A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Het Christianson-syndroom

 

Wat is het Christianson-syndroom?
Het Christianson-syndroom is een syndroom waardoor kinderen, vooral jongens, een ontwikkelingsachterstand hebben in combinatie met een kleine hoofdomvang, een kleine lengte, een opgewekt karakter en enkele opvallende uiterlijke kenmerken.

Hoe wordt het Christianson-syndroom ook wel genoemd?
Het Christianson-syndroom is genoemd naar een arts die dit syndroom beschreven heeft.

Angelman-like syndroom
Kinderen met het Christianson-syndroom hebben veel overeenkomsten met kinderen die een ander syndroom hebben, namelijk het Angelman syndroom. Daarom wordt ook wel gesproken van Angelman-like syndroom, omdat het veel lijkt op dit syndroom.

MRX-Christianson type
Een ander woord wat ook wel gebruikt wordt voor het Christianson-syndroom is MRX- Christianson-type. De letters MR staat voor mentale retardatie het medische woord voor een ontwikkelingsachterstand. Het woord X geeft aan dat de fout in het erfelijk materiaal die verantwoordelijk is voor het ontstaan van dit syndroom ligt op het zogenaamde X-chromosoom. Er zijn inmiddels heel veel verschillende syndromen die zorgen voor het ontstaan van een ontwikkelingsachterstand als gevolg van een foutje op het X-chromosoom, deze vorm wordt daarom type Christianson genoemd. Het wordt ook wel afgekort met de letters MRXSCH.

Hoe vaak komt het Christianson-syndroom voor?
Het Christianson-syndroom is een zeldzame ziekte. Het is niet precies bekend hoe vaak het Christianson-syndroom voorkomt. Waarschijnlijk is bij een deel van de kinderen die het Christianson-syndroom heeft, de juiste diagnose ook niet gesteld, omdat het syndroom niet herkend is.
Door nieuwe genetische technieken zoals exome sequencing zal deze diagnose waarschijnlijk vaker gesteld gaan worden bij kinderen en volwassenen met dit syndroom. Dan zal ook pas duidelijk worden hoe vaak dit syndroom nu werkelijk voorkomt.

Bij wie komt het Christianson-syndroom voor?
Het Christianson-syndroom is al vanaf de geboorte aanwezig. Het kan wel enige tijd duren voordat duidelijk is dat er sprake is van het Christianson-syndroom.
Zowel jongens als meisjes kunnen het Christianson-syndroom krijgen. Jongens hebben meestal meer klachten dan meisjes met dit syndroom.

Waar wordt het Christianson-syndroom door veroorzaakt?
Foutje in erfelijk materiaal
Het Christianson-syndroom wordt veroorzaakt door een foutje op een stukje materiaal op het X-chromosoom. De plaats van dit foutje wordt het SLC9A6-gen genoemd.

X-gebonden
Het Christianson-syndroom wordt veroorzaakt door een zogenaamde X-gebonden foutje. Dit houdt in dat jongens, die maar één X-chromosoom hebben, meer klachten krijgen wanneer zij een foutje hebben in dit SLC9A6-gen. Meisjes hebben twee X-chromosomen. Wanneer meisjes een foutje hebben in het X-chromosoom, dan hebben meisjes nog een ander X-chromosoom zonder foutje. Hierdoor hebben meisjes meestal in veel mindere mate problemen dan jongens.

Bij het kind zelf ontstaan
Bij een deel van de kinderen met een Christianson-syndroom is het foutje bij het kind zelf ontstaan na de bevruchting van de eicel door de zaadcel en niet overgeërfd van een van de ouders.

Geërfd van een ouder
Een deel van de kinderen heeft het foutje in het SLC9A6-gen geërfd van een ouder, meestal van de moeder. Dit omdat vrouwen vaak minder klachten als gevolg van het hebben van dit foutje krijgen en dus niet altijd weten dat zij een foutje in hun erfelijk materiaal hebben.
 
