A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Angststoornissen

 

Angst is een emotie.

Angst heeft een functie. Meer over de achtergrond van angst leest u in het hoofdstuk angst bij achtergrondinformatie.

Wanneer angst overmatig is, niet in verhouding staat tot het gevaar dat drijgt en langdurend aanwezig is waardoor het dagelijks functioneren negatief wordt beinvloedt, wordt gesproken van pathologische angst.

Er is geen scherpe grenslijn tussen normale en pathologische angst.

Bij het ontstaan van angst spelen een erfelijke aanleg, levenservaringen en leerervaringen een rol.

Er wordt gesproken van een angstsstoornis wanneer de angst het dagelijks leven van de betreffende persoon langer dan 6 maanden negatief beinvloedt.

Angstsstoornissen zijn een veel voorkomend probleem. Vrouwen hebben vaker angststoornissen dan mannen. Op kinderleeftijd zijn in bepaalde levensfasen angsten een normaal en vaak voorbijgaand verschijnsel. Er wordt bij kinderen minder snel gesproken van een angsstoornis.

Mensen met een angstsstoornis hebben vaak meerdere angstsstoornsisen tegelijkertijd. Depressie, slaapproblemen en middelengebruik komen vaker dan gemiddeld voor bij mensen met een angststoornis.

Het is belangrijk dat dokters denken aan de optie van een angststoornis. Mensen met een angststoornis presenteren zich vaak bij een arts met lichamelijke klachten. Herkennen dat er sprake is van een angstsstoornis, kan zorgen dat de persoon de juiste behandeling krijgt en niet naar huis gestuurd wordt met de mededeling dat er geen sprake is van een lichamelijke oorzaak voor de klachten.

In de DSM-V worden verschillende angststoornissen onderscheiden.

Bepaalde aandoeningen, die voorheen wel onder de angststoornissen vielen, zijn er in de nieuwe DSM-classificatie uitgehaald en onder een aparte rubriek geclassificeerd. Het is goed te bedenken dat deze aandoeningen ook vaak samen gaan met angst.

Van de angststoornissen komen specifieke fobie en sociale fobie het meeste voor.

Specifieke fobie ontstaat vaak al op de kinderleeftijd, tijdens de puberteit ontstaan de gegeneraliseerde angststoornissen en de sociale angst. Dit past bij specifieke sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind. Op de kinderleeftijd speelt het thema veiligheid een belangrijke rol, tijdens de puberteit identiteit en eigenheid. Vandaar dat deze angststoornissen juist in deze levensfasen ontstaan.

Specifieke fobie

Sociale fobie

De sociale fobie zorgt voor te veel stress waardoor de prestatie afneemt.

Paniekstoornis.

Paniekaanvallen komen vaak voor. Een op de tien mensen krijgt ooit tijdens het leven een paniekaanval.

Paniekaanvallen ontstaan doordat gedachtes en gevoelens over lichamelijke en cognitieve aspectenten van angst door een denkfout catastrofaal geinterpreteerd worden. Hierdoor neemt de angst alleen maar toe en ontstaat een vicieuze cirkel.

Paniekstoornis gaat vaak samen met agorafobie.

gegeneraliseerde angststoornis

Angststoornis door middelen gebruik

Angststoornis door somatische aandoening

Behandeling angststoornis

Uitleg is heel belangrijk. Zorg dat de uitleg aansluit bij de persoon. Dit kun je doen door goed te luisteren welke woorden de persoon zelf gebruikt en deze woorden te gebruiken in je uitleg.

Ook al geeft angst het gevoel dat je dood zult gaan, dit is niet het geval.

Laat bij mensen met paniek de paniekcirkel zien.

Er bestaan verschillende vormen van gedragstherapie.

Soms is medicatie nodig, naast cognitieve gedragstherapie. Dit wordt dan voor de duur van 6 maanden gegeven en daarna weer afgebouwd.

Het is voor mensen met een angststoornis goed om te weten dat herstel hiervan mogelijk is ! Een deel van de mensen herstelt spontaan, een groot deel van de mensen heeft behandeling nodig maar herstelt dan.

Mensen die een keer een angststoornis hebben gehad, hebben een grotere kans om nog een keer een angststoornis te krijgen.

 

Auteur: JH Schieving

Laatst bijgewerkt: 7 januari 2017

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.