A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

HMSN type 2

 

Wat is HMSN type 2?
HMSN type 2 is een erfelijke aandoening waarbij de lange zenuwen die voornamelijk de spieren van de benen en de armen aansturen geleidelijk aan steeds minder goed functioneren.

Hoe wordt HMSN type 2 ook wel genoemd?
HMSN type 2 wordt ook wel hereditaire motorische en sensibele neuropathie genoemd. De term hereditair betekent erfelijk. De term motorische geeft aan dat er problemen met het bewegen ontstaan. De term sensorisch geeft aan dat het gevoel verandert. De term neuropathie geeft aan dat de zenuwen niet goed functioneren. Er bestaan verschillende types HMSN. Er wordt gesproken van type 2 wanneer de aandoening van generatie naar generatie wordt overgedragen en er sprake is van een probleem met het de lange uitlopers van de zenuwen.

Subtypes
Er zijn inmiddels 11 verschillende subtypes HMSN type 2bekend bij kinderen die aangeduid worden met de letters A t/m L. Elke van deze subtypes wordt veroorzaakt door een andere fout in het erfelijk materiaal.

Charcot-Marie-Tooth
Een andere naam die ook wel gebruikt wordt is de naam Charcot-Marie-Tooth, ook wel afgekort als CMT. Charcot-Marie-Tooth waren artsen die dit syndroom beschreven hebben.

Hoe vaak komt HMSN type 2 voor bij kinderen?
HMSN type 2 komt bij één op de 10.000 kinderen in Nederland voor. Van alle mensen met HMSN heeft iets meer dan 15% van de mensen HMSN type 2.

Bij wie komt HMSN type 2 voor?
HMSN type 2 is al voor de geboorte aanwezig. De eerste symptomen van HMSN type 2 worden meestal in de eerste tien levensjaren duidelijk, maar kunnen al vanaf de geboorte aanwezig zijn.
HMSN type 2 komt zowel bij jongens als bij meisjes voor.

Wat is de oorzaak van HMSN type 2?
Fout in erfelijk materiaal
HMSN type 2 wordt veroorzaakt door een fout in het erfelijk materiaal. Er zijn inmiddels verschillende fouten bekend die allemaal HMSN type 2 kunnen veroorzaken.
Er zijn inmiddels 11 verschillende fouten bekend die allemaal HMSN type 2 kunnen veroorzaken. De plaats van de fout in het erfelijk materiaal heeft een naam gekregen. Elke fout in het erfelijk materiaal heeft zijn eigen naam gekregen die tussen de haakjes vermeld staat: KIF1B (CMT2A1), MFN2 (CMT2A2), RAB7A(CMT2B), LMNA (CMT2B1), GARS (CMT2D), NEFL (CMT2E/1F), HSPB1 (CMT2F), MPZ (CMT2I/CMT2J), GDAP1 (CMT2K), and HSPB8 (CMT2L).
Er worden geleidelijk aan nog steeds meer fouten ontdekt die allemaal HMSN type 2 kunnen veroorzaken.

Autosomaal dominant
Meestal erft HMSN type 2 autosomaal dominant over. Dat houdt in dat iemand al klachten krijgt van HMSN type 2 wanneer een van de twee chromosomen van een chromosomenpaar een fout heeft op een bekende plaats die HMSN type 2 kan veroorzaken. Soms erft HMSN type 2 ook autosomaal recessief over. Dat houdt in dat iemand pas HMSN krijgt wanneer beide chromosomen van het chromosomenpaar op dezelfde plaats een fout bevatten.

Geerfd van een ouder
Het merendeel van de kinderen met HMSN type 2 heeft de fout in het erfelijk materiaal overgeerfd van een van de ouders die zelf ook HMSN type 2 heeft. Vaak zijn er meerdere familieleden die HMSN type 2 hebben.

Bij het kind zelf ontstaan
Bij een ander deel van de kinderen is de fout in het erfelijk materiaal ontstaan bij het kind zelf ergens na de bevruchting van de eicel met de zaadcel. Dit wordt de novo genoemd. Nieuw bij het kind ontstaan.

