A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Spastische paraplegie type 11


Wat is spastische paraplegie type 11?
Spastische paraplegie type 11 is een erfelijke aandoening waarbij kinderen en volwassenen in toenemende mate last krijgen van stijfheid en krachtverlies van de benen.

Hoe wordt spastische paraplegie type 11 ook wel genoemd?

Het woord spastisch in spastische paraplegie type 11 wijst op de stijfheid van de spieren. Paraplegie is het medische woord voor krachtsverlies van beide benen. Er zijn inmiddels veel verschillende vormen van spastische paraplegie bekend, dit type is als 11e type beschreven, vandaar de toevoeging type 11. De aandoening wordt ook wel afgekort met de letters en cijfers SPG11.

Ziekte van Strümpell
Een andere naam is de ziekte van Strümpell. Strümpell is een van de artsen die deze groep aandoeningen voor het eerst beschreven heeft.

Hereditaire spastische paraparese
Ook wordt de term hereditaire spastische paraparese wel gebruikt. Het woord hereditair geeft aan dat deze aandoening ontstaat door een foutje in het erfelijk materiaal. In plaats van hereditair wordt ook wel het woord erfelijke spastische paraparese gebruikt.

Pure of gecompliceerde vorm
Er wordt onderscheid gemaakt in pure vormen van spastische paraplegie en gecompliceerde vormen van spastische paraplegie. Bij de pure vormen is er alleen sprake van een spastische paraplegie en zijn er nauwelijks andere klachten. Bij de gecompliceerde vormen van spastische paraplegie zijn er naast de spastische paraplegie ook problemen met zien, horen, denken of andere problemen met bewegen. Spastische paraplegie type 11 hoort meestal tot de groep van de gecompliceerde spastische paraplegie.

Hereditaire sensore neuropathie type 2x
Ook deze aandoening kan veroorzaakt worden door een foutje in het zelfde stukje erfelijk materiaal. Bij deze aandoening werken de lange zenuwen vanuit het ruggenmerg naar de armen en benen toe niet goed. Dit wordt ook wel een polyneuropathie genoemd. Zowel de naam HMSN type 2x als de naam CMT type 2x worden voor deze aandoening gebruikt.

Amyotrofische lateraal sclerose type 5
Het zelfde foutje in het erfelijk materiaal kan ook nog een andere aandoening veroorzaken die amyotrofische lateraal sclerose type 5 wordt genoemd.

 

Hoe vaak komt spastische paraplegie type 11 voor bij kinderen?
Spastische paraplegie type 11 is een zeldzame ziekte. Het is niet goed bekend hoe vaak deze aandoening bij kinderen of bij volwassenen voorkomt. Geschat wordt dat deze aandoening bij minder dan één op de 100.000 mensen in Nederland voorkomt.
Waarschijnlijk zijn veel kinderen en volwassenen met een lichte vorm van spastische paraplegie type 11 niet bekend bij de kinderneuroloog of neuroloog. Het daadwerkelijke getal hoe vaak spastische paraplegie type 11 voorkomt kan dus hoger zijn.

Bij wie komt spastische paraplegie type 11 voor?

Spastische paraplegie type 11 kan op elke leeftijd beginnen, zowel op de kinderleeftijd als op de volwassen leeftijd. De gemiddelde leeftijd waarop de eerste klachten ontstaan is op tienerleeftijd.
Spastische paraplegie type 11 komt zowel bij jongens/mannen als bij meisjes/vrouwen voor.

Wat is de oorzaak van het ontstaan van spastische paraplegie type 11?
Foutje in erfelijk materiaal
Spastische paraplegie type 11 wordt veroorzaakt door een foutje op een stukje materiaal op het 15e-chromosoom. Om nog preciezer te zijn op het stukje van chromosoom 15 wat 15q21.1 wordt genoemd. De plaats van dit foutje wordt het SPG11-gen genoemd.

