A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

SCA-7

 

Wat is SCA-7?
SCA-7 is een aandoening waarbij kinderen en volwassenen problemen hebben met het bewaren van het evenwicht in combinatie met problemen met zien via de ogen.  

Hoe wordt SCA-7 ook wel genoemd?
SCA-7 is de afkorting van spinocerebellaire ataxie type 7. Ataxie is het medische woord voor een probleem met het bewaren van het evenwicht. Dit probleem met het evenwicht ontstaat omdat de kleine hersenen als gevolg van deze aandoening niet meer goed functioneren. De kleine hersenen heten ook wel cerebellum. Ook blijkt het ruggenmerg bij kinderen en volwassenen met deze aandoening minder goed te werken. Het medische woord voor ruggenmerg is spina. Vandaar het woord spinocerebellair.
Er bestaat veel verschillende vorm van spinocerebellaire ataxie die allemaal een eigen nummer hebben gekregen. Deze vorm van spinocerebellaire ataxie heeft nummer 7 gekregen.

ADCA type II
Een andere term die vroeger ook wel gebruikt werd, is ADCA type II. ADCA staat voor autosomaal dominante cerebellaire ataxie. Cerebellaire ataxie geeft weer aan dat er problemen zijn met het bewaren van het evenwicht die ontstaan door een probleem van de kleine hersenen (cerebellum). Autosomaal dominant zegt iets over de manier waarop deze ziekte overerft. Deze vorm heeft de naam type II gekregen.

OPCA-3
Een derde naam die vroeger wel werd gebruikt is OPCA-3. OPCA staat voor olivopontocerebellaire atrofie. Het woord atrofie geeft aan dat bepaalde delen van de hersenen in de loopt van de tijd kleiner worden van volume omdat er hersencellen verloren gaan. Olivopontocerebellaire geeft de plaats in de hersenen aan waar deze hersencellen verloren gaan. Soms wordt ook gesproken van OPCA met retinale degeneratie. Ook in het netvlies van het oog gaan zenuwcellen verloren. Dit zorgt in toenemende mate voor problemen met zien.

Hoe vaak komt SCA-7 voor bij kinderen?
SCA-7 is een zeldzame ziekte. Het is niet goed bekend hoe vaak SCA-7 voorkomt. Geschat wordt dat SCA-7 minder vaak dan een op de 100.000 mensen voorkomt.
Wanneer gekeken worden naar kinderen en volwassenen met de aandoening SCA, dan heeft 2-4% van deze groep de aandoening SCA-7.

Bij wie komt SCA-7 voor?
De aandoening SCA-7 is al vanaf de geboorte aanwezig. Het kan enige tijd duren voordat duidelijk wordt dat er sprake is van SCA-7. Soms ontstaan de eerste klachten al op de peuterleeftijd, maar het kan ook zijn dat de eerste klachten pas ontstaan op de tienerleeftijd of op volwassen leeftijd ontstaan. Gemiddeld ontstaan de eerste klachten rond de leeftijd van 30 jaar.
SCA-7 komt even vaak bij jongens/mannen als bij meisjes/vrouwen voor.

Wat is de oorzaak van SCA-7?
Fout in erfelijk materiaal
SCA-7 wordt veroorzaakt door een fout in het erfelijk materiaal. De fout bevindt zich op het zogenaamde 3e chromosoom. De plaats van de fout in het erfelijk materiaal wordt het ATXN7-gen genoemd.

CAG-repeat
Op het stukje erfelijk materiaal van het ATXN7-gen komt de letter combinatie CAG normaal gesproken een keer of 10 achter elkaar voor (variërend van 4 tot 18). Bij kinderen en volwassenen met SCA-7 blijkt deze lettercombinatie vele malen vaker voor te komen. Kinderen en volwassenen die klachten hebben, hebben vaker dan 36 keer de combinatie CAG achter elkaar. Vaak is het zo dat hoe vaker de CAG combinatie voorkomt, hoe eerder de eerste klachten ontstaan. Kinderen en volwassenen met 28-36 keer de CAG-combinatie hebben soms lichte klachten, soms geen klachten. Zij worden dragers of carriers genoemd. Kinderen die al op peuterleeftijd de eerste klachten krijgen, hebben vaak meer dan 100 keer de combinatie CAG.