Tekort aan eiwit
Als gevolg van de verschillende fouten in het erfelijk materiaal ontstaat er een tekort aan een bepaald eiwit. Dit eiwit is belangrijk voor het goed functioneren van de zenuwen. Wanneer er een tekort is aan dit eiwit sterven de zenuwcellen geleidelijk aan af. Hierdoor zijn er steeds minder zenuwcellen over die de signalen van de zenuwen door kunnen geven aan de spieren. Zo ontstaat geleidelijk aan steeds meer spierzwakte.

j

Zenuwen
Als gevolg van het hebben van HMSN type 2 komen vooral lange zenuwen die in de armen en benen lopen, in de problemen. Deze zenuwen zijn steeds slechter in staat om signalen van en naar het ruggenmerg door te geven. Het steeds slechter functioneren van deze zenuwen wordt een polyneuropathie genoemd. De allerlangste zenuwen, dit zijn de zenuwen van het ruggenmerg naar de tenen toe, komen als eerste in de problemen. Met de tijd komen ook steeds kortere zenuwen in de problemen, waardoor de klachten zich van de voeten in de richting van de bovenbenen uitbreiden. De zenuwen van de armen zijn minder lang dan die van de benen, waardoor pas later klachten aan de handen en nog later in de armen ontstaan.

j

Wat zijn de symptomen van HMSN type 2?
Variatie
Er bestaat een grote variatie in het aantal en in de ernst van de onderstaande beschreven symptomen tussen verschillende kinderen met HMSN type 2. Dit geldt ook voor verschillende kinderen binnen een familie.

Krachtsverlies
Kinderen met HMSN krijgen geleidelijk aan minder kracht in de voeten. Bij kinderen met de automsomaal dominante vorm is dit meestal pas na het 10 e levensjaar, bij kinderen met de autosomaal recessieve vorm voor het 10 e levensjaar. Als gevolg van deze verminderde kracht in de voeten, gaat het lopen geleidelijk aan steeds moeilijker. De voeten kunnen niet meer goed opgetild worden van de grond. Het lopen ziet er daardoor anders uit. De kinderen tillen hun benen hoog op, om zo te compenseren voor de moeilijkheden die ze hebben om hun voeten op te tillen. Dit lopen wordt een hanetred genoemd. De voet kan niet mooi afgewikkeld worden, maar klapt op de grond. Rennen en springen is moeilijk en kinderen met HMSN struikelen gemakkelijk.
Geleidelijk aan neemt het krachtsverlies toe, eerst ontstaat er ook krachtsverlies in de onderbenen en het krachtsverlies kan zich vaak langzaam uitbreiden in de richting van de bovenbenen.
Lopen blijft voor het merendeel van de jongeren met HMSN type 2 wel mogelijk. Een klein deel van de jongeren heeft een rolstoel nodig om zich te verplaatsen. De meeste kinderen met een autosomaal recessieve vorm van HMSN type 2 komen wel op jonge leeftijd in een rolstoel terecht.
Naast het krachtsverlies in de voeten ontstaat er ook krachtsverlies in de handen. Hierdoor wordt het moeilijk om bijvoorbeeld goed een pen vast te houden of om knoopjes vast te maken. Ook hier breidt het krachtsverlies zich geleidelijk uit in de richting van de onderarmen en de bovenarmen.
Het tempo waarin het krachtsverlies zich uitbreidt verschilt van kind tot kind. Meestal gaat het geleidelijk in de loop van de jaren. Bij kinderen met een autosomaal recessieve vorm van HMSN type 2 gaat het ziektebeloop meestal sneller.

Problemen met het gevoel
De meeste kinderen met HMSN hebben ook een veranderd gevoel. Dit ontstaat ook eerst in de voeten en in de handen en breidt zich dan geleidelijk aan uit richting de bovenbenen en de bovenarmen. Meestal hebben kinderen hier weinig last van. Soms is het gevoel weg en ervaren kinderen een verdoofd gevoel in de plaatsen die aangedaan zijn. Soms is er ook sprake van een veranderd gevoel bijvoorbeeld een kriebelend of juist ene brandend gevoel.
Als gevolg van het veranderde gevoel in de voeten is het voor kinderen met een HMSN type 2 moeilijk om stil te staan op de grond, ze voelen immers niet goed hoe ze staan. Kinderen met HMSN kunnen hiervoor compenseren door te kijken naar hun voeten. Lopen in het donker gaat nog moeilijker omdat dan het kijken naar de voeten ook niet goed mogelijk is.
Als gevolg van het veranderd gevoel aan de voeten, kunnen wondjes aan de voeten lang onopgemerkt blijven, wat vervelende gevolgen kan hebben.