Autosomaal recessief
Spastische paraplegie type 11 is een zogenaamd autosomaal recessieve ziekte. Dit houdt in dat kinderen twee foutjes moeten hebben op beide chromosomen 15 in het SPG11-gen om de aandoening te krijgen. Dit in tegenstelling tot een autosomaal dominante aandoening waarbij een foutje op een van de twee chromosomen al voldoende is om de ziekte te krijgen.

Ouders drager
Vaak zijn ouders drager van een foutje in het erfelijk materiaal. Zij hebben zelf geen klachten omdat ze nog een ander chromosoom hebben zonder foutje. Wanneer een kind van beide ouders het chromosoom met de fout krijgt zal het kind spastische paraplegie type 11 krijgen. Spastische paraplegie type 11 komt vaker voor bij ouders die (in de verte) familie van elkaar zijn.

Afwijkend eiwit
Het stukje chromosoom op de plaats van het SPG11-gen bevat informatie voor de aanmaak van een eiwit. Dit eiwit wordt spatacsine genoemd. Dit eiwit speelt een belangrijk rol bij uitgroei van de zenuwuitloper (het axon) tijdens de aanleg van de zenuwen. Ook speelt dit eiwit een belangrijke rol bij het vervoer van allerlei belangrijke stoffen in de zenuwen die er voor zorgen dat de zenuwen goed kunnen functioneren. Zonder dit eiwit worden de zenuwen niet goed aangelegd. Ook kunnen de zenuwen niet goed werken, waardoor ze gemakkelijk beschadigd kunnen raken en kunnen afsterven.
 
Wat zijn de verschijnselen van spastische paraplegie type 11?

Grote variatie
Er bestaat een grote variatie tussen de klachten van verschillende kinderen en volwassenen met een spastische paraplegie type 11. Sommige kinderen zijn ernstig aangedaan, andere kinderen zo weinig dat bij hen de diagnose niet eens gesteld is. Het valt van te voren niet goed te voorspellen hoeveel klachten een kind of volwassene zal krijgen.

Spasticiteit
Kinderen met een spastische paraplegie type 11 krijgen in toenemende mate last van stijfheid van de spieren van de benen. Deze stijfheid van de spieren wordt spasticiteit genoemd. De stijfheid van de spieren zorgt er voor dat het lopen minder soepel gaat. Optillen van de voeten van de grond gaat lastiger, waardoor kinderen gemakkelijker kunnen vallen. Veel kinderen hebben de neiging om op hun tenen te gaan lopen. Kinderen krijgen de neiging om de benen voor elkaar te kruizen tijdens het lopen. Hierdoor wordt lopen in de loop van de jaren steeds moeilijker. Een deel van de kinderen en volwassenen heeft op een gegeven moment een rolstoel nodig om zich voort te bewegen.
De meeste kinderen en volwassenen hebben geen last van spasticiteit aan de armen en de handen.

Spierzwakte
De spasticiteit van de spieren van de benen zorgt behalve voor de klachten van stijfheid, ook voor krachtsverlies aan de benen. Kinderen zakken gemakkelijker door hun spieren van hun bovenbenen heen. Ook hebben kinderen vaak moeite om hun voorvoet van de grond te tillen (moeite om op de hakken te lopen).
Een klein deel van de kinderen en de volwassenen heeft ook last van krachtsverlies in de handen en in de vingers. De meeste kinderen en volwassenen hebben hier geen last van.

Spasme
Kinderen met een spastische paraplegie type 11 krijgen gemakkelijk een soort verkramping van de spieren. Dit wordt een spasme genoemd. Een spasme is vaak pijnlijk. Spasmen komen vaak aan het eind van de dag of tijdens het slapen voor.

Dunner worden van de spieren
Bij een deel van de kinderen en volwassenen worden de spieren in de loop van de jaren steeds dunner. Dit is vooral te zien aan de spieren in de benen, soms ook in de armen. Dunnere spieren kunnen minder kracht leveren.

