A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Wolfram-syndroom

 

Wat is het Wolfram syndroom?
Het Wolfram syndroom is een aandoening waarbij kinderen in toenemende mate last krijgen van verschillende problemen zoals: suikerziekte, slechtziendheid, slechthorendheid, veel moeten plassen, balansproblemen, leerproblemen en/of veranderingen in gedrag.

Hoe wordt het Wolfram syndroom ook wel genoemd?
Wolfram is een arts die dit syndroom beschreven heeft. Het wordt afgekort tot de letters WS of WFS.

DIDMOAD
Soms wordt gesproken van DIDMOAD. Dit is een afkorting voor Diabetes Inspidus, Diabets Mellitus, Optic Atrophy en Deafness.

Type 1 en type 2
Er zijn inmiddels twee fouten in het DNA bekend die beide in staat zijn om het Wolfram syndroom te veroorzaken. Wanneer er sprake is van een fout in het WFS1-gen wordt gesproken van type 1 en bij een fout in het CISD2-gen wordt gesproken van type 2.

Wolfram-like syndroom
Het Wolfram syndroom ontstaat wanneer twee chromosomen op dezelfde plek (in het WFS1-gen of het CISD2-gen) een fout bevatten. Wanneer een van de twee chromosomen een fout bevat en de andere niet, kunnen wel milde klachten ontstaan zoals slechthorendheid, slechtziendheid of suikerziekte. Dit wordt het Wolfram-like syndroom genoemd.

Wolfram-spectrum disorder
Ook wordt gesproken van het Wolfram-spectrum disorder. Sommige mensen hebben veel klachten, anderen veel minder. Daarom wordt ook wel gesproken van een spectrum.

Hoe vaak komt het Wolfram syndroom voor bij kinderen?
Het Wolfram syndroom is een hele zeldzame ziekte. Het is niet goed bekend hoe vaak het Wolfram syndroom voorkomt bij kinderen.
Geschat wordt dat het Wolfram syndroom bij één op de 250.000 tot 500.000 mensen voorkomt. Wolfram syndroom type 1 komt vaker voor dan Wolfram syndroom type 2.



Bij wie komt het Wolfram syndroom voor?
Het Wolfram syndroom is al voor de geboorte aanwezig. Meestal ontstaan de eerste klachten voor de tienerleeftijd.
Het Wolfram syndroom komt even vaak bij meisjes als bij jongens voor.

Wat is de oorzaak van het ontstaan van Wolfram syndroom
Fout in erfelijk materiaal
Het Wolfram syndroom kan ontstaan door een fout op het 4e chromosoom in het WFS1-gen of een fout in het CISD2-gen.

Autosomaal recessief
Het Wolfram syndroom op zogenaamd autosomaal recessieve manier over. Dat wil zeggen dat een kind pas klachten krijgt wanneer beide chromosomen 4 allebei een fout bevatten op plaats van het WFS1-gen of het CISD2-gen
Dit in tegenstelling tot een autosomaal dominante aandoening, waarbij een fout op één van de twee chromosomen al voldoende is om een ziekte te krijgen.

Ouders drager
Vaak zijn beide ouders drager van deze aandoening. Zij hebben zelf een chromosoom 4 met fout en een chromosoom 4 zonder fout. Doordat ze zelf ook een chromosoom 4 zonder fout hebben, hebben de ouders zelf geen of weinig klachten.
Wanneer een kind van beide ouders het chromosoom 4 met de fout krijgt, dan krijgt dit kind het Wolfram syndroom. De kans dat beide ouders drager zijn van een fout op dezelfde plek in een chromosoom is groter wanneer beide ouders (in de verte) familie van elkaar zijn.

Afwijkend eiwit
Als gevolg van de fout in het erfelijk materiaal wordt een bepaald eiwit op een afwijkende manier aangemaakt. Dit eiwit wordt Wolframin ER Transmembrane Glycoprotein genoemd, afgekort als WFS1-eiwit of het CDGSH Iron Sulfar Domain Protein 2 afgekort als CISD2-eiwit genoemd. Beide eiwitten komen veel voor in de hersenen, de ogen, de oren, het hart, de alvleesklier en de longen en is nodig voor een goede werking van deze organen. Wanneer deze eiwitten niet goed werken, ontstaan problemen met de werking van deze organen waardoor de symptomen van het Wolfram syndroom ontstaan.

Endoplasmatisch reticulum
Een tekort aan het WFS1-gen zorgt dat het endoplasmatisch reticulum niet optimaal werkt. Dit is een onderdeel van de cel die een belangrijke rol speelt bij het maken van eiwitten aan de hand van de DNA-code. Dit proces verloopt niet goed bij kinderen met Wolfram syndroom als gevolg van een fout in het WFS1-gen. Het endoplasmatisch reticulum speelt ook een belangrijke rol bij het handhaven van het calcium gehalte in het lichaam. Het endoplasmatisch reticulum werkt hierbij samen met de mitochondrieen. Bij kinderen met het Wolfram syndroom lekt er gemakkelijk calcium weg uit het endoplasmatisch reticulum. Het endoplasmatisch reticulum speelt ook een rol bij het beschermen van het lichaam tegen stress als gevolg ziekte, koorts of te veel spanning. Bij kinderen met het Wolfram syndroom werkt dit proces minder goed, waardoor stress kan zorgen voor het afsterven van cellen.

Mitochondrien
De fout in het CISD2-gen zorgt er voor dat de samenwerking tussen het endoplasmatisch reticulum en de mitochondrien niet goed verloopt.

Hersenen
Door de problemen met de werking van het endoplasmatisch reticulum sterven verschillende cellen in het lichaam vervroegd. Dit gebeurt ook in de hersenen. In eerste instantie is er sprake van verlies van hersencellen in de kleine hersenen, later ook in de hersenstam, de grote hersenenen en de hypofyse.

