A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

ZBTB18-syndroom

 

Wat is het ZBTB18-syndroom?
Het ZBTB18-syndroom is een syndroom waarbij kinderen of volwassenen een ontwikkelingsachterstand hebben in combinatie met enkele vaak voorkomende uiterlijke kenmerken.

Hoe wordt het ZBTB18-syndroom ook wel genoemd?
Het ZBTB18-syndroom is genoemd naar de plaats in het erfelijk materiaal (het DNA) waar een foutje wordt gevonden bij kinderen met dit syndroom. De plaats in het erfelijk materiaal wordt het ZBTB18-gen genoemd.
Soms krijgen syndromen in de loop van de tijd een andere naam, ze worden bijvoorbeeld genoemd naar een dokter die deze aandoening beschreven heeft of naar een patiënt waarbij deze diagnose voor het eerst gesteld wordt. Dit is nog niet het geval bij het ZBTB18-syndroom.

MRD22
Een andere naam die ook wel gebruikt wordt, is MRD22. De letters MR in MRD22 staan voor mentale retardatie, de medische woorden voor een ontwikkelingsachterstand. De D staat voor Dominant wat aangeeft dat een foutje op een van twee chromosomen al voldoende is om dit syndroom te krijgen. Het getal 22 geeft aan dat dit het 22e MRD syndroom is die beschreven is.

1q43-q44microdeletie syndroom
Het 1q43-q44 microdeletie syndroom vertoont veel overlap met het ZBTB18 syndroom. Kinderen met dit syndroom missen een stukje van chromosoom 1 waarop het ZBTB18-gen ligt. Daarom hebben zij ook de kenmerken van het ZBTB18-syndroom. Omdat deze kinderen naast het missen van het ZBTB18-syndroom vaak ook nog andere stukjes erfelijk materiaal missen, hebben kinderen met het 1q43-q44 microdeletie syndroom vaak meer symptomen dan kinderen met het ZBTB18-syndroom.

Hoe vaak komt het ZBTB18-syndroom voor?
Het ZBTB18-syndroom is een zeldzame ziekte. Het is niet precies bekend hoe vaak ZBTB18-syndroom voorkomt. Het ZBTB18-syndroom is sinds 2017 bekend als syndroom.
Waarschijnlijk is bij een deel van de kinderen die het ZBTB18-syndroom heeft, de juiste diagnose ook niet gesteld, omdat het syndroom niet herkend is.
Door nieuwe genetische technieken zoals exome sequencing zal deze diagnose waarschijnlijk vaker gesteld gaan worden bij kinderen en volwassenen met dit syndroom. Dan zal ook pas duidelijk worden hoe vaak dit syndroom voorkomt bij kinderen en volwassenen.

Bij wie komt het ZBTB18-syndroom voor?
Het ZBTB18-syndroom is al voor de geboorte aanwezig. Het kan wel enige tijd duren voordat duidelijk is dat er sprake is van het ZBTB18-syndroom en voordat de juiste diagnose gesteld is. Zowel jongens als meisjes kunnen het ZBTB18-syndroom krijgen.

Waar wordt het ZBTB18-syndroom door veroorzaakt?
Fout in erfelijk materiaal
Het ZBTB18-syndroom wordt veroorzaakt door een foutje op een stukje erfelijk materiaal (DNA) op het 1e-chromosoom. De plaats van dit foutje wordt het ZBTB18-gen genoemd.

Autosomaal dominant
Het ZBTB18-syndroom wordt veroorzaakt door een zogenaamde autosomaal dominant foutje. Dit houdt in dat een foutje op een van de twee chromosomen 1 die een kind heeft in het ZBTB18-gen al voldoende is om de aandoening te krijgen. Dit in tegenstelling tot een autosomaal recessief foutje waarbij kinderen pas klachten krijgen wanneer beide chromosomen 1 op precies dezelfde plek een foutje bevatten.

Bij het kind zelf ontstaan
Bij het merendeel van de kinderen met het ZBTB18-syndroom is het foutje in het erfelijk materiaal bij het kind zelf ontstaan na de bevruchting van de eicel door de zaadcel en niet overgeërfd van een van de ouders. Dit wordt ook wel de novo genoemd, wat nieuw bij het kind ontstaan betekend.

Geërfd van een ouder
Een ander deel van de kinderen heeft het foutje in het ZBTB18-gen geërfd van een ouder die zelf ook het foutje in het ZBTB18-gen heeft. Soms was dit al bekend, soms wordt de diagnose bij de ouder pas gesteld wanneer bij het kind de diagnose gesteld wordt.