Evenwichtsproblemen
Een deel van de kinderen en volwassenen met spastische paraplegie type 11 heeft last van evenwichtsproblemen. Deze kinderen en volwassenen vallen nog gemakkelijker. Om dit te voorkomen zetten kinderen en volwassenen hun voeten verder uit elkaar. Trillen van de handen bij pakken van een voorwerp kan voorkomen. Een deel van de kinderen en volwassenen heeft ook een zichtbare trilling in de ogen. Dit wordt nystagmus genoemd.

Rusteloze benen
Een deel van de kinderen en volwassenen heeft last van rusteloze benen in de avond en in de nacht. Kinderen en volwassenen moeten hun benen dan steeds bewegen omdat er anders een heel onaangenaam gevoel in de benen ontstaat. Deze rusteloze benen kunnen kinderen en volwassenen ook uit de slaap houden.

Problemen met praten
Een klein deel van de kinderen heeft problemen met praten. De spieren die betrokken zijn bij het praten, worden ook spastisch. Daardoor kan de stem van een kind veranderen. Het geluid van de stem klinkt wat meer “geknepen”.

Problemen met kauwen en slikken
Een deel van de kinderen die problemen met praten heeft, heeft ook problemen met kauwen en met slikken. De spieren die hierbij betrokken zijn, zijn ook stijver en kunnen daardoor minder goed hun werk doen. Het kauwen van eten kost meer tijd. Er kan gemakkelijker pijn in de kauwspieren ontstaan. Ook kunnen kinderen zich gemakkelijker verslikken in het eten.

Gevoelsproblemen
Een deel van de kinderen met een spastische paraplegie type 11 heeft problemen met voelen, vooral aan de voeten. In het bijzonder pijn en temperatuurverschillen worden minder goed gevoeld. Wondjes aan de voeten kunnen hierdoor moeilijker opgemerkt worden en kunnen daardoor ongemerkt groot worden en problemen veroorzaken.

Koude voeten
Kinderen en volwassenen met spastische paraplegie type 11 hebben vaak snel last van koude voeten. Dit komt omdat de het bloed minder goed door de benen heen stroomt omdat kinderen en volwassenen de benen minder goed bewegen. In een koude omgeving kan dit zorgen voor voeten en/of onderbenen die een blauw-paarse verkleuring krijgen.

Incontinentie
Een groot deel van de kinderen met een spastische paraplegie type 11 krijgt last van ongewild urineverlies. Dit komt omdat de spieren van de blaaswand net als de spieren van de benen ook spastisch worden. Door de spasticiteit wordt de blaas als het ware veel te actief. De blaas wordt daardoor voortdurend leeggemaakt, waardoor kinderen steeds kleine beetjes moeten plassen en dit maar moeilijk kunnen ophouden. Door de problemen met lopen zijn kinderen vaak te laat bij het toilet op moment dat ze voelen dat ze moeten gaan plassen.

Verstopping van de darmen
Verstopping van de darmen komt vaak voor bij kinderen en volwassenen met spastische paraplegie type 11. De ontlasting komt niet elke dag, vaak minder dan drie keer per week. De ontlasting is vaak hard en kinderen moeten moeite doen om de ontlasting kwijt te raken.

Rugpijn
Kinderen en volwassenen met spastische paraplegie type 11 hebben gemakkelijker last van pijn onder in de rug. Dit komt door de verhoogde spierspanning in de rug en de problemen met zitten en met staan.

