxine (= vitamine B6).

 

Hoe wordt een pyridoxine afhankelijke epilepsie ook wel genoemd?

Een pyridoxine afhankelijke epilepsie wordt ook wel afgekort met de letters PDE. Deze afkorting is afkomstig van de Engelse naam Pyridoxin Dependant Epilepsy.
Er bestaan ook twee andere vormen van epilepsie die veel lijken op pyridoxine afhankelijke epilepsie, dit zijn pyridoxaalfosfaatafhankelijke epilepsie en folinezuur afhankelijke epilepsie.

 

Hoe vaak komt een pyridoxine afhankelijke epilepsie voor bij kinderen?

Een pyridoxine afhankelijke epilepsie is een zeldzame aandoening. Geschat wordt dat één op de 400.000 kinderen in Nederland deze vorm van epilepsie heeft.

 

Bij wie komt een pyridoxine afhankelijke epilepsie voor?

De meeste kinderen met een pyridoxine afhankelijke epilepsie krijgen al in de eerste uren na de geboorte last van deze vorm van epilepsie. Een groot deel van de kinderen had al last van epileptische aanvallen voor de geboorte.
Soms ontstaan de eerste epilepsie aanvallen pas op latere leeftijd. Bijna altijd krijgen kinderen voor de leeftijd van drie jaar last van deze vorm van epilepsie, al zijn er uitzonderingen bekend van kinderen die pas tijdens de puberteit last hebben gekregen van epilepsie aanvallen als gevolg van deze aandoening.
Zowel jongens als meisjes kunnen deze vorm van epilepsie krijgen.

 

Wat is de oorzaak van een pyridoxine afhankelijke epilepsie?

Foutje in erfelijk materiaal
Pyridoxine afhankelijke epilepsie ontstaat door een foutje in het erfelijk materiaal van het 5 e chromosoom. De plaats van dit foutje wordt het antiquitine, ALDH7A1-gen genoemd.
Elk kind heeft twee chromosomen vijf. Pas wanneer beide chromosomen 5 een foutje bevatten, zal het kind een pyridoxine afhankelijke vorm van epilepsie krijgen.
Vaak zijn beide ouders drager van een foutje op chromosoom 5. Zij hebben zelf geen klachten omdat ze nog een ander chromosoom 5 hebben zonder foutje.

AASA

Door het foutje in het erfelijk materiaal op chromosoom 5 kan een bepaald eiwit, het enzym AASAdehydrogenase niet worden aangemaakt. Dit enzym is nodig om het stofje AASA in het lichaam af te breken zodat het opgeruimd kan worden. AASA is de afkorting voor AminoAdipicSemiAldehyde. Kinderen met een pyridoxine afhankelijke vorm van epilepsie hebben daarom te veel AASA in hun bloed en in de urine. Het meten van AASA in de urine kan gebruikt worden als test om de diagnose te stellen.
AASA ontstaat bij de afbraak van het aminozuur lysine. Aminozuren zijn kleine onderdelen van eiwitten in ons lichaam. Eiwitten worden voortdurend aangemaakt maar ook weer afgebroken. Bij kinderen met een pyridoxine afhankelijke epilepsie lukt dit dus niet goed. Bij de afbraak van eiwitten ontstaat dus te veel AASA. Mogelijk is een te veel aan AASA schadelijk voor het lichaam. AASA zou een schadelijk effect kunnen hebben op een belangrijk boodschapperstofje in de hersenen wat GABA wordt genoemd.

Pyridoxine

Pyridoxine (vitamine B6) speelt een belangrijke rol in het lichaam. Het lichaam zet pyridoxine om in pyridoxaal fosfaat, dit is de werkzame vorm van pyridoxine in ons lichaam. Pyridoxaalfosfaat zorgt er voor dat allerlei processen in ons lichaam goed kunnen verlopen. Zo speelt het een belangrijke rol bij het goed laten werken van allerlei enzymen in ons lichaam, bij de aanmaak van energie en bij de aanmaak van allerlei boodschapperstofjes in de hersenen zoals dopamine en serotonine. Bij kinderen met een pyridoxine afhankelijke epilepsie verlopen deze processen dus minder goed.
Dit komt omdat er bij de afbraak van lysine niet alleen AASA maar ook een ander stofje (piperidine-6-carboxyzuur) vrij komt wat pyridoxaalfosfaat aan zich bindt en het daarmee inactief maakt. Daarom is er in het lichaam niet meer voldoende pyridoxaalfosfaat beschikbaar om alle processen waarbij pyridoxaalfosfaat nodig is goed te laten verlopen.