Afwijkend eiwit
Als gevolg van het foutje in het erfelijk materiaal wordt een bepaald eiwit niet goed aangemaakt. Dit eiwit heet Zinc finger and BTB domain containing Protein 18, ook wel afgekort als ZBTB18-eiwit. Dit eiwit speelt een belangrijke rol bij het regelen dat bepaalde stukjes DNA tijdens bepaalde momenten van de ontwikkeling wel worden afgelezen en op andere momenten van de ontwikkeling. Door het aflezen van het DNA worden belangrijke eiwitten gemaakt die op dat moment nodig zijn om de ontwikkeling van de hersenen goed te verlopen. Zonder voldoende ZBTB18-eiwit verloopt de ontwikkeling van de hersenen niet op de juiste manier. De hersenen worden minder goed aangelegd, waardoor de hersenen minder goed hun werk kunnen doen.

Wat zijn de symptomen van het ZBTB18-syndroom?
Variatie
Er bestaat een grote variatie in de hoeveelheid en de ernst van de symptomen die verschillende kinderen met het ZBTB18-syndroom hebben.
Het valt van te voren niet goed te voorspellen van welke symptomen een kind last zal krijgen. Geen kind zal alle onderstaande symptomen tegelijkertijd hebben.

Lage spierspanning
Jonge kinderen met het ZBTB18-syndroom zijn vaak slap in hun spieren. Ze moeten goed vastgehouden en ondersteund worden wanneer ze opgetild worden. Door de lagere spierspanning is het voor kinderen lastiger om hun hoofdje op te tillen. Het duurt vaak langer voordat kinderen dit kunnen. Ook hebben kinderen door de lage spierspanning vaak platvoetjes. Gewrichten kunnen gemakkelijk overstrekt worden.

Problemen met drinken
Baby’s met het ZBTB18-syndroom hebben vaak problemen met drinken. Ze pakken de borst of de speen van de fles maar moeilijk. Vaak laten kinderen na korte tijd drinken de borst of de speen al weer los. Het kost vaak veel tijd om kinderen met deze aandoening voeding te geven.

Ontwikkelingsachterstand
Kinderen met het ZBTB18-syndroom ontwikkelen zich langzamer dan hun leeftijdsgenoten. Ze gaan later rollen, zitten en staan dan hun leeftijdsgenoten. De meeste kinderen leren wel lopen, maar op een latere leeftijd dan leeftijdsgenoten. Het lopen gaat vaak houterig, kinderen vallen gemakkelijker dan andere kinderen. Voor een ander deel van de kinderen is het leren lopen te moeilijk. Zij een rolstoel nodig hebben om zich te kunnen verplaatsen.
Kinderen met deze aandoening hebben vaak ook moeite met het leren van tekenen, plakken, knippen en schrijven. Zij zijn vaak wat onhandig hierin. Deze onhandigheid wordt ook wel dyspraxie genoemd.

Problemen met praten
Voor kinderen met het ZBTB18-syndroom is het moeilijk om te leren praten. De eerste woordjes komen vaak later dan gebruikelijk. Een deel van de kinderen is in staat om te leren praten in zinnen, voor een ander deel van de kinderen is dit te moeilijk om te leren.
De zinnen die kinderen maken zijn vaak kort en bevatten weinig woorden.
Het begrijpen van taal van anderen gaat kinderen met dit syndroom vaak beter af dan het zelf spreken.

Problemen met leren
Kinderen met het ZBTB18-syndroom hebben vaak problemen met leren. De problemen met leren kunnen variëren van licht tot heel ernstig.

AD(H)D
AD(H)D komt vaker voor bij kinderen met dit syndroom. Kinderen hebben moeite om langer ergens de aandacht bij te houden. Ze spelen maar kort met een bepaalde speelgoed en dan weer met een ander stukje speelgoed. Kinderen zijn snel afgeleid door een geluid of een beweging in de kamer.
Kinderen kunnen moeite hebben met stil zitten en bewegen het liefst de hele dag. Op school hebben kinderen moeite langer tijd hun aandacht bij het schoolwerk te houden.

Epilepsie
Een klein deel van de kinderen met het ZBTB18-syndroom heeft last van epilepsieaanvallen. Deze aanvallen kunnen op verschillende leeftijden voor het eerst ontstaan (babyleeftijd, peuterleeftijd, puberteit). Verschillende soorten aanvallen kunnen voorkomen. Ook komen koortsstuipen vaker voor bij kinderen met het ZBTB18-syndroom.