Scoliose
Een deel van de kinderen krijgt tijdens de puberteit last van een zijwaartse verkromming van de wervelkolom. Deze verkromming wordt een scoliose genoemd. Een scoliose kan zorgen voor rugpijnklachten en voor problemen met zitten en liggen. Een ernstige scoliose kan zorgen voor het ontstaan van ademhalingsproblemen.
Een toegenomen holling onder in de rug (toegenomen lendenlordose) komt ook vaker voor bij kinderen en volwassenen met spastische paraplegie type 11

Vergroeiingen
Als gevolg van de spasticiteit zijn de spieren nooit meer helemaal ontspannen. Hierdoor staan de gewrichten vaak in een vaste stand waardoor vergroeiing van de gewrichten kan gaan optreden. Dit wordt het meest gezien aan de voeten, in de vorm van holvoeten. Maar ook vergroeiingen van enkel- knie of heupgewrichten kunnen voorkomen. Zo’n vergroeiing van een gewricht wordt een contractuur genoemd.

Vermoeidheid
Kinderen met een spastische paraplegie type 11 hebben vaak last van vermoeidheid. De spasticiteit van de spieren en het bewust moeten lopen kosten veel energie, waardoor de hoeveelheid energie sneller op is en kinderen rust nodig hebben.

Problemen met slapen
Slaapproblemen komen vaker voor bij kinderen en volwassenen met spastische paraplegie type 11. Dit komt omdat kinderen en volwassenen minder gemakkelijk een goede houding kunnen vinden in bed. Ook kunnen spasmes in de benen er voor zorgen dat kinderen en volwassenen wakker worden uit hun slaap.
 
Problemen met leren
Een klein deel van de kinderen met spastische paraplegie type 11 heeft problemen met leren. Het tempo van leren ligt vaak lager dan van kinderen zonder spastische paraplegie type 11. In de loop van de jaren kunnen de problemen met leren toenemen.

Stemming
Een deel van de kinderen en volwassenen met spastische paraplegie type 11 heeft last van een sombere stemming. Een sombere stemming kan overgaan in een depressie.

Overgewicht
Kinderen en volwassenen met spastische paraplegie type 11 krijgen gemakkelijker last van overgewicht. Afvallen is lastig voor kinderen en volwassenen met deze aandoening. Het extra gewicht zorgt er voor dat bewegen lastiger wordt. Het is daarom belangrijk om overgewicht zo veel als kan te voorkomen.

Problemen met zien
Geleidelijk aan kunnen kinderen en volwassenen met spastische paraplegie type 11 last krijgen van problemen met zien. Kinderen en volwassenen krijgen een minder breed blikveld, ze moeten meer met hun hoofd draaien om te kunnen zien wat er in de omgeving te zien is. Vaak hebben kinderen fijne schokkende bewegingen aan hun ogen. Dit wordt een nystagmus genoemd.

Orthostatische hypotensie
Een klein deel van de kinderen en volwassenen met SPG11 heeft last van orthostatische hypotensie. De bloeddruk daalt te veel nadat kinderen en volwassenen overeind komen uit een liggende houding. Dit geeft klachten van duizeligheid en zwarte vlekken voor de ogen. Wanneer kinderen en volwassenen niet weer kunnen gaan zitten, kunnen ze hierdoor ook daadwerkelijk even flauw vallen.

 

Hoe wordt de diagnose spastische paraplegie type 11 gesteld?
Verhaal en onderzoek
Op grond van het verhaal en de bevindingen bij het lichamelijk onderzoek van spierstijfheid en hoge reflexen kan de diagnose spastische paraplegie worden vermoed. Er bestaan zeer veel verschillende foutjes in het erfelijk materiaal die allemaal kunnen zorgen voor het ontstaan van spastische paraplegie. Er zal DNA onderzoek nodig zijn om te achterhalen welk foutje in het DNA zorgt voor het ontstaan van spastische paraplegie en welk type dus sprake is.

DNA onderzoek
Door middel van een buisje bloed kan gekeken worden of er een foutje in het erfelijk materiaal gevonden kan worden in het SPG11-gen. Wanneer de aandoening al in de familie voorkomt, dan zal heel gericht naar dit foutje gezocht kunnen worden.
Wanneer deze aandoening niet in de familie voorkomt, dan wordt vaak gekozen voor een genenpannel waarmee in een keer alle foutjes waarvan bekend is dat ze een spastische paraplegie kunnen veroorzaken, onderzocht worden. Tegenwoordig kan deze diagnose ook gesteld worden dankzij nieuwe genetische technieken (exome sequencing) zonder dat er specifiek aan deze diagnose gedacht is.

