A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Hersenbloeding bij kinderen

 

Wat is een hersenbloeding?
Een hersenbloeding is een bloeding in de hersenen waardoor de hersenen beschadigd kunnen raken en hersenfuncties kunnen uitvallen.

Hoe wordt een hersenbloeding ook wel genoemd?
Een hersenbloeding wordt ook wel een intracerebraal hematoom genoemd. Het woord intracerebraal betekent in de hersenen, het woord hematoom betekent bloeding.

Andere bloedingen
Het woord hersenbloeding wordt ook wel gebruikt voor andere bloedingen rondom de hersenen heen, zoals een subarachnoïdale bloeding, een subdurale bloeding of een epidurale bloeding. Dit kan verwarring geven. Het is daarom het beste om een zo precies mogelijk naam te gebruiken zodat iedereen weet van welk soort bloeding er sprake is. Artsen gebruiken daarom vaak het woord intracerebraal hematoom.

CVA
Een andere woord dat ook wel gebruikt wordt is de afkorting CVA. CVA staat voor Cerebro Vasculair Accident. Cerebro is de Latijnse naam voor hersenen, vasculair betekent van de bloedvaten en accident betekent gebeurtenis. De termen CVA en beroerte worden ook gebruikt voor een herseninfarct, wat iets anders is dan een hersenbloeding.

Bloeding in een herseninfarct
Een bloeding in een herseninfarct kan ook veel lijken op een hersenbloeding. Het gaat dan om bloed wat gemakkelijk kan ontstaan in beschadigd hersenweefsel als gevolg van afsluiten van een bepaald bloedvat. Het is dus iets anders dan een hersenbloeding en kan een andere oorzaak hebben. Artsen noemen een bloeding in een herseninfarct een hemorragisch infarct.

Hoe vaak komt een hersenbloeding voor bij kinderen?
Het is niet goed bekend hoe vaak een hersenbloeding bij kinderen voorkomt. Op de kinderleeftijd is het zeldzaam.

Bij wie komt een hersenbloeding voor?
Hersenbloedingen kunnen op elke leeftijd optreden. Het grootste gedeelte van de hersenbloedingen bij kinderen wordt gezien bij pasgeborenen die te vroeg geboren zijn. Hersenbloedingen komen iets vaker bij jongens dan bij meisjes voor.

Wat zijn is de oorzaak van een hersenbloeding?
Verschillende oorzaken
Een hersenbloeding bij kinderen kan verschillende oorzaken hebben. De meest voorkomende oorzaken bij oudere kinderen dan pasgeborenen is een vaatafwijking in de hersenen. Andere oorzaken zijn een stollingsstoornis, hoge bloeddruk, bloedvaatwandafwijkingen, een hersentumor of genetische veranderingen in het erfelijk materiaal.

Pasgeborenen
Bij pasgeborenen die te vroeg geboren worden (voor een zwangerschapsduur van 32 weken) is het hersenweefsel nog volop in ontwikkeling en dus heel kwetsbaar. Wanneer kinderen geboren worden, dan verandert er heel veel in het lichaam van een kind. Het kind moet ineens zelf zuurstof via de longen binnen krijgen, de bloeddruk op peil houden en voeding verteren. Door al deze veranderingen in het lijfje van een te vroeg geboren kind, kunnen bloedvaatjes in de hersenen onder druk komen te staan waardoor een bloedvaatje knapt en een hersenbloeding ontstaat.

Vaatafwijking
De meest voorkomende oorzaak van een hersenbloeding op de kinderleeftijd is een vaatafwijking. Dit is bij 50% van de kinderen met een hersenbloeding het geval.
Vaak gaat het om een zogenaamde arterioveneuze malformatie. Dit is een verbinding tussen een slagader en een ader zonder dat daar haarvaten tussen liggen.  Soms is er sprake van een zogenaamd caverneus hemangioom of een durale arterioveneuze fistel. De wand van de bloedvaatjes in zo’n vaatafwijking is minder sterk. Er kan gemakkelijker een scheurtje in de wand van zo’n bloedvat ontstaan waardoor er bloed in de hersenen komt en een hersenbloeding ontstaat.
Ook een aneurysma, een verwijding van een slagader, kan zorgen voor het ontstaan van een hersenbloeding.