Afwijkend eiwit
Het stukje chromosoom op de plaats van het SLC9A6-gen bevat informatie voor de aanmaak van een eiwit. Dit eiwit is een transport eiwit waardoor natriummoleculen de cel in kunnen gaan in ruil voor waterstofmoleculen. De precieze functie van dit eiwit is nog niet goed bekend. Waarschijnlijk is dit transport eiwit belangrijk bij de aanleg van de hersencellen. Een foutje in dit eiwit zorgt er voor dat de hersencellen minder goed worden aangelegd. Hierdoor werken de hersenen van kinderen met dit syndroom anders dan bij kinderen zonder dit syndroom. Ook blijken de hersencellen van kinderen met dit syndroom te veel aan zogenaamd tau-eiwit te bevatten. Dit verstoort een goede werking van de hersencellen. Waarschijnlijk stapelt dit tau-eiwit in de hersencellen omdat het afbreeksysteem in de zogenaamde lysosomen in de hersencellen niet goed werkt.

 

Wat zijn de symptomen van het Christianson-syndroom?
Variatie
Er bestaat een variatie in de hoeveelheid en de ernst van de symptomen die verschillende kinderen met het Christianson-syndroom hebben. Dit valt van te voren niet goed te voorspellen van welke symptomen een kind last zal krijgen. Geen kind zal alle onderstaande symptomen tegelijkertijd hebben. Jongens hebben meestal meer symptomen dan meisjes.

Lage spierspanning
Jonge kinderen met het Christianson -syndroom hebben vaak een lage spierspanning waardoor ze slapper aanvoelen. Baby’s moeten goed vastgehouden en ondersteund worden wanneer ze worden opgetild. Gewrichtjes kunnen gemakkelijk overstrekt worden. Door de lagere spierspanning is het voor kinderen lastig om hun hoofd op te tillen. Dit is een van de redenen waarom kinderen zich langzamer ontwikkelen dan andere kinderen. Ook op de peuter en kleuterleeftijd blijven kinderen veel moeite hebben om langere tijd hun hoofd goed overeind te houden en hun rug recht te houden.

Weinig ontwikkelde spieren
Ook hebben kinderen met dit syndroom vaak weinig ontwikkelde spieren. De armen en benen van kinderen met dit syndroom blijven hierdoor vaak dun. Kinderen hebben hierdoor minder kracht in hun armen en benen.

Problemen met drinken
Een deel van de baby’s met het Christianson -syndroom heeft problemen met drinken. Ze drinken langzaam en laten de borst of speen vaak los. Het kost vaak veel tijd om baby’s met dit syndroom de borst of de fles te geven. Met het ouder worden, verloopt het drinken bij de meeste kinderen wel beter.

Ontwikkelingsachterstand
Kinderen met het Christianson-syndroom ontwikkelen zich langzamer dan hun leeftijdsgenoten. Ze gaan later rollen, zitten en staan dan hun leeftijdsgenoten. De meeste kinderen leren dit allemaal wel, maar op een latere leeftijd dan hun leeftijdsgenoten. Kinderen met dit syndroom hebben vaak veel moeite om de balans te bewaren, ze vallen gemakkelijk. Vaak hebben kinderen met dit syndroom problemen met de fijne motoriek, zoals met schrijven, tekenen of knippen. Dit is voor hen veel lastiger dan voor leeftijdsgenoten. Sommige kinderen hebben last van trillende armen en vingers.

Verlies van lopen
Een deel van de kinderen die heeft leren lopen, verleert het lopen weer aan het begin van de puberteit. De oorzaak daarvan is niet goed bekend.

Overtollige bewegingen
Veel kinderen met het Christianson-syndroom maken onbedoelde bewegingen met hun armen en benen. Verschillende bewegingen zijn mogelijk, grote langzame bewegingen (atethotische bewegingen), kleine sierlijke bewegingen (chorea) of weggooiende bewegingen (ballistische bewegingen). Ook een vreemde stand van armen, benen, nek en romp kunnen voorkomen (dystonie).

Problemen met praten
Voor kinderen met het Christianson-syndroom is het heel moeilijk om te leren praten. Voor het merendeel van de kinderen blijkt het niet haalbaar te zijn om woorden te zeggen. Soms zijn kinderen wel in staat om klanken te maken. Een klein deel van de kinderen is wel in staat enkele woordjes te zeggen. Het begrijpen van taal van anderen gaat kinderen met dit syndroom vaak beter af dan het zelf spreken.

Problemen met leren
Kinderen met het Christianson syndroom hebben bijna allemaal problemen met leren. De mate van problemen met leren verschilt, sommige kinderen zijn moeilijk leren of zeer moeilijk lerend.
Nu er met behulp van nieuwe genetische technieken steeds meer kinderen met dit syndroom bekend worden, kan het goed zijn dat er ook kinderen zijn die nog minder problemen hebben met leren.