Problemen met slapen
Slaapproblemen komen vaak voor bij kinderen met dit syndroom. Veel kinderen vinden het lastig om in de avond in slaap te vallen. Kinderen kunnen licht slapen en gemakkelijk wakker worden door geluiden in de omgeving. Sommige kinderen worden heel vroeg wakker.

Uiterlijke kenmerken
Bij veel syndromen hebben kinderen veranderde uiterlijke kenmerken. Hier hebben kinderen zelf geen last van, maar het kan de dokters helpen om te herkennen dat er sprake is van een syndroom en mogelijk ook van welk syndroom. Ook maakt dit vaak dat kinderen met hetzelfde syndroom vaak meer op elkaar lijken dan op hun eigen broertjes en zusjes, terwijl de kinderen toch niet familie van elkaar zijn.
Kinderen met het ZBTB18-syndroom hebben vaak een ronde vorm van hun gezicht. Het voorhoofd is vaak verhoudingsgewijs hoog en breed. De ogen kunnen verder uit elkaar staan dan gebruikelijk. Naast de ogen aan de kant van de neus kunnen extra huidplooitjes voorkomen, dit wordt epicanthus genoemd. De neusbrug, stukje neus tussen de oren, is vaak vlak. Het stukje huid tussen neus en mond heeft meestal geen groefje en is vlak. De bovenlip is vaak dun. De onderkaak is vaak smal. De oren kunnen wat lager op het hoofd staan dan gebruikelijk en hebben soms een wat andere vorm.

Lengte
Een groot deel van de kinderen met dit syndroom is kleiner dan leeftijdsgenoten. Een ander deel van de kinderen heeft een normale lengte.

Kleinere hoofdomtrek
Een deel van de kinderen met het ZBTB18-syndroom heeft een kleinere hoofdomtrek dan gebruikelijk. Een te kleine hoofdomtrek wordt ook wel microcefalie genoemd.

Scheelzien
Scheelzien komt vaker voor bij kinderen met het ZBTB18-syndroom.

Hoe wordt de diagnose ZBTB18-syndroom gesteld?
Verhaal en onderzoek
Op grond van het verhaal van een kind met een ontwikkelingsachterstand en enkele opvallende uiterlijke kenmerken kan vermoed worden dat er sprake is van een syndroom. Er zijn echter veel verschillende syndromen die allemaal voor deze symptomen kunnen zorgen. Vaak zal aanvullend onderzoek nodig zijn om aan de diagnose ZBTB18-syndroom te stellen.

Bloedonderzoek
Bij routine bloedonderzoek worden bij kinderen met ZBTB18-syndroom geen bijzonderheden gevonden.

Genetisch onderzoek
Wanneer aan de diagnose gedacht wordt, kan door middel van gericht genetisch onderzoek op bloed naar het voorkomen van een foutje op het 1e-chromosoom in het ZBTB18-gen
Vaak worden ook alle chromosomen tegelijkertijd onderzocht (zogenaamd Array onderzoek), soms kan op deze manier de diagnose ZBTB18-syndroom worden gesteld omdat een stuk van chromosoom 1 mist waarop het ZBTB18-gen ligt. Deze kinderen hebben dan de diagnose 1q34q44 microdeletie syndroom.
Tegenwoordig zal de diagnose vaak gesteld worden door middel van een nieuwe genetische techniek (exome sequencing genoemd) zonder dat er specifiek aan gedacht was of naar gezocht is.

MRI-scan
Bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand zal vaak een MRI scan gemaakt worden om te kijken of er bijzonderheden aan de hersenen te zien zijn. Vaak worden bij kinderen met dit syndroom gezien dat de hersenbalk minder goed aangelegd is dan gebruikelijk. Dit wordt een corpus callosum hypoplasie genoemd.

Stofwisselingsonderzoek
Kinderen met een ontwikkelingsachterstand krijgen vaak stofwisselingsonderzoek van bloed en urine om te kijken of er sprake is van een stofwisselingsziekte die verklarend is voor de ontwikkelingsachterstand. Bij kinderen met het ZBTB18- syndroom worden hierbij geen bijzonderheden gezien.

EEG
Wanneer er verdenking bestaat op de aanwezigheid van epilepsieaanvallen, kan een EEG gemaakt worden. Op dit EEG kunnen epileptiforme afwijkingen worden gezien. Deze afwijkingen zijn niet specifiek voor het ZBTB18-syndroom en kunnen ook bij andere syndromen worden gezien.

