A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

MRD18 syndroom

 

Wat is het MRD18 syndroom?
Het MRD18 syndroom is een syndroom waarbij kinderen of volwassenen een ontwikkelingsachterstand hebben in combinatie met enkele bijzondere uiterlijke kenmerken.

Hoe wordt het MRD18 syndroom ook wel genoemd?
De letters MR in MRD18 syndroom staan voor mentale retardatie, de medische woorden voor een ontwikkelingsachterstand. De D staat voor Dominant wat aangeeft dat een foutje op een van de twee chromosomen al voldoende is om dit syndroom te krijgen. Het getal 18 geeft aan dat dit het 18e MRD syndroom is die beschreven is.
Inmiddels zijn er zeer veel MRD syndromen ontdekt. Tegenwoordig krijgen niet alle nieuw ontdekte syndromen meer een nieuw nummer. Syndromen krijgen vaak weer een naam, bijvoorbeeld de naam van de dokter die het syndroom ontdekt heeft of de naam van een patiënt die dit syndroom heeft. Patiënten en dokters blijken dit toch fijner te vinden dan een hele lange lijst met MRD-syndromen. MRD18-syndroom heeft anno 2019 nog geen andere naam gekregen.

GATAD2B-syndroom
Er zijn ook mensen die het syndroom noemen naar de plaats in het erfelijk materiaal waar een fout gevonden wordt. Kinderen met het MRD18-syndroom hebben een fout in het GATAD2B-gen, vandaar dat het ook wel GATAD2B-syndroom wordt genoemd. Ook wordt de term GATAD2B-associated neurodevelopmental disorder wel gebruikt, afgekort als GAND.

Hoe vaak komt het MRD18 syndroom voor?
Het MRD18 syndroom is een zeldzame ziekte. Het is niet precies bekend hoe vaak MRD18 syndroom voorkomt. Deze aandoening is ook nog maar sinds 2012 bekend als aandoening.
Waarschijnlijk is bij een deel van de kinderen die het MRD18 syndroom heeft, de juiste diagnose ook niet gesteld, omdat het syndroom niet herkend is.

Door nieuwe genetische technieken zoals exome sequencing zal deze diagnose waarschijnlijk vaker gesteld gaan worden bij kinderen en volwassenen met dit syndroom. Dan zal ook pas duidelijk worden hoe vaak dit syndroom voorkomt bij kinderen en volwassenen.



Bij wie komt het MRD18 syndroom voor?
Het MRD18 syndroom is al voor de geboorte aanwezig. Het kan wel enige tijd duren voordat duidelijk is dat er sprake is van het MRD18 syndroom.
Zowel jongens als meisjes kunnen het MRD18 syndroom krijgen.

Waar wordt het MRD18 syndroom door veroorzaakt?
Fout in erfelijk materiaal
Het MRD18 syndroom wordt veroorzaakt door een fout op een stukje erfelijk materiaal (DNA) van het 1e-chromosoom. De plaats van dit fout wordt het GATAD2B-gen genoemd.

Autosomaal dominant
Het MRD18 syndroom wordt veroorzaakt door een zogenaamde autosomaal dominant fout. Dit houdt in dat een fout op een van de twee chromosomen 1 die een kind heeft in het GATAD2B-gen al voldoende is om de aandoening te krijgen. Dit in tegenstelling tot een autosomaal recessief fout waarbij kinderen pas klachten krijgen wanneer beide chromosomen 1 een fout bevatten.

Bij het kind zelf ontstaan
Bij een groot deel van de kinderen met het MRD18-syndroom is het foutje in het erfelijk materiaal bij het kind zelf ontstaan na de bevruchting van de eicel door de zaadcel en niet overgeërfd van een van de ouders. Dit wordt ook wel de novo genoemd, wat nieuw bij het kind ontstaan betekend.

Geërfd van een ouder
Een ander deel van de kinderen heeft de fout in het GATAD2B-gen geërfd van een ouder die zelf ook een fout in het GATAD2B-gen heeft. Soms was dit al bekend, soms wordt de diagnose bij de ouder pas gesteld wanneer bij het kind de diagnose gesteld wordt.