Autosomaal dominant
SCA-7 is een erfelijke ziekte. De ziekte erft op zogenaamd autosomaal dominante manier over. Dit houdt in dat een fout in het ATXN7-gen op een van de twee chromosomen 3 al voldoende is om klachten te krijgen. Dit in tegenstelling tot een autosomaal recessieve aandoening, hierbij krijgen mensen pas klachten wanneer beide chromosomen op dezelfde plek een fout bevatten.

Geërfd van de ouder
Een deel van de kinderen en volwassenen heeft het foutje in het erfelijk materiaal geërfd van een ouder. Soms was al bekend dat de ouder zelf ook SCA-7 heeft. Het kan ook zijn dat de ouder een toegenomen aantal CAG-combinaties heeft, zonder dat dit er voldoende zijn om klachten te krijgen De ouders is dan een zogenaamde drager. Wanneer een vader het foutje in het ATXN7-gen door geeft, dan neemt het aantal CAG-combinaties vaak meer toe, dan wanneer de moeder het foutje in het ATXN7-gen door geeft. Het toenemen van de hoeveelheid CAG-combinaties met het ouder worden, wordt anticipatie genoemd.

Bij het kind zelf ontstaan
Bij een ander deel van de kinderen is het foutje in het erfelijk materiaal bij het kind zelf ontstaan en blijken de ouders een normaal aantal keer CAG in hun erfelijk materiaal te hebben.

Afwijkend eiwit
Als gevolg van de fout in het erfelijk materiaal wordt een bepaald eiwit op een afwijkende manier aangemaakt. Dit eiwit wordt ataxine-7 genoemd, afgekort als ATXN7. Dit eiwit speelt een belangrijke rol in de hersencellen van de kleine hersenen, het ruggenmerg, de hersenstam en in de cellen van het netvlies. Bij kinderen en volwassenen met SCA-7 wordt een afwijkend ataxine-7 eiwit aangemaakt. Dit eiwit stapelt zich op de hersencellen en in de cellen van het netvlies waardoor deze cellen hun werk niet meer kunnen doen en ten slotte zullen afsterven.

Kleine hersenen
De kleine hersenen spelen een belangrijke rol bij het bewaren van het evenwicht, maar ook bij leren, bij het geheugen, bij het begrijpen van taal en bij het uiten van emoties. Daarom hebben kinderen met SCA-7 problemen op deze gebieden.

Wat zijn de symptomen van SCA-7?
Variatie
Er bestaat variatie tussen de ernst en de hoeveelheid symptomen die verschillende mensen met SCA-7 hebben. Ook binnen een familie is er vaak een grote variatie, de ene persoon krijgt op jongere leeftijd klachten dan de andere persoon.
Kinderen die op jonge leeftijd al klachten krijgen, hebben vaak meer en ernstigere klachten, dan kinderen die op latere leeftijd klachten krijgen en volwassenen die pas op volwassen leeftijd klachten krijgen.

Evenwicht
Het is voor kinderen en volwassenen met SCA-7 vaak lastiger om hun evenwicht te bewaren. Kinderen en volwassenen vallen gemakkelijker. Vaak worden de voeten wat verder uit elkaar gezet om zo meer steun te hebben en minder snel om te vallen.
De handen kunnen een trillende beweging maken wanneer een kind of een volwassene wat willen pakken.
Daardoor wordt het bijvoorbeeld moeilijker om te schrijven, een kopje naar de mond te brengen of knoopjes dicht te maken. Kinderen en volwassenen laten gemakkelijker iets uit hun handen vallen. De problemen met het bewaren van het evenwicht worden met het ouder worden geleidelijk aan erger.

Lage spierspanning
Kinderen met SCA-7 hebben vaak een lagere spierspanning in hun armen en benen. Kinderen zijn soepel in hun gewrichten, de gewrichten kunnen gemakkelijk overstrekt worden. Het kost kinderen hierdoor meer kracht en energie om hun gewrichten stabiel te houden tijdens het bewegen.  

