A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektenbeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Het syndroom van Gorlin

 

Wat is het syndroom van Gorlin?

Het syndroom van Gorlin is een ziekte waarbij al op jonge leeftijd gemakkelijk een bepaald type kanker van de huid ontstaat en waarbij een deel van de kinderen ook een trager verlopende ontwikkeling heeft.

 

Hoe wordt het syndroom van Gorlin ook wel genoemd?

Het syndroom van Gorlin wordt ook wel naevoïd basaalcelcarcinoom-syndroom (NBCCS) genoemd, of multipele basaalcelsyndroom of basaalcel naevus syndroom (BCNS). Basaalcelcarcinoom is de naam van het type huidkanker wat vaak voorkomt bij pubers en volwassenen met dit syndroom.
Ook wordt de naam syndroom van Gorlin-Goltz syndroom wel gebruikt. Gorlin en Goltz waren twee artsen die dit syndroom beschreven hebben.

 

Hoe vaak komt het syndroom van Gorlin voor?

Het syndroom van Gorlin is een zeldzame ziekte. Geschat wordt dat het ongeveer bij één op de 30.000-60.000 mensen voor komt. Mogelijk is dit een onderschatting omdat er ook mensen zijn met zo weinig klachten dat bij hen nooit de diagnose gesteld wordt.

 

Bij wie komt het syndroom van Gorlin voor?

Het syndroom van Gorlin is al vanaf de geboorte aanwezig. Vaak duurt het wel even voordat de juiste diagnose gesteld wordt. Zowel jongens als bij meisjes kunnen het Gorlin syndroom krijgen.

 

Wat is de oorzaak van het Gorlin syndroom?

Fout in het erfelijk materiaal
Het Gorlin syndroom wordt veroorzaakt door een fout in het erfelijk materiaal van chromosoom 9. De plaats waar de fout zit wordt het PCTH1-genoemd.

Inmiddels zijn ook twee andere foutjes bekend die het Gorlin syndroom kunnen veroorzaken, deze foutjes wordt PTCH2 genoemd waarbij er een fout ligt op chromosoom 1 en het SUFU-gen waarbij er een foutje ligt op chromosoom 10. Of deze twee foutjes ook helemaal dezelfde gevolgen hebben als het PCTH1-foutje is nog niet goed bekend.

Autosomaal dominant
Het Gorlin syndroom erft op autosomaal dominante manier over. Dit houdt in dat een foutje op een van de twee chromosomen 9 al voldoende is om dit syndroom te krijgen. Dit in tegenstelling tot een autosomaal recessieve aandoening waarbij kinderen een foutje moeten hebben op beide chromosomen 9 om de aandoening te krijgen.

Overgeerfd van een ouder
Twee van de drie kinderen met het Gorlin syndroom hebben het foutje in het erfelijk materiaal geërfd van een ouder die zelf dan ook het Gorlin syndroom heeft.

Bij het kind zelf ontstaan
Bij een op de drie kinderen is het foutje in het erfelijk materiaal bij het kind zelf ontstaan na de bevruchting van de eicel met de zaadcel.

Afwijkend eiwit
Als gevolg van het foutje in het erfelijk materiaal wordt een bepaald eiwit het PTCH-eiwit niet goed aangemaakt. Dit eiwit is een zogenaamd slotje wat op allerlei eiwitten zit. Op dit slotje past een sleutel die de speciale naam Sonic Hedghog heeft gekregen. Het PTCH-eiwit speelt een belangrijke rol bij de aanleg van de hersenen en bij de celdeling. Wanneer de sleutel niet in het slot zitten worden nieuwe cellen aangemaakt en wanneer de sleutel wel in het slot zit dan wordt gestopt met de aanmaak van nieuwe cellen. Bij kinderen met Gorlin syndroom is het slot kapot, doordat het PTCH-eiwit mist. Alle cellen staan dus op de stand van delen, wanneer cellen te veel delen kan er kanker ontstaan. Ook speelt het eiwit een belangrijke rol bij de aanleg van de hersenen. Op het juiste tijdstip moeten cellen worden aangemaakt en op een ander tijdstip moet hiermee gestopt worden. Dit gebeurt dus ook niet goed bij kinderen met dit syndroom, waardoor ze te veel hersencellen krijgen en daarmee een te groot hoofd. De hersencellen zijn echter te snel en niet met de juiste verbindingen aangelegd waardoor de hersenen anders functioneren dan bij kinderen zonder dit syndroom.

