A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Een liesbreuk bij kinderen

 

Wat is een liesbreuk?
Een liesbreuk is een opening in de buikwand in het liesgebied waardoor delen van de inhoud van de buikholte naar buiten de buikholte kunnen bewegen en een zwelling in de lies veroorzaken.

Hoe wordt een liesbreuk ook wel genoemd?
De liesbreuk zit op de plaats van het liesgebied. Het woord breuk verwijst naar de opening in de buikwand.

Hernia inguinalis
Het medische woord voor liesbreuk is hernia inguinalis. Hernia is het medische woord voor een breuk, inguinalis verwijst naar het liesgebied.

Laterale liesbreuk
Bij kinderen is er eigenlijk altijd sprake van een zogenaamde laterale liesbreuk. Een liesbreuk die meer in de richting van de flank ligt dan een mediale liesbreuk, die meer in de richting van het midden van het lichaam ligt en vaker bij volwassenen voorkomt.

Indirecte liesbreuk
In plaats van laterale liesbreuk wordt ook gesproken van een indirecte liesbreuk. De mediale hernia die vaker bij volwassenen voorkomt wordt een direct liesbreuk genoemd.

Aangeboren liesbreuk
Een liesbreuk bij kinderen wordt ook wel een aangeboren liesbreuk genoemd, kinderen worden al geboren met deze liesbreuk, hoewel het enige tijd kan duren voordat duidelijk is dat er sprake is van een liesbreuk. Een ander woord voor aangeboren liesbreuk is congenitale liesbreuk. Een liesbreuk bij volwassenen is meestal een verworven liesbreuk, een liesbreuk die op latere leeftijd ontstaat. Een verworven liesbreuk komt op de kinderleeftijd zelden voor.

Hoe vaak een liesbreuk voor bij kinderen?
Een liesbreuk komt regelmatig voor bij kinderen. Geschat wordt dat bij één op de 25-125 kinderen sprake is van een liesbreuk. Een liesbreuk in de rechterlies komt vaker voor dan in de linkerlies. Bij een op de tien kinderen met een liesbreuk is er sprake van een liesbreuk zowel rechts als links in de lies.

Bij wie komt een liesbreuk voor?
Een liesbreuk bij kinderen is voor de geboorte aanwezig. Er bestaat ook een vorm van een liesbreuk die pas op latere leeftijd (pubers of volwassenen) ontstaat, een verworven liesbreuk, deze vorm wordt niet in deze folder besproken.
Kinderen die te vroeg geboren zijn of een laag geboorte gewicht hebben een grotere kans om een liesbreuk te hebben.
Een liesbreuk komt tien keer vaker bij jongens dan bij meisjes voor.

Wat is de oorzaak van het ontstaan van een liesbreuk?
Normaal voor de geboorte
Alle kinderen hebben voor de geboorte een uitstulping van het buikvlies in de lies die naar de balzak of naar de schaamlippen toe loopt. Door deze uitstulping dalen bij jongens de zaadbal, de zaadleider en bloedvaten van de buikholte af naar de balzak toe. Bij meisjes loopt door deze uitstulping een bindweefselstreng naar de schaamlippen toe (ligamentum teres uteri). Deze uitstulping wordt de processus vaginalis peritonei genoemd.

Sluiten
Bij de meeste kinderen sluit deze uitstulping van het buikvlies vanzelf doordat de vliezen aan beide kanten van de uitstulping met elkaar vergroeien en er geen opening verbinding meer is tussen de buikholte en de balzak of de schaamlippen. Bij een deel van de kinderen sluit deze uitstulping zich niet spontaan waardoor er wel een verbinding blijft bestaan tussen de buikholte en de balzak of schaamlippen. Omdat de uitstulping bij jongens groter is dan meisjes, omdat er grotere onderdelen van de buikwand naar de balzak moeten verplaatsen, is de kans op het niet goed sluiten van deze uitstulping bij jongens groter dan meisjes.

Opening in de buikwand
Door de opening in de buikwand (de breukpoort genoemd) kan het buikvlies en het vetschort (omentum) naar buiten toe komen. Daarnaast kunnen ook andere onderdelen van de buikwand, zoals de darmen, de eierstokken, de eileiders en zelden de baarmoeder naar buiten toe komen door de breukpoort. Deze uitpuilende delen veroorzaken de zwelling in de lies.

Beknelling
De kans dat de darmen voor de liesbreuk naar buiten komen en daarna niet meer terug in de buik kunnen komen en afgekneld raken is bij een liesbreuk bij kinderen groot. Dit komt omdat het lieskanaal bij kinderen heel kort is en een recht verloop heeft. Vaak is de breukpoort klein, waardoor organen die een keer naar buiten de buikholte bewogen hebben, niet vanzelf weer in de buikholte terug kunnen glijden. Door deze beknelling kunnen bijvoorbeeld de darmen of de zaadballen onvoldoende bloedtoevoer krijgen en daardoor beschadigd raken. Kinderen die te vroeg geboren zijn en kinderen met een verhoogde druk in de buikholte bijvoorbeeld door een VP-drain hebben een verhoogde kans op het krijgen van een beknelde liesbreuk. Jonge kinderen hebben een grotere kans op het ontstaan van een beknelling dan oudere kinderen.