Praten
Om te kunnen praten, moeten de spieren van de mond, tong, kaak, keel en borstkas allemaal samenwerken. Hoewel we hier niet bij stil staan, vraagt dit veel coördinatie. Daarom kunnen kinderen en volwassenen met SCA-7 moeite hebben met praten. Kinderen kunnen moeilijker verstaanbaar zijn en wisselend hard en dan weer zacht praten. Dit probleem met praten wordt dysartrie genoemd.
 
Slikken
Ook bij het slikken zijn veel verschillende spieren nodig. Een deel van de kinderen heeft problemen met slikken. Het slikken gaat langzamer en kost daardoor meer tijd. Kinderen kunnen zich verslikken en daarom moeten hoesten tijdens eten of drinken.

Problemen met zien
Kinderen en volwassenen met SCA-7 hebben vaak problemen met zien. Een van de eerste problemen is vaak een probleem om goed te kunnen zien in een omgeving die fel verlicht is. Kinderen en volwassenen kunnen fel licht niet goed verdragen. Geleidelijk aan wordt het zicht waziger. Vaak hebben kinderen en volwassenen moeite om rechtuit kijkend goed te kunnen zien, terwijl het kijken vanuit de ooghoeken nog wel goed gaat. Ook gaat het waarnemen van de kleuren gaat steeds minder goed. Zien in het donker kan lastig worden. De problemen met zien nemen geleidelijk aan toe. Ook hier geldt dat de snelheid van toename van problemen groter is wanneer de klachten al op jonge leeftijd ontstaan. Wanneer de problemen met zien op de kinderleeftijd ontstaan, dan is de kans erg groot dat er na enkele jaren sprake is van volledige blindheid.
Vaak kunnen de ogen van kinderen en volwassenen met SCA-7 niet snel bewegen, maar bewegen ze langzaam.

Problemen met leren
De kleine hersenen spelen ook een belangrijke rol bij leren, bij onthouden en bij begrijpen van taal. Hierdoor hebben kinderen met SCA-7 vaker problemen met leren. Problemen die vaker voorkomen zijn problemen met automatiseren, trager werktempo, moeite met lang vasthouden van de aandacht en een beperkter geheugen voor plaatjes en beelden. Sommige kinderen hebben hier in beperkte mate last van en kunnen regulier onderwijs volgen, anderen worden hier meer door gehinderd en volgen speciaal onderwijs.

Emoties
De kleine hersenen spelen ook een belangrijke rol bij het begrijpen en uiten van emoties. Deze functie van de kleine hersenen wordt nogal eens vergeten. Kinderen met SCA-7 kunnen meer moeite hebben met het begrijpen van emoties van anderen. Ook hebben kinderen moeite met het uiten van hun eigen emoties. Kinderen kunnen soms plotseling ineens heel verdrietig of juist heel boos worden en kunnen het moeilijk vinden om hier zelf dan weer uit te komen.

Spasticiteit
Bij neurologisch onderzoek worden vaak milde aanwijzingen voor spasticiteit gevonden in de zin van levendige reflexen. Ook maakt de grote teen meestal een bewegen in de richting van de neus wanneer onder de voetzool gestreken wordt. Dit wordt een voetzoolreflex volgens Babinski genoemd. Dit zijn milde tekenen van spasticiteit. Als gevolg van spasticiteit kunnen de spieren stijver worden, waardoor bewegen lastiger gaat.

Onwillekeurige bewegingen
Een deel van de kinderen met SCA-7 maakt onwillekeurige bewegingen met de armen en benen. Verschillende bewegingen zijn mogelijk, grote langzame bewegingen (atethotische bewegingen), kleine sierlijke bewegingen (chorea) of weggooiende bewegingen (ballistische bewegingen). Ook een vreemde stand van armen, benen, nek en romp kunnen voorkomen (dystonie).

Gevoel
Een deel van de kinderen met SCA-7 heeft problemen met het voelen van aanraking, van warmte van koude of van pijn.

Vermoeidheid
Kinderen en volwassenen met SCA-7 hebben veel meer energie nodig om goed te kunnen bewegen, eten/drinken en communiceren. Deze energie kunnen ze niet op een andere manier gebruiken. Kinderen en volwassenen met SCA-7 zijn dan ook vaak sneller vermoeid dan andere kinderen en volwassenen.