Ouderlijk mocaisisme
Ook kan er sprake zijn van mocaisisme bij een ouder. De ouder heeft dan in een deel van de cellen een fout in het GATAD2B-gen en in een ander deel van de cellen niet. Hierdoor hebben ouders zelf vaak weinig tot geen klachten als gevolg van het hebben van het syndroom. Wanneer de fout bij de moeder in de eicel of bij de vader in de zaadcel zit, dan kan de ouder de fout in het GATAD2B-gen doorgeven aan het kind. Het kind heeft dan wel de fout in alle cellen van het lichaam zitten.



Afwijkend eiwit
Als gevolg van het foutje in het erfelijk materiaal wordt een bepaald eiwit niet goed aangemaakt. Dit eiwit heet GATA zinc finger domain containing protein 2B, ook wel afgekort als GATAD2B-eiwit. Dit eiwit speelt een belangrijke rol bij het aflezen van het DNA. In het DNA ligt allerlei belangrijke informatie opgeslagen die nodig is voor een goede aanleg en ontwikkeling van de hersenen. Op bepaalde momenten moeten informatie uit het DNA afgelezen worden voor de aanmaak van bepaalde eiwitten, op andere momenten moet het DNA juist niet afgelezen worden. het GATAD2B-eiwit zorgt er voor dat er weer gestopt wordt met het aflezen van het DNA. Zonder goed werkend GATAD2B-eiwit wordt er te veel DNA afgelezen, waardoor de aanleg van de hersenen wordt verstoord. Op deze manier werken de hersenen anders dan gebruikelijk waardoor de symptomen horend bij dit syndroom ontstaan.

Wat zijn de symptomen van het MRD18-syndroom?
Variatie
Er bestaat een grote variatie in de hoeveelheid en de ernst van de symptomen die verschillende kinderen of volwassenen met het MRD18syndroom hebben.
Het valt van te voren niet goed te voorspellen van welke symptomen een kind last zal krijgen. Geen kind zal alle onderstaande symptomen tegelijkertijd hebben.

Lage spierspanning
Jonge kinderen met het MRD18-syndroom zijn vaak slap in hun spieren. Ze moeten goed vastgehouden en ondersteund worden wanneer ze opgetild worden. Deze lage spierspanning wordt hypotonie genoemd. Door de lagere spierspanning is het voor kinderen lastiger om hun hoofdje op te tillen. Het duurt vaak langer voordat kinderen dit kunnen. Hierdoor kost het leren zitten, kruipen en staan ook meer tijd. Ook hebben kinderen door de lage spierspanning vaak platvoeten. Gewrichten kunnen gemakkelijk overstrekt worden.

Problemen met drinken
Baby’s met het MRD18-syndroom hebben vaker problemen met drinken. Zij pakken de borst of de speen niet goed vast en laten deze ook gemakkelijk weer los. Kinderen kunnen zich verslikken tijdens het drinken. Het kost vaak veel tijd om deze kinderen voeding te geven.

Ontwikkelingsachterstand
Kinderen met het MRD18-syndroom ontwikkelen zich langzamer dan hun leeftijdsgenoten. Ze gaan later rollen, zitten en staan dan hun leeftijdsgenoten. De meeste kinderen leren om zelfstandig te kunnen lopen zonder steun. Het lopen gaat vaak houterig, kinderen vallen gemakkelijker dan andere kinderen.
Kinderen met deze aandoening hebben vaak ook moeite met het leren van tekenen, plakken, knippen en schrijven. Zij zijn vaak wat onhandig hierin. Deze onhandigheid wordt ook wel dyspraxie genoemd.

Spraaktaalontwikkeling
Ook het leren praten, verloopt bij kinderen met het MRD18-syndroom vaak langzamer dan bij andere kinderen. Het is voor kinderen met het MRD18-syndroom moeilijk om te leren praten. De eerste woordjes komen later dan bij andere kinderen. Een deel van de kinderen is alleen in staat om losse woorden te zeggen, een ander deel van de kinderen is in staat om korte zinnen te maken. Het begrijpen van wat anderen zeggen gaat kinderen beter af dan het zelf praten.

Problemen met leren
Kinderen met het MRD18-syndroom hebben vaker problemen met leren. De mate van problemen kan variëren van mild tot ernstig.

