A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Argininesuccinaat lyase deficiëntie

 

Wat is argininesuccinaat lyase deficiëntie?
Argininesuccinaat lyase deficiëntie is een zeldzame aangeboren stofwisselingsziekte waarbij het lichaam het stofje ammoniak niet kan opruimen, waardoor er in het lichaam een overmaat aan ammoniak is, wat schadelijk is voor verschillende organen in het lichaam.

Hoe wordt argininesuccinaat lyase deficiëntie ook wel genoemd?
De term deficiëntie geeft aan dat kinderen een tekort hebben aan een bepaalde stof in het lichaam. Kinderen met argininesuccinaat lyase deficiëntie hebben een tekort aan het stofje argininesuccinaat lyase. Argininesuccinaat lyase deficiëntie wordt ook wel afgekort met de letters ASLD. Ook wordt de term ASL deficientie gebruikt.
Soms wordt in plaats van succinaat lyase gesproken van succinase.

Argininosuccinaat acidurie
Ook wordt de term argininosuccinaat acidurie gebruikt. Acidurie geeft aan dat de urine een te hoge zuurgraad heeft als gevolg van een te veel aan argininosuccinaat.

Twee types
Er wordt onderscheid gemaakt in twee types argininesuccinaat lyase deficiëntie: een early onset type en een late onset type. Bij het early onset type krijgen kinderen kort na de geboorte al klachten, bij het late onset type pas op latere leeftijd.

Ureumcyclus stoornis
Argininesuccinaat lyase deficiëntie is een stofwisselingsziekte waarbij de zogenaamde ureumcyclus in het lichaam niet goed verloopt. Deze groep aandoeningen wordt ureumcylcus stoornis genoemd. Andere aandoening die ook onder deze groep aandoeningen vallen zijn: OTC deficientie, carbamyl fosfaat synthetase deficiëntie, argininosuccinaatsynthethase deficiëntie (citrullinemie) en arginase deficientie.

Hoe vaak komt argininesuccinaat lyase deficiëntie voor bij kinderen?
Argininesuccinaat lyase deficiëntie is een zeldzame aandoening. Het is niet bekend hoe vaak deze aandoening voorkomt bij kinderen. Geschat wordt dat deze aandoening bij één op de 150.000 pasgeboren kinderen voor komt.

Bij wie komt argininesuccinaat lyase deficiëntie voor?
Argininesuccinaat lyase deficiëntie is al voor de geboorte aanwezig. Bij een groot deel van de kinderen ontstaan de eerste klachten al in de eerste levensweek. Bij een ander deel van de kinderen ontstaan de eerste klachten pas op latere leeftijd. Kinderen die op latere leeftijd de eerste klachten hebben, hebben meestal een milder verlopend ziektebeeld dan kinderen die al kort na de geboorte hun eerste klachten krijgen.
Zowel jongens als meisjes kunnen deze aandoening krijgen.

Wat is de oorzaak van argininesuccinaat lyase deficiëntie?
Fout in erfelijk materiaal
Argininesuccinaat lyase deficiëntie wordt veroorzaakt door een fout in het erfelijk materiaal, ook wel DNA genoemd. Het gaat om een foutje op het 7e chromosoom op een plaats die het ASL-gen wordt genoemd.

Autosomaal recessief
Argininesuccinaat lyase deficiëntie is een zogenaamd autosomaal recessieve ziekte. Dit houdt in dat kinderen twee fouten moeten hebben op beide chromosomen 7 in het ASL-gen om argininesuccinaat lyase deficiëntie te krijgen. Dit in tegenstelling tot een autosomaal dominante aandoening waarbij een fout op één van de twee chromosomen al voldoende is om de ziekte te krijgen.

Ouders drager
Vaak zijn ouders drager van een fout in het erfelijk materiaal op één chromosoom. Zij hebben zelf geen klachten omdat ze nog een ander chromosoom hebben zonder fout. Wanneer een kind van beide ouders het chromosoom met de fout krijgt zal het kind argininesuccinaat lyase deficiëntie krijgen. Argininesuccinaat lyase deficiëntie komt vaker voor bij ouders die (in de verte) familie van elkaar zijn.

Afwijkend eiwit
Door het foutje in het erfelijk materiaal wordt een bepaald eiwit, argininesuccinaat lyase, niet goed aangemaakt. Dit eiwit is een belangrijke stap in de ureumcyclus: een aantal stappen waarbij ammoniak afkomstig bij het afbreken van eiwitten uit het bloed verwijderd wordt. Het zorgt voor het omzetten van argininesuccinaat naar arginine en fumaraat.