Vriendelijk karakter
Kinderen met het Christianson-syndroom hebben vaak een heel vriendelijk en opgewekt karakter. Kinderen met dit syndroom lachen gemakkelijk.

Epilepsie
Een groot deel van de kinderen met het Christianson-syndroom krijgt last van epilepsie aanvallen. Verschillende type epilepsie aanvallen kunnen voorkomen. Vaak komen grote aanvallen voor met verstijven van armen en benen gevolgd door schokken van armen en benen. Aanvallen kunnen uitgelokt worden door lichtflitsen.

Problemen met slapen
Slaapproblemen komen vaak voor bij kinderen met het Christianson-syndroom. Sommige kinderen hebben moeite met het inslapen. Een groot deel van de kinderen wordt ’s nachts regelmatig wakker en komt dan maar moeilijk weer in slaap. Ontroostbaar huilen tijdens de nacht komt regelmatig voor. Ook zijn kinderen vaak vroeg in de ochtend wakker. Sommige kinderen draaien hun slaapwaakritme om, ze slapen overdag en zijn ’s nachts wakker.
Bij een deel van de kinderen worden deze slaapproblemen veroorzaakt door epilepsie gedurende de nacht.

Autistiforme kenmerken
Kinderen met het Christianson-syndroom hebben vaker autistiforme kenmerken. Ze zijn meer in zich zelf gekeerd en hebben niet zo’n behoefte aan contact met andere mensen. Kinderen bepalen zelf met wie ze contact willen maken en met wie niet.
Kinderen met autistiforme kenmerken houden vaak van een vaste voorspelbare structuur in de dag. Kinderen vinden het lastig wanneer hier vanaf geweken wordt of wanneer er onverwachte gebeurtenissen plaats vinden. Kinderen kunnen door onverwachte gebeurtenissen heel boos of juist heel verdrietig worden, omdat ze niet goed weten hoe ze hier mee om moeten gaan.
Ook hebben kinderen vaak voorkeur voor bepaald speelgoed of een bepaalde hobby waar ze zich heel lang mee kunnen vermaken, terwijl ze weinig interesse hebben in ander speelgoed.

ADHD
AD(H)D komt vaker voor bij kinderen met dit syndroom. Kinderen hebben moeite om langer ergens de aandacht bij te houden. Ze spelen maar kort met een bepaalde speelgoed en dan weer met een ander stukje speelgoed. Kinderen zijn snel afgeleid door een geluid of een beweging in de kamer.
Kinderen kunnen moeite hebben met stil zitten en bewegen het liefst de hele dag. Op school hebben kinderen moeite langer tijd hun aandacht bij het schoolwerk te houden.

Uiterlijke kenmerken
Bij veel syndromen hebben kinderen vaak wat veranderde uiterlijke kenmerken. Hier hebben kinderen zelf geen last van, maar het kan de dokters helpen om te herkennen dat er sprake is van een syndroom en mogelijk ook van welk syndroom. Ook maakt dit vaak dat kinderen met hetzelfde syndroom vaak meer op elkaar lijken dan op hun eigen broertjes en zusjes, terwijl de kinderen toch niet familie van elkaar zijn.
Kinderen met het Christianson -syndroom hebben vaak een kleiner hoofdje dan gebruikelijk. Het gezichtje is vaak langwerpig en smal. De wenkbrauwen zijn vaak vol en bevatten veel haar. De ogen liggen vaak diep in het gezicht. De onderkin heeft vaak een hoekige vorm en steekt verder naar voren toe dan de bovenkaak.
De borstkas is vaak smal. De vingers en de tenen zijn vaak dun en smal. De duimen kunnen in de richting van de handpalm gedraaid staan, dit wordt zogenaamde adducted thumbs genoemd.

Groei
Kinderen met het Christianson-syndroom zijn meestal een stuk kleiner dan hun leeftijdsgenoten. Ook blijven ze vaak licht van gewicht.

Vastgegroeide gewrichtjes
Bij een klein deel van de kinderen zijn bepaald gewrichtjes juist vast gegroeid en kunnen deze niet goed bewogen worden. Dit kan kinderen belemmeren tijdens het bewegen. Vastgegroeide gewrichtjes worden ook wel contracturen genoemd.

Problemen met zien
Scheelzien komt vaak voor bij kinderen met dit syndroom. Kinderen met dit syndroom hebben vaak veel moeite met het bewegen van de ogen.