AD(H)D
AD(H)D komt vaker voor bij kinderen met dit syndroom. Kinderen met AD(H)D hebben moeite om bij een taakje langere tijd de aandacht te houden. Ze spelen maar kort met een bepaald speelgoed en gaan dan weer naar een ander stukje speelgoed. Kinderen zijn snel afgeleid door een geluid of een beweging in de kamer. Op school hebben kinderen moeite langer tijd hun aandacht bij het schoolwerk te houden. Vaak hebben kinderen moeite om stil te zitten en zijn ze het liefst de hele tijd in beweging. Ook stoten kinderen met AD(H)D vaak onbedoeld voorwerpen om of laten ze voorwerpen uit hun handen vallen. Kinderen met AD(H)D reageren vaak impulsief, ze doen eerst voordat ze nadenken of dat wel verstandig is.

Tics
Een deel van de kinderen met het MRD18-syndroom heeft tics. Tics zijn onbedoelde snelle bewegingen of geluiden.

Hoge pijngrens
Kinderen met het MRD18-syndroom hebben vaak een hoge pijngrens. Ze hoeven niet snel te huilen wanneer ze zich toch duidelijk pijn hebben gedaan.

Problemen met slapen
Slaapproblemen komen vaak voor bij kinderen met dit syndroom. Sommige kinderen hebben moeite met het inslapen. Een groot deel van de kinderen wordt ’s nachts regelmatig wakker en komt dan maar moeilijk weer in slaap. Ook zijn kinderen vaak vroeg in de ochtend wakker.

Uiterlijke kenmerken
Bij veel syndromen hebben kinderen veranderde uiterlijke kenmerken. Hier hebben kinderen zelf geen last van, maar het kan de dokters helpen om te herkennen dat er sprake is van een syndroom en mogelijk ook van welk syndroom. Ook maakt dit vaak dat kinderen met hetzelfde syndroom vaak meer op elkaar lijken dan op hun eigen broertjes en zusjes, terwijl de kinderen toch niet familie van elkaar zijn.
Kinderen met het MRD18-syndroom hebben vaker een breed voorhoofd. De ogen kunnen wat verder uit elkaar staan dan gebruikelijk en in de richting van de oren een stukje omlaag lopen. Vaak liggen de ogen wat dieper in het gezicht, waardoor de ogen klein lijken. De neus is vaak smal aan de bovenkant en breed aan de onderkant. De afstand tussen de neus en de bovenlip is vaak korter dan gebruikelijk. De mond is vaak breed, de bovenlip kan dun zijn.Vaak staan de tanden niet tegen elkaar aan, maar zit er ruimte tussen de verschillende tanden. De vingers en de tenen kunnen langer zijn dan gebruikelijk.

Haren
Kinderen met het MRD18-syndroom hebben vaak dunne gladde haren. Ook hebben kinderen met dit syndroom vaker blonde haren.

Problemen met zien
Scheelzien komt vaker voor bij kinderen met het MRD18-syndroom. Scheelzien kan zorgen dat een van de ogen een zogenaamd lui oog wordt. Kinderen kunnen met dit oog dan minder goed zien. Een deel van de kinderen is verziend en heeft een bril nodig om dichtbij te kunnen zien.

Open mond
Vaak hebben de spieren in het gezicht ook weinig spierspanning, waardoor kinderen vaak hun mond open hebben.

Reflux
Kinderen met dit syndroom hebben vaak last van het terugstromen van voeding vanuit de maag naar de slokdarm. Dit wordt reflux genoemd. Omdat de maaginhoud zuur is, komt het zuur zo ook in de slokdarm, soms zelfs ook in de mond. Dit zuur kan zorgen voor pijnklachten, waardoor kinderen moeten huilen en soms ook niet willen eten. Ook kan het maken dat kinderen moeten spugen.
Door het zuur kan de slokdarm geïrriteerd en ontstoken raken. Wanneer dit niet tijdige ontdekt en behandeld wordt, kan dit zorgen voor het spuug met daarin bloedsliertjes.

Kwijlen
Kinderen met dit syndroom hebben gemakkelijk last van kwijlen. Dit komt door slapheid van de spieren in het gezicht en rondom de mond, waardoor het speeksel gemakkelijk uit de mond loopt.

Verstopping
Verstopping van de darmen komt vaak voor bij kinderen met dit syndroom. De ontlasting komt dan niet elke dag en is vaak hard waardoor kinderen moeite hebben met poepen. Dit kan buikpijnklachten geven.