Dunne spieren
Kinderen met een HMSN krijgen geleidelijk aan steeds minder spieren. Hierdoor gaan de voeten, de handen, de onderarmen en de onderbenen er steeds dunner uitzien. De dunne onderbenen worden ook wel flessebenen of ooievaarsbenen genoemd.

Vergroeiingen
Als gevolg van het krachtsverlies van de spieren verandert de verhouding van de krachten die de verschillende spieren op de botjes van bijvoorbeeld de voet uitoefenen. Hierdoor verandert de stand van de voeten. Veel kinderen met een HMSN hebben holvoeten, voeten met een hoge wreef met een holle voetzool. De tenen staan vaak sterk gekromd, dit worden klauw- of hamertenen genoemd.
Een klein deel van de kinderen krijgt juist platvoeten.
Ook aan de handen kunnen standsveranderingen ontstaan waarbij de vingers in een kromme stand komen te staan. Dit worden klauwhanden genoemd.

Vermoeidheid
Een groot deel van de kinderen heeft last van vermoeidheid. Dit komt voor een groot deel omdat zij veel meer inspanning moeten leveren om met de verzwakte spieren dezelfde prestaties te leveren als andere kinderen.

Problemen met zien
Een klein deel van de kinderen met HMSN type 2 heeft problemen met zien omdat ook de oogzenuw minder goed functioneert.

Problemen met ademhalen
Een klein deel van de kinderen met HMSn type 2 heeft problemen met ademhalen omdat de zenuw die de bewegingen van het diafragma regelt ook niet goed functioneert.

Slaapapneu
Jongeren met HMSN type 2 hebben een grotere kans om last te hebben van tijdelijke ademstilstanden tijdens de slaap.

Hoe wordt de diagnose HMSN type 2 gesteld?
Verhaal en onderzoek
Op grond van het verhaal van een kind en de bevindingen bij onderzoek kan al vermoed worden dat er sprake is van HMSN. Om welk type het gaat kan alleen maar duidelijk worden met aanvullend onderzoek.

Bloedonderzoek
Bij kinderen met problemen met lopen wordt vaak bloedonderzoek verricht. Er wordt dan bijvoorbeeld gekeken of het spierenzym Creatinekinase (CK) verhoogd is, maar dit is niet het geval.
Ook kan er gekeken worden naar andere oorzaken voor het niet goed functioneren van de zenuwen zoals als gevolg van vitaminetekort of zoals voorkomend bij bepaalde stofwisselingsziekten. Bij kinderen met HMSN worden hierbij geen afwijkingen gevonden.

EMG
Met behulp van een zenuwspieronderzoek (EMG, elektromyogram) kan gemeten worden hoe goed de zenuwen functioneren. Bij kinderen met een HMSN type 2 functioneren de zenuwen niet veel te traag zoals bij HMSN type 1, maar is wel te zien dat er een tekort is aan goed functionerende zenuwvezels.
Met behulp van het EMG kan dus voor een deel onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende vormen van een HMSN.

Erfelijkheidsonderzoek
Door middel van bloedonderzoek is het mogelijk om te kijken of er sprake is van een van de bekende fouten in het erfelijk materiaal die HMSN type 2 kunnen veroorzaken. Om een fout op chromosoom 1 de meest voorkomende fout is, zal hier in eerste instantie naar gekeken worden. Als deze fout niet gevonden is, zal daarna naar een andere veelvoorkomende fout in het erfelijk materiaal gekeken worden.

Zenuwbiopt
Tegenwoordig is het zelden meer nodig om de diagnose te stellen door middel van het onderzoeken van een klein stukje van een zenuw onder de microscoop. Zo’n stukje van een zenuw wordt meestal uit het onderbeen gehaald door middel van een kleine operatie uitgevoerd door de chirurg.
Onder de microscoop kan dan gezien worden dat veel zenuwvezels verloren zijn gegaan.

Hoe worden kinderen met HMSN type 2 behandeld?
Geen genezing
Er bestaat geen behandeling die HMSN type 2 kan genezen. De behandeling is er op gericht om zo min mogelijk last te hebben van de symptomen en om zo goed mogelijk om te kunnen gaan met het hebben van HMSN type 2.