Problemen met eten
Kinderen met dit syndroom hebben vaker problemen met eten. De meeste kinderen hebben het liefst hun eten gepureerd en houden niet van stukjes in hun eten. Kinderen spugen deze stukjes vaak weer uit. Soms moeten zij hier zelfs van braken.

Problemen met slikken
Kinderen met het Christianson syndroom kunnen problemen met slikken hebben. Zij verslikken zich in drinken of eten en moeten dan hoesten tijdens het eten of drinken. Dit kan gevaarlijk zijn, omdat er tijdens verslikken eten of drinken in de longen terecht kan komen, waardoor een longontsteking kan ontstaan. Het kan daarom nodig zijn om kinderen via een sonde voeding te geven.

Kwijlen
Kinderen met het Christianson -syndroom hebben gemakkelijk last van kwijlen. Dit komt door slapheid van de spieren in het gezicht en rondom de mond, waardoor het speeksel gemakkelijk uit de mond loopt.

Reflux
Kinderen met het Christianson-syndroom hebben heel vaak last van het terugstromen van voeding vanuit de maag naar de slokdarm. Dit wordt reflux genoemd. Omdat de maaginhoud zuur is, komt het zuur zo ook in de slokdarm, soms zelfs ook in de mond. Dit zuur kan zorgen voor pijnklachten, waardoor kinderen moeten huilen en soms ook niet willen eten. Ook kan het maken dat kinderen moeten spugen.
Door het zuur kan de slokdarm geïrriteerd en ontstoken raken. Wanneer dit niet tijdige ontdekt en behandeld wordt, kan dit zorgen voor het spuug met daarin bloedsliertjes.

Verstopping
Verstopping van de darmen komt vaak voor bij kinderen met het Christianson -syndroom. De ontlasting komt dan niet elke dag en is vaak hard waardoor kinderen moeite hebben met poepen.

Zindelijkheid
Voor de meeste kinderen met het Christianson-syndroom is het erg moeilijk om zindelijk te worden. Vaak hebben zij op oudere leeftijd nog steeds een luier nodig om ongelukjes te voorkomen.

Vatbaarder voor infecties
Kinderen met het Christianson -syndroom zijn op jonge leeftijd vatbaarder voor het krijgen van infecties. Regelmatig komen luchtweginfecties of oorontstekingen.

Hoge pijngrens
Kinderen met dit syndroom hebben vaak een hoge pijngrens. Zij lijken niet veel last te hebben van pijn.

Meisjes
Meisjes die een fout hebben op het X-chromosoom in het SLC9A6-gen hebben nog een ander X-chromosoom zonder fout. Hierdoor kunnen meisjes in mindere mate klachten te hebben als jongens. De meeste meisjes hebben problemen met leren op school, vaak komt dyslexie voor. Ook zijn meisjes met dit syndroom vaak onhandiger en vallen zij gemakkelijker dan andere kinderen.

Hoe wordt de diagnose Christianson-syndroom gesteld?
Verhaal en onderzoek
Op grond van het verhaal van een kind met een ontwikkelingsachterstand en enkele opvallende uiterlijke kenmerken kan vermoed worden dat er sprake is van een syndroom. Er zijn echter veel verschillende syndromen die allemaal voor deze symptomen kunnen zorgen. Vaak zal aanvullend onderzoek nodig zijn om aan de diagnose Christianson -syndroom te stellen.

Bloedonderzoek
Bij routine bloedonderzoek worden bij kinderen met het Christianson -syndroom geen bijzonderheden gevonden.
 
Genetisch onderzoek
Wanneer aan de diagnose gedacht wordt omdat deze aandoening in de familie voorkomt, kan door middel van gericht genetisch onderzoek op bloed naar het voorkomen van een foutje op het X-chromosoom in het SLC9A6-gen.
Vaak worden ook alle chromosomen tegelijkertijd onderzocht (zogenaamd Array onderzoek), soms kan op deze manier de diagnose Christianson -syndroom worden gesteld omdat ontdekt wordt dat er een stukje van het X-chromosoom mist waarop het SLC9A6-gen ligt.
In de toekomst zal door middel van een nieuwe genetische techniek (exome sequencing genoemd) mogelijk ook deze diagnose gesteld kunnen worden zonder dat er specifiek aan gedacht was of naar gezocht is.