Pipecolinezuur

Bij de afbraak van lysine komt pipecolinezuur vrij, dat vervolgens weer omgezet wordt in AASA.
Pipecolinezuur is dus ook verhoogd bij pyridoxine afhankelijke epilepsie in het bloed en in het hersenvocht. Dit kan ook gebruikt worden om de diagnose te stellen.

 

Wat zijn de symptomen van pyridoxine afhankelijke epilepsie?

Heftige bewegingen in de baarmoeder

Een groot deel van de kinderen met een pyridoxine afhankelijke vorm van epilepsie heeft al in de baarmoeder epilepsie aanvallen. Moeders kunnen dit voelen doordat hun kind abnormaal heftig beweegt. Voor moeders die eerder zwanger zijn geweest, zal dit gemakkelijker te herkennen zijn dan voor moeders die nog niet eerder zwanger zijn geweest.

Epilepsie aanvallen

De meeste kinderen krijgen in de eerste uren tot dagen na hun geboorte (en vaak dus ook al voor de geboorte) last van epilepsie aanvallen. De aanvallen kunnen bestaan ook schokjes op verschillende plaatsen in het lichaam (gezicht, armpjes, beentjes) of uit een verstijving van een arm of been of het hele lichaam. Kenmerkend voor de epilepsie aanvallen bij pyridoxine afhankelijke epilepsie is dat ze niet verminderen door het geven van medicijnen die normaal gebruikt worden voor de behandeling van epilepsie.

Een klein deel van de kinderen heeft als baby nog geen last van epilepsie aanvallen. De epilepsieaanvallen ontstaan pas op latere leeftijd (vaak voor het derde levensjaar soms nog later). Bij kinderen die pas op latere leeftijd epilepsieaanvallen krijgen, kunnen ook andere vormen van epilepsieaanvallen voorkomen zoals salaamkrampen, tonische aanvallen, atone aanvallen of myoclonieën (kleine schokjes). Baby’s zijn nog niet in staat om dit type aanvallen te maken, vandaar dat deze aanvallen bij baby’s nog niet worden waargenomen.

Een heel klein deel van de kinderen heeft als baby epilepsieaanvallen die in het begin wel reageren op een behandeling met medicijnen tegen epilepsie (anti-epileptica genoemd) , maar later niet meer reageren. Dit is een moeilijk herkenbare vorm van pyridoxine afhankelijke epilepsie.

Ondertemperatuur

Kinderen met een pyridoxine afhankelijke vorm van epilepsie hebben vaak een ondertemperatuur. Het lukt hen niet goed om zich zelf warm te houden.

Geprikkeld

Kinderen met een pyridoxine afhankelijke vorm van epilepsie zijn vaak geprikkeld. Ze huilen gemakkelijke en klagerig en reageren heel heftig op bijvoorbeeld zachte aanraking of zachte geluiden.

Trillen

Baby’s met een pyridoxine afhankelijke epilepsie zijn vaak heel trillerig met hun armen of benen.

Spugen

Kinderen met een pyridoxine afhankelijke epilepsie hebben vaker problemen met drinken en spugen veel gemakkelijker. Soms spugen kinderen als voorbode voor een epileptische aanval.

Vreemde houding

Baby’s met een pyridoxine afhankelijk vorm liggen vaak in een vreemde houding. Het lijfje is gestrekt en de armpjes en beentjes ook. Normaal liggen baby’s meer opgerold.

Ontwikkeling

De ontwikkeling van kinderen met een pyridoxine afhankelijke epilepsie verloopt langzamer dan bij leeftijdsgenoten en hangt sterk samen met de hoeveelheid epilepsie die een kind heeft. Wanneer kinderen voortdurend last hebben van epilepsie, dan zullen zij geen energie meer over hebben om zich te ontwikkelen.