Wat zijn de symptomen van het Wolfram syndroom?
Variatie
Er bestaat variatie tussen de ernst en de hoeveelheid symptomen die verschillende mensen met het Wolfram syndroom hebben. Ook binnen een familie is er vaak een grote variatie, de ene persoon krijgt op jongere leeftijd klachten dan de andere persoon.
Kinderen die op jonge leeftijd al klachten krijgen, hebben vaak meer en ernstigere klachten, dan kinderen die pas op latere leeftijd klachten krijgen.

Suikerziekte
Vrijwel alle kinderen met het Wolfram syndroom krijgen suikerziekte. De alvleesklier werkt niet goed, waardoor er te weinig insuline wordt aangemaakt. Hierdoor kan suiker (glucose) het bloed niet goed in de cellen worden opgenomen. Kinderen hebben hierdoor een te grote hoeveelheid glucose in het bloed. Dit zorgt voor veel moeten plassen, het hebben van veel dorst, afvallen en vermoeidheid. Vaak ontstaat de suikerziekte al voor de leeftijd van 10 jaar, maar soms ontstaat de suikerziekte pas tijdens de puberteit.

Problemen met zien
Kinderen met het Wolfram syndroom gaan geleidelijk aan steeds slechter zien, omdat de oogzenuw steeds minder goed werkt. De problemen met zien ontstaan meestal ook voor de leeftijd van 10 jaar. Kinderen krijgen moeite met het zien van kleuren, vooral de kleur rood is in het begin lastig te zien. Gemiddedl zijn kinderen 8 jaar na het ontstaan van de eerste problemen met zien ernstig slechtziend. Bij een deel van de kinderen is er ook sprake van het ontstaan van een troebele ooglens, dit wordt cataract genoemd. Soms bevat het netvlies meer pigment dan gebruikelijk. De ogen kunnen kleine schokkerige bewegingen maken, dit wordt een nystagmus genoemd. De oogleden kunnen een beetje hangen, dit wordt ptosis genoemd.

Problemen met horen
Twee op de drie kinderen met het Wolfram syndroom merkt vanaf de puberteit dat zij steeds slechter gaan horen. Vooral het horen van hoge tonen wordt steeds moeilijker. Bij sommige kinderen blijft het gehoorsverlies toenemen, bij anderen blijft het gehoorsverlies op een gegeven moment stabiel. Meisjes hebben vaak meer problemen met horen dan jongens, zonder dat de reden hiervan bekend is. Door de slechthorendheid kunnen jongeren steeds moeilijker verstaan wat anderen tegen hen zeggen.

Diabetes inspidus
Drie op de vier kinderen met het Wolfram syndroom ontwikkelt tijdens de puberteit een diabetes insipidus. Kinderen gaan dan ineens veel plassen en krijgen veel dorst omdat een bepaald hormoon in de hersenen (ADH) niet meer goed aangemaakt wordt. Vaak wordt eerst gedacht dat deze problemen komen omdat de behandeling van suikerziekte niet meer voldoende is, maar dat is niet het geval.

Schildklier
Bij een deel van de kinderen werkt de schildklier te traag. Dit wordt een hypothyreoidie genoemd. Dit kan zorgen voor moeheid, traagheid, het koud hebben, aankomen in gewicht en verstopping van de darmen.

Ataxie
Een deel van de kinderen met het Wolfram syndroom krijgt geleidelijk aan problemen met het bewaren van hun evenwicht. Dit evenwichtsprobleem wordt ook wel ataxie genoemd. Kinderen vallen gemakkelijker dan andere kinderen. Vaak zetten kinderen hun voeten verder uit elkaar om zo steviger te kunnen staan en te lopen. Dit wordt ook wel een breedbasisch looppatroon genoemd. De meeste kinderen zijn ondanks de problemen met het bewaren van het evenwicht wel in staat om zonder hulp te kunnen lopen. Een deel van de kinderen heeft voor langere afstanden een rolstoel nodig om zich voort te verplaatsen.
Als gevolg van de evenwichtsproblemen kunnen kinderen last hebben van trillen van de handen vooral als zijn fijne werkjes met de handen willen doen. Door dit trillen is het moeilijker om deze fijne werkjes uit te voeren. Het trillen wordt tremor genoemd. Ook wordt het pakken van voorwerpen lastiger. Kinderen en jong volwassenen kunnen naast een voorwerp grijpen wat zij willen pakken. Dit wordt dysmetrie genoemd.

Minder spierkracht
Kinderen met het Wolfram syndroom krijgen vaak geleidelijk aan minder kracht in hun spieren. Dit komt doordat de zenuwen van de armen en benen minder goed in staat zijn om signalen door te geven aan de spieren. Dit wordt een polyneuropathie genoemd. De problemen met de spierkracht zorgen voor problemen met lopen en bewegen. Ook zijn kinderen hierdoor sneller vermoeid. De spieren zijn vaak ook dun. Door de verminderde spierkracht kunnen afwijkingen van de voetstand ontstaan. Een deel van de kinderen heeft bijvoorbeeld hierdoor holvoeten.

Veranderd gevoel
Een deel van de kinderen heeft een veranderd gevoel in de voeten en handen. Er kan sprake zijn van een verdoofd gevoel of van tintelingen of prikkelingen. Kinderen kunnen hierdoor minder goed voelen wanneer er iets in hun voet terecht komt of minder goed met de handen werken.

Emoties
Kinderen met het Wolfram syndroom kunnen meer moeite hebben met het begrijpen van emoties van anderen.
Ook hebben kinderen moeite met het uiten van hun eigen emoties. Kinderen kunnen soms plotseling ineens heel verdrietig of juist heel boos worden en kunnen het moeilijk vinden om hier zelf dan weer uit te komen. Kinderen met Wolfram syndroom hebben gemakkelijk last van angsten Sommige kinderen hebben last van paniekaanvallen. Een deel van de kinderen voelt zich somber en verdrietig.

Problemen met leren
Op jonge leeftijd zijn er meestal geen problemen met leren. Op de tienerleeftijd kunnen jongeren meer moeite krijgen met het onthouden van informatie. Vaak is er meer tijd en meer herhaling nodig om nieuwe informatie aan te leren. Ook kunnen jongeren moeite krijgen met het behouden van overzicht en met plannen van huiswerk.

