A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Het Witteveen-Kolk syndroom

 

Wat is het Witteveen-Kolk syndroom?
Het Witteveen-Kolk syndroom is een syndroom waardoor kinderen en volwassenen een vertraagd verlopende ontwikkeling hebben in combinatie met enkele bijzondere uiterlijke kenmerken.

Hoe wordt het Witteveen-Kolk syndroom ook wel genoemd?
Het Witteveen-Kolk syndroom is genoemd naar twee artsen Witteveen en Kolk die dit syndroom beschreven hebben. Het syndroom wordt ook wel afgekort met de letters WITKOS.

SIN3A-syndroom
Soms wordt ook gesproken van het SIN3A-syndroom. SIN3A geeft de plaats in het erfelijk materiaal aan waar kinderen met dit syndroom een fout hebben. Vroeger was het gebruikelijk dat syndromen de naam van een arts kregen, daarna was het een langere tijd gebruikelijk om het syndroom te noemen naar de plaats van het foutje in het erfelijk materiaal. Tegenwoordig is het weer in, om syndromen toch te gaan vernoemen naar artsen die dit syndroom ontdekt hebben.

15q24deletie syndroom
Het Witteveen-Kolk syndroom wordt ook wel het 15q24 microdeletie syndroom genoemd. Dit komt omdat het Witteveen-Kolk syndroom ook kan ontstaan wanneer een klein stukje van het erfelijk materiaal van chromosoom 15 mist. Het missen van dat kleine stukje van chromosoom 15 wordt 15q24 microdeletie genoemd.
Kinderen met het 15q24 microdeletie syndroom hebben vaak meer symptomen dan kinderen met alleen een verandering in het SIN3A-gen, omdat kinderen met het microdeletie syndroom ook nog andere genen kunnen missen die een rol spelen bij de ontwikkeling.

15q24 duplicatie syndroom
Naast het missen van een stukje van chromosoom 15, kan het dubbel aanwezig zijn van het stukje 15q24 op chromosoom 15 ook zorgen voor het ontstaan van het Witteveen-Kolk syndroom. Dit wordt een 15q24 microduplicatie genoemd.

Hoe vaak komt het Witteveen-Kolk syndroom voor?
Het Witteveen-Kolk syndroom is een zeldzame ziekte. Het is niet precies bekend hoe vaak het Witteveen-Kolk syndroom voorkomt. Er zijn in de wereld nog maar een paar kinderen bekend die onlangs deze diagnose hebben gekregen.
Waarschijnlijk is bij een deel van de kinderen die het Witteveen-Kolk syndroom heeft, de juiste diagnose ook niet gesteld, omdat het syndroom niet herkend is.
Door nieuwe genetische technieken zoals exome sequencing zal deze diagnose waarschijnlijk vaker gesteld gaan worden bij kinderen en volwassenen met dit syndroom. Dan zal ook duidelijker worden hoe vaak dit syndroom nu werkelijk voorkomt.

Bij wie komt het Witteveen-Kolk syndroom voor?
Het Witteveen-Kolk syndroom is al vanaf de geboorte aanwezig. Het kan wel enige tijd duren voordat duidelijk is dat er sprake is van het Witteveen-Kolk syndroom.
Zowel jongens als meisjes kunnen het Witteveen-Kolk syndroom krijgen.

Waar wordt het Witteveen-Kolk syndroom door veroorzaakt?
Foutje in het erfelijk materiaal
Het Witteveen-Kolk syndroom wordt veroorzaakt door een foutje op een stukje materiaal op het 15e-chromosoom. Om nog preciezer te zijn op het stukje van chromosoom 15 wat 15q24.2 wordt genoemd. De plaats van dit foutje wordt het SIN3A-gen genoemd.

Autosomaal dominant
Het Witteveen-Kolk syndroom wordt veroorzaakt door een zogenaamde autosomaal dominant foutje. Dit houdt in dat een foutje op een van de twee chromosomen 15 die een kind heeft in het SIN3A-gen al voldoende is om de aandoening te krijgen. Dit in tegenstelling tot een autosomaal recessief foutje waarbij kinderen pas klachten krijgen wanneer beide chromosomen een foutje bevatten.