Fysiotherapie
Een fysiotherapeut kan adviezen geven over het lopen en het bewegen, zodat dit zo min mogelijk belastend voor de spieren en de gewrichten gebeurd. Ook kan de fysiotherapeut aangeven hoe de spieren het beste getraind kunnen worden en welke sporten geschikt zijn voor kinderen met HMSN.

Revalidatiearts
De revalidatiearts coördineert de verschillende behandelingen van kinderen met een HMSN. Ook kan een revalidatiearts vaak in overleg met een ergotherapeut adviezen geven voor hulpmiddelen zoals speciale schoenen of bijvoorbeeld spalken. Een klein deel van de kinderen met HMSN zal een rolstoel nodig hebben om zich te verplaatsen, dit zijn met name de kinderen met een autosomaal recessieve vorm van HMSN type 2.

Operatie
Soms is het nodig om door middel van een operatie het lopen te kunnen verbeteren. De meestvoorkomende operaties bij kinderen met een HMSN zijn de achillespeesverlenging en het vastzetten van gewrichtjes in de voet om verdere vergroeiingen van de voet tegen te gaan. De operaties worden uitgevoerd door een orthopeed. Deze operaties worden het liefst niet op jonge leeftijd uitgevoerd aangezien het effect van de operatie tijdens de groei dan weer kan verdwijnen.
Wanneer er ernstige vergroeiing aan de handen is opgetreden kan een plastisch chirurg door middel van een operatie zorgen dat de handen weer beter gebruikt kunnen worden.

Vermijden overgewicht
Voor kinderen met HMSN type II is het heel belangrijk om geen overgewicht te hebben. Hierdoor worden de spieren extra zwaar belast wat tot meer klachten van de ziekte leidt.

Diëtiste
Een diëtiste kan adviezen geven hoeveel kinderen op een dag moeten eten en drinken om een gezond gewicht te behouden. Ook ondergewicht moet worden voorkomen. Soms zijn aanvullende energieverrijkte drankjes of pudding nodig om voldoende calorieën binnen te krijgen.

Regelmatig voeten controleren
Kinderen met HMSN type II moeten er een gewoonte van maken om dagelijks de onderkant van de voeten te bekijken op het voorkomen van wondjes of drukplekken die niet gevoeld worden als gevolg van een verminderd gevoel aan de voeten.

Pijnklachten
Pijnklachten aan de voeten zijn meestal een signaal van overbelasting. Gekeken moet worden hoe deze overbelasting vermeden kan worden. Anders kan paracetamol of warmte helpen om deze pijklachten te verminderen.
Wanneer de pijnklachten worden veroorzaakt door beschadiging van de zenuwen zelf kunnen medicijnen zoals amitryptiline, carbamazepine, gabapentine of pregabaline helpen om deze pijnklachten te verminderen.

 

Scoliose
Lichte vormen van verkromming van de wervelkolom hebben meestal geen behandeling nodig en alleen controle om te kijken of de verkromming toeneemt. Bij toename kan een behandeling met een gipscorset nodig zijn om verdergaande verkromming van de wervelkolom te voorkomen. Wanneer een gipscorset onvoldoende effect heeft, kan een operatie nodig zijn waarbij de wervels vastgezet. Deze behandeling wordt uitgevoerd door een orthopeed.

Medicijnen
Bepaalde medicijnen kunnen de klachten van de ziekte verergeren en moeten liever niet gebruikt worden bij kinderen met HMSN type II. Voorbeelden van deze medicijnen zijn nitrofuradantoine (voor blaasontsteking), vincristine, taxol, cisplatine, carboplatin (chemotherapie) en isoniazide (voor de behandeling van tuberculose).

Contact met andere ouders
Op het forum van deze site kunt u een oproepje plaatsen om in contact te komen met andere ouders die een kind met HMSN type II hebben. Ook via de vereniging spierziekten Nederland (VSN) kunt u in contact komen met andere ouders.

Begeleiding
Een maatschappelijk werkende of psycholoog kan begeleiding geven hoe het hebben van deze aandoening een plaatsje kan krijgen in het dagelijks leven. Het kost vaak tijd voor ouders om te verwerken dat de toekomstverwachtingen van hun kind er anders uit zien dan mogelijk verwacht is.