Stollingsstoornis
Door een probleem met de bloedstolling kan ook gemakkelijker een hersenbloeding ontstaan wanneer een kind met deze stollingsstoornis bijvoorbeeld een harde klap op het hoofd krijgt. Stollingsstoornissen die dit kunnen geven zijn bijvoorbeeld hemofilie A of hemofilie B. Een probleem met de bloedstolling kan ook ontstaan door een tekort aan bloedplaatjes. Een tekort aan bloedplaatjes kan ontstaan als gevolg van de aandoening ideopatische trombocytopenische purpura (ITP), als gevolg van acute leukemie of als gevolg van een ernstige bloedvergiftiging (sepsis).
Ook kinderen die sterke antistollende medicijnen (heparine, acenocoumarol) moeten gebruiken hebben een verhoogde kans om een hersenbloeding te krijgen.

Bloedvatwandafwijkingen
Een andere oorzaak voor een hersenbloeding is een verandering van de bloedvaatwand waardoor een hersenbloeding ontstaat. Dit wordt bijvoorbeeld gezien bij bloedvatwandafwijking moya moya. Moya moya wordt vaker gezien bij kinderen die de ziekte neurofibromatose type I hebben.
Door een flinke klap tegen het hoofd kan een scheur in een slagader ontstaan. Zo’n scheur wordt ook wel dissectie genoemd. Dit is ook een mogelijk oorzaak van het ontstaan van een hersenbloeding.
Bij kinderen met een auto-immuunziekte zoals SLE bestaat dat kans dat er een ontsteking ontstaat van de kleine bloedvaatjes in de hersenen. Zo’n ontsteking wordt een vasculitis genoemd. Deze ontstoken bloedvaatjes kunnen ook gemakkelijker scheuren waardoor een hersenbloeding ontstaat.

Afsluiting ader
Een afsluiting van een van de grote aderen van de hersenen, sinustrombose genoemd kan ook zorgen voor het ontstaan van een hersenbloeding. Doordat het bloed niet meer afgevoerd kan worden en er wel bloed door de slagaderen wordt aangevoerd, gaat de druk in kleine bloedvaten in de hersenen omhoog waardoor een hersenbloeding kan ontstaan.

Hoge bloeddruk
Een langdurige hoge bloeddruk zorgt voor aanhouden druk op de wanden van de bloedvaten. De bloedvat wand kan deze druk op den duur niet meer doorstaan waardoor er een scheurtje in de bloedvatwand ontstaat en daarmee een hersenbloeding. Bij volwassenen is dit de meest voorkomende oorzaak van een hersenbloeding, maar bij kinderen is dit veel minder vaak de oorzaak.

Genetische verandering in het erfelijk materiaal
Een verandering in het genetische materiaal van een stukje erfelijk materiaal wat COL4A1 of COl4A2 wordt genoemd, zorgt er ook voor dat de wand van de bloedvaten minder sterk is. Hierdoor kunnen ook bloedingen in de hersenen ontstaan. Vaak ontstaan bloedingen als gevolg van een verandering in het COl4A1 of COL4A2 gen rondom de bevalling.
Ook kan een verandering in een stukje erfelijk materiaal wat het NOTCH3-gen wordt genoemd, maken dat de kans op het ontstaan van een hersenbloeding verhoogd is. De aandoening die veroorzaakt wordt door een verandering in het NOTCH-3 gen wordt CADASIL genoemd.

Hersentumor
Een snel groeiende hersentumor heeft veel bloed toevoer nodig. Daarom ontstaan in een snel groeiende hersentumor vaak nieuwe bloedvaatjes. De wand van deze bloedvaatjes is minder sterk en kan gemakkelijk kapot gaan waardoor een bloeding in een hersentumor ontstaat. Dit is bij kinderen een zeldzaam voorkomende oorzaak van het ontstaan van een hersenbloeding.