Zindelijkheid
De meeste kinderen met dit syndroom worden op latere leeftijd zindelijk dan gebruikelijk.

Hoe wordt de diagnose MRD18-syndroom gesteld?
Verhaal en onderzoek
Op grond van het verhaal van een kind met een ontwikkelingsachterstand en enkele opvallende uiterlijke kenmerken kan vermoed worden dat er sprake is van een syndroom. Er zijn echter veel verschillende syndromen die allemaal voor deze symptomen kunnen zorgen. Vaak zal aanvullend onderzoek nodig zijn om aan de diagnose MRD18 syndroom te stellen.

Bloedonderzoek
Bij routine bloedonderzoek worden bij kinderen met MRD18 syndroom geen bijzonderheden gevonden.
 
Genetisch onderzoek
Wanneer aan de diagnose gedacht wordt, kan door middel van gericht genetisch onderzoek op bloed naar het voorkomen van een fout op het 1e-chromosoom in het GATAD2B-gen
Tegenwoordig zal de diagnose vaak gesteld worden door middel van een nieuwe genetische techniek (exome sequencing genoemd) zonder dat er specifiek aan gedacht was of naar gezocht is.

MRI-scan
Bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand zal vaak een MRI scan gemaakt worden om te kijken of er bijzonderheden aan de hersenen te zien zijn. Vaak worden bij kinderen met dit syndroom geen afwijkingen gezien op de MRI-scan van de hersenen. Soms zijn er wel kleine bijzonderheden, maar deze zijn niet kenmerkend voor MRD18-syndroom en kunnen ook bij veel andere syndromen worden gezien. De witte stof kan kleiner van volume zijn dan gebruikelijk. Ook kan de witte stof een meer witte kleur hebben dan gebruikelijk.

Stofwisselingsonderzoek
Kinderen met een ontwikkelingsachterstand krijgen vaak stofwisselingsonderzoek van bloed en urine om te kijken of er sprake is van een stofwisselingsziekte die verklarend is voor de ontwikkelingsachterstand. Bij kinderen met het MRD18- syndroom worden hierbij geen bijzonderheden gezien.

Oogarts
De oogarts kan beoordelen of er aanwijzingen zijn voor problemen met zien. Bij een deel van de kinderen is de oogzenuw onderontwikkeld (opticushypoplasie).

Hoe wordt het MRD18-syndroom behandeld?
Geen genezing
Er is geen behandeling die het MRD18-syndroom kan genezen. De behandeling is er op gericht om het kind en ouders zo goed mogelijk mee te leren om gaan met de gevolgen die dit syndroom heeft en de ontwikkeling van het kind zo goed mogelijk te stimuleren.

Problemen met zien
Afplakken van een oog bij kinderen die scheelzien kan helpen te voorkomen dat een lui oog zal ontstaan. Een deel van de kinderen heeft een bril met plus glazen nodig om goed te kunnen zien.

Fysiotherapie
Een fysiotherapeut kan ouders tips en adviezen geven hoe ze hun kindje zo goed mogelijk kunnen stimuleren om er voor te zorgen dat de ontwikkeling zo optimaal als mogelijk verloopt.

Logopedie
Een logopediste kan tips en adviezen geven indien er problemen zijn met zuigen, drinken, kauwen of slikken. Jonge kinderen kunnen baat hebben bij een special-need speen die drinken gemakkelijker maakt. Ook kan de logopediste helpen om de spraakontwikkeling zo goed mogelijk te stimuleren. Praten kan ook ondersteund worden door middel van gebaren of pictogrammen. Op die manier kunnen kinderen zich leren uitdrukken, ook als kinderen (nog) geen woorden kunnen gebruiken.

Ergotherapie
Een ergotherapeut kan tips en adviezen geven hoe de verzorging en de dagelijks activiteiten van een kind zo soepel mogelijk kunnen verlopen. Ook kan de ergotherapeut advies geven over materialen die de ontwikkeling van een kind kunnen stimuleren.

Revalidatiearts
Een revalidatiearts coördineert de verschillende therapieën en adviseert ook over hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld een aangepaste buggy, een rolstoel, steunzolen of aangepaste schoenen.
Ook is het mogelijk via een revalidatie centrum naar een aangepaste peutergroep te gaan en daar ook therapie te krijgen en later op dezelfde manier onderwijs te gaan volgen.