-problemen op latere leeftijd-

Problemen met bewegen

Kinderen met een pyridoxine afhankelijke epilepsie zijn vaker wat houterig in hun manier van bewegen zelfs wanneer ze vroeg behandeld zijn. De meeste kinderen kunnen hier goed mee functioneren. Alle kinderen die tijdig behandeld worden met pyridoxine leren lopen, meestal vaak wat later dan kinderen die niet deze ziekte hebben, maar meestal voor de leeftijd van drie jaar. Wanneer de behandeling pas later gestart wordt, dan kunnenkinderen last hebben van spasticiteit aan de armen en benen. De armen en bene zijn dan stijf en kunnen niet gemakkelijk gebogen worden.

Problemen met praten

Veel kinderen met een pyridoxine afhankelijke epilepsie gaan later praten dan hun leeftijdsgenoten. De spraaktaalontwikkeling blijft zich daarna ook vertraagd ontwikkelen.
Ook hier geldt, hoe later de behandeling gestart is, hoe groter deze problemen zijn.

Problemen met leren

Kinderen met en pyridoxine afhankelijke epilepsie hebben vaak meer problemen met leren. Gemiddeld is hun IQ lager. Ook hier geldt weer, hoe vroeger de behandeling gestart, hoe milder deze problemen. Een deel van de kinderen kan het regulier onderwijs volgen, een ander deel speciaal onderwijs.

Gedragsproblemen

Gedragsproblemen komen vaker voor bij kinderen met een pyridoxine afhankelijke vorm van epilepsie. Er zijn vaker problemen met de aandacht- en de concentratie. Ook kunnen kinderen minder gemakkelijk omgaan met frustratie en boosheid.

Problemen met zien

Kinderen waarbij de pyridoxine afhankelijke epilepsie pas na zeven dagen behandeld wordt, hebben vaak problemen met zien. Zij zijn vaak slechtziend. Dit valt niet goed met een bril of lezen te verhelpen omdat het probleem in de hersenen zelf zit en niet in de ogen.

Kleiner hoofdje

Kinderen met een pyridoxine afhankelijke vorm van epilepsie die later behandeld zijn hebben vaak een kleiner hoofdje dan gemiddeld. Dit komt omdat hun hersenen zich minder goed hebben kunnen ontwikkelen.

Waterhoofd

Een deel van de kinderen met een pyridoxine afhankelijke vorm van epilepsie ontwikkeld een waterhoofd. Er is dan te veel vocht in de hersenkamers aanwezig. Wanneer baby’s een waterhoofd krijgen, dan zal de hoofdomvang juist toenemen waardoor kinderen een groter hoofdje dan gemiddeld krijgen. Soms ontstaat dit pas op oudere leeftijd.

 

Hoe wordt de diagnose pyridoxine afhankelijk epilepsie gesteld?

Verhaal en onderzoek

Op grond van het verhaal van een baby die al abnormaal bewoog in de baarmoeder en die vanaf de geboorte veel epilepsie aanvallen heeft, die niet reageren op de normale behandeling voor epilepsie aanvallen kan de diagnose pyridoxine afhankelijke epilepsie worden vermoed.

EEG

Wanneer bij kinderen met een pyridoxine afhankelijk vorm van epilepsie een hersenfilmpje wordt gemaakt, is te zien dat er in de hersenen continu epileptische activiteit aanwezig is. De epileptische activiteit heeft een bepaald patroon wat burst suppressie patroon wordt genoemd. Wanneer het EEG heel kort na het begin van de aanvallen wordt gemaakt, dan kan het EEG nog normaal zijn. Het is daarom altijd belangrijk om bij een normaal EEG, het EEG na een aantal uur nog een keer te herhalen. Dit tweede EEG is nooit normaal bij kinderen met een pyridoxine afhankelijke epilepsie.
De gevonden EEG afwijkingen zijn niet typisch voor pyridoxine afhankelijke epilepsie, ze kunnen ook bij andere vormen van epilepsie op de babyleeftijd worden gezien.

Stofwisselingsonderzoek

Door middel van stofwisselingsonderzoek van de urine kan de diagnose pyridoxine afhankelijke epilepsie gesteld worden. In de urine kan een overmaat aan het stofje AASA worden aangetoond.
Dit stofje is echter ook verhoogd bij twee andere ziektes molybdeemcofactordeficientie en geïsoleerde sulfietoxidase deficiëntie. Bij deze twee aandoeningen is echter het sulfiet/sulfocysteine in de urine ook verhoogd, wat bij pyridoxine afhankelijke epilepsie niet het geval is.