Bij het kind zelf ontstaan
Tot nu toe is bij alle kinderen met het Witteveen-Kolk syndroom het foutje in het erfelijk materiaal bij het kind zelf ontstaan na de bevruchting van de eicel door de zaadcel en niet overgeërfd van een van de ouders.

Geërfd van een ouder
In theorie kan een kind het foutje in het SIN3A-gen geërfd van een ouder die zelf dan ook het Witteveen-Kolksyndroom heeft. Dit zal dan meestal nog niet bekend zijn, omdat dit syndroom nog maar korte tijd bekend is.
 
Afwijkend eiwit
Het SIN3A-gen bevat informatie voor de aanmaak van het Switch Insenitive family member A afgekort als SIN-3A eiwit. Dit eiwit speelt een belangrijke rol bij het aflezen van andere stukken DNA die nodig zijn voor een normale aanleg en werking van de hersenen. Door de fout in het erfelijk materiaal worden de hersenen anders aangelegd en functioneren ze anders dan bij kinderen zonder dit syndroom.

Wat zijn de symptomen van het Witteveen-Kolk syndroom?
Variatie
Er bestaat een variatie in de hoeveelheid en de ernst van de symptomen die verschillende kinderen met het Witteveen-Kolksyndroom hebben.
Dit valt van te voren niet goed te voorspellen van welke symptomen een kind last zal krijgen. Geen kind zal alle onderstaande symptomen tegelijkertijd hebben. Omdat het syndroom ook nog maar kort geleden ontdekt is (in 2016) zullen waarschijnlijk ook nog niet alle symptomen die kunnen horen bij dit syndroom bekend en beschreven zijn.

Zwangerschap en bevalling
Tijdens de zwangerschap kan door middel van een ECHO opvallen dat de baby klein is voor de zwangerschapsduur.

Laag geboortegewicht
Kinderen met dit syndroom hebben bij de geboorte meestal een lager geboortegewicht.

Lagere spierspanning
Jonge kinderen met het Witteveen-Kolk syndroom hebben vaak een lage spierspanning waardoor ze slapper aanvoelen in hun spieren. Kinderen moeten goed vastgehouden en ondersteund worden, wanneer ze worden opgetild. Gewrichtjes kunnen gemakkelijk overstrekt worden. Door de lagere spierspanning is het voor jonge kinderen lastig om hun hoofd op te tillen. De meeste kinderen met dit syndroom kunnen dit daardoor vaak op latere leeftijd dan hun leeftijdsgenoten. Hierdoor zullen andere ontwikkelingsstappen zoals zitten en staan waarbij het ook nodig is het hoofd goed overeind te houden ook pas op latere leeftijd tot ontwikkeling komen.

Problemen met drinken
Een deel van de baby’s met het Witteveen-Kolk syndroom heeft problemen met drinken. Ze drinken langzaam en laten de borst of speen vaak los. Het kost vaak veel tijd om baby’s met dit syndroom de borst of de fles te geven. Soms is het nodig om kinderen tijdelijk sondevoeding te geven omdat zij anders niet genoeg voeding binnen krijgen. Met het ouder worden, verloopt het drinken bij de meeste kinderen wel beter.

Ontwikkelingsachterstand
Kinderen met het Witteveen-Kolk syndroom ontwikkelen zich langzamer dan hun leeftijdsgenoten. Deze kinderen gaan later rollen, zitten en staan dan hun leeftijdsgenoten. De kinderen leren dit allemaal wel, maar op een latere leeftijd dan hun leeftijdsgenoten. Ook zijn kinderen met dit syndroom vaak onhandiger dan hun leeftijdsgenoten, ze vallen gemakkelijker en storen gemakkelijker wat om. Leren fietsen is voor kinderen met dit syndroom lastiger dan voor leeftijdsgenoten. Vaak hebben kinderen met dit syndroom problemen met de fijne motoriek, zoals met schrijven, tekenen of knippen. Dit is voor hen veel lastiger dan voor leeftijdsgenoten.

Problemen met praten
Voor veel kinderen met het Witteveen-Kolksyndroom is het moeilijker om te leren praten. De eerste woordjes komen vaak later dan gebruikelijk. De meeste kinderen leren uiteindelijk wel om te praten.