Verschillende foutjes
Allerlei verschillende foutjes kunnen zorgen voor het ontstaan van het Gorlin syndroom. Sommige kinderen missen een stukje van het erfelijk materiaal van het PCTH1-gen, anderen missen het hele gen. Kinderen die het hele gen missen hebben meestal meer problemen dan kinderen die een deel van het gen missen. Wanneer kinderen het hele gen missen wordt ook wel gesproken van het 9q22.3 microdeletiesyndroom.

Second hit

Waarschijnlijk is het hebben van een foutje in het PCTH1-gen niet voldoende om een tumor te krijgen en ontstaat er pas een tumor wanneer op het tweede chromosoom 9 ook een foutje ontstaat in het PCTH1-gen. Dit tweede foutje wordt de second hit genoemd, de Engelse term voor tweede foutje. Niet bij iedereen zal een second hit ontstaan, daarom krijgen niet alle mensen met het Gorlin syndroom kanker. Wat nu maakt dat een second hit ontstaat is niet zo goed bekend.

 

Wat zijn de symptomen van het syndroom van Gorlin?

Variatie
Er bestaat een grote variatie in de ernst en de hoeveelheid symptomen die verschillende kinderen met dit syndroom hebben. Kinderen hebben nooit alle onderstaande symptomen tegelijkertijd.

Groot hoofd
Vier van de vijf kinderen met het Gorlin syndroom heeft een groter hoofd dan gebruikelijk. Het hoofd neemt vaak toe in grootte tot de leeftijd van 1,5 jaar, daarna groeit het mee met de curve en wordt het hoofd verhoudingsgewijs niet nog groter.
Vaak is het voorhoofd wat boller.

Waterhoofd
Sommige kinderen met het Gorlin syndroom hebben een waterhoofd. In de holtes in de hersenen is dan meer vocht aanwezig dan gebruikelijk.

Grote lengte
Kinderen met het Gorlin syndroom zijn vaak langer dan hun leeftijdsgenoten.

Typisch uiterlijk
Kinderen met het Gorlin syndroom hebben vaak een typisch uiterlijk. Vaak zijn de wenkbrauwen dik en lopen de wenkbrauwen ver door in de richting van de neus, soms raken de rechter en de linker wenkbrauw elkaar. Het bot onder de wenkbrauw komt een beetje naar voren toe als een richeltje. Sommige kinderen hebben aan de neuskant een extra plooitje naast het oog. De bovenkant van de neus is breed en de ogen staan vaak iets verder uit elkaar dan gebruikelijk. Vaak staat de onderkaak naar voren toe. De tanden staan vaak niet netjes naast elkaar, maar meer rommelig in de mond. Veel kinderen hebben opvallend smalle schouders. De vingers kunnen kort zijn, opvallend is vaak dat de ringvinger kort is.

Ontwikkelingsachterstand
Een deel van de kinderen met het Gorlin syndroom ontwikkelt zich langzamer dan hun leeftijdsgenoten. Ze gaan later zitten, staan en lopen, maar leren dit allemaal wel.

Huidkanker
Kinderen met het syndroom van Gorlin hebben een vergrote kans op kanker van de huid. Het gaat om een bepaald type huidkanker wat basaalcelhuidkanker wordt genoemd. Basaalcel kankergezwelletjes zijn kleine blauwglanzende kleur. Vaak zitten ze in het gezicht, de hals, bovenarmen of op de borstkas of het bovenste stukje van de rug.