Drugs gebruik
Een hersenbloeding kan ook ontstaan als gevolg van drugs gebruik. Vooral de drug cocaïne kan zorgen voor het ontstaan van afwijkingen in de bloedvaten waardoor een hersenbloeding kan ontstaan. Dit is op kinderleeftijd een zeldzame oorzaak van het ontstaan van een hersenbloeding.

 

Wat zijn de verschijnselen van een hersenbloeding?
Verschillende klachten
Een hersenbloeding kan verschillende klachten geven. Welke klachten zullen ontstaan, hangt af van de plaats in de hersenen waar het hersenbloeding is ontstaan. De meest voorkomende klachten zijn hoofdpijn, braken, minder alert zijn, krachtsverlies, problemen met het evenwicht, problemen met praten en slikken, veranderd gevoel en problemen met zien.

Pasgeborenen
Bij pasgeborenen zijn de symptomen van een hersenbloeding lang niet altijd erg duidelijk. Epilepsieaanvalletjes zijn vaak een van de eerste tekenen van een hersenbloeding. Ook stil gedrag en geprikkeldheid kunnen tekenen zijn van een hersenbloeding bij pasgeboren kinderen. Net als kortdurende periodes van niet ademen (apneus), hartslagvertragingen, voedingsproblemen, spugen, temperatuurschommelingen.

Acuut begin
De klachten bij een hersenbloeding beginnen acuut van het ene op het andere moment en zijn maximaal binnen enkele uren tot enkele dagen. Daarna verergeren de klachten niet meer.

Hoofdpijn
Een hersenbloeding zorgt vaak voor het ontstaan van hevige hoofdpijnklachten. Door de hoofdpijnklachten voelen kinderen zich vaak misselijk en moeten ze braken.

Minder alert
Door de hersenbloeding zijn kinderen vaak minder alert. Ze zijn in zichzelf gekeerde en reageren niet meer goed op wat om hen heen gebeurd. Kinderen kunnen door de hersenbloeding ook bewusteloos raken.

Krachtsverlies
Bij kinderen met een hersenbloeding is er vaak sprake van krachtsverlies. Het kan gaan om krachtsverlies van een arm en een been, of van twee benen of van krachtsverlies in het gezicht net afhankelijk van welke gebieden in de hersenen zijn aangedaan. Door het krachtsverlies zijn er problemen met kruipen, zitten, staan en lopen. De arm of het been met krachtsverlies voelt vaak slap aan. Na enkele dagen tot weken neemt de spierspanning in de verlamde arm of been juist toe en wordt deze arm of been spastisch.

Problemen met praten en slikken
Veel kinderen met een hersenbloeding hebben problemen met praten en slikken omdat de spieren van het gezicht en van de keel ook gedeeltelijk verlamd zijn. Het praten klinkt onduidelijk. Tijdens het eten en vooral tijdens het drinken verslikken zij zich.
Bij kinderen met een hersenbloeding aan de linkerkant van de hersenen waar het taalcentrum zit komen ook problemen met het maken van taal voor. Deze kinderen kunnen niet meer goed op de juiste woorden komen, ze praten vaak weinig. Ook het begrijpen wat andere mensen zeggen is vaak moeilijk. Bij kinderen die al konden lezen lukt dit vaak niet meer.

Problemen met zien
Door de beschadiging in de hersenen als gevolg van het hersenbloeding kunnen problemen met zien ontstaan. Kinderen zien vaak niet wat er aan een kant van het lichaam gebeurt, ze missen de helft van het beeld en daar zijn ze zich niet altijd bewust van. Ze lopen bijvoorbeeld tegen voorwerpen aan die aan kant van het lichaam staan tijdens het lopen, of ze eten maar de helft van het bord leeg.

Evenwichtsproblemen
Een deel van de kinderen met een hersenbloeding in de kleine hersenen heeft problemen met het bewaren van het evenwicht. Ze staan niet meer stevig en lopen wankel. Sommige kinderen hebben last van trillen van de armen en benen. De ogen kunnen bij kinderen met een hersenbloeding in de kleine hersenen kunnen heel schokkerig bewegen.