Hoe wordt het ZBTB18-syndroom behandeld?
Geen genezing
Er is geen behandeling die het ZBTB18-syndroom kan genezen. De behandeling is er op gericht om kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling en kind en ouders zo goed mogelijk mee te leren om gaan met de gevolgen die dit syndroom heeft.

Fysiotherapie
Een fysiotherapeut kan ouders tips en adviezen geven hoe ze hun kindje zo goed mogelijk kunnen stimuleren om er voor te zorgen dat de ontwikkeling zo optimaal als mogelijk verloopt.

Logopedie
Een logopediste kan tips en adviezen geven indien er problemen zijn met zuigen, drinken, kauwen of slikken. Jonge kinderen kunnen baat hebben bij een special-need speen die drinken gemakkelijker maakt. Ook kan de logopediste helpen om de spraakontwikkeling zo goed mogelijk te stimuleren. Praten kan ook ondersteund worden door middel van gebaren of pictogrammen. Op die manier kunnen kinderen zich leren uitdrukken, ook als kinderen (nog) geen woorden kunnen gebruiken.

Ergotherapie
Een ergotherapeut kan tips en adviezen geven hoe de verzorging en de dagelijks activiteiten van een kind zo soepel mogelijk kunnen verlopen. Ook kan de ergotherapeut advies geven over materialen die de ontwikkeling van een kind kunnen stimuleren.

Revalidatiearts
Een revalidatiearts coördineert de verschillende therapieën en adviseert ook over hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld een aangepaste buggy, een rolstoel, steunzolen of aangepaste schoenen.
Ook is het mogelijk via een revalidatie centrum naar een aangepaste peutergroep te gaan en daar ook therapie te krijgen en later op dezelfde manier onderwijs te gaan volgen.

School
De meeste kinderen met het ZBTB18-syndroom hebben problemen met leren. Een deel van de kinderen kan regulier onderwijs volgen, al dan niet met extra begeleiding. De meeste kinderen gaan naar speciaal onderwijs van cluster 2 of 3 omdat zij daar in kleinere klassen zitten en meer begeleiding en ook therapie kunnen krijgen.

Slaap
Een vast slaapritueel en een vast slaappatroon kunnen kinderen helpen om beter te kunnen slapen. Het medicijn melatonine kan helpen om beter in slaap te kunnen vallen. Er bestaan ook vormen van melatonine met vertraagde afgifte die ook kunnen helpen om weer in slaap te vallen wanneer kinderen in de nacht wakker worden. Slaapmiddelen worden liever niet gegeven aan kinderen omdat kinderen hier aangewend raken en niet meer zonder deze medicatie kunnen.

Behandeling epilepsie
Kinderen die last hebben van epilepsieaanvallen kunnen behandeld worden met medicijnen om minder last van epilepsieaanvallen te hebben. Verschillende medicijnen kunnen hiervoor gebruikt worden, er bestaat geen voorkeursmedicijn voor kinderen met deze aandoening. Per kind zullen de voordelen van het gebruik van medicijnen moeten worden afgewogen tegen de nadelen.

Kinder- en jeugdpsychiater
Een kinder- en jeugdpsychiater kan adviezen geven hoe ouders en leerkrachten een kind met AD(H) D het beste kunnen begeleiden. Soms is een behandeling met medicijnen ondersteunend, het meest gebruikte medicijn hiervoor is methylfenidaat.

Oogarts
Bij kinderen die last hebben van scheelzien, is het vaak nodig om een oog af te plakken om te voorkomen dat een oog een zogenaamd lui oog wordt, waarmee kinderen niet meer goed kunnen zien.

Begeleiding
Een maatschappelijk werkende of psycholoog kan begeleiding geven hoe het hebben van deze aandoening een plaatsje kan krijgen in het dagelijks leven. Het kost vaak tijd voor ouders om te verwerken dat de toekomstverwachtingen van hun kind er anders uit zien dan waarschijnlijk verwacht was.

Contact met andere ouders
Door middel van een oproepje op het forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere kinderen en hun ouders/verzorgers die ook te maken hebben met het ZBTB18-syndroom.

Wat is de prognose van het ZBTB18-syndroom?
Blijvende problemen
Kinderen die een ontwikkelingsachterstand hebben als gevolg van het ZBTB18-syndroom, gaan in hun eigen tempo vooruit in hun ontwikkeling. Een deel van de volwassenen kan zelfstandig functioneren. Een ander deel van de volwassenen heeft in meer of mindere mate de hulp van anderen nodig hebben om te kunnen functioneren in het dagelijks leven.