Meestal ontstaat deze vorm van huidkanker tijdens de puberteit of op jong volwassen leeftijd. Zelden ontstaat deze vorm van huidkanker al op de kinderleeftijd. Sommige kinderen en volwassenen krijgen een keer te maken met deze vorm van huidkanker, andere krijgen zeer veel van deze huidkankers. Er zijn ook mensen met het syndroom van Gorlin die nooit met deze vorm van huidkanker te maken krijgen.

Cyste in de kaak
Drie van de vier kinderen met het Gorlin syndroom heeft meerdere cystes in de kaak. Dit worden odontogene keratocystes genoemd (afgekort als KCOT). Ze zitten vaker in de bovenkaak dan in de onderkaak. Deze cystes worden vaak groter tijdens de puberteit en blijven ook vaak op jong volwassen leeftijd nog groeien. Na de leeftijd van ongeveer 30 jaar neemt de neiging van deze cystes om te groeien af. Deze cystes kunnen zorgen voor een zwelling in het gezicht en voor pijnklachten. Ook kunnen ze er voor zorgen dat de tanden of kiezen scheef komen te staan, wat weer kan zorgen voor problemen met kauwen.

Hersentumor
Ook komen hersentumoren vaker voor bij kinderen met het Gorlin syndroom (geschat bij een op de 20 kinderen met het Gorlin syndroom). Vaak gaat het om een medulloblastoom (om heel precies te zijn een desmoplastisch medulloblastoom) , een bepaald type hersentumor aan de achterkant van de hersenen. Dit wordt vaak gezien bij jonge kinderen op de peuterleeftijd.

Eierstokken
Bij meisjes worden nog al eens goedaardige zwellingen gezien van de eierstokken (fibromen) die vaak verkalken. Zij hebben meestal geen invloed op de vruchtbaarheid van een vrouw.

Tumoren in het hart
Bij een klein deel van de kinderen met het Gorlin syndroom komen ook goedaardige tumoren in het hart voor. Meestal geven deze weinig problemen. Een enkele keer kunnen ze zorgen voor het ontstaan van hartritmestoornissen.

Putjes op de handen en voeten
Op de huid van de handpalmen en de voetzolen komen kleine putjes voor. Meer dan drie van die putjes kan een belangrijke aanwijzingen zijn dat er sprake is van het Gorlin syndroom.

Kleine puntjes op het gezicht
Kinderen met het Gorlin syndroom hebben in hun gezicht vaak klein bleke huidskleurige puntjes, milia genoemd. Hier hebben kinderen zelf geen last van.

Scoliose
Kinderen met het Gorlin syndroom hebben een vergrote kans om een zijwaartse verkromming van de rug (scoliose genoemd) te krijgen. Dit komt vaak omdat bepaalde wervels niet goed zijn aangelegd en een afwijkende vorm hebben.

Afwijkende ribben
Een deel van de kinderen met het Gorlin syndroom heeft afwijkende ribben. Soms bestaat een rib uit twee delen (een zogenaamde gevorkte rib), de ribben kunnen aan elkaar gegroeid zijn, ook kunnen er minder ribben zijn dan normaal. Kinderen hebben hier zelf geen last van. De borstkas kan een beetje naar binnen deuken of juist naar buiten.

Schisis
Kinderen met het syndroom van Gorlin hebben vaker een gesleten lip, kaak of gehemelte (schisis).

Oogproblemen
Bij kinderen met het syndroom van Gorlin komen vaker oogproblemen voor, maar zeker niet bij alle kinderen. Sommige kinderen zijn zeer slechtziend, andere hebben last van scheelzien, lenstroebeling (cataract) of verhoogde oogboldruk (glaucoom). Soms zijn de ogen kleiner dan gebruikelijk.