 

Wat betekent het hebben van HMSN type 2 voor de toekomst?
Geleidelijke toename klachten
De symptomen van HMSN type 2 nemen geleidelijk aan toe in de kinderjaren tot aan de puberteit. Na de puberteit blijven de klachten vaak min of meer gelijk.
De meeste kinderen met HMSN blijven in staat om zelfstandig te lopen, een klein deel van de jongeren heeft een rolstoel nodig om zich te verplaatsen. Bij de mindervaak voorkomende autosomaal recessieve vorm van HMSN type 2 worden de meeste kinderen wel rolstoelafhankelijk.

School
Kinderen met HMSN type 2 kunnen normaal onderwijs volgen, zij hebben een normale intelligentie. Vaak zijn er wel wat aanpassingen op school nodig bijvoorbeeld ten aanzien van de gymlessen, het dragen van boekentassen en bijvoorbeeld voor het schrijven. Ook moet er de gelegenheid zijn om af en toe een rustpauze te houden.
Volwassenen met HMSN kunnen een normaal beroep uitoefenen, indien ze rekening houden met hun lichamelijke beperkingen voorzover daar geen hulpmiddelen voor zijn.

Levensverwachting
Jongeren met HMSN type 2 hebben een normale levensverwachting.

Kinderen krijgen
Het hebben van HMSN type 2 heeft geen effect op de vruchtbaarheid. HMSN type 2 is een erfelijke ziekte. Dat betekent dat kinderen van een volwassene met HMSN type 2 in de meestvoorkomende situaties tot 50% kans hebben om ook HMSN type 2 te krijgen.

 

Hebben broertjes en zusjes een vergrote kans om ook HMSN type 2 te krijgen?
Erfelijke ziekte
HMSN type 2 is een erfelijke ziekte. Meestal erft de ziekte autosomaal dominant over. Dat betekent dat broertjes en zusjes tot 50% kans hebben om ook deze ziekte te krijgen. Het beloop en de ernst van de ziekte kan erg verschillen tussen de verschillende familieleden.
Een klinisch geneticus kan meer informatie geven over de erfelijkheidsaspecten van HMSN type 2.

Prenatale diagnostiek
Wanneer de fout in het erfelijk materiaal die HMSN type 2 heeft veroorzaakt bekend is, is het mogelijk om prenatale diagnostiek naar HMSN type 2 te verrichten. Meestal wordt dit echter niet gedaan gezien de risico’s van prenatale diagnostiek en het relatief milde ziektebeloop van kinderen met HMSN type 2. Ook bestaat er een grote variatie tussen kinderen binnen een familie met HMSN type 2, zodat het vaststellen van de fout in het erfelijk materiaal niet iets zal zeggen over het verloop van de ziekte bij dit kind. Beide ingrepen hebben een klein risico op het ontstaan van een miskraam (0,5% bij de vlokkentest en 0,3% bij de vruchtwaterpunctie).Meer informatie over prenatale diagnostiek kunt u vinden op de website: www.npdn.nl.

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

Wilt u ook uw verhaal kwijt, dat kan: verhalen kunnen gemaild worden via info@kinderneurologie.eu en zullen daarna zo spoedig mogelijk op de site worden geplaatst. Voor meer informatie zie hier.

Heeft u foto's die bepaalde kenmerken van deze aandoening duidelijk maken en die hier op de website mogen worden geplaatst, dan vernemen wij dit graag.

Links
www.spierziekten.nl
(Nederlandse vereniging voor mensen met een spierziekte)

Referenties
1. Jani-Acsadi A, Krajewski K, Shy ME. Charcot-Marie-Tooth neuropathies: diagnosis and management. Semin Neurol. 2008;28:185-94
2. Young P, De Jonghe P, Stögbauer F, Butterfass-Bahloul T. Treatment for Charcot-Marie-Tooth disease. Cochrane Database Syst Rev. 2008
3. Hereditary motor and sensory neuropathies or Charcot-Marie-Tooth diseases: an update. Tazir M, Hamadouche T, Nouioua S, Mathis S, Vallat JM. J Neurol Sci. 2014;347:14-22

Laatst bijgewerkt: 12 juni 2019 voorheen 3 augustus 2008

 

auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.