Verstoorde ureumcyclus
Door het ontbreken van voldoende argininesuccinaat lyase kan de ureumcyclus niet goed verlopen. De ureumcyclus is bedoeld om ammoniak (NH4+) in een aantal stappen om te zetten in het niet schadelijke ureum, wat door de nieren uitgeplast kan worden. Door het ontbreken van arininesuccinaatlyase kan deze cyclus niet normaal verlopen en ammoniak niet omgezet worden in ureum. Hierdoor krijgen kinderen met argininesuccinaat lyase deficiëntie te veel ammoniak in het bloed. De hersenen kunnen niet goed tegen deze verhoogde hoeveelheid ammoniak waardoor de symptomen die horen bij deze aandoening ontstaan.

Hoeveelheid werkzaam enzym
De ernst van het ziektebeeld hangt sterk samen met de hoeveelheid werkzaam enzym dat nog aanwezig is. Wanneer er helemaal geen werkzaam enzym meer aanwezig is, dan zal een ernstig ziektebeeld ontstaan, waarbij kinderen kort na de geboorte al klachten krijgen. Voor de geboorte hebben kinderen met een argininesuccinaat lyase deficiëntie meestal geen overmaat aan ammoniak in hun bloed. Dit komt omdat de moeder via de placenta zorgt voor afbraak van ammoniak. Na de geboorte moeten de kinderen zelf zorgen dat het ammoniak wordt afgebroken en opgeruimd. Kinderen met een argininesuccinaat lyase deficiëntie kunnen dit niet. Daarom wordt het ammoniak gehalte in het bloed steeds hoger en zullen steeds meer klachten ontstaan.
Kinderen die nog een beetje werkzaam enzym hebben, zullen vaak pas op latere leeftijd klachten krijgen. Sommige kinderen hebben dusdanig veel werkzaam enzym dat zij pas op volwassen leeftijd de eerste klachten krijgen.

Eiwitten
Ammoniak komt vrij bij de afbraak van eiwitten in het lichaam. Elke dag worden eiwitten die beschadigd zijn geraakt afgebroken en opgeruimd.
Tijdens periodes van ziekte, koorts, een operatie, een ongeval of periode met veel stress worden er nog meer eiwitten afgebroken dan gebruikelijk. Dit maakt dat kinderen met argininesuccinaat lyase deficiëntie op deze momenten vaak meer klachten hebben of in de problemen komen.
Ook krijgen kinderen klachten wanneer zij te veel eiwitten binnen krijgen via het eten. Vooral produkten zoals vlees, eieren en peulvruchten bevatten veel eiwitten.
Wanneer kinderen onvoldoende eten, gaat het lichaam lichaamseigen eiwitten afbreken. Dit kan ook zorgen voor verhoogde waardes van ammoniak.

Tekort aan arginine
Naast het verhoogde ammoniak, kunnen kinderen met een argininesuccinaat lyase deficiëntie ook klachten krijgen omdat zij een tekort hebben aan het stofje arginine.

Te veel aan argininebarnsteenzuur
Omdat het lichaam argininesuccinaat niet om kan zetten in arginine, ontstaat er een overmaat aan argininesuccinaat. Dit wordt door het lichaam omgezet in argininebarnsteenzuur. Ook hierdoor kunnen klachten ontstaan.

Wat zijn de symptomen van argininesuccinaat lyase deficiëntie?
Variatie
Er zit variatie in de hoeveelheid en in de ernst van de symptomen die verschillende kinderen met argininesuccinaat lyase deficiëntie hebben. Dit hangt samen met de hoeveelheid nog werkend enzym. Kinderen die nauwelijks nog werkend enzym hebben, zullen meer klachten hebben en sneller last van klachten hebben dan kinderen die nog een redelijke hoeveelheid werkend enzym hebben.