Veranderd gevoel
Problemen van een veranderd gevoel in de armen en benen komen voor bij beschadiging van die delen van de hersenen waar het gevoel geregeld wordt.

Veranderd gedrag
Kinderen met een hersenbloeding gedragen zich vaak anders dan voorheen. Sommige kinderen zijn stiller en meer terug getrokken, andere kinderen worden juist drukker en kunnen geen moment meer stil zitten.
                                                                                                                                                                          
Epilepsie
Bij een op de drie tot tien kinderen met een hersenbloeding komen epilepsie aanvallen als gevolg van de hersenbloeding voor. Het kan gaan om kleine aanvallen met trekkingen in een arm, been of mondhoek of ook om grote aanvallen met trekkingen van beide armen en benen. Bij pasgeborenen zijn epilepsieaanvallen vaak een van de eerste tekenen van een hersenbloeding.

 

Hoe wordt de diagnose hersenbloeding gesteld?
Verhaal en onderzoek
Op grond van het verhaal van een kind die plotseling last krijgt van een hoofdpijn, braken en uitvalsverschijnselen kan een hersenbloeding worden vermoed. Andere aandoeningen kunnen hetzelfde beeld geven. Er zal dus aanvullend onderzoek nodig zijn om vast te stellen wat er aan de hand is.

CT-scan van de hersenen
Wanneer de kinderneuroloog vermoedt dat er sprake is van een hersenbloeding zal er een scan van het hoofd gemaakt worden. Meestal zal eerst een CT-scan gemaakt worden, omdat een CT-scan meestal sneller ter beschikking is dan een MRI-scan. Op de CT-scan is een witte vlek te zien ter plaatse van de bloeding. Soms kan op de CT-scan ook een aanwijzing worden gevonden voor een onderliggende vaatafwijking, maar het kan ook zijn dat dit door de grootte van de bloeding verborgen blijft.
Door middel van contrastvloeistof kunnen op de CT-scan (CT-A en CT-V genoemd) bloedvaten zichtbaar worden gemaakt. Op deze manier kan soms achterhaald worden wat de oorzaak van de hersenbloeding is.
Kleine vaatafwijkingen zoals een caverneus hemangioom of een durale arterioveneuze fistel kunnen worden gemist wanneer alleen een CT-scan wordt gemaakt.

MRI-scan
Ook met behulp van een MRI scan kan een hersenbloeding zichtbaar worden gemaakt. Afhankelijk van de hoeveelheid tijd die verstreken is tussen ontstaan van de bloeding en het moment van maken van de MRI scan, heeft de hersenbloeding een bepaalde kleur op de MRI scan.
Soms wordt gedacht dat er sprake is van een hersentumor, in plaats van een hersenbloeding.
Ook met behulp van de MRI scan kunnen de bloedvaten in de hersenen zichtbaar worden gemaakt. Op deze manier kunnen vaatafwijkingen zichtbaar worden gemaakt. Op een speciale MRI/SWI-opname kunnen kleine vaatafwijkingen in de hersenen worden opgespoord.

Angiografie
Om de precieze vorm, grootte en aanvoerende en afvoerede bloedvaten naar de hersenen zichtbaar te maken is het vaak nodig een angiografie te maken. Met behulp van een katheter in de lies wordt contrastvloeistof in de bloedvaten gespoten. Met behulp van röntgenfoto’s uit drie richtingen worden de bloedvaten in de hersenen zichtbaar gemaakt.

Bloedonderzoek
Met bloedonderzoek wordt geprobeerd de oorzaken van het hersenbloeding te achterhalen. Het bloed wordt onderzocht op het voorkomen van stollingsstoornissen (een tekort aan factor VIII of factor IX) of een tekort aan bloedplaatjes.