Problemen met leren
Kinderen met het Witteveen-Kolksyndroom hebben vaker problemen met leren. De mate van problemen met leren verschilt.
Nu er met behulp van nieuwe genetische technieken steeds meer kinderen met dit syndroom bekend worden, kan het goed zijn dat er ook kinderen zijn die nog minder problemen hebben met leren.

Autistiforme kenmerken
Een deel van de kinderen met het Witteveen-Kolk syndroom heeft autistiforme kenmerken. Kinderen met autistiforme kenmerken vinden het lastiger om contact te leggen met leeftijdsgenoten. Ook houden kinderen vaak van een vaste structuur in de dag en vinden ze het heel lastig wanneer deze structuur plotseling veranderd. Hierdoor kunnen kinderen erg van slag raken en daardoor heel verdrietig of heel boos worden.
Kinderen kunnen voorkeur hebben voor een bepaald soort speelgoed en zich hier de hele dag mee vermaken. In ander speelgoed hebben kinderen dan weinig interesse. Ook kunnen kinderen speelgoed op een ander manier gebruiken dan gebruikelijk. Ze sorteren bijvoorbeeld autootjes op grootte en zetten ze netjes in rijen neer en gaan niet met een autootje rijden.

ADHD
AD(H)D komt vaker voor bij kinderen met dit syndroom. Kinderen hebben moeite om langer ergens de aandacht bij te houden. Ze spelen maar kort met een bepaalde speelgoed en dan weer met een ander stukje speelgoed. Kinderen zijn snel afgeleid door een geluid of een beweging in de kamer.
Kinderen kunnen moeite hebben met stil zitten en bewegen het liefst de hele dag. Op school hebben kinderen moeite langer tijd hun aandacht bij het schoolwerk te houden

Overgevoelig voor prikkels
Kinderen met het Witteveen-Kolk syndroom hebben vaak moeite om alle prikkels die op hen af komen te verwerken. Ze kunnen gemakkelijk overprikkeld raken. Door deze overprikkeling kunnen ze druk gedrag gaan vertonen, uit het niets boos of juist heel verdrietig worden. Kinderen hebben vaak de hulp van anderen nodig om weer uit deze boosheid of dit verdriet te komen.

Angst
Angststoornissen en paniekaanvallen komen vaker voor bij kinderen met dit syndroom. Sommige kinderen zijn bang in het donker, bang om alleen te zijn, bang voor harde geluiden of bang om niet met de beide benen op de grond te kunnen staan. Soms is niet duidelijk waar de angst precies om gaat.

Eten
Een deel van de kinderen heeft ook op peuter- en kleuterleeftijd problemen met eten. Kinderen hebben vaak moeite met het eten van stukjes of van eten met een groffe structuur. Wanneer kinderen dit moeten eten gaan ze gemakkelijk kokhalzen. Vaak hebben kinderen duidelijk hun voorkeur en vinden ze het heel spannend om een ander type eten wat ze niet kennen te gaan eten. Door de problemen met eten, kunnen kinderen minder hard groeien dan hun leeftijdsgenoten. Oudere kinderen hebben minder problemen met eten.

Hoog lichaamsgewicht
Vanaf de tienerleeftijd hebben kinderen met dit syndroom een grotere kans om juist een te hoog lichaamsgewicht te krijgen. Kinderen voelen zelf niet aan dat ze genoeg gegeten hebben en kunnen de hele dag door blijven eten.

Kleine lengte
Kinderen met dit syndroom zijn vaak kleiner dan hun leeftijdsgenoten.