Sufheid
Als gevolg van het verhoogde ammoniak gehalte in het bloed worden baby's in de eerste uren en dagen na de geboorte steeds slomer en slaperiger. Ze huilen op een geprikkelde manier of huilen niet meer. Kinderen worden niet meer wakkeer omdat ze dorst hebben en willen gaan drinken. Geleidelijk aan worden de kinderen steeds moeilijker wekbaar, totdat ze op een gegeven moment niet meer wekbaar zijn en in coma raken. Wanneer nog steeds geen behandeling wordt gegeven, kunnen kinderen komen te overlijden.
Wanneer kinderen deze eerste periode overleven, kunnen ze tijdens periodes van ziek zijn, opnieuw minder alert worden en in coma raken. Oudere kinderen raakt juist geprikkeld en verward als voorbode voordat ze minder alert worden.

Snelle ademhaling
Kinderen met een verhoogd ammoniak gehalte in het bloed ademen vaak snel en zwaar. Dit wordt hyperventilatie genoemd. Wanneer het ammoniak gehalte ernstig verhoogd is, kunnen kinderen ook lange adempauzes krijgen. Dit worden apneu's genoemd. Deze apneu's kunnen levensbedreigend worden.

Lage spierspanning
Als gevolg van de verhoogde ammoniakwaarde in het bloed kunnen kinderen een lage spierspanning hebben. De gewrichten kunnen gemakkelijk overstrekt worden. Kinderen moeten goed ondersteund worden wanneer ze opgetild worden.

Lage lichaamstemperatuur
Kinderen met een argininesuccinaat lyase deficiëntie hebben moeite met het regelen van hun lichaamstemperatuur. Vaak hebben zij last van ondertemperatuur.

Toename klachten bij ziekte en koorts
Kinderen met argininesuccinaat lyase deficiëntie hebben vaak toename van klachten tijdens ziek zijn en/of het hebben van koorts. Tijdens ziek zijn en koorts kunnen zij opnieuw last krijgen van verminderde alertheid, snelle ademhaling, lage spierspanning en een lage lichaamstemperatuur.

Ontwikkelingsachterstand
De periodes met verhoogde ammoniakwaardes kunnen blijvende schade veroorzaaken aan de hersenen. Deze blijvende schade kan er voor zorgen dat kinderen zich minder goed kunnen ontwikkelen dan kinderen zonder deze aandoening. Dit kan zijn op het gebied van bewegen, het kunnen naneken en kunnen leren en/of het kunnen aanvoelen en begrijpen van emoties.
Vaak ontstaat deze hersenschade al kort na de geboorte wanneer meestal nog niet duidelijk is dat er sprake is van deze aandoening. Nieuwe hersenschade kan ook ontstaan wanneer er nieuwe periodes volgen met verhoogde ammoniak waardes. Hoe hoger de ammoniakwaardes en hoe langer deze periodes met verhoogde ammoniakwaardes voorkomen, hoe ernstige de hersenschade en hoe ernstiger de ontwikkelingsachterstand.

Epilepsie
Tijdens periodes met verhoogde ammoniakwaardes of als gevolg van de schade aan de hersenen zelf, kunnen kinderen last krijgen van epilepsie aanvallen. Verschillende soorten aanvallen kunnen voorkomen, zoals aanvallen met verstijven (tonische aanvallen), aanvallen met schokken (clonische aanvallen) of aanvallen met staren (focale aanvallen met verlaagd bewustzijn).

Spasticiteit
Schade aan de hersenen kan zorgen voor een verhoogde spierspanning in de benen en/of armen. Een te hoge spierspanning wordt spasticiteit genoemd. Door deze verhoogde spierspanning is het moeilijker de benen en de armen te bewegen. Spasticiteit kan maken dat kinderen de neiging krijgen op hun tenen te lopen en de benen voor elkaar langs te kruizen. Dit maakt lopen en bewegen moeilijk.

Problemen met het evenwicht
Schade aan de hersenen kan ook zorgen voor problemen met het evenwicht. Kinderen moeten meer moeite doen om hun evenwicht te bewaren en vallen gemakkelijker om. Door hun voeten verder uit elkaar te zetten, proberen kinderen te zorgen dat ze minder gemakkelijk vallen. Dit wordt een breedbasisch looppatroon genoemd.

Trillen
Schade aan de hersenen kan ook zorgen voor het ontstaan van trillen van de handen. Dit trillen is vooral erg wanneer kinderen iets willen pakken.

Psychose
Oudere kinderen kunnen als gevolg van de hersenschade een psychose ontwikkelen. Dit is een ziektebeeld waarbij kinderen stemmen horen of beelden zien die er in werkelijkheid niet zijn. Dit worden hallucinaties genoemd. Kinderen kunnen hier heel verward en angstig van worden.

