A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Neuropathie

 

N. medianus

De nervus medianus raakt vaak bekneld ter hoogte van de pols in de zogenaamde carpale tunnel. Deze beknelling wordt het carpale tunnel syndroom genoemd.

Het carpaal tunnel syndroom is de meest voorkomende vorm van drukneuropathie.

 

N. ulnaris

Drukneuropathie van de nervus ulnaris ontstaat vaak in de elleboog of in de pols.

Uitval zorgt voor dys- en hypesthesie en spierzwakte in verzorgingsgebied van de nervus ulnaris.

N. radialis

Compressie van de nervus radialis vindt meestal plaats in de bovenarm. De meest voorkomende oorzaken zijn een breuk van de bovenarm (humerusfractuur) of lang liggen op de bovenarm.

De symptomen bestaat uit sensore, motore en autonomen uitvalsverschijnselen in verloop van de nervus ulnaris.

N. cuteaneus femoralis lateralis

Deze zenuw kan bekneld worden op de rand van het bekken door zwaar gewicht van de buik bij mensen die adipeus zijn of bij zwangeren. Er ontstaan alleen sensibele symptomen.

N. peroneus

De nervus peroneus raakt vaak bekneld ter hoogte van het fibula kopje in de knie.

 

Polyneuropathie

 

De meest voorkomende oorzaak van polyneuropathie is diabetes mellitus. Voor de overige oorzaken hangt dit sterk af waar gekeken wordt. onderstaand een overzicht van veelvoorkomende oorzaken van een polyneuropathie in een algemene neurologie praktijk. Dit zal weer anders zijn voor een huisartspraktijk of een neurologiepraktijk in een neuromusculair centrum.

De diagnose polyneuropathie kan gesteld worden aan de hand van de anamnese en het neurologisch onderzoek.

Een EMG kan behulpzaam zijn om onderscheid te maken tussen een axonale en een demyeliniserende polyneuropathie. Deze vormen hebben namelijk elk hun eigen differentiaal diagnose.

Wanneer de oorzaak al heel duidelijk is, zoals bij diabetes, nierinsufficientie, chronisch alcoholisme of bekende medicatie, dan hoeft geen EMG verricht te worden. Tenzij er een van de zogenaamde red flags aanwezig is, in dat geval moet ook bij deze bekende aandoeningen een EMG gemaakt worden.

Red flags waarvoor altijd aanvullende diagnostiek verricht moet worden .

De behandeling van de PNP richt zich op de onderliggende oorzaak. Voor demyeliniserende polyneuropathieen zijn vaker behandelmogelijkheden gericht op de oorzaak dan voor axonale polyneuropathieen.

Behandeling is altij gericht op zo goed mogelijk ondersteunen van de patient, behandelen van ongemakken en inzetten van hulpmiddelen. Streven is altijd dat de patient zo veel als kan mobiel blijft !

Dunne vezelneuropathie

Dunne vezelf neuropathie is een polyneuropathie van de dun gemyeliniseerde en ongemyelinseerde vezels.

Dunne vezelf neuropathie zorgt met name voor sensibele en autonome symptomen.

De meest voorkomende onderliggende oorzaak is diabetes mellitus. Ook kan er sprake zijn van een verandering in het DNA van natriumkanalen in het dorsale ganglion (mutatie SCN9A, SCN10A of SCN11A-gen). Lang niet altijd kan de oorzaak achterhaald worden.

Een gewoon EMG kan een dunne vezelfneuropathie niet opsporen. Hiervoor is speciaal onderzoek nodig: een huidbiopt waarbij een verminderd aantal intradermale dunne vezels wordt gevonden is het meest bewijzend. Ook kan een temperatuurdrempelonderzoek behulpzaam zijn.

Indien mogelijk wordt de onderliggende oorzaak behandeld. Pijn kan behandeld worden met neuropatische pijnmedicatie: anti-epileptica of anti-depressiva. Indien dit onvoldoende effect heeft kan een behandeling met een morfine preparaat nodig zijn.

Chronisch ideopatische axonale polyneuropathie

CIAP is een veel voorkomende polyneuropathie op de oudere leeftijd. De oorzaak is niet bekend. Waarschijnlijk spelen overgewicht en hoge bloeddruk een rol bij het ontstaan van deze aandoening.

Demeyliniserende polyneuropathie

Guillain-Barre syndroom

CIDP

 

Complex regionaal pijn syndroom

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.