A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

HGPPS-syndroom
Horziontale blikparese progressieve scoliose

 


Wat is HGPPS-syndroom?
HGPPS-syndroom is een erfelijke aangeboren aandoening waarbij kinderen hun ogen niet goed naar rechts en naar links kunnen bewegen en last krijgen van een zijwaartse verkromming van de wervelkolom.

Hoe wordt HGPPS-syndroom ook wel genoemd?

De letters HGPPS zijn een afkorting van de Engelse woorden Horizontal Gaze Palsy with Progressive Scoliosis.
Horizontal gaze palsy is het Engelse medische woord voor niet naar rechts en naar links kunnen kijken. Scoliose is het medische woord voor een zijwaartse verkromming van de wervelkolom. Het woord progressive geeft aan deze scoliose erger wordt naarmate kinderen ouder worden.

Twee typen
Inmiddels zijn er twee fouten in het DNA ontdekt die allebei dit syndroom kunnen veroorzaken. Om onderscheid te maken wordt gesproken van type 1 en type 2.

Hoe vaak komt HGPPS-syndroom voor bij kinderen?
HGPPS-syndroom is een hele zeldzame ziekte. Het is niet goed bekend hoe vaak deze aandoening bij kinderen of bij volwassenen voorkomt. Geschat wordt dat deze aandoening bij minder dan één op de 100.000 mensen in Nederland voorkomt.
Waarschijnlijk zijn veel kinderen en volwassenen met een lichte vorm van HGPPS-syndroom niet bekend bij de kinderneuroloog of neuroloog. Het daadwerkelijke getal hoe vaak HGPPS-syndroom voorkomt kan dus hoger zijn.



Bij wie komt HGPPS-syndroom voor?

HGPPS-syndroom geeft meestal al vanaf jonge leeftijd klachten. Het kan wel enige tijd duren voordat de juiste diagnose wordt gesteld.
HGPPS-syndroom komt zowel bij jongens/mannen als bij meisjes/vrouwen voor.

Wat is de oorzaak van het ontstaan van HGPPS-syndroom?
Foutje in erfelijk materiaal
HGPPS-syndroom wordt veroorzaakt door een fout in het DNA. Er zijn inmiddels twee fouten bekend in staat zijn om dit syndroom te veroorzaken. Het gaat om een fout op chromosoom 11 in het ROBO3-gen of een fout op chromosoom 18 in het DCC-gen. Bij type 1 is er sprake van een fout in het ROBO3-gen, bij type 2 van een fout in het DCC-gen.

Autosomaal recessief
HGPPS-syndroom is een zogenaamd autosomaal recessieve ziekte. Dit houdt in dat kinderen twee fouten moeten hebben op beide chromosomen 11 of 18 om de aandoening te krijgen. Dit in tegenstelling tot een autosomaal dominante aandoening waarbij één fout op een van de twee chromosomen al voldoende is om de ziekte te krijgen.

Ouders drager
Vaak zijn ouders drager van een fout in het erfelijk materiaal. Zij hebben zelf geen klachten omdat ze nog een ander chromosoom hebben zonder fout. Wanneer een kind van beide ouders het chromosoom met de fout krijgt zal het kind HGPPS-syndroom krijgen. HGPPS-syndroom komt vaker voor bij ouders die (in de verte) familie van elkaar zijn.

Afwijkend eiwit
Door de fout in het DNA wordt bepaalde eiwitten die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van de hersenen niet goed aangelegd. Het gaat om het ROBO3-eiwit en het DCC-eiwit. Deze eiwitten zijn belangrijk om te zorgen dat de uitlopers van zenuwcellen (de axonen) over de middellijn heen kunnen kruizen. Zonder goed werkend ROBO3- eiwit of DCC-eiwit blijken zenuwen niet over de middellijn te kunnen kruizen. De zenuwuitlopers blijven aan een kant in de hersenen liggen. Deze zenuwuitlopers komen op deze manier niet op de juiste plek te liggen. Hierdoor werken deze zenuwen minder goed dan gebruikelijk. Ook een andere belangrijke baan van het ruggenmerg naar de hersenen die informatie bevat over het gevoel, blijkt niet zoals normaal over te kruizen. Het kruizen van de zenuwuitlopers vindt normaal gesproken plaats onder in de hersenstam.

Hersenstam
De hersenstam blijkt bij kinderen met het HGPPS-syndroom anders aangelegd te zijn dan bij andere kinderen. In de hersenstam kruizen allerlei zenuwbanen die informatie van en naar de hersenen toe sturen. Dit kruizen van de zenuwbanen verloopt dus niet goed bij kinderen met dit syndroom. Ook ligt in de hersenstam het regelcentrum voor de oogbewegingen.