Hoofdpijn
Kinderen met een milde vorm van argininesuccinaat lyase deficiëntie hebben vaak last van hoofdpijn wanneer zij een eiwitrijke maaltijd hebben gegeten. In vlees en peulvruchten zitten bijvoorbeeld veel eiwitten. Deze zorgen voor tijdelijke verhoging van de hoeveelheid ammoniak in het bloed en zorgt voor hoofdpijnklachten.

Misselijkheid en braken
Ook hebben kinderen met verhoogde ammoniakwaarden in het bloed vaak last van misselijkheid en daardoor een slechte eetlust. Toename van de ammoniak waardes kan zorgen dat kinderen moeten braken. Kinderen geven vaak aan dat ze geen eiwitrijk voedsel willen eten, jonge kinderen weigeren deze produkten omdat ze weten dat ze er zich ziek van zullen gaan voelen.

Achterblijven groei
Omdat kinderen met deze aandoening liever geen eiwitrijke produkten eten, maar eiwitten wel nodig zijn voor groei en ontwikkeling, kunnen kinderen met deze aandoening achterblijven in hun groei. Kinderen zijn kleiner dan hun leeftijdsgenoten. Ook zijn kinderen vaak licht van gewicht.

Longen
Als gevolg van te veel ammoniak in het bloed, kunnen de longen beschadigd raken. Soms krijgen kinderen last van het ophoesten van bloed als gevolg van deze longschade.

Lever
Te hoge ammoniak waardes kunen zorgen voor schade aan de lever. De lever kan hierdoor minder goed zijn werk doen. De lever kan vergroot raken waardoor kinderen een bolle buik krijgen. Ook kan de lever te veel vet en/of te veel bindweefsel gaan bevatten. Dit wordt levercirrose genoemd.

Nieren
Ook de nieren kunnen beschadigd raken. Hierdoor kunnen de nieren het bloed niet meer goed ontgiften, wat kan zorgen voor een toename van klachten.

Hoge bloeddruk
Kinderen met deze aandoening hebben een verhoogde kans om last te krijgen van een verhoogde bloeddruk.

Laag kaliumgehalte
Kinderen met deze aandoening hebben een verhoogde kans op het krijgen van een laag kaliumgehalte. Het gebruik van het medicijn phenylbutyraat kan hier ook aan bijdragen.

Haar
Kinderen met een argininesuccinaat lyase deficiëntie hebben vaak droog en dun haar wat gemakkelijk afbreekt. Op de hoofdhuid kunnen kale plekken zichtbaar worden.

Huid
Op bepaalde plaatsen op de huid kunnen donkere verkleuringen voorkomen.

Koude handen en voeten
Vaak hebben kinderen last van koude handen en voeten omdat deze minder goed doorbloed worden als gevolg van het hebben van deze ziekte.

Hoe wordt de diagnose argininesuccinaat lyase deficiëntie gesteld?
Verhaal en onderzoek
Op grond van het verhaal van een kort na de geboorte suffer wordende baby kan worden vermoed dat er sprake is van een stofwisselingsziekte. Er zal nader onderzoek moeten gebeuren om te achterhalen om welke stofwisselingsziekte het gaat.

Bloedonderzoek
Het bloed van kinderen met een argininesuccinaat lyase deficiëntie bevat een overmaat aan het stofje ammoniak. Bij kinderen met een milde vorm van argininesuccinaat lyase deficiëntie is het ammoniak alleen verhoogd na een eiwitrijke maaltijd, heftige inspanning of tijdens een koortsende ziekte en niet op andere momenten. Het is bij hen belangrijk om na inspanning de waarde van het ammoniak te meten.
De waardes van de leverenzymen ALAT en ASAT kunnen verhoogd zijn.

Stofwisselingsonderzoek
Wanneer gedacht wordt aan een stofwisselingsziekte zal vaak bloed en urine worden afgenomen om daarin naar waardes van verschillende stofjes te kijken. De waardes van citrulline en glutamine zijn vaak sterk verhoogd.
In de urine is de waarde van argininosuccinaat verhoogd en de waarde orootzuur.

DNA-onderzoek
Door middel van een buisje bloed is het mogelijk om het DNA te onderzoeken. In het DNA kan een foutje in het ASL-gen worden aangetoond waarmee de diagnose argininesuccinaat lyase deficiëntie bevestigd is.
Dankzij nieuwe genetische technieken zoals exome sequencing kan de diagnose ook gesteld worden zonder dat specifiek aan deze aandoening is gedacht.