Epilepsie
Een klein deel van de kinderen met dit syndroom heeft last van epilepsie. Verschillende soorten epilepsieaanvallen kunnen voorkomen. Dit hangt sterk samen met de leeftijd waarop het kind last krijgt van epilepsie. Veel voorkomende aanvallen zijn aanvallen met verstijven (tonische aanvallen genoemd), aanvallen met herhaalde schokken (clonische aanvallen genoemd), aanvallen met kleine schokjes op verschillende plaatsen in het lichaam (myoclonieën) of aanvallen met staren (focale aanvallen met verminderd bewustzijn genoemd).

Problemen met slapen
Slaapproblemen komen vaak voor bij kinderen met dit syndroom. Toenemende slechtziendheid kan ook zorgen voor het ontstaan van slaapproblemen. Sommige kinderen hebben moeite met het inslapen. Een groot deel van de kinderen wordt ’s nachts regelmatig wakker en komt dan maar moeilijk weer in slaap. Sommige kinderen zijn vroeg in de ochtend wakker en zijn dan al meteen actief en willen niet meer slapen.

OSAS
Kinderen met het Wolfram syndroom hebben vaker last van OSAS. Tijdens de slaap wordt de luchtweg afgesloten waardoor het kind tijdelijk even niet goed kan ademen. Hierdoor worden kinderen wakker waarna ze wel weer goed gaan ademen. Door de ademstops en het wakker worden zorgt de OSAS er voor dat kinderen niet goed aan hun nachtrust toe komen. Vaak worden kinderen moe en met hoofdpijnklachten wakker. Kinderen kunnen zich overdag slaperig voelen.

Duizeligheid
Duizeligheid komt vaker voor bij kinderen met het Wolfram syndroom. Dit komt omdat de bloeddruk niet snel genoeg aangepast kan worden wanneer dit nodig is. Soms is er sprake van orthostatische hypotensie.

Uiterlijke kenmerken
Bij veel syndromen hebben kinderen vaak wat veranderde uiterlijke kenmerken. Hier hebben kinderen zelf geen last van, maar het kan de dokters helpen om te herkennen dat er sprake is van een syndroom en mogelijk ook van welk syndroom. Ook maakt dit vaak dat kinderen met hetzelfde syndroom vaak meer op elkaar lijken dan op hun eigen broertjes en zusjes, terwijl de kinderen toch niet familie van elkaar zijn.
Kinderen met het Wolfram syndroom hebben meestal geen bijzondere kenmerken.

Kleine lengte
Een deel van de kinderen is kleiner dan hun leeftijdsgenoten. Een ander deel van de kinderen heeft een normale lengte.

Problemen met ruiken
Een deel van de kinderen heeft problemen met ruiken. Dit kan maken dat het eten minder lekker smaakt.

Problemen met praten
Geleidelijk aan krijgen kinderen en jong volwassenen met het Wolfram syndroom problemen met praten. Er ontstaan problemen met het goed uitspreken van klanken. Hierdoor worden kinderen en jong volwassenen moeilijker verstaanbaar voor anderen. Ook kan de luidheid van de stem wisselen van luid naar zacht. Deze problemen met praten worden dysartrie genoemd.

Slikken
Ook bij het slikken zijn veel verschillende spieren nodig. Een deel van de kinderen heeft problemen met slikken. Het slikken gaat langzamer en kost daardoor meer tijd. Kinderen kunnen zich verslikken en daarom moeten hoesten tijdens eten of drinken. Ook krijgen kinderen en volwassenen met het Wolfram syndroom meer problemen met het wegslikken van speeksel, waardoor het speeksel uit de mond weg loopt. Dit wordt kwijlen of ook wel drooling genoemd.

Reflux
Kinderen met dit syndroom hebben vaker last van het terugstromen van voeding vanuit de maag naar de slokdarm. Dit wordt reflux genoemd. Omdat de maaginhoud zuur is, komt het zuur zo ook in de slokdarm, soms zelfs ook in de mond. Dit zuur kan zorgen voor pijnklachten, waardoor kinderen moeten huilen en soms ook niet willen eten. Ook kan het maken dat kinderen moeten spugen. Ook blijken kinderen gevoeliger te zijn voor het krijgen van een maagzweer. Een maagzweer kan weer leiden tot een maagbloeding.

Hartproblemen
Bij een deel van de kinderen is het hart minder goed in staat om het bloed rond te pompen. Dit wordt een cardiomyopathie genoemd. Dit kan zorgen voor vermoeidheidsklachten.

Coeliakie
Kinderen met het Wolfram syndroom zijn gevoeliger voor het krijgen van de aandoening coeliakie. Coeliakie komt bij een op de vier kinderen met het Wolfram syndroom voor. Dit is een aandoening waarbij de darmen ontstoken raken als gevolg van het eten van gluten. Gluten komen vooral voor in graanprodukten zoals brood, koekjes en pasta. De ontstoken darmen kunnen zorgen voor buikpijnklachten, diarree of verstopping van de darmen.

Plassen
Een deel van de kinderen met het Wolfram syndroom heeft problemen met plassen. Zij moeten vaak plassen en moeten ook meteen naar de wc wanneer ze voelen dat ze moeten plassen. Dit wordt een neurogene blaas genoemd. Soms kunnen kinderen juist niet goed plassen en raakt de blaas overvol. Ook zijn kinderen gevoeliger voor het krijgen van een urineweginfecties. Vaak komt dit omdat kinderen niet goed leeg kunnen plassen. Bij een deel van de kinderen stroomt er urine terug van de blaas in de richting van de nieren. Ook dit kan zorgen voor urineweginfecties. Ook kan hierdoor schade aan de nieren zelf ontstaan.

Verstopping van de darmen
Verstopping van de darmen komt vaker voor bij kinderen met het Wolfram syndroom. Kinderen kunnen dan minder vaak poepen dan drie keer per week. Vaak moeten ze veel moeite doen om te poepen en is de ontlasting hard. Ophoping van ontlasting in de buik kan zorgen voor buikpijnklachten en een bolle buik.