Geslachtsdelen

Bij jongentjes met het syndroom van Gorlin zijn er vaak problemen met het niet goed in dalen van de balletjes. Bij meisjes kunnen goedaardig vergrote eierstokken voorkomen, deze geven meestal geen klachten, soms ontstaan hierdoor buikpijnklachten. Ook maken kinderen met het syndroom van Gorlin vaak een lagere hoeveelheid geslachtshormonen aan waardoor de geslachtsorganen minder ontwikkeld zijn en er problemen met de menstruatie of vruchtbaarheid kunnen voorkomen.

Andere vormen van kanker
Kinderen met het syndroom van Gorlin zijn ook gevoeliger om andere vormen van kanker te ontwikkelen. Op volwassen leeftijd bestaat er een licht vergrote kans op het ontstaan borstkanker, longkanker en meningeomen, maar dit is wel lastig om vast te stellen omdat deze kankervormen ook zonder het hebben van het Gorlin syndroom regelmatig voorkomen bij volwassenen. Ook zeldzame tumoren zoals een fibrosarcoom of een rhabdomyosarcoom komen iets vaker voor bij volwassenen met het Gorlin syndroom.

 

Hoe wordt de diagnose syndroom van Gorlin gesteld?

Verhaal en onderzoek
Op grond van het verhaal van een kind met een medulloblastoom op jonge leeftijd of huidkanker op kinder- of jong volwassen leeftijd kan aan het Gorlin syndroom worden gedacht.

DNA-onderzoek
Wanneer aan dit syndroom wordt gedacht, dan kan door middel van bloedonderzoek gekeken worden of er inderdaad sprake is van een foutje in het erfelijk materiaal van chromosoom 9.
Indien er geen foutje gevonden wordt in het PTCH1-gen, dan wordt gekeken of er een foutje gevonden kan worden in het PTCH2-gen of in het SUFU-gen die soortgelijke beelden kunnen geven.

MRI van de hersenen
Wanneer het syndroom nog niet herkend is, wordt bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand vaak een MRI van de hersenen gemaakt. Op deze MRI zijn wel vaak afwijkingen te zien, maar dit zijn wel afwijkingen die ook bij allerlei andere syndromen gezien kunnen worden. Vaak ontbreekt de hersenbalk tussen de rechter- en de linkerkant van de hersenen. Ook is de verbinding tussen de rechter en linkerkant van de kleine hersenen vaak dun (de zogenaamde vermis). Een deel van de kinderen heeft een waterhoofd. Op volwassen leeftijd is te zien dat het vlies tussen de beide hersenhelften verkalkt raakt, dit is vaak beter op een CT-scan te zien dan op een MRI-scan.
Wanneer de diagnose gesteld is, wordt bij kinderen tot de leeftijd van 8 jaar vaak jaar meestal jaarlijks een MRI van de hersenen gemaakt om te kijken of er aanwijzingen zijn voor het ontwikkelen van een hersentumor (medulloblastoom).

Stofwisselingsonderzoek
Kinderen met een ontwikkelingsachterstand krijgen ook vaak onderzoek van bloed en urine naar het voorkomen van stofwisselingsziektes. Hierin worden bij kinderen met het Gorlin syndroom geen afwijkingen gevonden.

Huidarts
Kinderen met huidafwijkingen worden met regelmaat gezien door de huidarts (dermatoloog). De dermatoloog kijkt goed of er huidafwijkingen zijn of er basaalhuidkanker ontstaat om die zo in een vroeg stadium te kunnen behandelen.

MRI-scan van de kaak
Op een MRI-scan van de kaak kunnen de odontogene cystes worden waargenomen. Deze zijn normaal beter te zien op een CT-scan, maar bij kinderen met dit syndroom wordt liever geen CT-scan gemaakt.

Foto van de rug
Wanneer er een verkromming van de rug ontstaat zal vaak een foto van de rug gemaakt worden om goede de mate van verkromming te zien en vast te leggen. Omdat kinderen met het Gorlin syndroom het liefst zo min mogelijk röntgenstraling moeten krijgen, moet altijd goed de afweging worden gemaakt of het mogelijk is om op een andere manier dezelfde gegevens te krijgen.