Oogbewegingen
De hersenstam regelt dat het rechter en het linker oog tegelijkertijd naar een kant toe bewegen. Dit wordt geregeld in het zogenaamde horizontale blikcentrum. Om te zorgen dat het rechter en het linker oog tegelijkertijd naar een kant toe bewegen, is er een zenuwbaan die twee gebieden in de hersenen met elkaar verbindt. Deze baan loopt normaal gesproken ook over de middenlijn heen. Bij kinderen met het HGPPS-syndroom loopt deze baan niet over de middellijn heen. Daarom kan het horizontale blikcentrum er niet voor zeggen dat twee ogen tegelijkertijd naar een kant toe bewegen. Er bestaat ook een verticaal blikcentrum wat regelt dat twee ogen van boven naar beneden kunnen kijken. Dit blikcentrum werkt wel goed bij kinderen met het HGPPS-syndroom. Kinderen kunnen dus wel omhoog en omlaag kijken.  

Kleine hersenen
Ook vanuit de kleine hersenen komen zenuwbanen die over de middellijn moeten kruizen. Dit blijkt bij een deel van de kinderen met het HGPPS-syndroom ook niet goed te verlopen. Soms ontbreken deze banen helemaal (pontocerebellaire banen en onderste cerebellaire pedunkel)Mogelijk kan dit verklaren waarom kinderen met dit syndroom een scoliose krijgen.
 


Wat zijn de verschijnselen van HGPPS-syndroom?

Variatie
Er bestaat variatie tussen de hoeveelheid en de ernst van de klachten die verschillende kinderen en volwassenen met een HGPPS-syndroom hebben. Het valt van te voren niet goed te voorspellen hoeveel klachten een kind of volwassene zal krijgen.

Horizontale blikparese
Al vanaf de babyleeftijd kunnen kinderen met dit syndroom hun ogen niet naar rechts en naar links toe bewegen. Dit gaat opvallen zodra kinderen beginnen te volgen met de ogen wanneer ze een paar weken oud zijn. Om naar rechts of links te kijken moeten kinderen met hun hoofd bewegen. Kinderen kunnen wel normaal naar boven of beneden kijken.
Omdat dit probleem al vanaf jonge leeftijd speelt, zijn kinderen heel bedreven in het draaien van het hoofd. Hierdoor valt vaak nauwelijks op dat zij niet goed naar rechts of naar links kunnen kijken.

Lagere spierspanning
Kinderen met dit syndroom hebben een lagere spierspanning in hun spieren. Hierdoor voelen kinderen slapper aan wanneer ze opgetild worden. Ook kunnen gewrichten gemakkelijker overstrekt worden.

Scoliose
Vanaf de peuterleeftijd krijgen de meeste kinderen met dit syndroom een zijwaartse verkromming van de wervelkolom. Dit wordt een scoliose genoemd. Deze zijwaartse verkromming geeft problemen met zitten en met staan. Ook kan de scoliose zorgen voor rugklachten. Door de zijwaartse kromming zijn kinderen met deze aandoening minder lang dan hun leeftijdsgenoten. Met het ouder worden, wordt de scoliose erger. Een ernstige scoliose kan er voor zorgen dat organen zoals bijvoorbeeld de longen in de verdrukking komen.

Normale ontwikkeling
De meeste kinderen met het HGPPS-syndroom ontwikkelen zich normaal net als andere kinderen. Er zijn geen problemen met leren. Bij een klein deel van de kinderen (vaak kinderen met uitgebreidere aanlegstoornis van de hersenen) verloopt de ontwikkeling wel langzamer dan die van andere kinderen. Deze kinderen hebben ook vaker problemen met leren.

Spiegelbewegingen
Een deel van de kinderen heeft last van spiegelbewegingen. Bewegingen die met de bewust met de rechterhand worden gemaakt, worden onbewust ook met de linkerhand gemaakt. Dit kan kinderen hinderen bij taken waarbij twee handen een verschillende beweging moeten maken.

Gevoel
In theorie zouden er ook gevoelsstoornissen kunnen bestaan bij kinderen met dit syndroom. Hier is nog weinig over bekend.

Hoe wordt de diagnose HGPPS-syndroom gesteld?
Verhaal en onderzoek
Het zal heel moeilijk zijn om op grond van het verhaal en de bevindingen bij onderzoek te denken aan deze diagnose, tenzij deze diagnose in de familie voorkomt. Meestal wordt de diagnose gesteld aan de hand van aanvullend onderzoek.

Oogarts
Kinderen waarbij de ogen niet goed willen bewegen, zullen vaak gezien worden door de oogarts. De oogarts ziet bij deze kinderen geen bijzonderheden aan het oog zelf.

MRI-scan
De afwijkende oogbewegingen zullen vaak reden zijn om een MRI scan van de hersenen te maken. Op deze MRI scan zijn afwijkingen te zien aan de hersenstam. De hersenstam is dunner dan gebruikelijk, vooral de delen van de hersenstam die pons en tegementum worden genoemd. Ook kan te zien zijn dat de hersenstam gedeeltelijk uit twee delen bestaat in plaats vanuit een deel zoals gebruikelijk. Dit wordt een cleft pons genoemd. Bij een deel van de kinderen zijn de kleine hersenen ook kleiner van volume dan gebruikelijk.