Puberteit te laat
Bij een deel van de jongeren is de puberteit te laat. Dit komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Er wordt gesproken van een late puberteit wanneer een meisje op 13-jarige leeftijd nog geen borstvorming heeft of wanneer een jongen op 14-jarige leeftijd nog geen toename van grootte van de zaadballen heeft.
Deze late puberteit is wel gunstig voor de eindlengte. Kinderen groeien hierdoor langer door en bereiken een grotere eindlengte.

Menstruatie
Een deel van de meisjes gaat pas op latere leeftijd menstrueren of gaat helemaal niet menstrueren. De meeste meisjes hebben weinig bloedverlies tijdens hun menstruatie.

Zaadballen
Bij een deel van de jongens zijn de zaadballen veel kleiner dan gebruikelijk.

Gevoeligheid voor infecties
Kinderen met het Wolfram syndroom zijn gevoeliger voor het krijgen van infecties. Dit komt bij een deel van de kinderen omdat zij een tekort hebben aan immuunglobulines.

Lichaamstemperatuur
Kinderen met het Wolfram syndroom kunnen een andere lichaamstemperatuur hebben dan gebruikelijk. Zij zitten bijvoorbeeld altijd lager of hoger met hun lichaamstemperatuur. Het is belangrijk om dit te weten, omdat dan ook andere grenzen voor de definitie van koorts moeten worden afgesproken.
Een deel van de kinderen is niet goed in staat om te zweten. Zij kunnen gemakkelijk oververhit raken in een warme omgeving. Een ander deel van de kinderen zweet juist overmatig.

Gewrichten
Jongeren met het Wolfram syndroom zijn gevoeliger voor het krijgen van een ontsteking van de gewrichten. Vooral ontsteking van de gewrichten in de lage rug komen regelmatig voor. Dit kan zorgen voor rugpijn en stijfheid in de rug. Maar ook een ontsteking van andere gewrichten kan ontstaan. Bij een deel van de kinderen kunnen de vingers bij de basis minder goed gebogen of gestrekt worden.

Scoliose
Een deel van de kinderen met het Wolfram syndroom krijgt een zijwaartse verkromming van de rug. Dit wordt een scoliose genoemd. Van een milde scoliose zullen kinderen zelf geen last hebben. Toename van de scoliose kan zorgen voor het ontstaan van pijnklachten in de rug en problemen met zitten en staan.

Vermoeidheid
Kinderen en volwassenen met het Wolfram syndroom hebben veel meer energie nodig om goed te kunnen bewegen, eten/drinken en communiceren. Deze energie kunnen ze niet op een andere manier gebruiken. Kinderen en volwassenen met het Wolfram syndroom zijn dan ook vaak sneller vermoeid dan andere kinderen en volwassenen.

Hoe wordt de diagnose het Wolfram syndroom gesteld?
Verhaal en onderzoek
Op grond van het verhaal en de bevindingen bij onderzoek zou kunnen worden vermoed dat er sprake is van een onderliggende aandoening.
Er bestaan echter ook andere ziektes die zelfde soort problemen kunnen geven, zoals mitochondriële stofwisselingsziektes, neuronale ceroidlipofucsinose, Bardet-Biedl syndroom, Freidreichse ataxie en ataxia teleangiectasia. Aanvullend onderzoek kan helpen om de juiste diagnose te stellen.

Bloedonderzoek
Bloedonderzoek kan laten zien dat er sprake is van suikerziekte, omdat de glucose waardes verhoogd zijn. Bij kinderen met diabetes insipidus kan het natriumgehalte te hoog zijn. Ook kan door middel van bloedonderzoek gekeken worden of er een tekort is aan hormonen (groeihormoon, schildklierhormoon, geslachtshormonen) of voor de aanwezigheid van coeliakie. Bloedonderzoek kan aantonen of er aanwijzingen zijn voor schade aan de nieren (verhoogd kreatine).

Genetisch onderzoek
Door middel van bloedonderzoek kan gekeken worden naar een fout in het erfelijk materiaal van het WFS1-gen of het CISD2-gen. Dit kan gericht gebeuren wanneer er aan gedacht wordt, omdat de aandoening bijvoorbeeld in de familie voorkomt.
Tegenwoordig bestaan er ook zogenaamde gecombineerde DNA testen met daarin alle bekende veranderingen in het DNA waarvan bekend is dat ze problemen met bewegen kunnen veroorzaken, dit wordt whole exome sequencing genoemd. Op deze manier kan ook ontdekt worden dat er sprake is van het Wolfram syndroom.

MRI-scan
Bij kinderen met problemen met bewegen zal vaak een MRI scan van de hersenen gemaakt worden. Op deze MRI scan is vaak te zien dat de kleine hersenen, de hersenstam en de grote hersenen kleiner zijn van volume. Dit is niet specifiek voor het Wolfram syndroom en kan ook bij veel andere aandoeningen worden gezien. De oogzenuwen zijn vaak dun. De achterkwab van de hypofyse is vaak kleiner dan gebruikelijk.

Stofwisselingsonderzoek
Door middel van bloed- en urineonderzoek kan bij kinderen met evenwichtsproblemen gekeken worden of er sprake is van een stofwisselingsziekte als oorzaak van de evenwichtsproblemen Bij dit onderzoek worden bij kinderen met het Wolfram syndroom meestal geen bijzonderheden gevonden.

Oogarts
Kinderen met het Wolfram syndroom worden met regelmaat gezien door de oogarts. De oogarts kan beoordelen of er afwijkingen te zien zijn aan de oogzenuw (opticus atrofie), het netvlies (retinitis pigmentosa) of de ooglens (cataract).

KNO-arts
De KNO-arts kan samen met de audioloog beoordelen of er sprake is van gehoorverlies.

BAEP
Met een BAEP onderzoek kan aangetoond worden dat de signalen die van de oren naar de hersenen toe gaan bij kinderen met het Wolfram syndroom te traag verwerkt worden. Hierdoor hebben kinderen problemen met horen.