MRI van de hersenen

Wanneer kinderen last hebben van epilepsie zal vaak een MRI scan van de hersenen worden gemaakt. Bij kinderen met pyridoxine afhankelijke epilepsie kunnen hele verschillende beelden op de MRI scan gezien worden. Bij sommige kinderen is er sprake van gezwollen hersenen, bij andere juist van te weinig hersenvolume of van een bloeding rondom de hersenen. Soms is de hersenbalk niet helemaal aangelegd of is er een grote cyste te zien achter de kleine hersenen. Geen van deze beelden is kenmerkend voor pyridoxine afhankelijke epilepsie en kunnen ook bij andere oorzaken van epilepsie gezien worden.

Proefbehandeling met pyridoxine

Een mogelijkheid om vast te stellen dat er sprake is van pyridoxine afhankelijke epilepsie is het geven van een hoge dosering pyridoxine tijdens een EEG registratie (100 mg via een infuus). Bij een groot deel van de kinderen met een pyridoxine afhankelijke vorm van epilepsie verdwijnen de EEG afwijkingen binnen enkele minuten tot maximaal 24 uur na het geven van de pyridoxine. Anders kan nogmaals 100 mg gegeven worden, tot maximaal 500 mg.
Echter niet bij alle kinderen met een pyridoxine afhankelijke vorm van epilepsie verdwijnt de epilepsie op het EEG na geven van pyridoxine. Dus ook wanneer het EEG niet verbeterd kan er nog steeds sprake zijn van een pyridoxine afhankelijke epilepsie. Daarnaast is het geven van pyridoxine niet geheel ongevaarlijk. Sommige kinderen reageren heel heftig op de pyridoxine met een ademstilstand waarvoor reanimatie nodig kan zijn. Deze twee redenen maken dat deze proefbehandeling lang niet altijd meer uitgevoerd wordt.
Er is een nog een derde reden. Er bestaat ook een andere vorm van epilepsie die niet reageert op het geven van pyridoxine, maar wel op het stofje pyridoxaalfosfaat. Hiervan bestaat geen proefbehandeling. Vaak wordt daarom voor onderstaande optie gekozen.

Behandeling met pyridoxaalfosfaat

Bij kinderen met een vorm van epilepsie die kort na de geboorte begint en die niet reageert op medicijnen om epilepsie te behandelen, wordt vaak een behandeling met pyridoxaalfosfaat gestart ongeacht of de diagnose pyridoxine afhankelijke epilepsie aan de orde is of niet. Dit omdat de uitslagen van het urineonderzoek minstens twee weken duren en omdat een behandeling met pyridoxaalfosfaat niet al te veel bijwerkingen heeft.
Vaak wordt gekozen voor pyridoxaalfosfaat en niet voor pyridoxine omdat zowel de pyridoxine afhankelijke epilepsie als de pyridoxaalafhankelijke epilepsie beide reageren op pyridoxaalfosfaat en alleen de pyridoxine afhankelijke epilepsie op pyridoxine.

Erfelijkheidsonderzoek

Door middel van bloedonderzoek kan bij een groot deel van de kinderen de verandering op het 5 e chromosoom ter plaatse van het ALDH7A1-gen gevonden worden.

 

Hoe wordt pyridoxine afhankelijke epilepsie behandeld?

Pyridoxine

Pyridoxine afhankelijke epilepsie kan behandeld worden door middel van pyridoxine in een startdosering van 5-10 mg/kg/dag, wat geleidelijk aan kan worden opgehoogd (vaak tot 30 mg/kg/dag) afhankelijk van het effect.
Bij koorts of ziek zijn hebben kinderen gedurende deze periode een twee of drie dubbele dosering pyridoxine nodig omdat ze anders opnieuw epilepsie aanvallen zouden kunnen krijgen.

Pyridoxaalfosfaat

Het is ook mogelijk om in plaats van pyridoxine pyridoxaal fosfaat te geven in een dosering van 30 mg/kg/dag. Dit medicijn moet vier keer per dag gegeven worden.