 

Hoe wordt een hersenbloeding behandeld?
Goed controleren
Een hersenbloeding kan er voor zorgen dat allerlei lichaamsfuncties niet meer goed verlopen. Het is daarom belangrijk dat kinderen met een hersenbloeding nauwlettend in de gaten gehouden worden. Op deze manier kunnen bijkomende problemen, zoals ontregeling van de bloeddruk, ontregeling van zouten in het bloed of het niet meer goed kunnen uitplassen, tijdig ontdekt en behandeld worden.

Intensive Care
Kinderen met een kleine bloeding kunnen verpleegd worden op een gespecialiseerde kinderafdeling in een kinderziekenhuis waar een neurochirurg aanwezig is. Wanneer kinderen een verlaagd bewustzijn hebben of problemen hebben met de ademhaling, dan is het vaak beter om kinderen op een Intensive care afdeling in de gaten te houden.

Corrigeren stolling
Wanneer een stollingsstoornis de oorzaak is van een hersenbloeding zal geprobeerd worden deze stollingsstoornis te corrigeren. Kinderen met hemofilie kunnen stollingsfactoren krijgen toegediend.  Voor een tekort aan bloedplaatjes kan een transfusie met bloedplaatjes worden gegeven.
Antistollende medicijnen worden gestopt. De werking van het medicijn acenocoumarol kan ongedaan gemaakt worden door het toedienen van vitamine K en het geven van een 4 stollingsfactoren concentraat.

Corrigeren bloeddruk
Veel kinderen hebben een hoge bloeddruk nadat bij hen ontdekt is dat er sprake is van een hersenbloeding. Deze hoge bloeddruk wordt veroorzaakt als reactie van het lichaam op het ontstaan van de hersenbloeding. Door de bloeddruk te verhogen wordt er voor gezorgd dat er voldoende bloed naar de hersenen toe blijft gaan. Het is ook niet verstandig om de bloeddruk te veel omlaag te brengen bij kinderen, dit in tegenstelling tot bij volwassenen. Bij volwassenen is de hoge bloeddruk vaak de oorzaak van het ontstaan van de hersenbloeding, bij kinderen is er veel vaker een andere oorzaak.
Wanneer de bloeddruk te hoog wordt, moet deze ook bij kinderen behandeld worden, omdat een te hoge bloeddruk kan zorgen voor toename van de bloeding en daarmee voor ontstaan van extra schade aan de hersenen.

Pijnstilling
Als gevolg van een hersenbloeding kunnen kinderen flink last van hoofdpijnklachten hebben. Om deze hoofdpijnklachten te verminderen wordt op vaste tijden een dosering paracetamol gegeven. Wanneer paracetamol onvoldoende effect heeft, dan kunnen morfine achtige medicijnen zoals tramadol of morfine zelf als pijnstiller gebruikt worden.
Pijnstillende medicijnen zoals ibuprofen, naproxen of diclofenac worden liever niet gebruikt omdat zij een bloedverdunnende werking hebben en de bloeding zouden kunnen doen toenemen.

Operatie
Het is mogelijk om door middel van een operatie een groot deel van het bloed te verwijderen. Zo’n operatie wordt uitgevoerd door een neurochirurg. Het weghalen van bloed heeft ook risico’s, een bloeding die tot stilstand is gekomen kan tijdens de operatie opnieuw weer gaan bloeden. Daarom wordt een operatie alleen uitgevoerd bij grote bloedingen die zorgen dat er een coma ontstaat en bij bloedingen in de kleine hersenen.

Bloedtransfusies
Kinderen met een hersenbloeding veroorzaakt door sikkelcelziekte moeten regelmatig behandeld worden met bloedtransfusies om er voor te zorgen dat het aantal afwijkende rode bloedcellen als gevolg van de sikkelcelziekte zo laag mogelijk is.

Medicijnen tegen epilepsie
Bij kinderen met epilepsieaanvallen als gevolg van een hersenbloeding worden vaak medicijnen voorgeschreven die nieuwe epilepsieaanvallen kunnen voorkomen.