EEG
Kinderen met epilepsie krijgen vaak een EEG om te kijken van welk soort epilepsie er sprake is. Op het EEG worden vaak epileptiforme afwijkingen gezien. Deze afwijkingen zijn niet kenmerkend voor dit syndroom, maar kunnen bij veel andere syndromen met epilepsie ook gezien worden.

EMG
Wanneer de zenuwen van kinderen en volwassenen met het Wolfram syndroom worden doorgemeten, dan valt vaak op dat de zenuwen in de armen en benen minder goed werken dan gebruikelijk. Dit wordt een polyneuropathie genoemd. Bij het Wolfram syndroom is er sprake van een zogenaamde sensomotore axonale polyneuropathie.

Polysomnografie
Bij kinderen die ’s nachts veel snurken of telkens kortdurend stoppen met ademhalen (apneus) wordt vaak een polysomnografie verricht. Dit is een onderzoek waarbij gedurende slaap allerlei metingen worden verrichten qua ademhaling, hartslag, bloeddruk, zuurstofgehalte in het bloed, bewegingen van de borstkas en de buikwand en de activiteit van de hersenen. Op die manier kan gekeken worden waarom kinderen ’s nachts tijdelijk stoppen met ademhalen en of dit nadelige gevolgen heeft voor het zuurstofgehalte in het bloed.

Röntgenfoto
Door middel van een röntgenfoto kan beoordeeld worden of er sprake is van een scoliose. Ook kan aan de hand van de foto bepaald worden hoe ernstig de scoliose is.

Hoe wordt het Wolfram syndroom behandeld?
Geen genezing
Er bestaat geen behandeling die het Wolfram syndroom kan genezen. De behandeling is er op gericht zo goed mogelijk om te gaan met de gevolgen van het hebben van het Wolfram syndroom en problemen in een vroeg stadium op te sporen.

Behandelen suikerziekte
Suikerziekte wordt vaak behandeld met behulp van het medicijn insuline. Insuline kan via een injectie gegeven worden op bepaalde momenten van de dag of via een pompje.

Kinderendocrinoloog
De kinderendocrinoloog is een kinderarts die zich gespecialiseerd heeft in aandoening waarbij er een verstoorde werking is van de hormonen. Een tekort aan schildklierhormoon kan aangevuld worden door middel van schildklierhormoon in tabletvorm. Een tekort aan groeihormoon door injecties met groeihormoon. Een tekort aan geslachtshormonen door tabletten. Een tekort aan ADH door middel van tabletten of een neusspray.

Bril
Een deel van de kinderen heeft baat bij een bril om beter te kunnen zien.

VISIO/Bartimeus
VISIO en Bartimeus zijn instellingen die kinderen en volwassenen die slechtziend of blind zijn begeleiden. Zij kunnen vaak tips hebben hoe kinderen die slecht kunnen zien het best kunnen spelen of benaderd kunnen worden. Het is mogelijk om brailletraining en mobiliteitstraining te volgen.

Gehoorhulpmiddelen
Kinderen die slechthorend zijn, kunnen soms baat hebben bij een gehoorapparaat om op deze manier beter te kunnen horen. Kinderen die volledig doof zijn, hebben meestal geen baat bij een gehoorapparaat. Een KNO-arts en een audioloog kunnen vaststellen of een kind baat zal hebben bij een gehoorapparaat en bij welk type gehoorapparaat. Ook kunnen zij adviezen geven voor hulpmiddelen die er voor kunnen zorgen dat kinderen met slechthorend of doofheid zich zo goed mogelijk zelfstandig kunnen redden (speciale deurbel, speciale wekker etc.)

Aanvalsbehandeling epilepsie
De meeste epilepsieaanvallen gaan vanzelf over binnen enkele minuten. Omstanders hoeven dan niets te doen om de aanval te doen stoppen. Het is belangrijk om zo rustig mogelijk te blijven en het kind zo veel mogelijk met rust te laten.
Wanneer een aanval na 3-5 minuten nog niet vanzelf gestopt is, dan zal vaak geadviseerd worden om medicijnen te geven om een aanval te doen stoppen. De behandelende arts zal altijd aangeven welk tijdstip voor een bepaald kind het beste is. Medicijnen die gebruikt kunnen worden voor het stoppen van een aanval zijn diazepam rectiole (Stesolid®), midazolam neusspray, midazolam rectiole, lorazepam of clonazepam druppels.
Het effect van deze medicijnen ontstaat na enkele minuten. Nadien zal het kind meestal in slaap vallen, soms ook niet en vertonen kinderen juist druk gedrag na geven van deze medicatie.

Behandeling epilepsie
Met behulp van medicijnen wordt geprobeerd om de epilepsieaanvallen zo veel mogelijk te voorkomen en het liefst er voor te zorgen dat er helemaal geen epilepsieaanvallen meer voorkomen. Soms lukt dit vrij gemakkelijk met een medicijn, maar bij een deel van de kinderen is het niet zo eenvoudig en zijn combinaties van medicijnen nodig om de epilepsie aanvallen zo veel mogelijk of helemaal niet meer te laten voorkomen.
Verschillende soorten medicijnen kunnen gebruikt worden om de epilepsie onder controle te krijgen. Er bestaat geen duidelijk voorkeursmedicijn voor kinderen met deze aandoening.Medicijnen die vaak gebruikt worden zijn valproaat (Depakine®), levetiracetam (Keppra ®), clobazam (Frisium ®) en zonisamide (Zonegran®).

Bij een deel van de kinderen zal het niet lukken om de epilepsieaanvallen met medicijnen onder controle te krijgen. Er bestaan ook andere behandelingen die een goed effect kunnen hebben op de epilepsie, zoals een ketogeen dieet, een nervus vagusstimulator, of een behandeling met methylprednisolon. Ook een combinatie van deze behandelingen met medicijnen die epilepsie onderdrukken is goed mogelijk.