Uiterlijke kenmerken
Bij veel syndromen hebben kinderen vaak wat veranderde uiterlijke kenmerken. Hier hebben kinderen zelf geen last van, maar het kan de dokters helpen om te herkennen dat er sprake is van een syndroom en mogelijk ook van welk syndroom. Ook maakt dit vaak dat kinderen met hetzelfde syndroom vaak meer op elkaar lijken dan op hun eigen broertjes en zusjes, terwijl de kinderen toch niet familie van elkaar zijn.
Kinderen met het Witteveen-Kolk syndroom hebben vaak een kleinere hoofdomtrek dan leeftijdsgenoten. Het voorhoofd is vaak hoog, het gezicht heeft een langwerpige vorm. Vaak is het gezicht van kinderen met dit syndroom niet symmetrisch. De wenkbrauwen worden vaak smaller toe in de richting van de oren. De ogen staan vaak wat verder uit elkaar dan gebruikelijk. Naast de ogen aan de kant van de neus kunnen extra plooitjes voorkomen. De ogen zijn vaak klein en hebben een lichte kleur. De ogen lopen in de richting van de oren een klein beetje naar beneden toe. De neuspunt is vaak breed. De afstand tussen de neus en de mond is vaak groter dan gebruikelijk. Veel kinderen hebben een kleine mond, De bovenlip is vaak dunner dan de onderlip. Het gehemelte is vaak hoog. De oren zijn vaak lang en een beetje komvormig. De onderkaak is vaak smal en staat een beetje naar achteren toe ten opzichte van de bovenkaak. Een overbeet komt vaak voor bij kinderen met dit syndroom. De vingers en handen zijn vaak kort en breed, al hebben sommige kinderen juist lange slanke vingers. De duim staat vaak wat lager op de hand. De pink kan krom staan. De tenen hebben de neiging om over elkaar te kruizen.

Dun haar
Kinderen met dit syndroom hebben vaak dun haar.

Scheelzien
Scheelzien komt ook vaker voor bij kinderen met dit syndroom.

Hypermobiel
Een deel van de kinderen met dit syndroom is hypermobiel. Zij kunnen hun gewrichtjes gemakkelijk overstrekken.

Rug
Een deel van de kinderen met het Witteveen-Kolk syndroom krijgt een zijwaartse verkromming van de wervelkolom. Dit wordt een scoliose genoemd. Een lichte vorm van scoliose geeft meestal geen klachten. Een ernstige vorm van scoliose kan klachten geven zoals rugpijn of problemen met zitten, staan en lopen.

Epilepsie
Een klein deel van de kinderen met het Witteveen-Kolk syndroom heeft last van epilepsieaanvallen. Epilepsieaanvallen kunnen op verschillende leeftijd voor het eerst ontstaan. Verschillende vormen van epilepsieaanvallen kunnen voorkomen. Ook kunnen koortsstuipen voorkomen.

Problemen met slapen
Slaapproblemen komen vaak voor bij kinderen met het Witteveen-Kolk syndroom. Sommige kinderen hebben moeite met het inslapen. Een groot deel van de kinderen wordt ’s nachts regelmatig wakker en komt dan maar moeilijk weer in slaap. Ook zijn kinderen vaak vroeg in de ochtend wakker.

Verstopping
Verstopping van de darmen komt vaak voor bij kinderen met dit syndroom. De ontlasting komt dan niet elke dag en is vaak hard waardoor kinderen moeite hebben met poepen.

Zindelijkheid
De meeste kinderen met het Witteveen-Kolk syndroom worden op latere leeftijd zindelijk dan gebruikelijk.

Vatbaarder voor infecties
Kinderen met het Witteveen-Kolk syndroom zijn op jonge leeftijd vatbaarder voor het krijgen van infecties. Regelmatig komen luchtweginfecties of oorontstekingen.

 

Hoe wordt de diagnose Witteveen-Kolk syndroom gesteld?
Verhaal en onderzoek
Op grond van het verhaal van een kind met een ontwikkelingsachterstand en enkele opvallende uiterlijke kenmerken kan vermoed worden dat er sprake is van een syndroom. Er zijn echter veel verschillende syndromen die allemaal voor deze symptomen kunnen zorgen. Vaak zal aanvullend onderzoek nodig zijn om aan de diagnose Witteveen-Kolk syndroom te stellen.

Bloedonderzoek
Bij routine bloedonderzoek worden bij kinderen met het Witteveen-Kolksyndroom geen bijzonderheden gevonden. Een deel van de kinderen heeft een tekort aan groeihormoon.
 
Genetisch onderzoek
Wanneer aan de diagnose gedacht wordt, kan door middel van gericht genetisch onderzoek op bloed naar het voorkomen van een foutje op het 15e-chromosoom in het SIN3A-gen
Vaak worden ook alle chromosomen tegelijkertijd onderzocht (zogenaamd Array onderzoek), soms kan op deze manier de diagnose Witteveen-Kolk syndroom worden gesteld, wanneer er een stukje van het 15e-chromosoom ontbreekt, het zogenaamde 15q24 microdeletie syndroom of juist dubbel aanwezig is, het zogenaamde 15q24 microduplicatie syndroom
In de toekomst zal door middel van een nieuwe genetische techniek (exome sequencing genoemd) mogelijk ook deze diagnose gesteld kunnen worden zonder dat er specifiek aan gedacht was of naar gezocht is.