Behandelen vaatafwijking
Wanneer een vaatafwijking de oorzaak is geweest van ontstaan van de hersenbloeding zal een behandelplan voor uitschakelen van de vaatafwijking worden gemaakt. Er bestaan verschillende behandelmogelijkheden voor behandeling van een vatafwijking zoals een operatie, afsluiten van bloedvaten via een katheter in de lies (embolisatie genoemd) en bestraling van de vaatafwijking. In een gespecialiseerd team voor de behandeling van vaatafwijkingen in de hersenen bij kinderen zal bekeken worden welke behandeling het beste is voor ieder kind individueel.

Fysiotherapie
Met behulp van een fysiotherapeut kunnen de spieren bij krachtsverlies weer getraind worden en kan het kind geleidelijk aan leren zelf weer te kruipen, zitten, staan en lopen.

Logopedie
De logopediste kan allerlei oefeningen geven om het praten en slikken weer te verbeteren. Ook kan ze alternatieve manier van communiceren aanbieden bijvoorbeeld door het communiceren met een plaatjesboek.

Sondevoeding
Bij kinderen met een hersenbloeding die grote problemen met slikken hebben, kan het tijdelijk nodig zijn om sondevoeding te gaan geven. Dit om complicaties van verslikken zoals een longontsteking te voorkomen.

Ergotherapie
De ergotherapeut kan het kind weer leren om zich zelf te redden. Ook kan de ergotherapeut advies geven over hulpmiddelen die het zelfstandig functioneren weer makkelijker maken.  Zo bestaat er aangepast bestek, aangepaste borden en bekers. Een ergotherapeut kan ook advies geven over een geschikte rolstoel.

Revalidatiearts
Een revalidatiearts coördineert de verschillende therapievormen. Tijdens de herstelfase kunnen kinderen allerlei soorten therapie krijgen om het herstel te bevorderen in het revalidatiecentrum.

Begeleiding
Begeleiding van ouders en kinderen van een kind die een hersenbloeding doormaakt is heel belangrijk.
Een maatschappelijk werkende of een psycholoog kunnen begeleiding geven bij het verwerken van besef dat uw kind een hersenbloeding heeft en de consequenties die dat heeft voor uw kind en voor de rest van het gezin.

Contact met andere ouders
Via het forum van deze site kunt u in contact komen met andere ouders die ook een kind hebben die een hersenbloeding heeft doorgemaakt.

 

Wat betekent een hersenbloeding voor de toekomst van het kind?
Herstel
In de weken na het ontstaan van het hersenbloeding zal geleidelijk aan herstel gaan optreden. Bij sommige kinderen gaat het herstel vlot, bij anderen gaat het veel langzamer. Dit hangt ook sterk af van de grootte van de hersenbloeding en de conditie van het kind. Het herstel gaat in de eerste maanden na de bloeding het snelst, daarna gaat het herstel in een langzamer tempo. Met behulp van therapie en revalidatie zal geprobeerd worden dit herstel zo goed mogelijk te laten verlopen en het kind hier zo goed mogelijk met de beperkingen leren om te gaan.
Wanneer naar grote groepen kinderen wordt gekeken, dan herstellen 50 van de 100 kinderen met een hersenbloeding vrijwel restloos.

Restverschijnselen
Het herstel na een hersenbloeding is lang niet altijd volledig. De herstelmogelijkheden hangen af van de grootte en de plaats van het hersenbloeding. Klachten die twee jaar na het ontstaan van het hersenbloeding nog aanwezig zijn, zijn meestal blijvend. Restverschijnselen kunnen bestaan uit problemen met bewegen, een veranderd gevoel, problemen met zien, problemen met leren of epilepsieaanvallen. Deze restverschijnselen worden ook wel niet aangeboren hersenletsel (NAH) genoemd.
Wanneer naar grote groepen kinderen wordt gekeken, dan hebben 40 van de 100 kinderen met een hersenbloeding na 2 jaar nog restklachten die van invloed zijn op hun dagelijks functioneren.