Behandeling slaapproblemen
Een vast slaapritueel en een vast slaappatroon kunnen kinderen helpen om beter te kunnen slapen. Het medicijn melatonine kan helpen om beter in slaap te kunnen vallen. Er bestaan ook vormen van melatonine met vertraagde afgifte die ook kunnen helpen om weer in slaap te vallen wanneer kinderen in de nacht wakker worden. Slaapmiddelen worden liever niet gegeven aan kinderen omdat kinderen hier aangewend raken en niet meer zonder deze medicatie kunnen. Soms wordt het medicijn promethazine gebruikt om kinderen beter te kunnen laten slapen.

Behandeling OSAS
De eerste stap in de behandeling van slaapapneu is vaak het verwijderend van de keel en/of neusamandelen door de KNO-arts. Op deze manier ontstaat er meer ruimte in de keel, waardoor de slaapapneu kan verdwijnen. Wanneer slaapapneu ondanks verwijderen van de keel-en/of neusamandelen nog blijft bestaan kan het nodig zijn om tijdens de slaap een CPAP behandeling te geven. Via een kapje wordt lucht onder druk in de longen geblazen. De druk van de lucht zorgt er voor dat de luchtpijp open blijft en niet kan samenvallen.

Blijf bewegen
Wanneer kinderen minder goed zijn in bewegen dan hun leeftijdsgenoten, dan is de kans groot dat zij bewegen en sporten niet zo leuk zullen vinden. Hierdoor zullen kinderen met het Wolfram syndroom minder gaan bewegen, wat juist niet goed voor hen is. Door juist veel te bewegen, oefenen kinderen hun evenwichtsorgaan en krijgen ze juist vaak een betere balans.

Behandeling ataxie
Er bestaan geen medicijnen die ataxie kunnen verminderen. Het trainen van de balans helpt om minder last te hebben van evenwichtsproblemen. Het gebruik van zwaarder bestek of een verzwaarde pen kan helpen om minder last te hebben van het trillen van de handen.

Fysiotherapie
Een fysiotherapeut kan adviezen en therapie geven hoe jongeren en volwassenen met het Wolfram syndroom zo goed mogelijk zelfstandig kunnen bewegen. Een balanstraining kan helpen om minder problemen te hebben met het bewaren van het evenwicht. Wanneer er problemen zijn met het bewaren van de balans dan kan een wandelstok, kruk, looprekje of rollator helpen om de balans wel te kunnen bewaren. Een fysiotherapeut kan advies geven, welk hulpmiddel het beste gebruikt kan worden.

Logopedie
Een logopedist kan adviezen geven hoe jongeren met het Wolfram zo goed mogelijk kunnen praten, waardoor ze beter verstaanbaar zijn voor andere mensen. Rustig en niet al te hard praten, zorgt er vaak voor dat een kind of volwassene beter verstaanbaar is voor anderen.
De logopedist geeft ook adviezen bij slik- en eetproblemen. Drinken door een rietje kan helpen om verslikken te voorkomen.

Ergotherapie
Een ergotherapeut kan adviezen geven welke hulpmiddelen gebruikt kunnen worden om zo zelfstandig mogelijk te kunnen functioneren. Wanneer schrijven lastig wordt, kan het bijvoorbeeld helpen om te schrijven met een dikkere pen. Ook bestaat er bestek met dikkere handvaten die gemakkelijker vast te houden zijn en zijn er hulpmiddelen om kleding zelf aan te kunnen trekken als dat lastig gaat. Aanpassingen in huis, zoals beugels of een verhoogd toilet, kunnen zorgen dat kinderen en volwassenen zelfstandig kunnen blijven functioneren.
Ook kan de ergotherapeut adviezen geven hoe om te gaan met de beperktere energie. Het is vaak verstandig om op bepaalde momenten van de dag een rustmoment in te bouwen.

Omgaan met vermoeidheid
Het hebben van het Wolfram syndroom kost het lichaam bij alle dagelijkse activiteiten meer energie. Daardoor is de energie op een dag sneller op. Het goed verdelen van de energie over de dag helpt om vermoeidheid te voorkomen. Het kan helpen goed naar de taken die voor een dag ingepland staan te kijken en te beoordelen of deze taken noodzakelijk zijn of niet en of ze energie geven of niet. Aan de hand daarvan kan ingepland worden welke taken wel op het programma komen te staan en welke niet. Het maken van een planning kan helpen. Het is belangrijk om te zorgen voor variatie in taken en om ook voldoende momenten van ontspanning in te plannen.

Revalidatiearts
Een revalidatiearts begeleidt kinderen met het Wolfram syndroom en geeft adviezen over therapie mogelijkheden en hulpmiddelen, zoals steunzolen, aangepaste schoenen of spalken om beter te kunnen lopen.

School
Een deel van de kinderen met het Wolfram syndroom die nog weinig klachten hebben volgt regulier onderwijs al dan niet met wat extra ondersteuning. Wanneer er in toenemende mate problemen ontstaan, gaat een deel van de kinderen naar het speciaal onderwijs. In het speciaal onderwijs zijn de klassen kleiner en kan het lesprogramma meer afgestemd worden op de mogelijkheden van het kind.

Kinder- en jeugdpsychiater
Een kinder- en jeugdpsychiater kan adviezen geven hoe kind en ouders het beste om kunnen gaan met een depressie. Soms kunnen medicijnen nodig zijn om een depressie te behandelen.

Kindercardioloog
Wanneer er sprake is van een cardiomyopathie, kan een behandeling met medicijnen nodig zijn om de werking van het hart te ondersteunen. Deze behandeling wordt gegeven door de kindercardioloog.

Coeliakie
Kinderen met coeliakie volgen een glutenvrij dieet. Tegenwoordig zijn in de winkel steeds meer glutenvrije producten te krijgen, waardoor het gemakkelijker is geworden dit dieet te volgen.

Voorkom overgewicht
Het is heel belangrijk om overgewicht bij kinderen met het Wolfram te voorkomen. Overgewicht zorgt voor toename van de problemen met bewegen en het bewaren van het evenwicht.