 

Hoe wordt de diagnose SCA-7 gesteld?
Verhaal en onderzoek
Op grond van het verhaal en de bevindingen bij onderzoek zou kunnen worden vermoed dat er sprake is van een SCA. Inmiddels bestaan er ook zeer veel verschillende soorten SCA’s. De combinatie van evenwichtsproblemen en problemen met zien kan doen vermoeden dat er sprake is van SCA-7.
Er bestaan echter ook andere ziektes die zelfde soort problemen kunnen geven, zoals mitochondriële stofwisselingsziektes, neuronale ceroidlipofucsinose, SCA-1 en ataxia teleangiectasia.
Wanneer de SCA-7 al in de familie voorkomt, dan zal het gemakkelijk zijn om de diagnose te stellen.

Genetisch onderzoek
Door middel van bloedonderzoek kan gekeken worden naar een foutje in het erfelijk materiaal van het ATXN7-gen. Dit kan gericht gebeuren wanneer er aan gedacht wordt. Tegenwoordig bestaan er ook zogenaamde gecombineerde DNA testen met daarin alle bekende veranderingen in het DNA waarvan bekend is dat ze problemen met bewegen kunnen veroorzaken, dit wordt exome sequencing genoemd. Op deze manier kan ook ontdekt worden dat er sprake is van SCA-7. Er moet dan overigens wel op een speciale manier gekeken worden, omdat “gewone” exome sequencing herhalingen van combinaties CAG niet goed kan opsporen.

MRI-scan
Wanneer nog onduidelijk is wat de oorzaak is van de problemen, wordt vaak een MRI-scan van de hersenen en van het ruggenmerg gemaakt. Op deze MRI-scan is vaak te zien dat de kleine hersenen kleiner zijn dan volume dan gebruikelijk. Wanneer een kind of volwassene al een aantal jaar klachten heeft, dan kan ook opvallen dat de grote hersenen kleiner worden van volume.  
Deze MRI afwijkingen zijn niet specifiek voor SCA-7 maar kan ook bij andere aandoening met evenwichtsproblemen worden gezien.

Bloedonderzoek
Wanneer er nog niet direct gedacht aan de SCA-7 zal vaak bloedonderzoek worden verricht om te kijken of er andere oorzaken voor het ontstaan van problemen met bewegen kunnen worden aangetoond. Vaak zal er gekeken worden of er sprake is van bijvoorbeeld een tekort aan vitamine B12 of vitamine E, een overmaat aan fytaanzuur, of afwijkende vetzuren in het bloed, aanwijzingen voor een ontstekingsziekte of bijvoorbeeld aanwijzingen voor het voorkomen van coeliakie. Hiervoor worden bij kinderen met SCA-7 geen aanwijzingen gezien.

Stofwisselingsonderzoek
Door middel van bloed- en urineonderzoek kan bij kinderen met evenwichtsproblemen gekeken worden of er sprake is van een stofwisselingsziekte als oorzaak van de evenwichtsproblemen Bij dit onderzoek worden bij kinderen met SCA-7 geen bijzonderheden gevonden.

Oogarts
De oogarts kan bij kinderen en volwassenen met SCA-7 zien dat het netvlies er anders uit ziet dan gebruikelijk. Het netvlies ziet er korrelig uit, ook is de gele vlek (macula) kleiner dan normaal, De oogzenuw kan er dunner uit zien dan gebruikelijk. De oogarts kan een speciaal onderzoek laten uitvoeren (elektroretinogram ERG) waarmee aangetoond kan worden dat het netvlies niet optimaal werkt. Vooral de kegeltjes blijken hun werk niet goed te doen.

EMG
Wanneer de zenuwen van kinderen en volwassenen met SCA-7 worden doorgemeten, dan valt vaak op dat de zenuwen in de armen en benen minder goed werken dan gebruikelijk. Dit wordt een polyneuropathie genoemd.

Hoe wordt de SCA-7 behandeld?
Geen genezing
Er bestaat geen behandeling die de SCA-7 kan genezen. De behandeling is er op gericht zo goed mogelijk om te gaan met de gevolgen van de SCA-7.

Zonnebril
Kinderen en volwassenen et SCA-7 hebben vaak moeite met kijken in een fel verlichte omgeving. Veel kinderen en volwassenen vinden het daarom fijn om buiten een zonnebril te dragen. Het is belangrijk om te kiezen voor zonnebril met een goed UV-filter.