Oogarts
Omdat oogafwijkingen regelmatig voorkomen bij kinderen met het Gorlin syndroom, worden al deze kinderen een keer door de oogarts gezien om te kijken of er inderdaad sprake is van een afwijking van de ogen.

Bloedonderzoek
Door middel van bloedonderzoek kan gekeken worden of er bijzonderheden zijn met de aanmaak van hormonen in het lichaam.

 

Hoe wordt het syndroom van Gorlin behandeld?

Beschermen huid
Bij het syndroom van Gorlin is het belangrijk dat de huid beschermd wordt tegen overmatig zonlicht om zo de vorming van nieuwe huidkanker te voorkomen. Beschermen gebeurt met bedekkende kleding, een pet of hoedje en het insmeren van de huid met een zonnebrandcrème met een hoge factor (sunblock). Ook is het advies om zo min mogelijk buiten te komen op tijdstippen waarop de zon volop schijnt (in de zomer vaak tussen 11 en 15 uur)

Vermijdenröntgenstraling
Röntgenstraling moet zo veel mogelijk worden voorkomen. In plaats van gewone foto’s en CT-scans worden indien mogelijk liever MRI scans gemaakt omdat deze scans niet werken met röntgenstraling.

Verdachte huidplekjes
Wanneer er een huidplekje gaat groeien, jeuken of bloeden moet het verwijderd worden. Dit kan door middel van een kleine operatie, soms door bevriezen of laseren van het aangedane plekje. Deze behandeling wordt meestal uitgevoerd door de huidarts (dermatoloog).

Medulloblastoom
Een medulloblastoom wordt behandeld met een operatie uitgevoerd door een neurochirurg. Na de operatie hebben kinderen een intensieve behandeling met chemotherapie nodig. Zij worden hierin begeleid door een kinderoncoloog. Het is voor kinderen met het Gorlin syndroom niet goed om behandeld te worden met bestraling (radiotherapie).

Kaakchirurg
Een kaakchirurg kan cystes in de kaak waar kinderen of volwassenen last van hebben verwijderen door middel van een operatie. Helaas hebben de cystes wel de neiging om daarna weer aan te groeien.

Gynaecoloog
Wanneer meisjes of vrouwen last hebben van cystes in de eierstokken dan kunnen deze verwijderd worden door een gynaecoloog. Wanneer beide eierstokken verwijderd moeten worden, dan zal gekeken worden of het lukt om een stukje werkend eierstokweefsel te bewaren zodat meisjes of vrouwen later nog wel de mogelijkheid hebben om zwanger te worden.

Behandeling kanker
Bij de behandeling van andere kankers is het het beste om geen gebruik te maken van een behandeling met bestraling, tenzij dit echt niet anders kan. Dit omdat de bestraling weer kan zorgen voor het ontstaan van allemaal nieuwe vormen van kanker.

Medicijnen
Er wordt ook onderzoek gedaan naar medicijnen die op de huid gesmeerd kunnen worden en die de kans op huidkanker kunnen verlagen. Medicijnen die daarvoor gebruikt worden zijn 5-fluorouracil en zogenaamde anti-sonic hedgehog medicijnen.

Kinderfysiotherapie
Een fysiotherapeut kan kinderen en ouders begeleiden in het stimuleren van de ontwikkeling bij kinderen die een achterstand hebben in de ontwikkeling.

Kinderlogopedie
Een logopediste kan adviezen geven wanneer er problemen zijn met eten, drinken of praten.

Revalidatiearts
Een revalidatiearts coördineert de verschillende behandelingen die gegeven worden aan kinderen met een ontwikkelingsachterstand. Via een revalidatiecentrum kunnen kinderen indien dit nodig is ook naar een speciale peutergroep waar ze allerlei vormen van therapie kunnen krijgen of naar een school die verbonden is aan het revalidatiecentrum.