Incontinentie
Ook voor incontinentie als gevolg van een spastische blaas bestaan medicijnen die er voor zorgen dat de spieren van de blaas minder spastisch reageren. Een veel gebruikt medicijn is oxybutinine (Dridase®). Deze medicijnen worden vaak door een uroloog voorgeschreven. Wanneer de blaas niet meer goed leegt, kan de blaas door middel van een catheter leeg gemaakt worden. In geval van ongewild urineverlies bestaan er verschillende soorten incontinentiemateriaal. Soms moeten kinderen regelmatig antibiotica gebruiken om infecties van de urinewegen te voorkomen. Wanneer urine terug stroomt van de blaas naar de urineleiders, kan een operatie helpen om dit minder makkelijk mogelijk te maken.

Verstopping van de darmen
Het medicijn macrogol kan er voor zorgen dat de ontlasting soepel en zacht blijft en stimuleert de darmwand om actief te blijven. Hierdoor kunnen kinderen gemakkelijker hun ontlasting kwijt. Verder blijft het belangrijk om te zorgen dat kinderen voldoende vocht en vezels binnen krijgen en zo veel als kan bewegen. Soms zijn zetpillen nodig om de ontlasting op gang te krijgen. Wanneer dit onvoldoende werkt kan darmspoelen een optie zijn.

Antibiotica
Een deel van de kinderen die vaak terugkerende infecties heeft, heeft baat bij een lage dosering antibiotica om nieuwe infecties te voorkomen. Per kind moeten de voordelen van het geven van de antibiotica worden afgewogen tegen de nadelen ervan (antibiotica doden ook nuttige bacteriën in de darmen).

Scoliose
De mate van zijwaartse kromming van de wervelkolom moet goed in de gaten gehouden worden. Wanneer de kromming te erg wordt, kan dit problemen geven voor het goed kunnen staan en zitten en de ademhaling beïnvloeden. Wanneer de verkromming te erg wordt, kan verdere verkromming tegengegaan worden door een korset. Indien een korset onvoldoende werkt, is soms een operatie nodig waarbij de wervelkolom wordt vastgezet zodat de verkromming niet meer toe zal kunnen nemen.

Onderzoek
Er wordt onderzoek gedaan naar behandeling die het beloop van het Wolfram syndroom kunnen beinvloeden. Zo wordt gekeken of het medicijn dantroleen kan helpen om de toename van klachten af te remmen. Dantroleen zorgt dat het endoplasmatisch reticulum beter in staat is om het calcium goed te reguleren.
Ook wordt er onderzoek gedaan naar behandeling met glucagon-like peptide 1 receptor agonisten (liraglutide) en het medicijn MANF. Er loopt onderzoek om te kijken of het medicijn valproaat in staat is om de effecten van stress te verminderen. Daarnaast loopt er ook onderzoek naar gentherapie en CRISPR-Cas9therapie.

Financiële kant van zorg voor een kind met een beperking
De zorg voor een kind met een beperking brengt vaak extra kosten met zich mee. Er bestaan verschillende wetten die zorg voor kinderen met een beperking vergoeden.
Daarnaast bestaan regelingen waar ouders een beroep op kunnen doen, om een tegemoetkoming te krijgen voor deze extra kosten. Meer informatie hierover vindt u in de folder financiën kind met een beperking.

Wat kun je als gezin zelf doen om om te gaan met het hebben van een aandoening bij een gezinslid?
Als gezin van een kind waarbij er sprake is van een aandoening, is het goed om te zorgen dat jullie in de je kracht komen staan. Het is goed om te beseffen over welke denk-, emotionele-, innerlijke- en fysieke kracht jullie als gezin beschikken en hoe jullie deze kracht kunnen inzetten om goed voor ieder lid van het gezin te zorgen. Bekijk wat bij jullie als gezin past. Bekijk wat je kunt doen (of kunt laten) om deze kracht zo optimaal mogelijk in te zetten. En bedenk ook dat ieder lid van het gezin verschillende kwaliteiten heeft waarmee jullie elkaar kunnen aanvullen en kunnen versterken.

Begeleiding
Een maatschappelijk werkende of psycholoog kan begeleiding geven hoe het hebben van deze aandoening een plaats kan krijgen in het dagelijks leven. Het kost vaak tijd voor kind en ouders om te verwerken dat de toekomstverwachtingen van hun kind er anders uit zullen zien dan gebruikelijk. Ook vinden veel ouders het vaak lastig hoe zij hun tijd en aandacht moeten verdelen tussen het kind met de beperking en andere kinderen in het gezin. In de folder aandacht en tijd voor brussen vindt u tips die u hierbij kunnen helpen.

Contact met andere ouders
Door het plaatsen van een oproep op het forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere kinderen en hun ouders met het Wolfram syndroom.

Wat betekent het hebben van het Wolfram syndroom voor de toekomst?
Weinig bekend
Omdat het Wolfram syndroom een zeldzame aandoening is, is er nog maar weinig bekend over volwassenen met deze aandoening.

Geleidelijke toename klachten
Zowel bij kinderen als bij volwassenen nemen de klachten als gevolg van het hebben van het Wolfram syndroom geleidelijk aan in de loop van vele jaren toe. Het tempo van achteruitgang varieert sterk. Bij kinderen waarbij de klachten al op jonge leeftijd ontstaan, ligt het tempo van ontstaan van klachten vaak hoger dan bij kinderen die pas op latere leeftijd klachten krijgen.

Depressie
Volwassenen met het Wolfram syndroom hebben een verhoogde kans op het ontwikkelen van een depressie. Dit komt deels door de veranderingen in de hersenen die ontstaan als gevolg van het hebben van het Wolfram syndroom. Daarnaast kan het hebben van een chronische ziekte die zorgt voor toename van problemen ook zorgen voor het ontstaan van een depressie. Bij een ernstige depressie is er een verhoogd risico op zelfdoding.

Dementie
Volwassen met het Wolfram syndroom krijgen in toenemende mate problemen met het onthouden van nieuwe informatie en het ophalen van informatie uit het geheugen. Volwassenen met het Wolfram syndroom hebben een verhoogde kans op jonge leeftijd dement te worden.