Volwassenen
Omdat deze aandoening nog maar sinds 2017 bekend is als aandoening, is er niet heel veel bekend over volwassenen met deze aandoening. Het valt dus lastig aan te geven wat het hebben van het ZBTB18-syndroom voor de toekomst betekent.

Levensverwachting
Er zijn geen aanwijzingen dat de levensverwachting van kinderen met het ZBTB18-syndroom anders is dan van kinderen zonder dit syndroom.

Kinderen krijgen
Volwassenen met het ZBTB18-syndroom kunnen kinderen krijgen. Het is niet bekend of het hebben van dit syndroom van invloed is op de vruchtbaarheid. Kinderen van een ouder met ZBTB18-syndroom hebben zelf 50% kans om zelf ook het ZBTB18-syndroom te krijgen. Of deze kinderen evenveel, meer of minder klachten zullen hebben als de ouder valt van te voren niet te voorspellen.

Hebben broertjes en zusjes ook een verhoogde kans om ook het ZBTB18-syndroom te krijgen?
Het ZBTB18-syndroom wordt veroorzaakt door een fout in het erfelijke materiaal van het 1e chromosoom. Vaak is dit foutje bij het kind zelf ontstaan en niet overgeërfd van een van de ouders. Broertjes en zusjes hebben daarom een nauwelijks verhoogde kans om zelf ook het ZBTB18-syndroom te krijgen. Dit zou alleen kunnen indien een van de ouders het foutje in een eicel of zaadcel heeft zitten zonder dat dit foutje ergens anders in de lichaamscellen voorkomt. De kans hierop is heel klein, ongeveer 1-2%.
Wanneer een van de ouders zelf het ZBTB18-syndroom heeft, dan hebben broertjes en zusjes 50% kans om ook zelf dit syndroom te krijgen. Broertjes en zusjes kunnen dezelfde klachten krijgen, maar ook andere klachten. Zij kunnen evenveel, meer of minder klachten hebben. Dat valt van te voren niet goed te voorspellen.
Een klinisch geneticus kan hier meer informatie over geven.

Prenatale diagnostiek
Het is mogelijk om tijdens een volgende zwangerschap prenatale diagnostiek te verrichten in de vorm van een vlokkentest in de 12e zwangerschapsweek of een vruchtwaterpunctie in de 16e zwangerschapsweek. Zo kan gekeken worden of dit kindje ook het ZBTB18-syndroom heeft. Beide ingrepen hebben een klein risico op het ontstaan van een miskraam (0,5% bij de vlokkentest en 0,3% bij de vruchtwaterpunctie).

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

Wilt u ook uw verhaal kwijt, dat kan: verhalen kunnen gemaild worden via info@kinderneurologie.eu en zullen daarna zo spoedig mogelijk op de site worden geplaatst. Voor meer informatie zie hier.

Heeft u foto's die bepaalde kenmerken van deze aandoening duidelijk maken en die hier op de website mogen worden geplaatst, dan vernemen wij dit graag.

Links
www.bosk.nl
(vereniging van motorisch gehandicapten en hun ouders)
www.hersenstichting.nl
(stichting die bekendheid geeft aan verschillende hersenaandoeningen)

Referenties
1. Toward clinical and molecular understanding of pathogenic variants in the ZBTB18 gene.
van der Schoot V, de Munnik S, Venselaar H, Elting M, Mancini GMS, Ravenswaaij-Arts CMA, Anderlid BM, Brunner HG, Stevens SJC. Mol Genet Genomic Med. 2018;6:393-400
2. Genetic and phenotypic dissection of 1q43q44 microdeletion syndrome and neurodevelopmental phenotypes associated with mutations in ZBTB18 and HNRNPU.
Depienne C, Nava C, Keren B, Heide S, Rastetter A,et al DDD Study, Attié-Bitach T, Boutaud L, Héron D, Mignot C. Hum Genet. 2017;136:463-479.
3. Further evidence that de novo missense and truncating variants in ZBTB18 cause intellectual disability with variable features. Cohen JS, Srivastava S, Farwell Hagman KD, Shinde DN, Huether R, Darcy D, Wallerstein R, Houge G, Berland S, Monaghan KG, Poretti A, Wilson AL, Chung WK, Fatemi A. Clin Genet. 2017;91:697-707

Laatst bijgewerkt: 4 november 2018

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.