MRI-scan
Wanneer er een MRI-scan van de hersenen gemaakt wordt, is daar vaak op te zien dat de hersenen gezwollen zijn. In een later stadium van de ziekte is vaak te zien dat de hersenen kleiner zijn geworden van volume en dat de hersenholtes groter zijn geworden qua volume.

EEG
Wanneer kinderen met argininesuccinaat lyase deficiëntie epileptische aanvallen krijgen zal vaak een EEG (hersenfilmpje) gemaakt worden. Op het EEG is bij kinderen met argininesuccinaat lyase deficiëntie vaak epileptische activiteit te zien. Het EEG-patroon is niet specifiek voor argininesuccinaat lyase deficiëntie maar kan bij meerdere ziektes gezien worden.

Oogarts
De oogarts ziet bij kinderen met een argininesuccinaat lyase deficiëntie vaak gezwollen oogzenuwen in het netvlies. Dit is het gevolg van verhoogde druk in het hoofd bij de hersenbeschadiging.

ECHO buik
Door middel van ECHO onderzoek van de buik kan beoordeeld worden of er sprake is van afwijkingen van de lever en/of de nieren.

Leverbiopt
Het is mogelijk om een klein stukje uit de lever te halen, om hierin aan te tonen dat het enzym argininesuccinaat lyase mist om hiermee de diagnose te bevestigen. Dit is een ingrijpende ingreep die alleen wordt verricht, wanneer het op een andere manier niet mogelijk is om de diagnose te stellen.

Hoe wordt argininesuccinaat lyase deficiëntie behandeld?
Snelle herkenning
Sneller herkenning van argininesuccinaat lyase deficiëntie is erg belangrijk om behandeling in te stellen en nieuwe schade te voorkomen.

Dieet
Kinderen met een argininesuccinaat lyase deficiëntie krijgen een speciaal dieet waarin weinig eiwitten zitten en juist meer koolhydraten en vetten. Ammoniak ontstaat namelijk bij de afbraak van bepaalde eiwitten. Op deze manier wordt geprobeerd om te voorkomen dat er te veel ammoniak wordt aangemaakt in het lichaam. Ook wordt gezorgd dat het dieet voldoende calorieen bevat om energie aan te maken, dit om te voorkomen dat het lichaam eigen eiwitten gaat afbreken.

Voedingspreparaat
Omdat het dieet weinig eiwitten bevat, krijgen kinderen een voedingspreparaat met daarin aminozuren, mineralen en vitamines die kinderen niet via de voeding binnen krijgen.

Diëtiste
Kinderen met een argininesuccinaat lyase deficiëntie worden nauw begeleid door een diëtiste die een voor hen op maat gemaakt dieet maakt. Er zal vaak en frequent overleg nodig zijn met de diëtiste omdat kinderen in de groei zijn en hun energiebehoeften voortdurend variëren. Er moet telkens voor gezorgd worden dat kinderen voldoende energie kunnen halen uit vetten en koolhydraten, zodat ze niet hun eigen spiereiwitten gaan afbreken waardoor er weer ammoniak ontstaat. Dit luistert erg nauw.

Niet te lang vasten
Kinderen met deze aandoening moeten regelmatig eten. Wanneer kinderen te weinig eten, gaat het lichaam eiwitten afbreken om daaruit energie te maken. Daarom mogen kinderen maximaal een aantal uren achtereen niet eten. Deze periode van niet eten wordt vasten genoemd.

Medicijnen
Het medicijn natriumbenzoaat bindt aan ammoniak en zorgt er voor dat het ammoniak op een ander manier in het lichaam afgebroken kan worden, zonder dat het enzym argininesuccinaat lyase hiervoor nodig is. Het is mogelijk dit medicijn in tabletvorm te geven om zo te helpen voorkomen dat de ammoniakwaarde in het bloed te hoog wordt. Mogelijk kunnen kinderen ook baat hebben bij een behandeling met creatine.