VISIO/Bartimeus
VISIO en Bartimeus zijn instellingen die kinderen en volwassenen met slechtziendheid of blindheid kunnen helpen hoe zij hier in het dagelijks leven zo goed mogelijk mee om kunnen gaan. Ze kunnen adviseren welke hulpmiddelen kunnen helpen, zoals bijvoorbeeld een leesloep.

Medicijnen tegen trillen
Er bestaan medicijnen die het trillen van de handen minder erg kunnen maken, bijvoorbeeld het medicijn propranolol. Meestal zijn deze medicijnen niet erg effectief bij kinderen met SCA-7. Vaak vinden kinderen dat de voordelen van minder trillen niet opwegen tegen de bijwerkingen van deze medicijnen.

Blijf bewegen
Wanneer kinderen minder goed zijn in bewegen dan hun leeftijdsgenoten, dan is de kans groot dat zij bewegen en sporten niet zo leuk zullen vinden. Hierdoor zullen kinderen met SCA-7 minder gaan bewegen, wat juist niet goed voor hen is. Door juist veel te bewegen, oefenen kinderen hun evenwichtsorgaan en krijgen ze juist vaak een betere balans.
Het is op school ook belangrijk dat kinderen bij de gymles worden gewaardeerd naar hun kunnen en vooral plezier en succeservaringen hebben met het bewegen.
Wanneer bewegen moeilijker wordt, kunnen hulpmiddelen helpen om toch zo goed mogelijk te kunnen bewegen.

Fysiotherapie
Een fysiotherapeut kan adviezen en therapie geven hoe jongeren en volwassenen met de SCA-7 zo goed mogelijk zelfstandig kunnen bewegen. Wanneer er problemen zijn met het bewaren van de balans dan kan een wandelstok, kruk, looprekje of rollator helpen om de balans wel te kunnen bewaren. Een fysiotherapeut kan advies geven, welk hulpmiddel het beste gebruikt kan worden.

Ergotherapie
Een ergotherapeut kan adviezen geven welke hulpmiddelen gebruikt kunnen worden om zo zelfstandig mogelijk te kunnen functioneren. Wanneer schrijven lastig wordt, kan het bijvoorbeeld helpen om te schrijven met een dikkere pen. Ook bestaat er bestek met dikkere handvaten die gemakkelijker vast te houden zijn en zijn er hulpmiddelen om kleding zelf aan te kunnen trekken als dat lastig gaat. Aanpassingen in huis, zoals beugels of een verhoog toilet, kunnen zorgen dat kinderen en volwassenen zelfstandig kunnen blijven functioneren.
Ook kan de ergotherapeut adviezen geven hoe om te gaan met de beperktere energie. Het is vaak verstandig om op bepaalde momenten van de dag een rustmoment in te bouwen.

Revalidatiearts
Een revalidatiearts begeleidt kinderen met de SCA-7 en geeft adviezen over therapie mogelijkheden en hulpmiddelen, zoals aangepaste schoenen of spalken om beter te kunnen lopen.

Logopedie
Een logopedist kan adviezen geven hoe jongeren met SCA-7 zo goed mogelijk kunnen praten, waardoor ze verstaanbaar zijn voor andere mensen. Rustig en niet al te hard praten, zorgt er vaak voor dat een kind of volwassene beter verstaanbaar is voor anderen.
Wanneer praten te lastig wordt, kan gekeken worden of het mogelijk is met een spraakcomputer te werken.
De logopedist geeft ook adviezen bij slik- en eetproblemen.

Sondevoeding
Wanneer kinderen onvoldoende in staat zijn om zelf genoeg voeding en vocht binnen te krijgen, dan kan het nodig zijn om kinderen voeding via een sonde te gaan geven. De sonde loopt via de neus en de keel naar de maag toe. Wanneer langere tijd een sonde nodig is, kan er voor gekozen worden om door middel van een kleine operatie een sonde via de buikwand rechtstreeks in de maag aan te brengen. Zo’n sonde wordt een PEG-sonde genoemd. Later kan deze vervangen worden door een zogenaamde mickeybutton.