MRI-scan
Wanneer nog onduidelijk is, wat de oorzaak is van het ontstaan van spasticiteit aan de benen kan een MRI scan van de hersenen of van ruggenmerg gemaakt worden om te kijken of op die manier een oorzaak voor de spasticiteit aan de benen gevonden kan worden.
Bij kinderen met een spastische paraplegie type 11 worden op deze scans geen of lichte afwijkingen gezien. De hersenbalk (het zogenaamde corpus callosum) kan dunner zijn dan gebruikelijk of zelfs helemaal ontbreken. In de zogenaamde witte stof van de hersenen kunnen witte vlekken te zien zijn. Deze afwijkingen zijn niet specifiek voor spastische paraplegie type 11 en kunnen ook bij andere aandoeningen gezien worden.
Wanneer de diagnose al bekend is, dan zal het ook niet nodig zijn om alsnog een MRI scan van hersenen of van het ruggenmerg te maken.

Oogarts
Kinderen en volwassenen met spastische paraplegie type 11 worden met regelmaat gezien door de oogarts om te kijken of er problemen zijn met zien. De oogarts beoordeeld of er afwijkingen ontstaan aan het netvlies of aan de gele vlek.

EMG
Door middel van een EMG onderzoek kan de functie van de zenuwen van de armen en de benen onderzocht worden. Bij een deel van de kinderen en volwassenen met SPG11 worden aanwijzingen voor een axonale polyneuropathie gevonden.

Uroloog
Een uroloog kan door middel van een urodynamisch onderzoek bekijken of er sprake is van een spastische of overactieve blaas.

Foto van de botten
Door middel van een foto van de rug kan vastgelegd worden of er sprake is van een scoliose.

Hoe wordt spastische paraplegie type 11 behandeld?
Geen genezing
Er bestaat geen behandeling die spastische paraplegie type 11 kan genezen. De behandeling is er op gericht om zo min mogelijk last te hebben van de symptomen en zo goed mogelijk te kunnen omgaan met de gevolgen van het hebben van deze aandoening.

Op lengte houden van de spieren
Door de spierstijfheid en de spierzwakte hebben de spieren de neiging om steeds korter te worden. Hierdoor wordt lopen en bewegen nog lastiger. Het is dus belangrijk om te proberen de spieren van de benen op hun normale lengte te houden. Het regelmatig rekken van de spieren kan helpen om de spieren op de juiste lengte te houden. Spalken kunnen ook behulpzaam zijn om de spieren te rekken en daarmee op lengte te houden.

Blijven bewegen
Bewegen is niet gemakkelijk voor kinderen met een spastische paraplegie type 11. Veel kinderen vinden bewegen daarom niet zo leuk en doen het niet graag. Terwijl het juist heel goed is voor kinderen met een spastische paraplegie om regelmatig te bewegen. Door de spieren te trainen gaat lopen en bewegen gemakkelijker, dan wanneer er niet bewogen wordt. Het loont dus om te zoeken naar een sport die bij een kind past en die een kind leuk vindt. Zwemmen kan heel goed zijn.

Fysiotherapie
Met behulp van een fysiotherapeut kunnen de spieren in een zo goed mogelijk conditie worden gehouden. Ook kan een zo min mogelijk belastend looppatroon worden aangeleerd waardoor problemen als spierkrampen zo veel mogelijk voorkomen kunnen worden.
De fysiotherapeut kan een kind of een volwassene leren hoe de spieren zo goed mogelijk op lengte gehouden kunnen worden.