Behandelprotocol bij ziekte
Wanneer kinderen met een argininesuccinaat lyase deficiëntie ziek worden en minder gaan eten, moeten kinderen en ouders zich houden aan een op maat gemaakt behandelprotocol. In geval van ziek zijn, moet de hoeveelheid eiwitten in de voeding vaak verlaagd worden. Wanneer kinderen zieker worden of minder alert worden, zullen kinderen naar het ziekenhuis toe moeten. In het ziekenhuis wordt gekeken wat er met het kind aan de hand is en wordt gekeken naar de waarde van het ammoniak in het bloed. Bij een verhoogde waarde van ammoniak krijgen kinderen een infuus met glucose water en kalium. Daarnaast wordt een behandeling ingezet om het ammoniak in het bloed te verlagen in eerste instantie met medicijnen zoals natriumbenzoaat, natriumfenylacetaat, carglumaatzuur en/of arginine. Deze stofjes zorgen er voor dat het ammoniak op een ander manier in het lichaam afgebroken kan worden, zonder dat het enzym argininesuccinaat lyase hiervoor nodig is.Het medicijn natriumbicarbonaat kan gebruikt worden om de zuurgraad van het bloed weer te normaliseren.

Dialyse
Bij kinderen met een ernstig verhoogd ammoniak gehalte in het bloed, kan dialyse van het bloed helpen om het ammoniak gehalte in het bloed weer te verlagen.

Fysiotherapie
Een kinderfysiotherapeut kan kinderen helpen hoe zij zich zo goed mogelijk kunnen bewegen ondanks de problemen die zij met bewegen hebben. Ook kan de fysiotherapeut adviezen geven hoe kinderen zo comfortabel mogelijk kunnen zitten of liggen. Ook probeert de fysiotherapeut er voor te zorgen dat kinderen geen vergroeiing van hun gewrichten krijgen omdat ze zelf onvoldoende bewegen.

Ergotherapie
Een ergotherapeut kan tips en adviezen geven hoe de verzorging en de dagelijks activiteiten van een kind zo soepel mogelijk kunnen verlopen. Ook kan de ergotherapeut advies geven over materialen waarmee het kind kan spelen. Een ergotherapeut geeft vaak ook advies over de juiste rolstoel, een aangepast bed, een bedbox in de kamer of een zitstoel in huis zodat kinderen goed ondersteund kunnen zitten.

Logopedie
Een logopediste kan tips en adviezen geven indien er problemen zijn met zuigen, drinken, kauwen of slikken. Indikken van drinken kan soms ook helpen om verslikken in drinken te voorkomen, soms werkt het ook juist averechts. Ook is de houding waarin kinderen eten en drinken belangrijk om verslikken zo veel mogelijk te voorkomen.
Wanneer praten moeilijk wordt, kan communicatie ook ondersteund worden door middel van gebaren of pictogrammen. Op die manier kunnen kinderen zich leren uitdrukken zonder woorden te gebruiken. Sommige kinderen hebben baat bij een spraakcomputer.

Sondevoeding
Wanneer kinderen onvoldoende in staat zijn om zelf genoeg te eten, kan het nodig zijn kinderen te behandelen met sondevoeding. In eerste instantie wordt vaak gekozen voor een neusmaagsonde: de sonde loopt via de neus en de keel naar de maag toe. Wanneer langere tijd een sonde nodig is, kan er voor gekozen worden om door middel van een kleine operatie een sonde via de buikwand rechtstreeks in de maag aan te brengen. Zo’n sonde wordt een PEG-sonde genoemd. Later kan deze vervangen worden door een zogenaamde mickeybutton. Vaak wordt er voor gekozen om deze sondevoeding gedurende de nacht te geven, zodat het kind overdag vrij kan spelen en bewegen. De sonde kan ook gebruikt worden voor het geven van medicijnen die het kind zelf vies vindt om in te nemen.

Revalidatiearts
Een revalidatiearts coördineert de verschillende therapieën en adviseert ook over hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld een aangepaste buggy, een rolstoel, spalken of aangepaste schoenen.
Ook is het mogelijk via een revalidatie centrum naar een aangepaste peutergroep te gaan en daar ook therapie te krijgen en later op dezelfde manier onderwijs te gaan volgen.

Kinder- en jeugdpsychiater
Een kinder- en jeugdpsychiater kan advies geven hoe om te gaan met gedragsproblemen, zoals snelle prikkelbaarheid, psychoses of autistiforme kenmerken.Soms is het nodig om gedragsregulerende medicatie zoals methylfenidaat, aripiprazol of risperidon te geven.