Welke klachten heeft een kind als gevolg van het hebben van een liesbreuk?
Zwelling ter plaatse van de lies
De liesbreuk is zichtbaar als een zwelling in de lies. De grootte van de zwelling kan variëren van één tot meerdere centimeters. De zwelling voelt zacht aan. De zwelling kan huidkleurig zijn, maar ook rood of blauwig verkleurd zijn. De zwelling is vaak groter tijdens staan en kan verdwijnen bij liggen.

Toename bij huilen, lachen of persen
Huilen, lachen of persen kan zorgen voor toename van de druk in de buik waardoor de zwelling groter wordt. Wanneer kinderen niet meer huilen, lachen of persen, kan de zwelling weer kleiner worden.

Pijnklachten
Een deel van de kinderen heeft last van pijn, een brandend jeukend of een zwaar gevoel in de lies. Jonge kinderen kunnen gaan huilen als gevolg van deze pijnklachten.

Beknelling van de liesbreuk
Beknelling zorgt voor hevige buikpijnklachten, vaak in combinatie met misselijkheid en spugen. Vaak ziet de liesbreuk er rood verkleurd en gespannen uit. Verdenking op beknelling is een reden om snel contact met een arts te zoeken die kan beoordelen of er sprake is van een beknelling. Bij een op de zeven kinderen met een liesbreuk ontstaat een beknelde liesbreuk. Bij pasgeboren is de kans nog veel groter, daarbij ontstaat bij een op de drie pasgeborenen een beknelde liesbreuk.

Hoe wordt de diagnose liesbreuk gesteld?
Verhaal en onderzoek
Op grond van het verhaal van een de aanwezigheid van een zwelling in de lies die zacht aan voelt en toeneemt in grootte bij huilen, lachen of persen kan de diagnose liesbreuk worden gesteld. Er is meestal geen ander onderzoek nodig om deze diagnose te stellen, tenzij er twijfel bestaat over de diagnose. Andere aandoeningen die een zwelling in de lies kunnen geven zijn een hydrocele (waterbreuk), niet scrotale testis, torsio testis,cyste van Nuck, lymfadenopathie, abces of ideopatisch scrotaal oedeem.

Foto
Wanneer de liesbreuk wisselend aanwezig is, bestaat er een kans dat deze niet zichtbaar is tijdens het lichamelijk onderzoek. De ouders kunnen thuis een foto maken van de zwelling, die behulpzaam kan zijn bij het stellen van de diagnose. Een filmpje kan ook behulpzaam zijn waarbij het kind tijdens het filmpje op de hand blaast of moet lachen waardoor de druk in de buik omhoog gaat en de liesbreuk beter zichtbaar wordt.

ECHO
Wanneer er twijfels bestaan of er sprake is van een liesbreuk of een andere aandoening, dan kan met behulp van ECHO-onderzoek bekeken worden of er sprake is van een liesbreuk en niet van een andere aandoening zoals bijvoorbeeld een torsio testis. Het is belangrijk om te bedenken dat de ECHO fout positief kan zij (bij een op de zeven kinderen) of fout negatief kan zijn (bij een op de twintig kinderen). Het is zelden nodig om een ECHO te maken.

Hoe wordt een liesbreuk behandeld?
Reponeren
De kinderchirurg zal proberen de inhoud van de buikholte die door de breukpoort naar buiten toe komt, weer in de buikholte terug te brengen door er zacht druk op uit te oefenen. Vaak is het nodig om kinderen hiervoor pijnstilling te geven. Wanneer het lukt om de liesbreuk zo weer te laten verdwijnen (dit wordt reponeren genoemd), wordt daarna een operatie ingepland om de liesbreuk te verwijderen (bij een beknelde liesbreuk tussen 2 en 7 dagen na het reponeren, bij een niet beknelde liesbreuk binnen enkele weken). Wanneer het niet lukt om de liesbreuk weer te laten verdwijnen, kan een spoedoperatie nodig zijn.