MRI-scan
Bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand zal vaak een MRI scan gemaakt worden om te kijken of er bijzonderheden aan de hersenen te zien zijn. Bij een groot deel van de kinderen ziet deze MRI-scan er normaal uit. Bij een deel van de kinderen worden wel afwijkingen gezien, maar deze afwijkingen komen ook voor bij kinderen met andere syndromen en zijn niet specifiek voor het Witteveen-Kolksyndroom. Soms zijn de holtes in de hersenen wat wijder dan gebruikelijk. De hersenbalk kan dunner zijn dan gebruikelijk. De hersenschors kan minder windingen laat zien (pachgyrie) of juist veel kleine windingen (polymicrogyrie)

Stofwisselingsonderzoek
Kinderen met een ontwikkelingsachterstand krijgen vaak stofwisselingsonderzoek van bloed en urine om te kijken of er sprake is van een stofwisselingsziekte die verklarend is voor de ontwikkelingsachterstand. Bij kinderen met het Witteveen-Kolk syndroom worden hierbij geen bijzonderheden gezien.

Oogarts
Kinderen met het Witteveen-Kolksyndroom worden altijd een keer door een oogarts gezien om te kijken of er problemen zijn met zien.

Foto van de botten

Wanneer er sprake is van een verkromming van de wervelkolom zal vaak een foto van de botten gemaakt worden om de mate van verkromming vast te leggen en om te kijken hoe de wervels van de rug zijn aangelegd.

EEG
Kinderen met epilepsie krijgen vaak een EEG om te kijken van welk soort epilepsie er sprake is. Op het EEG worden vaak epileptiforme afwijkingen gezien. Deze afwijkingen zijn niet kenmerkend voor dit syndroom, maar kunnen bij veel andere syndromen met epilepsie ook gezien worden.

Hoe wordt het Witteveen-Kolk syndroom behandeld?
Geen genezing
Er is geen behandeling die het Witteveen-Kolk syndroom kan genezen. De behandeling is er op gericht om de ontwikkeling van het kind zo goed mogelijk te stimuleren en het kind daarbij te ondersteunen.

Rust, regelmaat en vertrouwen
Kinderen met dit syndroom hebben vaak veel baat bij een duidelijke structuur in de dag en duidelijke afspraken hoe het in huis er aan toe gaat. Ook is het belangrijk dat de ouders voor hen regelen dat zij niet te veel prikkels krijgen en dat er regelmatig rustmomenten zijn op de dag. Belangrijk is ook dat de ouders weten dat hun kind zich in een ander tempo ontwikkeld dan andere kinderen en dat zij het kind laten weten dat het goed is zoals het kind is.

Kinderfysiotherapie
Een fysiotherapeut kan ouders tips en adviezen geven hoe ze hun kindje zo goed mogelijk kunnen stimuleren om er voor te zorgen dat de ontwikkeling zo optimaal als mogelijk verloopt.

Kinderlogopedie
Een logopediste kan tips en adviezen geven indien er problemen zijn met zuigen, drinken, kauwen of slikken. Ook kan de logopediste helpen om de spraakontwikkeling zo goed mogelijk te stimuleren.
Praten kan ook ondersteund worden door middel van gebaren of pictogrammen. Op die manier kunnen kinderen zich leren uitdrukken ook als ze nog geen woorden kunnen gebruiken.

Diëtiste
Een diëtiste kan berekenen hoeveel calorieën een kind nodig heeft per dag om op een goed lichaamsgewicht te blijven.

Kinderergotherapie
Een ergotherapeut kan tips en adviezen geven hoe de verzorging en de dagelijks activiteiten van een kind zo soepel mogelijk kunnen verlopen. Ook kan de ergotherapeut advies geven over materialen die de ontwikkeling van een kind kunnen stimuleren.

Revalidatiearts
Een revalidatiearts coördineert de verschillende therapieën en adviseert ook over hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld een aangepaste buggy, een rolstoel, steunzolen of aangepaste schoenen.
Ook is het mogelijk via een revalidatie centrum naar een aangepaste peutergroep te gaan en daar ook therapie te krijgen.