Afbouwen andere medicijnen

Vaak zullen kinderen met een pyridoxine afhankelijke epilepsie eerst behandeld zijn met andere medicijnen die gebruikt worden voor de behandeling van epilepsie voordat ontdekt wordt dat er sprake is van een pyridoxine afhankelijke vorm van epilepsie. Deze medicijnen worden anti-epileptica genoemd (zoals fenobarbital (Luminal® of levetiracetam (Keppra®). Deze medicijnen kunnen niet in een keer worden gestopt, maar zullen moeten worden afgebouwd. Kinderen met een pyridoxine afhankelijke vorm van epilepsie hebben vaak geen andere medicijnen nodig naast hun pyridoxine.
Een klein deel van de kinderen met een pyridoxine afhankelijke vorm van epilepsie heeft naast de behandeling met pyridoxine nog andere medicijnen nodig om er voor te zorgen dat kinderen geen epilepsie aanvallen krijgen.

Dieet

Er is nog onduidelijkheid of een dieet wat arm is aan het aminozuur lysine er voor kan zorgen dat kinderen met een pyridoxine afhankelijke vorm van epilepsie zich beter ontwikkelen.
Hier moet nog verder onderzoek naar gedaan worden.

Folinezuur

Er bestaat ook een folinezuur afhankelijke vorm van epilepsie die door het zelfde foutje in het erfelijk materiaal veroorzaakt wordt als pyridoxine afhankelijke epilepsie. Wanneer de epilepsie met behulp van pyridoxine niet voldoende onder controle is, dan valt het te overwegen om kinderen ook te behandelen met folinezuur.

Kinderfysiotherapie

Kinderen met een pyridoxine afhankelijke epilepsie hebben vaak problemen met bewegen. Het bewegen gaat minder vloeiend. Een kinderfysiotherapeut kan kinderen helpen om zo functioneel mogelijk te bewegen.

Kinderlogopedie

Een kinderlogopediste kan kinderen helpen wanneer er problemen zijn met drinken, eten, kauwen, slikken of met praten.

Revalidatiearts

Een kinderrevalidatiearts vervolgt de ontwikkeling van kinderen met een pyridoxine afhankelijke vorm van epilepsie en coördineert de verschillende behandelingen die kinderen krijgen. Er zijn mogelijkheden voor peuter- en kleutergroepen op een revalidatiecentrum en kinderen kunnen indien dat nodig is ook op een revalidatiecentrum naar school toe.

Begeleiding

Een maatschappelijke werkende of psycholoog kunnen ouders ondersteunen en begeleiden bij zorgen die er zijn rondom een kindje met een pyridoxine afhankelijke epilepsie.

Contact met andere ouders

Door het plaatsen van een oproepje op het forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere ouders/verzorgers die een kind hebben met een pyridoxine afhankelijke epilepsie.

 

Wat betekent het hebben van pyridoxine afhankelijke epilepsie voor de toekomst?

Onbehandeld niet met leven verenigbaar

Indien een pyridoxine afhankelijke epilepsie niet herkend en behandeld wordt, dan zullen de epilepsie aanvallen door blijven gaan en treedt er een zeer ernstige beschadiging van de hersenen op, waardoor kinderen op termijn aan deze aandoening zullen komen te overlijden.

Vroeg behandelen belangrijk

Het is belangrijk om kinderen met een pyridoxine afhankelijke vorm van epilepsie zo snel mogelijk na de geboorte te gaan behandelen. Dit kan nieuwe schade aan de hersenen voorkomen. Elke dag telt hierbij. Dit is ook de reden dat in de behandelprotocollen van baby’s met epilepsie staat dat wanneer de epilepsie zonder bekende oorzaak na behandeling met 2-3 reguliere medicijnen tegen epilepsie nog niet onder controle is, deze kinderen een behandeling met pyridoxaalfosfaat/pyridoxine krijgen ook al is niet bekend of kinderen deze ziekte hebben omdat de uitslag van de diagnostiek hierna meestal meerdere dagen kost. Kinderen die pas zeven dagen na start van de epilepsie behandeld worden hebben meestal veel meer problemen dan kinderen die voor zeven dagen na start van de epilepsie behandeld worden.