Operatie
Bij kinderen met een liesbreuk wordt de liesbreuk altijd weggehaald door de kinderchirurg door middel van een operatie. Dit omdat er bij een afwachtend beleid een verhoogde kans bestaat op een beknelde liesbreuk met risico op verschillende complicaties. Er bestaan verschillende operatie technieken: een open techniek waarbij een sneetje in de lies wordt gemaakt en een operatie door middel van een kuikbuis (laparoscopie). De kinderchirurg zal bepalen welke operatietechniek het meest geschikt is voor dit kind. Tijdens de operatie wordt de inhoud van de liesbreuk terug geplaatst in de buik en wordt de opening in de buikwand gesloten. Bij kinderen is het niet nodig om een matje te gebruiken om de opening dicht te maken zoals bij volwassenen wel vaak het geval is.
De operatie heeft een klein risico op het ontstaan van een wondinfectie, nabloeding, zwelling van de balzak, een waterbreuk of een tijdelijke stilstand van de darmfunctie (ileus).
Er loopt onderzoek om te kijken of het zinvol is tijdens een operatie van een liesbreuk naar de andere lies te kijken of daar ook sprake is van een liesbreuk en deze meteen ook te behandelen. Dit is namelijk bij een op de tien kinderen het geval. Bij negen op de tien kinderen zou dit echter een extra ingreep betekenen zonder dat dit nodig is. Daarom loopt er onderzoek om na te gaan of dit zinvol is.

Contact met andere ouders
Door het plaatsen van een oproep op het forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere kinderen en hun ouders die een liesbreuk hebben (gehad).  

Wat betekent het hebben van een liesbreuk voor de toekomst?
Geen klachten
De meeste kinderen hebben na een operatie aan de liesbreuk en de periode van herstel hiervan, geen klachten meer als gevolg van het hebben van de liesbreuk.

Nieuwe liesbreuk
Er bestaat een kleine kans (ongeveer 1,5%) dat er opnieuw een liesbreuk ontstaat aan de kant waar de operatie heeft plaats gevonden. Dit wordt een reciedief genoemd. De meeste recidieven ontstaan in het eerste jaar na de operatie. Bij een op de tien kinderen (vooral wanneer het kind < 6 maanden is bij ontdekken van de liesbreuk) is er sprake van een tweede liesbreuk aan de andere kant dan waar de operatie heeft plaats gevonden.

Restklachten
Een deel van de kinderen, vooral kinderen met een beknelde liesbreuk, houdt restklachten over als gevolg van de liesbreuk. De zaadballen kunnen klein en onderontwikkeld blijven bij jongens, wat gevolgen kan hebben voor de vruchtbaarheid. Ook kunnen de zaadballen uit de balzak omhoog bewegen en daar blijven liggen (ascencus testis). Bij meisjes bestaat een kans op beschadiging van de eierstokken wat ook van invloed kan zijn op de vruchtbaarheid. Een stuk darm kan beschadigd raken door beknelling en daardoor met een operatie verwijderd moeten worden.

Levensverwachting
Kinderen met een liesbreuk hebben een normale levensverwachting net als kinderen zonder liesbreuk. Heel zelden kan een beknelde liesbreuk zorgen voor het ontstaan van levensbedreigende problemen.

Kinderen krijgen
Schade aan de zaadballen of eierstokken als gevolg van een (beklemde) liesbreuk kan van invloed zijn op de vruchtbaarheid. Kinderen van een volwassene met een liesbreuk hebben geen duidelijk verhoogde kans om zelf ook een liesbreuk te krijgen.

Hebben broertjes en zusjes een vergrote kans om een liesbreuk te krijgen?
Het is niet duidelijk of erfelijke factoren een rol spelen bij de kans op het ontwikkelen van een liesbreuk. In het algemeen hebben broertjes en zusjes geen duidelijk verhoogde kans op het krijgen van een liesbreuk.  

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

Wilt u ook uw verhaal kwijt, dat kan: verhalen kunnen gemaild worden via info@kinderneurologie.eu en zullen daarna zo spoedig mogelijk op de site worden geplaatst. Voor meer informatie zie hier.

Referenties
1. Richtlijn liesbreuk bij kinderen Utrecht: Nederlandse vereniging voor heelkunde 2019
2. Current concepts in the management of inguinal hernia and hydrocele in pediatric patients in laparoscopic era. Esposito C, Escolino M, Turrà F, Roberti A, Cerulo M, Farina A, Caiazzo S, Cortese G, Servillo G, Settimi A. Semin Pediatr Surg. 2016;25:232-40
3. Hernia recurrence following inguinal hernia repair in children. Taylor K, Sonderman KA, Wolf LL, Jiang W, Armstrong LB, Koehlmoos TP, Weil BR, Ricca RL Jr, Weldon CB, Haider AH, Rice-Townsend SE. J Pediatr Surg. 2018;53:2214-2218
4. Risk of incarceration in children with inguinal hernia: a systematic review. Olesen CS, Mortensen LQ, Öberg S, Rosenberg J. Hernia. 2019;23:245-254
5. Laparoscopic versus open inguinal hernia repair in children: which is the true gold-standard? A systematic review and meta-analysis. Kantor N, Travis N, Wayne C, Nasr A. Pediatr Surg Int. 2019;35:1013-1026

Laatst bijgewerkt: 16 augustus 2021

Auteur: JH Schieving

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.