Spasticiteit
Er bestaan ook diverse medicijnen die de verhoogde spierspanning en spasticiteit kunnen verminderen. Het meest gebruikte medicijn hiervoor is baclofen. Er wordt gezocht naar een dusdanige dosering baclofen waarbij de spierspanning verlaagd wordt zodat bewegen makkelijker wordt zonder dat de spieren te slap worden. Er bestaat ook een mogelijkheid om dit medicijn via een pompje toe te dienen, een baclofenpomp.
Met behulp van botuline toxine injecties kan de spasticiteit van de spieren waarin deze injectie wordt gegeven, gedurende een aantal maanden verminderd worden. Dit kan maken dat kinderen beter kunnen bewegen.
Naast baclofen en botuline toxine injecties kunnen ook andere medicijnen gebruikt worden, die spierspanning kunnen verlagen zoals trihexyfenidyl (artane ®), clonazepam (rivotril ®) of clonidine. Deze medicijnen kunnen ook afwijkende standen van een arm of been (dystonie) verminderen.

Behandeling epilepsie
Met behulp van medicijnen wordt geprobeerd om nieuwe epileptische aanvallen te voorkomen. Verschillende medicijnen kunnen hiervoor gebruikt worden, er bestaat geen duidelijk voorkeursmedicijn. Medicijnen die regelmatig gebruikt worden zijn: levetiracetam, valproaat, clobazam en zonisamide
Vaak lukt het om met de medicijnen die epilepsie voldoende onder controle te krijgen.
Wanneer het met medicijnen onvoldoende lukt om de epilepsie onder controle te krijgen dan kunnen ook andere behandelingen om epilepsieaanvallen te voorkomen zoals een ketogeen dieet, een behandeling met methylprednisolon via een infuus of met tabletten prednison of een nervus vagus stimulator ingezet worden om nieuwe aanvallen te voorkomen.

Antibiotica
Een deel van de kinderen die vaak terugkerende infecties heeft, heeft baat bij een lage dosering antibiotica om nieuwe infecties te voorkomen. Per kind moeten de voordelen van het geven van de antibiotica worden afgewogen tegen de nadelen ervan (antibiotica doden ook nuttige bacteriën in de darmen)

Begeleiding
Een maatschappelijk werkende of psycholoog kan ouders en andere kinderen in het gezin begeleiding geven hoe om te gaan met het nieuws dat hun kind deze ernstige aandoening heeft. Samen met hen kunnen ouders kijken welke manier van begeleiden van hun kind met deze ernstige ziekte het beste bij de ouders past. Ook vinden veel ouders het vaak lastig hoe zij hun tijd en aandacht moeten verdelen tussen het kind met de beperking en andere kinderen in het gezin. In de folder aandacht en tijd voor brussen vindt u tips die u hierbij kunnen helpen.

Contact met andere ouders
Via de Nederlandse vereniging van stofwisselingsziekten of door het plaatsen van een oproepje op het forum van deze site , kunnen ouders en kinderen in contact komen met andere ouders die een kind hebben met Argininesuccinaat lyase deficiëntie of met een ander stofwisselingsziekte.

Wat betekent argininesuccinaat lyase deficiëntie voor de toekomst?
Tijstip diagnose
De toekomst van kinderen met een argininesuccinaat lyase deficiëntie hangt erg af van het tijdstip waarop de diagnose wordt gesteld en een behandeling wordt ingezet. Hoe vroeger deze ziekte herkent wordt hoe minder schade er al ontstaan is. Vaak ontstaan in korte tijd zo veel symptomen dat kinderen al veel schade hebben opgelopen op het moment van de diagnose. Met behulp van de behandeling wordt geprobeerd om zo veel mogelijk nieuwe schade te voorkomen. Daarvoor is het heel belangrijk dat het dieet nauwkeurig wordt opgevolgd en de medicijnen op tijd worden ingenomen.

Blijvende beperking
De meeste kinderen met een argininesuccinaat lyase deficiëntie zullen in meer of minder mate een hersenbeschadiging hebben opgelopen en daardoor handicaps hebben. De ernst van deze handicaps hangt af van het tijdstip waarop de behandeling is ingezet. Deze handicaps zijn vaak blijvend. Met de behandeling wordt geprobeerd zo veel mogelijk nieuwe schade te voorkomen, maar dit is niet altijd volledig mogelijk.