School
De meeste kinderen met het Witteveen-Kolksyndroom hebben extra begeleiding bij het leren nodig. Een deel van de kinderen kan regulier onderwijs volgen met behulp van ondersteuning. Een ander deel van de kinderen gaat uiteindelijk toch naar het speciaal onderwijs van cluster 3 of 4 omdat zij daar in kleinere klassen zitten en meer hulp en ook therapie kunnen krijgen.

Orthopedagoog
Een orthopedagoog kan ouders tips en adviezen geven hoe om gaan met problemen met bijvoorbeeld boos worden of het maken van contacten met andere kinderen.

Kinder- en jeugdpsychiater
Een kinder- en jeugdpsychiater kan advies geven hoe om te gaan met gedragsproblemen zoals ADHD, snel boos worden of autisme. Soms is het nodig om gedrag regulerende medicatie zoals methylfenidaat voor ADHD of risperidon voor prikkelovergevoeligheid te geven.

Voorkomen overgewicht
Kinderen met het Witteveen-Kolksyndroom krijgen tijdens de tienerleeftijd gemakkelijk last van overgewicht. Het is daarom belangrijk om vanaf deze leeftijd kinderen te leren dat zij een bepaalde hoeveelheid mogen eten en dan moeten stoppen met eten. En daarnaast te zorgen dat kinderen voldoende lichaamsbeweging krijgen.

Verstopping van de darmen
Het medicijn macrogol kan er voor zorgen dat de ontlasting soepel en zacht blijft en stimuleert de darmwand om actief te blijven. Hierdoor kunnen kinderen gemakkelijker hun ontlasting kwijt.

Endocrinoloog
Een kinderendocrinoloog kan kinderen met een tekort aan groeihormoon behandelen met groeihormoon, zodat kinderen een grotere eindlengte bereiken. Ook zorgt groeihormoon voor een betere verhouding tussen lengte en gewicht.

Antibiotica
Een deel van de kinderen die vaak terugkerende infecties heeft, heeft baat bij een lage dosering antibiotica om nieuwe infecties te voorkomen. Per kind moeten de voordelen van het geven van de antibiotica worden afgewogen tegen de nadelen ervan (antibiotica doden ook nuttige bacteriën in de darmen).

Behandeling epilepsie
Met behulp van medicijnen wordt geprobeerd om de epilepsieaanvallen zo veel mogelijk te voorkomen en het liefst er voor te zorgen dat er helemaal geen epilepsieaanvallen meer voorkomen. Soms lukt dit vrij gemakkelijk met een medicijn, maar bij een deel van de kinderen is het niet zo eenvoudig en zijn combinaties van medicijnen nodig om de epilepsie aanvallen zo veel mogelijk of helemaal niet meer te laten voorkomen.
Verschillende soorten medicijnen kunnen gebruikt worden om de epilepsie onder controle te krijgen. Er bestaat geen duidelijk voorkeursmedicijn.
Bij een deel van de kinderen zal het niet lukken om de epilepsieaanvallen met medicijnen onder controle te krijgen. Er bestaan ook andere behandelingen die een goed effect kunnen hebben op de epilepsie, zoals een ketogeen dieet, een nervus vagusstimulator, of een behandeling met methylprednisolon. Ook een combinatie van deze behandelingen met medicijnen die epilepsie onderdrukken is goed mogelijk.

Melatonine
Wanneer inslapen erg moeilijk is kan het medicijn melatonine helpen om het inslapen beter te laten verlopen. Ook kan dit zorgen voor een algeheel beter slaappatroon gedurende de hele nacht.

Scoliose
De mate van zijwaartse kromming van de wervelkolom moet goed in de gaten gehouden worden. Wanneer de kromming te erg wordt, kan dit problemen geven voor het goed kunnen staan en zitten en de ademhaling beïnvloeden. Wanneer de verkromming te erg wordt, kan verdere verkromming tegengegaan worden door een korset. Indien een korset onvoldoende werkt, is soms een operatie nodig waarbij de wervelkolom wordt vastgezet zodat de verkromming niet meer toe zal kunnen nemen.