DNA onderzoek
Door middel van een buisje bloed kan gekeken worden of er een foutje in het erfelijk materiaal gevonden kan worden in het ROBO3-gen of het DCC-gen Wanneer de aandoening al in de familie voorkomt, dan zal heel gericht naar dit foutje gezocht kunnen worden.
Tegenwoordig kan deze diagnose ook gesteld worden dankzij nieuwe genetische technieken (whole exome sequencing) zonder dat er specifiek aan deze diagnose gedacht is.

Foto van de rug
Op een foto van de rug kan beoordeeld worden of er sprake is van een zijwaartse verkromming van de rug. De mate van zijwaartse verkromming wordt uitgedrukt in een zogenaamde Cobbse hoek. Hoe hoger het getal van deze Cobbse hoek, hoe ernstiger de scoliose.

Hoe wordt HGPPS-syndroom behandeld?
Geen genezing
Er bestaat geen behandeling die HGPPS-syndroom kan genezen. De behandeling is er op gericht om zo min mogelijk last te hebben van de symptomen en zo goed mogelijk te kunnen omgaan met de gevolgen van het hebben van deze aandoening.

Orthopeed
Een orthopeed kan beoordelen welke behandeling voor de scoliose het beste is. Een milde vorm van scoliose kan behandeld worden met een corset. Omdat de scoliose bij deze aandoening vaak toe blijft nemen, heeft een deel van de kinderen uiteindelijk een operatie nodig. Tijdens deze operatie wordt door middel van staven de rug rechter getrokken en wordt voorkomen dat de rug verder scheef kan trekken.

Fysiotherapie
Een fysiotherapeut kan kinderen en ouders tips geven hoe kinderen zo goed mogelijk kunnen zitten, staan en bewegen om zo min mogelijk last van de scoliose te hebben.

Begeleiding
Een maatschappelijk werkende of psycholoog kan begeleiding geven hoe het hebben van deze aandoening een plaatsje kan krijgen in het dagelijks leven. Het kost vaak tijd voor kinderen en hun ouders om te verwerken dat de toekomstverwachtingen er anders uit zien dan mogelijk verwacht is.

Contact met andere ouders
Door middel van een oproepje op het forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere kinderen en hun ouders/verzorgers die ook te maken hebben met HGPPS-syndroom.

Wat betekent het hebben van HGPPS-syndroom voor de toekomst?

Scoliose
Kinderen en volwassenen met het HGPPS-syndroom zullen in het dagelijks leven rekening moeten houden met de scoliose en behandeling van de scoliose.

Weinig bekend
Er is nog maar weinig bekend over volwassenen met het HGPPS-syndroom

Levensverwachting
Er is weinig bekend over de levensverwachting van kinderen met het HGPPS-syndroom. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat deze levensverwachting voor kinderen in Nederland die geopereerd kunnen worden aan de scoliose, anders dan voor kinderen zonder deze aandoening.

Kinderen
Volwassenen met het HGPPS-syndroom kunnen kinderen krijgen.
De kans dat kinderen van een volwassenen met het HGPPS-syndroom zelf het HGPPS-syndroom krijgen is heel klein. Dit kan alleen wanneer de partner drager is van een fout in het ROBO3-gen of DCC-gen of wanneer de partner zelf het HGPPS-syndroom heeft. De kans hierop is erg klein.

Hebben broertjes en zusjes ook een verhoogde kans op het krijgen van HGPPS-syndroom?
Erfelijke ziekte
HGPPS-syndroom is een erfelijke ziekte. Meestal blijken beide ouders drager te zijn van een foutje in het ROBO3-gen of DCC-gen. Broertjes en zusjes hebben dan 25% kans om zelf ook het HGPPS-syndroom te krijgen. Of broertjes en zusjes hier in dezelfde, in minder mate of in ernstigere mate last van krijgen valt van te voren niet goed te voorspellen.
Een klinisch geneticus kan daar meer informatie over geven.

Prenatale diagnostiek
Wanneer ouders kinderwens hebben en eerder een kind met een HGPPS-syndroom hebben gekregen, dan bestaat er de mogelijkheid om tijdens een volgende zwangerschap door middel van een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie te kijken of dit kindje ook deze aandoening heeft. Beide ingrepen hebben een klein risico op het ontstaan van een miskraam (0,5% bij de vlokkentest en 0,3% bij de vruchtwaterpunctie).

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

Wilt u ook uw verhaal kwijt, dat kan: verhalen kunnen gemaild worden via info@kinderneurologie.eu en zullen daarna zo spoedig mogelijk op de site worden geplaatst. Voor meer informatie zie hier

Heeft u foto's die bepaalde kenmerken van deze aandoening duidelijk maken en die hier op de website mogen worden geplaatst, dan vernemen wij dit graag.


  
Links en verwijzingen
www.bosk.nl
(vereniging van motorisch gehandicapten en hun ouders)

Referenties
1. Horizontal gaze palsy with progressive scoliosis: a case report with magnetic resonance tractography and electrophysiological study. Lin CW, Lo CP, Tu MC. BMC Neurol. 2018;18:75
2. Familial Horizontal Gaze Palsy With Progressive Scoliosis. Rohani M, Almasi M, Soltan Sanjari M. Pediatr Neurol. 2016;64:103-104

Laatst bijgewerkt: 27 februari 2019

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.