Overlijden
Een klein deel van de kinderen met een ernstig hersenbloeding heeft dusdanig grote problemen dat zij komen te overlijden als gevolg van het hersenbloeding. Wanneer naar grote groepen kinderen wordt gekeken komen 5 tot 10 van de 100 kinderen met een hersenbloeding te overlijden als gevolg van een hersenbloeding.

Problemen met leren
Een groot deel van de kinderen die een hersenbloeding heeft doorgemaakt, houdt als restverschijnsel van het hersenbloeding problemen met leren, het geheugen, de aandacht en de concentratie over. Ook komen gedragsproblemen als hyperactiviteit en impulsiviteit vaker voor bij kinderen die een hersenbloeding hebben doorgemaakt.

Epilepsie
Een op de acht kinderen die een hersenbloeding hebben doorgemaakt, houdt last van epilepsieaanvallen. Ook kan enige tijd (maanden tot jaren) na ontstaan van de hersenbloeding alsnog epilepsie ontstaan als gevolg van het doormaken van de hersenbloeding.

Nieuwe hersenbloeding
Het zal van de oorzaak van het ontstaan van de hersenbloeding afhangen, of er een kans bestaat dat er opnieuw een hersenbloeding gaat plaats vinden. Kinderen met een stollingsstoornis zoals hemofilie houden een verhoogde kans om een nieuwe hersenbloeding te krijgen. Bij kinderen met een arterioveneuze malformatie die door behandeling helemaal uitgeschakeld kan worden, is de kans op het ontstaan van een nieuwe hersenbloeding nauwelijks verhoogd.

Hebben broertjes en zusjes ook een vergrote kans om een hersenbloeding te krijgen?
Het zal van de oorzaak van het hersenbloeding afhangen of broertjes en zusjes een verhoogde kans hebben om ook een hersenbloeding te krijgen. Bepaalde oorzaken van een hersenbloeding zoals stollingsstoornissen, een verandering in het COL4A1-gen zijn erfelijke aandoeningen. Wanneer er sprake is van een van deze oorzaken die ook bij broertjes of zusjes zelf voorkomen, dan hebben deze broertjes en zusjes een verhoogde kans om ook een hersenbloeding te krijgen.

 

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

Wilt u ook uw verhaal kwijt, dat kan: verhalen kunnen gemaild worden via info@kinderneurologie.eu en zullen daarna zo spoedig mogelijk op de site worden geplaatst. Voor meer informatie zie hier.

Links
www.nvvn.org
(Nederlandse vereniging van neurochirurgen)
www.nah/info.nl
(Site voor betrokkenen en familieden van kinderen en volwassenen met niet aangeboren hersenletstel)

Referenties

  1. Long-term outcome of 106 consecutive pediatric ruptured brain arteriovenous malformations after combined treatment. Blauwblomme T, Bourgeois M, Meyer P, Puget S, Di Rocco F, Boddaert N, Zerah M, Brunelle F, Rose CS, Naggara O. Stroke. 2014;45:1664-71.
  2. Pediatric intracerebral hemorrhage: acute symptomatic seizures and epilepsy. Beslow LA, Abend NS, Gindville MC, Bastian RA, Licht DJ, Smith SE, Hillis AE, Ichord RN, Jordan LC. JAMA Neurol. 2013;70:448-54
  3. Central nervous system bleeding in patients with rare bleeding disorders. Siboni SM, Zanon E, Sottilotta G, Consonni D, Castaman G, Mikovic D, Biondo F, Tagliaferri A, Iorio A, Mannucci PM, Peyvandi F.Haemophilia. 2012;18:34-8
  4. Diagnosis and management of arteriovenous malformations in children. Niazi TN, Klimo P Jr, Anderson RC, Raffel C. Neurosurg Clin N Am. 2010;21:443-56
  5. Predictors of outcome in childhood intracerebral hemorrhage: a prospective consecutive cohort study. Beslow LA, Licht DJ, Smith SE, Storm PB, Heuer GG, Zimmerman RA, Feiler AM, Kasner SE, Ichord RN, Jordan LC. Stroke. 2010;41:313-8

Laatst bewerkt op 8 augustus 2015

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.