Scoliose
Bij kinderen met een zijwaartse verkromming van de rug zal een orthopeed kijken of er een behandeling nodig is en welke behandeling dan het beste is.

Contact met andere ouders
Door middel van een oproepje op het forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere kinderen en hun ouders/verzorgers die ook te maken hebben met het Gorlin syndroom.

 

Wat is de prognose van het syndroom van Gorlin?

Kanker
Kinderen met het syndroom van Gorlin hebben een vergrote kans op kanker van de huid of in mindere mate ook van de hersenen.

Kaakcystes
Kaakcystes nemen vaak toe in grootte op jong volwassen leeftijd. Na de leeftijd van 30 jaar neemt de neiging om te groeien af.

Kinderen
Volwassenen met het Gorlin syndroom kunnen normaal kinderen krijgen. Deze kinderen hebben wel 50% kans om zelf ook het Gorlin syndroom te krijgen. Kinderen hoeven niet dezelfde klachten te krijgen als hun ouders en ook niet in dezelfde mate dat valt van te voren niet te voorspellen. Kinderen kunnen minder klachten hebben, maar ook meer klachten.

Levensverwachting
De levensverwachting van kinderen en volwassenen met het Gorlin syndroom hangt sterk samen met het wel of niet krijgen van kanker en het tijdstip waarop deze kanker dan ontdekt wordt en behandeld wordt. Huidkanker is meestal goed te behandelen en maakt niet dat kinderen of volwassenen daar aan komen te overlijden. Jonge kinderen met een medulloblastoom als gevolg van het Gorlin syndroom reageren vaak ook goed op de behandeling, maar niet alle kinderen met een medulloblastoom zijn helaas te genezen.

 

Hebben andere kinderen in het gezin ook de kans het syndroom van Gorlin te krijgen?

Het Gorlin syndroom is een erfelijke aandoening. Bij twee van de drie kinderen heeft de ouder ook het Gorlin syndroom, soms zonder dat de ouder dit van te voren wist. Broertjes en zusjes hebben dan 50% kans om zelf ook het Gorlin syndroom te krijgen.
Bij een op de drie kinderen is het foutje bij het kind zelf ontstaan. Dan hebben broertjes en zusjes nauwelijks een kans om zelf ook het Gorlin syndroom te krijgen. Dit zou alleen kunnen wanneer de ouder dit foutje heeft zitten in de eicellen of zaadcellen zonder dat het in de andere lichaamscellen zit.
Een klinisch geneticus kan hier meer informatie over geven.

Prenatale diagnostiek

Het is mogelijk om tijdens een zwangerschap vast te stellen of er sprake is van het Gorlin syndroom bij het nog ongeboren kindje. Dit kan door middel van een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie. Ook is het mogelijk om door middel van IVF-zwanger te worden en alleen embryo’s terug te plaatsen die niet het foutje in het PTCH-9 gen hebben en om daarmee te voorkomen dat een kind het Gorlin syndroom zal krijgen.

 

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

 

Referenties

1. Gorlin-Goltz syndrome--a medical condition requiring a multidisciplinary approach. Kiwilsza M, Sporniak-Tutak K. Med Sci Monit. 2012;18:RA145-53.
2. High frequency of germline SUFU mutations in children with desmoplastic/nodular medulloblastoma younger than 3 years of age. Brugières L, Remenieras A, Pierron G, Varlet P, Forget S, Byrde V, Bombled J, Puget S, Caron O, Dufour C, Delattre O, Bressac-de Paillerets B, Grill J. J Clin Oncol. 2012;30:2087-93

 

Links
www.gorlingroup.org
(Engelstalige site met informatie over het Gorlin syndroom)

 

 

Auteur: JH Schieving

 

Laatst bijgewerkt: 4 januari 2013

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.