School
De meeste kinderen met het MRD18 syndroom hebben problemen met leren. Een deel van de kinderen kan regulier onderwijs volgen, al dan niet met extra begeleiding. De meeste kinderen gaan naar speciaal onderwijs van cluster 2,3 of 4 omdat zij daar in kleinere klassen zitten en meer hulp en ook therapie kunnen krijgen.

Kinder- en jeugdpsychiater
Een kinder- en jeugdpsychiater kan advies geven hoe om te gaan met gedragsproblemen zoals ADHD. Soms is het nodig om gedragsregulerende medicatie zoals methylfenidaat voor ADHD te geven. Per kind moeten de eventuele voordelen van het gebruik van deze medicijnen worden afgewogen tegen de nadelen ervan.

Behandeling slaapproblemen
Een vast slaapritueel en een vast slaappatroon kunnen kinderen helpen om beter te kunnen slapen. Het medicijn melatonine kan helpen om beter in slaap te kunnen vallen. Er bestaan ook vormen van melatonine met vertraagde afgifte die ook kunnen helpen om weer in slaap te vallen wanneer kinderen in de nacht wakker worden. Slaapmiddelen worden liever niet gegeven aan kinderen omdat kinderen hier aangewend raken en niet meer zonder deze medicatie kunnen.

Reflux
Reflux kan er ook voor zorgen dat kinderen slecht eten. Door de voeding in te dikken met johannesbroodpitmeel kan de voeding minder gemakkelijk terug stromen van de maag naar de slokdarm. Ook zijn er medicijnen die de maaginhoud minder zuur kunnen maken waardoor de slokdarm minder geprikkeld wordt bij terugstromen van de maaginhoud. Medicijnen die hiervoor gebruikt worden zijn ranitidine, omeprazol of esomeprazol. Indien dit allemaal niet voldoende is, kan een operatie nodig zijn waarbij de overgang van de slokdarm naar de maag nauwer wordt gemaakt, waardoor de voeding ook minder gemakkelijk terug kan stromen. Dit wordt een Nissen-operatie genoemd.

Kwijlen
Kwijlen kan verminderen door kinderen er bewust van te maken dat ze hun speeksel moeten doorslikken. Ook kunnen oefeningen waarbij geoefend wordt om de mond te sluiten helpen. Er bestaan moderne halsdoekjes die kwijl kunnen opvangen, zodat de kleding niet vies en nat wordt.
Er bestaan medicijnen die het kwijlen minder kunnen maken. Het meest gebruikte medicijn hierdoor is glycopyrrhonium. Soms kan een behandeling van de speekselklieren door middel van botox of door middel van een operatie nodig zijn om er voor zorgen dat kinderen minder kwijlen. Per kind zullen de voor- en nadelen van elke behandeling moeten worden afgewogen.

Verstopping van de darmen
Het medicijn macrogol kan er voor zorgen dat de ontlasting soepel en zacht blijft en stimuleert de darmwand om actief te blijven. Hierdoor kunnen kinderen gemakkelijker hun ontlasting kwijt. Verder blijft het belangrijk om te zorgen dat kinderen voldoende vocht en vezels binnen krijgen en zo veel als kan bewegen. Soms zijn zetpillen nodig om de ontlasting op gang te krijgen.

Begeleiding
Een maatschappelijk werkende of psycholoog kan begeleiding geven hoe het hebben van deze aandoening een plaatsje kan krijgen in het dagelijks leven. Het kost vaak tijd voor ouders om te verwerken dat de toekomstverwachtingen van hun kind er anders uit zien dan waarschijnlijk verwacht was.

Contact met andere ouders
Door middel van een oproepje op het forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere kinderen en hun ouders/verzorgers die ook te maken hebben met het MRD18-syndroom.

Wat is de prognose van het MRD18-syndroom?
Blijvende problemen
Kinderen die een ontwikkelingsachterstand hebben als gevolg van het MRD18-syndroom, gaan in hun eigen tempo vooruit in hun ontwikkeling. Een deel van de volwassenen kan zelfstandig functioneren. Een ander deel van de volwassenen heeft in meer of mindere mate de hulp van anderen nodig hebben om te kunnen functioneren in het dagelijks leven.