Ergotherapeut
De ergotherapeut kan adviezen geven hoe allerlei dagelijkse bezigheden zoals aankleden en naar school gaan zo gemakkelijk mogelijk kunnen verlopen. De ergotherapeut kan adviezen geven hoe deze handelingen uit te voeren. Ook kan de ergotherapeut adviezen geven hoe om te gaan met de snellere vermoeibaarheid.

Logopediste
Een logopediste kan adviezen geven wanneer er problemen zijn met praten, kauwen of slikken. Het opdelen van eten in kleine stukjes kan helpen om verslikken te voorkomen.

Revalidatiearts
De revalidatiearts coördineert de verschillende therapievormen en kan adviezen geven over school en hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld steunzolen, spalken, krukken of een rolstoel.

School
Kinderen met SPG type 11 volgen meestal regulier onderwijs. Vaak hebben kinderen extra tijd en meer pauzes nog om goed te kunnen leren. Een deel van de kinderen met forse lichamelijke beperking volgt onderwijs via cluster 3. De scholen zijn daar kleiner en meer aangepast op kinderen die een beperking hebben.

Spasticiteit
Injecties met botulinetoxine in een spastische spier kan de spasticiteit voor een aantal maanden verminderen. Met behulp van spalken en fysiotherapie kan op deze manier het looppatroon verbeterd worden. Vaak moeten deze injecties na een aantal maanden weer herhaald worden.
Ook kan met behulp van medicijnen geprobeerd worden om de spasticiteit van de benen te verminderen. Nadeel van al deze medicijnen is vaak dat ze de spierzwakte verergeren en in het hele lichaam effect hebben, niet alleen in de benen.
Veel gebruikte medicijnen zijn baclofen (Lioresal®), tizanidine (Sirdalud®) en dantroleen (Dantrium®). Baclofen kan ook in de vorm van een baclofenpomp worden toegediend.

Incontinentie
Ook voor incontinentie als gevolg van een spastische blaas bestaan medicijnen die er voor zorgen dat de spieren van de blaas minder spastisch reageren. Een veel gebruikt medicijn is oxybutinine (Dridase®). Deze medicijnen worden vaak door een uroloog voorgeschreven.

Verstopping van de darmen
Het medicijn macrogol kan er voor zorgen dat de ontlasting soepel en zacht blijft en stimuleert de darmwand om actief te blijven. Hierdoor kunnen kinderen gemakkelijker hun ontlasting kwijt. Verder blijft het belangrijk om te zorgen dat kinderen voldoende vocht en vezels binnen krijgen en zo veel als kan bewegen. Soms zijn zetpillen nodig om de ontlasting op gang te krijgen.

Scoliose
De mate van zijwaartse kromming van de wervelkolom moet goed in de gaten gehouden worden. Wanneer de kromming te erg wordt, kan dit problemen geven voor het goed kunnen staan en zitten en de ademhaling beïnvloeden. Wanneer de verkromming te erg wordt, kan verdere verkromming tegengegaan worden door een korset. Indien een korset onvoldoende werkt, is soms een operatie nodig waarbij de wervelkolom wordt vastgezet zodat de verkromming niet meer toe zal kunnen nemen.

Voetcorrectie
De orthopeed kan ook in geval van een sterk afwijkende voetstand die niet meer met een steunzool gecorrigeerd kan worden, de voet opereren en in een meer neutrale stand vast zetten. Tenenloop kan verminderd worden door de achillespezen te verlengen.

Begeleiding
Een maatschappelijk werkende of psycholoog kan begeleiding geven hoe het hebben van deze aandoening een plaatsje kan krijgen in het dagelijks leven. Het kost vaak tijd voor kinderen en hun ouders om te verwerken dat de toekomstverwachtingen er anders uit zien dan mogelijk verwacht is.

Contact met andere ouders
Door middel van een oproepje op het forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere kinderen en hun ouders/verzorgers die ook te maken hebben met spastische paraplegie type 11.