Koorts

Bij koorts en ziek zijn kunnen de epilepsie aanvallen weer terug komen. Bij koorts worden namelijk meer eiwitten afgebroken in het lichaam. Daarom moeten kinderen tijdens koorts of ziek zijn hun onderhoudsdosering pyridoxine verdubbelen of verdrievoudigen om te voorkomen dat er dan epilepsie aanvallen of schade aan de hersenen ontstaat.

Probleem van de zenuwen

Bij langdurig gebruik van een hoge dosering pyridoxine (meer dan 300 mg per dag) kan een probleem met het functioneren van de lange zenuwen in de benen en armen ontstaan. Hierdoor kunnen kinderen last krijgen van een doof of kriebelig gevoel aan de voeten en benen, soms ook aan de handen. Later kunnen ook problemen met de kracht in de voeten of handen ontstaan. Dit probleem van de zenuwen ontstaat alleen wanneer een hoge dosering pyridoxine wordt gebruikt. Dit probleem van de zenuwen wordt een polyneuropathie genoemd.

  

Hebben broertjes en zusjes een vergrote kans om ook pyridoxine afhankelijke epilepsie te krijgen?

Pyridoxine afhankelijke epilepsie is een erfelijke aandoening. Meestal blijken beide ouders drager te zijn van een foutje in het erfelijke materiaal. Broertjes en zusjes hebben dan 25% kans om ook zelf deze ziekte te krijgen. Een klinisch geneticus kan hier meer informatie over geven.

Prenatale diagnostiek

Het is mogelijk tijdens een volgende zwangerschap door middel van een vlokkentest of vruchtwaterpunctie te kijken of een broertje of zusje ook pyridoxine afhankelijke epilepsie heeft.

Prenatale behandeling

Wanneer tijdens de zwangerschap blijkt dat een broertje of zusje ook pyridoxine afhankelijke epilepsie heeft, dan wordt er vaak voor gekozen om de moeder tijdens de zwangerschap extra pyridoxine (50 tot 100 mg per dag) te geven om zo het kindje in de buik al vast te behandelen en niet te wachten tot de geboorte. Direct na de geboorte zal het kindje ook zelf behandeld gaan worden.
Op deze manier kan een deel van de problemen voorkomen worden, maar niet alle problemen.

 

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

 

Links
www.epilepsievereniging.nl
(Site van de epilepsievereniging Nederland)
www.epilepsie.nl
(Site van het nationaal epilepsiefonds)
www.epilepsie.net
(Site van de stichting epilepsie netwerk)

 

Referenties

1. Long-term outcome in pyridoxine-dependent epilepsy. Bok LA, Halbertsma FJ, Houterman S, Wevers RA, Vreeswijk C, Jakobs C, Struys E, VAN DER Hoeven JH, Sival DA, Willemsen MA.Dev Med Child Neurol. 2012
2. Urinary AASA excretion is elevated in patients with molybdenum cofactor deficiency and isolated sulphite oxidase deficiency. Mills PB, Footitt EJ, Ceyhan S, Waters PJ, Jakobs C, Clayton PT, Struys EA. J Inherit Metab Dis. 2012
3. Pyridoxine dependent epilepsy and antiquitin deficiency: clinical and molecular characteristics and recommendations for diagnosis, treatment and follow-up.Stockler S, Plecko B, Gospe SM Jr, Coulter-Mackie M, Connolly M, van Karnebeek C, Mercimek-Mahmutoglu S, Hartmann H, Scharer G, Struijs E, Tein I, Jakobs C, Clayton P, Van Hove JL.Mol Genet Metab. 2011;104:48-60.
4.The EEG response to pyridoxine-IV neither identifies nor excludes pyridoxine-dependent epilepsy.Bok LA, Maurits NM, Willemsen MA, Jakobs C, Teune LK, Poll-The BT, de Coo IF, Toet MC, Hagebeuk EE, Brouwer OF, van der Hoeven JH, Sival DA. Epilepsia. 2010;51:2406-11
5. Folinic acid-responsive seizures are identical to pyridoxine-dependent epilepsy.Gallagher RC, Van Hove JL, Scharer G, Hyland K, Plecko B, Waters PJ, Mercimek-Mahmutoglu S, Stockler-Ipsiroglu S, Salomons GS, Rosenberg EH, Struys EA, Jakobs C. Ann Neurol. 2009;65:550-6.

 

Auteur: JH Schieving

Laatst bijgewerkt 3 augustus 2012

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.