MRI-scan
Bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand zal vaak een MRI scan gemaakt worden om te kijken of er bijzonderheden aan de hersenen te zien zijn. Bij een deel van de kinderen worden met het Christianson-syndroom valt op dat de kleine hersenen veel kleiner van volume zijn dan gebruikelijk. Ook de grote hersenen kunnen kleiner zijn dan gebruikelijk.

Stofwisselingsonderzoek
Kinderen met een ontwikkelingsachterstand krijgen vaak stofwisselingsonderzoek van bloed en urine om te kijken of er sprake is van een stofwisselingsziekte die verklarend is voor de ontwikkelingsachterstand. Bij kinderen met het Christianson-syndroom worden hierbij geen bijzonderheden gezien in routinematig verricht onderzoek.

EEG
Kinderen met epilepsie krijgen vaak een EEG om te kijken van welk soort epilepsie er sprake is. Op het EEG worden vaak epileptiforme afwijkingen gezien. Deze afwijkingen zijn niet kenmerkend voor het Christianson-syndroom, maar kunnen bij veel andere syndromen met epilepsie ook gezien worden. Door middel van het EEG kan ook gekeken worden of epilepsie uitgelokt wordt door lichtflitsen. Ook is het goed laagdrempelig te kijken of er veel epilepsie in de hersenen aanwezig is in de slaap en dit zo nodig te behandelen.

Oogarts
Kinderen met het Christianson -syndroom worden altijd een keer door een oogarts gezien om te kijken of er problemen zijn met zien.

 

Hoe wordt het Christianson-syndroom behandeld?
Geen genezing
Er is geen behandeling die het Christianson-syndroom kan genezen. De behandeling is er op gericht kinderen zo goed mogelijk te stimuleren in hun ontwikkeling en te leren omgaan met de problemen die bij dit syndroom horen.

Fysiotherapie
Een fysiotherapeut kan ouders tips en adviezen geven hoe ze hun kindje zo goed mogelijk kunnen stimuleren om er voor te zorgen dat de ontwikkeling zo optimaal als mogelijk verloopt. Wanneer er problemen zijn met het bewaren van de balans dan kan een wandelstok, kruk, looprekje of rollator helpen om de balans wel te kunnen bewaren. Een fysiotherapeut kan advies geven, welk hulpmiddel het beste gebruikt kan worden.

Logopedie
Een logopediste kan tips en adviezen geven indien er problemen zijn met zuigen, drinken, kauwen of slikken. Ook kan de logopediste helpen om de spraakontwikkeling zo goed mogelijk te stimuleren. Praten kan ook ondersteund worden door middel van gebaren of pictogrammen. Op die manier kunnen kinderen zich leren uitdrukken ook als ze geen woorden kunnen gebruiken. Sommige kinderen hebben baat bij een spraakcomputer.

Ergotherapie
Een ergotherapeut kan tips en adviezen geven hoe de verzorging en de dagelijks activiteiten van een kind zo soepel mogelijk kunnen verlopen. Ook kan de ergotherapeut advies geven over materialen die de ontwikkeling van een kind kunnen stimuleren.

Revalidatiearts
Een revalidatiearts coördineert de verschillende therapieën en adviseert ook over hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld een aangepaste buggy, een rolstoel, steunzolen of aangepaste schoenen.
Ook is het mogelijk via een revalidatie centrum naar een aangepaste peutergroep te gaan en daar ook therapie te krijgen en later op dezelfde manier onderwijs te gaan volgen.

School
De meeste kinderen met het Christianson -syndroom hebben extra begeleiding bij het leren nodig. Veel kinderen zijn moeilijk of zeer moeilijk lerend. Een deel van de kinderen kan regulier onderwijs volgen met behulp van een aangepast leerprogramma en extra ondersteuning. Dit is volgens het plan van de minister dat alle kinderen naar het reguliere onderwijs toe moeten. Een ander deel van de kinderen gaat uiteindelijk toch naar het speciaal onderwijs van cluster 2,3 of 4 omdat zij daar in kleinere klassen zitten en meer hulp en ook therapie kunnen krijgen. Een deel van de kinderen is niet leerbaar en zal naar een dagbesteding toe gaan.

Kinder- en jeugdpsychiater
Een kinder- en jeugdpsychiater kan advies geven hoe om te gaan met gedragsproblemen zoals ADHD of autisme. Soms is het nodig om gedrag regulerende medicatie zoals methylfenidaat voor ADHD of risperidon voor prikkelovergevoeligheid te geven.