Voorkom overgewicht
Het is heel belangrijk om overgewicht bij kinderen met SCA-7 te voorkomen. Overgewicht zorgt voor toename van de problemen met bewegen en het bewaren van het evenwicht.

Diëtiste
Een diëtiste kan bekijken of kinderen die problemen hebben met eten of met drinken voldoende calorieën en vocht op een dag binnen krijgen. Zo nodig kan de diëtiste adviseren over speciale voeding of een vitamine preparaat om te zorgen dat kinderen wel voldoende binnen krijgen.

School
Een deel van de kinderen met SCA-7 volgt regulier onderwijs, een ander deel speciaal onderwijs. In het speciaal onderwijs zijn de klassen kleiner en kan het lesprogramma meer afgestemd worden op de mogelijkheden van het kind. Vaak hebben kinderen ondersteunen nodig bij het onthouden en automatiseren. Gesproken teksten kunnen kinderen helpen om de teksten beter te kunnen onthouden.

Begeleiding
Een maatschappelijk werkende of psycholoog kan begeleiding geven hoe het hebben van deze aandoening een plaatsje kan krijgen in het dagelijks leven. Het kost vaak tijd voor kind en ouders om te verwerken dat de toekomstverwachtingen van hun kind er anders uit zullen zien dan gebruikelijk. Veel kinderen en ouders vinden het moeilijk om een balans te vinden hoe om te gaan met de onzekerheid dat de klachten in de toekomst zullen gaan toenemen.

Contact met andere ouders
Door het plaatsen van een oproep op het forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere kinderen en hun ouders met SCA-7.

Wat betekent het hebben van de SCA-7 voor de toekomst?
Toename klachten
Zowel bij kinderen als bij volwassenen nemen de klachten als gevolg van het hebben van SCA-7 geleidelijk aan toe. Bij jonge kinderen is het tempo van toename van klachten meestal hoger dan bij oudere kinderen en volwassenen. Zowel de problemen met bewegen, zien als het denken nemen toe.

Rolstoel
Wanneer de eerste klachten op de kinderleeftijd ontstaan dan is de kans groot dat kinderen op een bepaald moment een (elektrische) rolstoel nodig hebben om zich te kunnen verplaatsen. Zelfstandig lopen wordt dan te moeilijk.

Blindheid
Wanneer op de kinderleeftijd problemen met zien ontstaan, dan worden bijna al deze kinderen in de loop van een aantal jaren uiteindelijk blind. Wanneer de eerste klachten op volwassen leeftijd ontstaan, dan gaat het zien ook geleidelijk aan achteruit. Vaak duurt het bij volwassen meer dan tien jaar voordat zij functioneel blind worden.

Depressie
Het vooruitzicht een aandoening te hebben die geleidelijk aan toeneemt en zal leiden tot steeds meer beperkingen kan kinderen en volwassenen somber maken. De meeste kinderen en volwassenen vinden uiteindelijk een evenwicht en leven in het moment. Wat later komt, is een zorg voor later. Sommige kinderen en jongeren lukt het niet om een evenwicht te vinden. Zij raken in een depressie en hebben extra begeleiding en behandeling nodig om uit deze depressie te komen.

Psychose
Een deel van de volwassenen krijgt te maken met een psychose. Dit is een toestand waarbij een volwassene ernstige in de war is en niet normaal na kan denken. Volwassenen kunnen voorwerpen of mensen zien of horen die in werkelijkheid niet bestaan. Een psychose kan behandeld worden met medicijnen.

Levensverwachting
De leeftijd waarop de eerste klachten ontstaan is van invloed op de levensverwachting. Kinderen die al vanaf de peuterleeftijd klachten hebben, hebben vaak een verkorte levensverwachting. Kinderen komen vaak te overlijden aan de gevolgen van een ernstige longontsteking, hartfalen of een andere infectie in een situatie waarin ze rolstoel geboden zijn en grote moeite hebben met slikken. Volwassenen die pas op latere leeftijd de eerste klachten krijgen, hebben geen verkorte levensverwachting.