Volwassenen
Er is nog maar weinig bekend over volwassenen met het MRD18-syndroom. Het valt dus lastig aan te geven wat het hebben van het MRD18 syndroom voor de toekomst betekent.

Levensverwachting
Er zijn geen redenen om aan te nemen dat de levensverwachting van kinderen met het MRD18-syndroom anders is dan deze van kinderen zonder dit syndroom.

Kinderen
Volwassenen met het MRD18-syndroom kunnen kinderen krijgen. Het is niet bekend of het hebben van dit syndroom van invloed is op de vruchtbaarheid. Deze kinderen hebben zelf 50% kans om zelf ook het MRD18-syndroom te krijgen. Of deze kinderen evenveel, meer of minder klachten zullen hebben als de ouder valt van te voren niet te voorspellen.

Hebben broertjes en zusjes ook een verhoogde kans om ook het MRD18-syndroom te krijgen?
Het MRD18-syndroom wordt veroorzaakt door een fout in het erfelijke materiaal van het 1e chromosoom. Vaak is dit foutje bij het kind zelf ontstaan en niet overgeërfd van een van de ouders. Broertjes en zusjes hebben daarom een nauwelijks verhoogde kans om zelf ook het MRD18 syndroom te krijgen. Dit zou alleen kunnen indien een van de ouders het foutje in een eicel of zaadcel heeft zitten zonder dat dit foutje ergens anders in de lichaamscellen voorkomt. Dit wordt ouderlijk mocaïsisme genoemd. De kans hierop is heel klein, ongeveer 1-2%.

Wanneer een van de ouders zelf het MRD18-syndroom heeft, dan hebben broertjes en zusjes 50% kans om ook zelf dit syndroom te krijgen. Broertjes en zusjes kunnen dezelfde klachten krijgen, maar ook andere klachten. Zij kunnen evenveel, meer of minder klachten hebben. Dat valt van te voren niet goed te voorspellen.
Een klinisch geneticus kan hier meer informatie over geven.

Prenatale diagnostiek
Het is mogelijk om tijdens een volgende zwangerschap prenatale diagnostiek te verrichten in de vorm van een vlokkentest in de 12e zwangerschapsweek of een vruchtwaterpunctie in de 16e zwangerschapsweek. Zo kan gekeken worden of dit kindje ook het MRD56-syndroom heeft. Beide ingrepen hebben een klein risico op het ontstaan van een miskraam (0,5% bij de vlokkentest en 0,3% bij de vruchtwaterpunctie). Meer informatie over prenatale diagnostiek kunt u vinden op de website: www.npdn.nl.

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

Wilt u ook uw verhaal kwijt, dat kan: verhalen kunnen gemaild worden via info@kinderneurologie.eu en zullen daarna zo spoedig mogelijk op de site worden geplaatst. Voor meer informatie zie hier.

Heeft u foto's die bepaalde kenmerken van deze aandoening duidelijk maken en die hier op de website mogen worden geplaatst, dan vernemen wij dit graag.

Referenties
1. Intellectual disability due to monoallelic variant in GATAD2B and mosaicism in unaffected parent. Rabin R, Millan F, Cabrera-Luque J, Pappas J. Am J Med Genet A. 2018;176:2907-2910
2. GATAD2B loss-of-function mutations cause a recognisable syndrome with intellectual disability and are associated with learning deficits and synaptic undergrowth in Drosophila. Willemsen MH, Nijhof B, Fenckova M, Nillesen WM, Bongers EM, Castells-Nobau A, Asztalos L, Viragh E, van Bon BW, Tezel E, Veltman JA, Brunner HG, de Vries BB, de Ligt J, Yntema HG, van Bokhoven H, Isidor B, Le Caignec C, Lorino E, Asztalos Z, Koolen DA, Vissers LE, Schenck A, Kleefstra T. J Med Genet. 2013;50:507-14
3. Diagnostic exome sequencing in persons with severe intellectual disability. de Ligt J, Willemsen MH, van Bon BW, Kleefstra T, Yntema HG, Kroes T, Vulto-van Silfhout AT, Koolen DA, de Vries P, Gilissen C, del Rosario M, Hoischen A, Scheffer H, de Vries BB, Brunner HG, Veltman JA, Vissers LE. N Engl J Med. 2012;367:1921-9

Laatst bijgewerkt: 28 mei 2019

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.