Behandeling epilepsie
Met behulp van medicijnen wordt geprobeerd om de epilepsieaanvallen zo veel mogelijk te voorkomen en het liefst er voor te zorgen dat er helemaal geen epilepsieaanvallen meer voorkomen. Soms lukt dit vrij gemakkelijk met een medicijn, maar bij een deel van de kinderen is het niet zo eenvoudig en zijn combinaties van medicijnen nodig om de epilepsie aanvallen zo veel mogelijk of helemaal niet meer te laten voorkomen. Verschillende soorten medicijnen kunnen gebruikt worden om de epilepsie onder controle te krijgen. Er bestaan geen speciaal voorkeursmedicijn voor dit syndroom.
Bij een deel van de kinderen zal het niet lukken om de epilepsieaanvallen met medicijnen onder controle te krijgen. Er bestaan ook andere behandelingen die een goed effect kunnen hebben op de epilepsie, zoals een ketogeen dieet, een nervus vagusstimulator, of een behandeling met methylprednisolon. Ook een combinatie van deze behandelingen met medicijnen die epilepsie onderdrukken is goed mogelijk.

Melatonine
Wanneer inslapen erg moeilijk is kan het medicijn melatonine helpen om het inslapen beter te laten verlopen. Ook kan dit zorgen voor een algeheel beter slaappatroon gedurende de hele nacht.

Diëtiste
Een diëtiste kan kijken hoe met energieverrijkte voeding toch voor een voldoende groei gezorgd kan worden.

Sondevoeding
Veel kinderen met dit syndroom hebben moeite met het drinken van voeding uit de borst of uit de fles. Daarom is het vaak nodig om kinderen voeding via een sonde te gaan geven, zodat kinderen wel voldoende voeding binnen krijgen om te groeien. De sonde loopt via de neus en de keel naar de maag toe. Wanneer langere tijd een sonde nodig is, kan er voor gekozen worden om door middel van een kleine operatie een sonde via de buikwand rechtstreeks in de maag aan te brengen. Zo’n sonde wordt een PEG-sonde genoemd. Later kan deze vervangen worden door een zogenaamde mickeybutton.

Reflux
Reflux kan er ook voor zorgen dat kinderen slecht eten. Door de voeding in te dikken met johannesbroodpitmeel kan de voeding minder gemakkelijk terug stromen van de maag naar de slokdarm. Ook zijn er medicijnen die de maaginhoud minder zuur kunnen maken waardoor de slokdarm minder geprikkeld wordt bij terugstromen van de maaginhoud. Medicijnen die hiervoor gebruikt worden zijn ranitidine en omeprazol, soms esomeprazol. Indien dit allemaal niet voldoende is, kan een operatie nodig zijn waarbij de overgang van de slokdarm naar de maag nauwer wordt gemaakt, waardoor de voeding ook minder gemakkelijk terug kan stromen.

Kwijlen
Er bestaan medicijnen die het kwijlen minder kunnen maken. Het meest gebruikte medicijn hierdoor is glycopyrrhonium. Ook kan een behandeling van de speekselklieren door middel van botox of door middel van een operatie er voor zorgen dat kinderen minder kwijlen.

Verstopping van de darmen
Het medicijn macrogol kan er voor zorgen dat de ontlasting soepel en zacht blijft en stimuleert de darmwand om actief te blijven. Hierdoor kunnen kinderen gemakkelijker hun ontlasting kwijt.

Botontkalking
Om botontkalking te voorkomen wordt geadviseerd om kinderen met dit syndroom dagelijks 400IE vitamine D te geven en 500 mg calcium.

Antibiotica
Een deel van de kinderen die vaak terugkerende infecties heeft, heeft baat bij een lage dosering antibiotica om nieuwe infecties te voorkomen. Per kind moeten de voordelen van het geven van de antibiotica worden afgewogen tegen de nadelen ervan (antibiotica doden ook nuttige bacteriën in de darmen).

Oogarts
Een deel van de kinderen heeft een bril nodig om goed te kunnen zien. Wanneer kinderen scheel kijken, dan kan het nodig zijn om een oog een aantal uur per dag af te plakken, om op die manier te voorkomen dat kinderen een lui oog ontwikkelen.