Wat betekent het hebben van spastische paraplegie type 11 voor de toekomst?

Geleidelijk toename spierzwakte en spierstijfheid
Bij kinderen met spastische paraplegie type 11 nemen de spierstijfheid en de spierzwakte geleidelijk aan toe. Bij sommige kinderen gaat dit sneller dan bij andere kinderen, meestal is het tempo vrij langzaam. Bij kinderen die de eerste klachten op jonge leeftijd kregen, verloopt de ziekte meestal sneller dan bij volwassenen die de ziekte op latere leeftijd pas hebben gekregen.

Rolstoel
Het merendeel van de kinderen en volwassenen met deze aandoening heeft gemiddeld 10 jaar na het ontstaan van de eerste klachten een rolstoel nodig om zich te kunnen verplaatsen.

Levensverwachting
De meeste kinderen met een spastische paraplegie type 11 hebben een normale levensverwachting.

Kinderen
Volwassenen met spastische paraplegie type 11 kunnen kinderen krijgen. De kans is klein dat een van de kinderen ook spastische paraplegie type 11 zullen krijgen. Dit kan alleen als de partner drager is van een foutje in het SPG11-gen, de kans hierop is klein.
Wanneer beide partners SPG11 hebben, dan hebben kinderen 100% kans om zelf ook SPG 11 te krijgen.

Hebben broertjes en zusjes ook een verhoogde kans op het krijgen van spastische paraplegie type 11?
Erfelijke ziekte
Spastische paraplegie type 11 is een erfelijke ziekte. Meestal blijken beide ouders drager te zijn van een foutje in het SPG11-gen. Broertjes en zusjes hebben dan 25% kans om zelf ook SPG11 te krijgen. Of broertjes en zusjes hier in dezelfde, in minder mate of in ernstigere mate last van krijgen valt van te voren niet goed te voorspellen.
Een klinisch geneticus kan daar meer informatie over geven.

Prenatale diagnostiek
Wanneer ouders kinderwens hebben en eerder een kind met een spastische paraplegie type 11 hebben gekregen, dan bestaat er de mogelijkheid om tijdens een volgende zwangerschap door middel van een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie te kijken of dit kindje ook deze aandoening heeft. Hoeveel last een kind daarvan zal hebben, valt van te voren niet te voorspellen.

 

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

Wilt u ook uw verhaal kwijt, dat kan: verhalen kunnen gemaild worden via info@kinderneurologie.eu en zullen daarna zo spoedig mogelijk op de site worden geplaatst. Voor meer informatie zie hier.


  
Links en verwijzingen
www.bosk.nl
Vereniging voor mensen met een motorische handicap
www.vsn.nl
Vereniging voor mensen met een spierziekte

Referenties

  1. New genetic causes for complex hereditary spastic paraplegia. Souza PVS, Bortholin T, Dias RB, Chieia MAT, Burlin S, Naylor FGM, Pinto WBVR, Oliveira ASB. J Neurol Sci. 2017;379:283-292.
  2. Severe axonal neuropathy is a late manifestation of SPG11. Manole A, Chelban V, Haridy NA, Hamed SA, Berardo A, Reilly MM, Houlden H. J Neurol. 2016;263:2278-2286
  3. Genetic and phenotypic characterization of complex hereditary spastic paraplegia.Kara E, Tucci A, Manzoni C, Lynch DS, Elpidorou M, Bettencourt C, Chelban V, Manole A, Hamed SA, Haridy NA, Federoff M, Preza E, Hughes D, Pittman A, Jaunmuktane Z, Brandner S, Xiromerisiou G, Wiethoff S, Schottlaender L, Proukakis C, Morris H, Warner T, Bhatia KP, Korlipara LV, Singleton AB, Hardy J, Wood NW, Lewis PA, Houlden H. Brain. 2016;139:1904-18

 

Laatst bijgewerkt 31 december 2017

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.