Levensverwachting
Wanneer kinderen met een volledige argininesuccinaat lyase deficiëntie geen behandeling krijgen, dan zal het merendeel van de kinderen binnen de eerste weken na de geboorten komen te overlijden. Kinderen die op tijd een behandeling krijgen, maar al wel ernstige hersenschade hebben opgelopen, hebben een verhoogde kans om ook op jonge leeftijd te komen overlijden als gevolg van complicaties zoals een longontsteking.

Kinderen krijgen
Een groot deel van de volwassenen zal als gevolg van het hebben van een lichamelijk en/of verstandelijke beperking zelf geen kinderen krijgen. Het is niet goed bekend of het hebben van deze aandoening van invloed is op de vruchtbaarheid.
Wanneer een volwassene met een milde vorm van deze aandoening kinderen krijgt, dan is de kans klein dat deze kinderen zelf ook deze aandoening krijgen. Dat kan alleen wanneer de partner drager is van een fout in het ASL-gen of wanneer de partner zelf ook argininesuccinaat lyase deficiëntie. De kans hierop is klein.ndien de volwassene geen kinderen wil of kan krijgen, moet wellicht nagedacht moeten worden over anticonceptie, waarover u in deze folder meer informatie vindt.

Hebben broertjes en zusjes een verhoogde kans om ook argininesuccinaat lyase deficiëntie te krijgen?
Erfelijke ziekte
Argininesuccinaat lyase deficiëntie is een erfelijke ziekte. Meestal blijken beide ouders drager te zijn van een fout in het ASL-gen. Broertjes en zusjes hebben dan 25% kans om zelf ook argininesuccinaat lyase deficiënti te krijgen. Of broertjes en zusjes hier in dezelfde, in minder mate of in ernstigere mate last van krijgen valt van te voren niet goed te voorspellen.
Een klinisch geneticus kan daar meer informatie over geven.

Prenatale diagnostiek
Door middel van een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie tijdens de zwangerschap bestaat de mogelijkheid om tijdens een zwangerschap na te gaan of een broertje of zusje ook argininesuccinaat lyase deficiëntie heeft. Beide ingrepen hebben een klein risico op het ontstaan van een miskraam (0,5% bij de vlokkentest en 0,3% bij de vruchtwaterpunctie). De uitslag van deze onderzoeken duurt twee weken. Voor prenatale diagnostiek kan een zwangere de 8ste week verwezen worden door de huisarts of verloskundige naar een afdeling klinische genetica. Meer informatie over prenatale diagnostiek kunt u vinden op de website: www.npdn.nl.

Preïmplantatie Genetische Diagnostiek (PGD)
Stellen die eerder een kindje hebben gehad met argininesuccinaat lyase deficiëntie kunnen naast prenatale diagnostiek ook in aanmerking voor preïmplantatie genetische diagnostiek (PGD). Bij PGD wordt een vrouw zwanger door middel van IVF (In Vitro Fertilisatie). De bevruchting vindt dan buiten het lichaam plaats, waardoor het zo ontstane pre-embryo onderzocht kan worden op het hebben van argininesuccinaat lyase deficiëntie. Alleen embryo’s zonder de aanleg voor argininesuccinaat lyase deficiëntie komen in aanmerking voor terugplaatsing in de baarmoeder. Voor meer informatie zie www.pgdnederland.nl..

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

Wilt u ook uw verhaal kwijt, dat kan: verhalen kunnen gemaild worden via info@kinderneurologie.eu en zullen daarna zo spoedig mogelijk op de site worden geplaatst. Voor meer informatie zie hier.

Heeft u foto's die bepaalde kenmerken van deze aandoening duidelijk maken en die hier op de website mogen worden geplaatst, dan vernemen wij dit graag.

Links
www.stofwisselingsziekten.nl
(Nederlandse vereniging van mensen met een stofwisselingsziekte)

Referenties
1. Argininosuccinate neurotoxicity and prevention by creatine in argininosuccinate lyase deficiency: An in vitro study in rat three-dimensional organotypic brain cell cultures. Diez-Fernandez C, Hertig D, Loup M, Diserens G, Henry H, Vermathen P, Nuoffer JM, Häberle J, Braissant O. J Inherit Metab Dis. 2019;42:1077-1087
2. Urea cycle disorders-update. Matsumoto S, Häberle J, Kido J, Mitsubuchi H, Endo F, Nakamura K. J Hum Genet. 2019;64:833-847

 

 

Laatst bijgewerkt: 30 augustus 2020

 

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.