Begeleiding
Een maatschappelijk werkende of psycholoog kan begeleiding geven hoe het hebben van deze aandoening een plaatsje kan krijgen in het dagelijks leven. Het kost vaak tijd voor ouders om te verwerken dat de toekomstverwachtingen van hun kind er anders uit zien dan mogelijk verwacht is.

Contact met andere ouders
Door middel van een oproepje op het forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere kinderen en hun ouders/verzorgers die ook te maken hebben met het Christianson -syndroom.

Wat is de prognose van het Christianson-syndroom?
Blijvende problemen
Kinderen die een ontwikkelingsachterstand hebben als gevolg van het Christianson -syndroom, blijven deze problemen vaak houden op volwassen leeftijd. Jong volwassenen kunnen vaak de hulp van anderen nodig hebben om te kunnen functioneren.

Volwassenen
Omdat over deze ziekte nog maar weinig bekend is, is er niet heel veel bekend over volwassenen met deze aandoening.
Het valt dus lastig aan te geven wat het hebben van Christianson -syndroom voor de toekomst betekent.

Verlies van vaardigheden
Een deel van de kinderen verliest vanaf het begin van de puberteit vaardigheden die deze kinderen voorheen al wel beheersten zoals lopen of zelfstandig eten. Hoe dit precies komt is niet goed bekend.

Osteoporose
Volwassenen met dit syndroom hebben een vergrote kans om last te krijgen van botontkalking ook wel osteoporose genoemd.

Levensverwachting
Over de levensverwachting van kinderen met het Christianson syndroom is nog weinig bekend. Er zijn inmiddels een paar kinderen met dit syndroom die opgegroeid zijn tot volwassenen. De komende jaren zal meer bekend worden hoe het gaat met deze volwassenen.

Volwassen vrouwen
Volwassen vrouwen met dit syndroom blijken vaker last te hebben van angst en van een sombere stemming.

Kinderen
Volwassenen met het Christianson-syndroom kunnen kinderen krijgen. Deze kinderen hebben 50% kans om zelf ook het Christianson-syndroom te krijgen.

Hebben broertjes en zusjes ook een verhoogde kans om ook het Christianson-syndroom te krijgen?
Het Christianson -syndroom wordt veroorzaakt door een fout in het erfelijke materiaal van het X-chromosoom. Wanneer de moeder een foutje heeft op het X-chromosoom dan hebben broertjes en zusjes tot 50% kans om het Christianson -syndroom te krijgen.
Wanneer het foutje in het SLC9A6-gen bij het kind zelf ontstaan is, dan hebben broertjes en zusjes nauwelijks een verhoogde kans om het Christianson -syndroom te krijgen. Dit zou alleen het geval kunnen zijn wanneer een van de ouders het foutje in de eicellen of zaadcellen heeft zitten, zonder dat het in de andere lichaamscellen zit. De kans hierop is klein.
Een klinisch geneticus kan hier meer informatie over geven.

Prenatale diagnostiek
Wanneer bekend is welk foutje in een familie heeft gezorgd voor het ontstaan van het Christianson -syndroom, dan is het mogelijk om tijdens een zwangerschap prenatale diagnostiek te verrichten in de vorm van een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie om te kijken of dit kindje ook het Christianson -syndroom heeft.

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

Wilt u ook uw verhaal kwijt, dat kan: verhalen kunnen gemaild worden via info@kinderneurologie.eu en zullen daarna zo spoedig mogelijk op de site worden geplaatst. Voor meer informatie zie hier

 

Links en verwijzingen
https://www.facebook.com/groups/127459547332801/
Facebook pagina van ouders met het Christianson syndroom

Referenties

  1. A new family with an SLC9A6 mutation expanding the phenotypic spectrum of Christianson syndrome. Masurel-Paulet A, Piton A, Chancenotte S, Redin C, Thauvin-Robinet C, Henrenger Y, Minot D, Creppy A, Ruffier-Bourdet M, Thevenon J, Kuentz P, Lehalle D, Curie A, Blanchard G, Ghosn E, Bonnet M, Archimbaud-Devilliers M, Huet F, Perret O, Philip N, Mandel JL, Faivre L. Am J Med Genet A. 2016;170:2103-10
  2. The expanding phenotypic spectrum of female SLC9A6 mutation carriers: a case series and review of the literature. Sinajon P, Verbaan D, So J. Hum Genet. 2016;135:841-50

 

Laatst bijgewerkt: 5 november 2016

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.