Kinderen
Volwassenen met SCA-7 kunnen kinderen krijgen. Kinderen van een volwassene met SCA-7 hebben zelf 50% kans om zelf ook SCA-7 te krijgen. Het aantal CAG combinaties blijkt vaak toe te nemen in de volgende generatie. Bij vaders met SCA-7 neemt het aantal CAG-combinaties vaak meer toe dan bij moeders met SCA-7. Dit maakt dat de kans dat het kind meer klachten gaat krijgen dan de ouder zelf vooral bij vaders met SCA-7 groot.

Hebben broertjes en zusjes een vergrote kans om ook SCA-7 te krijgen?
Erfelijke ziekte
Dit hangt er vanaf of een van de ouders ook zelf SCA-7 heeft of een verhoogd aantal CAG-combinaties heeft in het ATXN7-gen. In deze situatie hebben broertjes en zusjes tot maximaal 50% kans om zelf ook SCA-7 te krijgen.
Wanneer de ouders zelf geen SCA-7 hebben en een normaal aantal CAG-combinaties, dan is de kans erg klein dat een broertje of zusje ook een SCA-7 gaat krijgen. Dit zou alleen kunnen als het foutje in de eicellen of zaadcellen aanwezig is, zonder dat het in de andere lichaamscellen van de ouder aanwezig is. De kans hierop is klein.
Een klinisch geneticus kan hier meer informatie over geven.

Prenatale diagnostiek
Wanneer bekend is wel foutje in het erfelijk materiaal SCA-7 veroorzaakt dan is het mogelijk om tijdens een volgende zwangerschap tijdens de zwangerschap door middel van een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest te kijken of dit aanstaande kindje ook SCA-7 zal kunnen krijgen. Het valt nooit precies te voorspellen hoeveel klachten dit kindje zal gaan krijgen.

Preïmplantatie Genetische Diagnostiek (PGD)
Stellen die eerder een kindje hebben gehad met SCA-7 kunnen naast prenatale diagnostiek ook in aanmerking voor preïmplantatie genetische diagnostiek(PGD.) Bij PGD wordt een vrouw zwanger door middel van IVF (In Vitro Fertilisatie). De bevruchting vindt dan buiten het lichaam plaats, waardoor het zo ontstane pre-embryo onderzocht kan worden op het hebben van SCA-7. Alleen embryo’s zonder de aanleg voor SCA-7, komen in aanmerking voor terugplaatsing in de baarmoeder. Voor meer informatie zie  www.pgdnederland.nl.

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.


Wilt u ook uw verhaal kwijt, dat kan: verhalen kunnen gemaild worden via info@kinderneurologie.eu en zullen daarna zo spoedig mogelijk op de site worden geplaatst. Voor meer informatie zie hier

Links
www.ataxie.nl
(Site van patientenverenging ADCA/SCA)

Referenties
1. A longitudinal investigation into cognition and disease progression in spinocerebellar ataxia types 1, 2, 3, 6, and 7. Moriarty A, Cook A, Hunt H, Adams ME, Cipolotti L, Giunti P.
Orphanet J Rare Dis. 2016;11:82
2. Specific cerebellar and cortical degeneration correlates with ataxia severity in spinocerebellar ataxia type 7.
Hernandez-Castillo CR, Galvez V, Diaz R, Fernandez-Ruiz J.
Brain Imaging Behav. 2016;10:252-7
3. Spinocerebellar ataxia type 7: a neurodegenerative disorder with peripheral neuropathy.
Salas-Vargas J, Mancera-Gervacio J, Velázquez-Pérez L, Rodrígez-Labrada R, Martínez-Cruz E, Magaña JJ, Durand-Rivera A, Hernández-Hernández O, Cisneros B, Gonzalez-Piña R.
Eur Neurol. 2015;73:173-8
4. Molecular pathogenesis and cellular pathology of spinocerebellar ataxia type 7 neurodegeneration. Garden GA, La Spada AR. Cerebellum. 2008;7:138-49.
5. Spinocerebellar ataxias in the Netherlands: prevalence and age at onset variance analysis.
van de Warrenburg BP, Sinke RJ, Verschuuren-Bemelmans CC, Scheffer H, Brunt ER, Ippel PF, Maat-Kievit JA, Dooijes D, Notermans NC, Lindhout D, Knoers NV, Kremer HP.
Neurology. 2002 Mar 12;58:702-8.

Laatst bijgewerkt: 11 janauri 2017

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.