Begeleiding
Een maatschappelijk werkende of psycholoog kan begeleiding geven hoe het hebben van deze aandoening een plaatsje kan krijgen in het dagelijks leven. Het kost vaak tijd voor ouders om te verwerken dat de toekomstverwachtingen van hun kind er anders uit zien dan mogelijk verwacht is.

Contact met andere ouders
Door middel van een oproepje op het forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere kinderen en hun ouders/verzorgers die ook te maken hebben met het Witteveen-Kolk syndroom.

Wat is de prognose van het Witteveen-Kolk syndroom?
Blijvende problemen
Kinderen die een ontwikkelingsachterstand hebben als gevolg van het Witteveen-Kolksyndroom, blijven deze problemen vaak houden op volwassen leeftijd. Een deel van de jongeren kan zelfstandig wonen. Voor zaken als financiën hebben zij bijvoorbeeld wel hulp en ondersteuning nodig. Een ander deel van de volwassenen heeft meer hulp en ondersteuning nodig in het dagelijks leven en gaat begeleid wonen.

Levensverwachting
Er zijn geen gegevens bekend over de levensverwachting van kinderen en volwassenen met het Witteveen-Kolksyndroom. De levensverwachting waarschijnlijk niet veel anders dan voor kinderen en volwassenen zonder dit syndroom.

Kinderen
Het is niet bekend of het hebben van dit syndroom gevolgen heeft voor de vruchtbaarheid. In theorie kunnen volwassenen met het Witteveen-Kolk syndroom kinderen krijgen.
Deze kinderen hebben 50% kans om zelf ook het Witteveen-Kolk syndroom te krijgen.

 

Hebben broertjes en zusjes ook een verhoogde kans om ook het Witteveen-Kolk syndroom te krijgen?
Het Witteveen-Kolk syndroom wordt veroorzaakt door een fout in het erfelijke materiaal van het 15e chromosoom. Vaak is dit foutje bij het kind zelf ontstaan en niet overgeërfd van een van de ouders. Broertjes en zusjes hebben dan een nauwelijks verhoogde kans om zelf ook het Witteveen-Kolksyndroom te krijgen. Dit zou alleen het geval kunnen zijn wanneer een van de ouders het foutje in de eicellen of zaadcellen heeft zitten, zonder dat het in de andere lichaamscellen zit. De kans hierop is klein.
Wanneer een van de ouders zelf het Witteveen-Kolk syndroom heeft, dan hebben broertjes en zusjes 50% kans om ook zelf dit syndroom te krijgen.
Een klinisch geneticus kan hier meer informatie over geven.

Prenatale diagnostiek
Wanneer bekend is welk foutje in een familie heeft gezorgd voor het ontstaan van het Witteveen-Kolk syndroom, dan is het mogelijk om tijdens een zwangerschap prenatale diagnostiek te verrichten in de vorm van een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie om te kijken of dit kindje ook het Witteveen-Kolk syndroom heeft. Of dit kind dan evenveel of juist minder of meer klachten zal hebben als de oudere broer of zus valt niet goed te voorspellen.

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

 

Wilt u ook uw verhaal kwijt, dat kan: verhalen kunnen gemaild worden via info@kinderneurologie.eu en zullen daarna zo spoedig mogelijk op de site worden geplaatst. Voor meer informatie zie hier.

Referenties

  1. Haploinsufficiency of MeCP2-interacting transcriptional co-repressor SIN3A causes mild intellectual disability by affecting the development of cortical integrity. Witteveen JS, Willemsen MH, Dombroski TC, van Bakel NH, Nillesen WM, van Hulten JA, Jansen EJ, Verkaik D, Veenstra-Knol HE, van Ravenswaaij-Arts CM, Wassink-Ruiter JS, Vincent M, David A, Le Caignec C, Schieving J, Gilissen C, Foulds N, Rump P, Strom T, Cremer K, Zink AM, Engels H, de Munnik SA, Visser JE, Brunner HG, Martens GJ, Pfundt R, Kleefstra T, Kolk SM. Nat Genet. 2016;48:877-87.
  2. Chromosome 15q24 microdeletion syndrome. Magoulas PL, El-Hattab AW. Orphanet J Rare Dis. 2012;7:2

Laatst bijgewerkt: 29 oktober 2016

 

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.