Focus op sterke punten
Het Wolfram syndroom is een chronische aandoening die aanwezig blijft gedurende het hele leven. Ook kunnen er gedurende het hele leven nieuwe problemen ontstaan. Dit kan zorgen voor onzekerheid en zorgen over de toekomst. Het is belangrijk dat een volwassene beseft dat hij/zij veel meer is dan een patient met het Wolfram syndroom. Het is goed om te kijken wat de sterke kanten van een volwassene zijn en van welke acitiviteiten een persoon energie en plezier geven.

Transitie van zorg
Tussen de leeftijd van 16 en 18 jaar wordt de zorg vaak overgedragen van kinderspecialisten naar specialisten die de zorg aan volwassenen geven. Het is belangrijk om tijdig hierover na te denken. Is er behoefte de zorg over te dragen naar specialisten voor volwassenen of kan de huisarts de zorg leveren die nodig is.En als er behoefte is aan overdragen van de zorg naar specialisten voor volwassenen, naar welke dokter(s) wordt de zorg dan overgedragen? In welk ziekenhuis kan de zorg het beste geleverd worden. Het proces van overdragen van de zorg wordt transitie genoemd. Het is belanrgijk hier tijdig over na te denken en een plan voor te maken samen met de dokters die betrokken zijn bij de zorg op de kinderleeftijd. Ook verandert er veel in de zorg wanneer een jongere de leeftijd van 18 jaar bereikt. Voor meer informatie over deze veranderingen verwijzing wij u naar het artikel veranderingen in de zorg 18+

Levensverwachting
De levensverwachting van jongeren met het Wolfram syndroom is beperkt. De gemiddelde leeftijd die bereikt wordt ligt tussen de 30 en 40 jaar. Dit is een gemiddelde, dat betekent dat sommige mensen korter leven en andere mensen langer. De reden van overlijden zijn vaak nierfalen of longfalen.

Kinderen krijgen
De vruchtbaarheid kan bij volwassenen met het Wolfram syndroom verminderd zijn door een tekort aan hormonen. Er zijn volwassenen die kinderen hebben gekregen. Vanwege de hormonale problemen worden de zwangerschap meestal mede begeleid door een gynaecoloog. Kinderen van een volwassene met het Wolfram syndroom hebben een kleine kans om zelf ook het Wolfram syndroom te krijgen. Dit kan alleen wanneer de partner drager is van een foutje in het VWFS1-gen of het CISD2-gen of wanneer de partner zelf ook het Wolfram syndroom heeft. Wel kunnen kinderen zelf het Wolframlike syndroom krijgen en milde klachten ontwikkelen. Indien de volwassene geen kinderen wil of kan krijgen, moet wellicht nagedacht moeten worden over anticonceptie, waarover u in deze folder meer informatie vindt.

Hebben broertjes en zusjes een vergrote kans om ook het Wolfram syndroom te krijgen?
Erfelijke ziekte
Het Wolfram syndroom is een erfelijke ziekte. Meestal blijken beide ouders drager te zijn van een fout op chromosoom 4. Broertjes en zusjes hebben dan 25% kans om zelf ook het Wolfram syndroom te krijgen.
Een klinisch geneticus kan daar meer informatie over geven.

Prenatale diagnostiek
Wanneer bekend is wel fout in het erfelijk materiaal het Wolfram syndroom veroorzaakt heeft, dan is het mogelijk om tijdens een volgende zwangerschap tijdens de zwangerschap door middel van een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest te kijken of dit aanstaande kindje ook het Wolfram syndroom zal kunnen krijgen. Beide ingrepen hebben een klein risico op het ontstaan van een miskraam (0,5% bij de vlokkentest en 0,3% bij de vruchtwaterpunctie).Het valt nooit precies te voorspellen hoeveel klachten dit kindje zal gaan krijgen. De uitslag van deze onderzoeken duurt twee weken. Voor prenatale diagnostiek kan een zwangere de 8ste week verwezen worden door de huisarts of verloskundige naar een afdeling klinische genetica. Meer informatie over prenatale diagnostiek kunt u vinden op de website: www.pns.nl

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

Wilt u ook uw verhaal kwijt, dat kan: verhalen kunnen gemaild worden via info@kinderneurologie.eu en zullen daarna zo spoedig mogelijk op de site worden geplaatst. Voor meer informatie zie hier.

Heeft u foto's die bepaalde kenmerken van deze aandoening duidelijk maken en die hier op de website mogen worden geplaatst, dan vernemen wij dit graag.

Links
www.erfelijkheid.nl
(site met informatie over erfelijke aandoeningen)
thesnowfoundation.org/wolfram-syndrome
Engelstalige website over het Wolfram syndroom

Referenties
1. Wolfram Syndrome: Diagnosis, Management, and Treatment. Urano F. Curr Diab Rep. 2016;16:6.
2. Wolfram syndrome, a rare neurodegenerative disease: from pathogenesis to future treatment perspectives. Pallotta MT, Tascini G, Crispoldi R, Orabona C, Mondanelli G, Grohmann U, Esposito S. J Transl Med. 2019;17:238
3. Wolfram-like syndrome - another face of a rare disease in children. Smetek M, Gadzalska K, Jakiel P, Grzybowska J, Mysliwiec M, Borowiec M, Zmysłowska A. J Pediatr Endocrinol Metab. 2021
4. Novel mutations in the WFS1 gene are associated with Wolfram syndrome and systemic inflammation. Panfili E, Mondanelli G, Orabona C, Belladonna ML, Gargaro M, Fallarino F, Orecchini E, Prontera P, Proietti E, Frontino G, Tirelli E, Iacono A, Vacca C, Puccetti P, Grohmann U, Esposito S, Pallotta MT. Hum Mol Genet. 2021;30:265-276
5. A phase Ib/IIa clinical trial of dantrolene sodium in patients with Wolfram syndrome. Abreu D, Stone SI, Pearson TS, Bucelli RC, Simpson AN, Hurst S, Brown CM, Kries K, Onwumere C, Gu H, Hoekel J, Tychsen L, Van Stavern GP, White NH, Marshall BA, Hershey T, Urano F. JCI Insight. 2021;6:e145188.

Laatst bijgewerkt: 4 december 2021

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.