A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Grange syndroom

 

Wat is het Grange syndroom?
Het Grange syndroom is een erfelijke aandoening waarbij kinderen afwijkend aangelegde bloedvaten hebben in combinatie verhoogde bloeddruk, enkele bijzondere uiterlijke kenmerken en problemen met leren.

Hoe wordt het Grange syndroom ook wel genoemd?
Grange is een arts die dit syndroom beschreven heeft. Het Grange syndroom wordt ook wel afgekort met de letters GRNG.

Hoe vaak komt het Grange syndroom voor bij kinderen?
Het Grange syndroom is een zeldzame aandoening. Geschat wordt dat deze aandoening bij minder dan één op de 1.000.000 mensen voorkomt.
Waarschijnlijk is bij een deel van de kinderen die het Grange syndroom heeft, de juiste diagnose ook niet gesteld, omdat het syndroom niet herkend is. Door nieuwe genetische technieken zoals exome sequencing zal deze diagnose waarschijnlijk vaker gesteld gaan worden bij kinderen en volwassenen met dit syndroom. Dan zal ook pas duidelijk worden hoe vaak dit syndroom nu werkelijk voorkomt.

Bij wie komt het Grange syndroom voor?
Het Grange syndroom is al vanaf de geboorte aanwezig. Het kan wel een tijdje duren voordat een kind of een volwassene klachten krijgt van dit syndroom en voordat de diagnose gesteld wordt.
Zowel jongens als meisjes kunnen dit syndroom krijgen.

Wat is de oorzaak van het Grange syndroom?
Foutje in erfelijk materiaal
Het Grange syndroom wordt veroorzaakt door een foutje in het erfelijk materiaal van het 1e chromosoom. Om nog preciezer te zijn op een plaats op het 1e chromosoom welke 1q 22 wordt genoemd. De plaats waar het foutje gevonden wordt, wordt YY1AP1-gen genoemd.  

Autosomaal recessieve aandoening
Grange syndroom is een zogenaamd autosomaal recessieve aandoening. Dit houdt in dat een kind twee foutjes moet hebben op beide chromosomen 1 in het YY1AP1-gen om dit syndroom te krijgen. Dit in tegenstelling tot een autosomaal dominante aandoening. Daar is een foutje op één van de twee chromosomen 1 al voldoende om klachten te krijgen.

Beide ouders drager
Vaak zijn beide ouders drager van een foutje in het YY1AP1-gen.
Zij hebben zelf meestal geen klachten van het Grange syndroom, omdat zij nog een ander chromosoom hebben zonder foutje.

Afwijkend eiwit
Als gevolg van het foutje in het erfelijk materiaal wordt een bepaald eiwit niet aangemaakt. Dit eiwit wordt YY1-associated Protein genoemd, afgekort als YY1AP1. Dit eiwit speelt een belangrijke rol bij het oprollen en afrollen van het DNA zodat het goed afgelezen kan worden.
Dit eiwit speelt ook een belangrijke rol in de gladde spiervezels die in bloedvaten worden gevonden.

Fibromusculaire dysplasie
Als gevolg van de foutjes in het DNA ontstaat een afwijking aan de bloedvaten die fibromusculaire dysplasie wordt genoemd. Normaal gesproken bestaat de wand van de slagaderen voornamelijk uit gladde spiervezels. Bij kinderen en volwassenen met fibromusculaire dysplasie zijn een deel van deze gladde spiervezels vervangen door stug bindweefsel. Hierdoor wordt de wand van het bloedvat stug is en beweegt de wand niet gemakkelijk mee met veranderingen in de bloeddruk. Ook wordt de ruimte in de bloedvaten nauwer door deze vaatwand afwijking. Er kan dus steeds minder bloed door deze bloedvaten stromen. Op een gegeven moment kan een bloedvat zelfs helemaal afgesloten raken. Het orgaan wat voorzien moet worden van bloed, krijgt te weinig of geen bloed aangevoerd waardoor het niet goed kan functioneren of delen van het orgaan zelfs kunnen afsterven.
De bloedvaten naar de nieren en naar de hersenen toe (de carotis en de vertebralis) zijn de meest kwetsbare bloedvaten om last te krijgen van fibromusculaire dysplasie.

Aneurysma
Naast vernauwing van de bloedvaten, kunnen ook verwijdingen van de bloedvaten ontstaan. Zo’n verwijding wordt een aneurysma genoemd. Een aneurysma heeft als risico dat er een scheurtje in de wand kan ontstaan, waardoor een bloeding ontstaat op de plaats van het aneurysma.

Dissectie
Een derde bloedvat probleem wat kan ontstaan is een scheur in de vaatwand zelf. Dit wordt een dissectie genoemd. Door deze scheur kan het bloedvat verder vernauwd raken. Ook kunnen stolseltjes in de scheur ontstaan die door wapperen van een los deeltje in de scheur weggeschoten kunnen worden. Deze stolseltjes kunnen vast lopen kleine bloedvaten en zo problemen veroorzaken.

Wat zijn de symptomen van het Grange syndroom?
Variatie
Er bestaat een grote variatie in hoeveelheid klachten die verschillende kinderen en volwassenen met het Grange syndroom hebben. Sommige kinderen en volwassenen hebben weinig klachten, anderen hebben er veel. Ook de ernst van de symptomen kan verschillen. Het valt van te voren niet goed te voorspellen wie er veel en wie er weinig klachten zullen gaan krijgen. Er zijn nog maar weinig patiënten met het Grange syndroom bekend. Het zou dus goed kunnen zijn dat kinderen ook nog andere symptomen kunnen hebben dan hieronder beschreven staan.

Vernauwing van de bloedvaten
Op veel plaatsen in het lichaam kan een vernauwing van de bloedvaten ontstaan. Vernauwde bloedvaten worden nog al eens gezien in de slagaderen naar de nieren, de lever, de darmen, het hart of de hersenen. Door vernauwing van de bloedvaten kunnen deze organen te weinig bloed krijgen om goed te kunnen functioneren. Dit kan leiden tot beschadiging van deze organen.

Hoge bloeddruk
Kinderen met het Grange syndroom krijgen gemakkelijk een te hoge bloeddruk. Deze hoge bloeddruk ontstaat doordat de nierslagaders te weinig bloed naar de nieren vervoeren. Het probleem van een te hoge bloeddruk is, dat dit helemaal geen klachten hoeft te geven. Klachten die kunnen ontstaan zijn hoofdpijnklachten al dan niet in combinatie met wazig zien. Ook kunnen de nieren slechter gaan functioneren als gevolg van een langer bestaande hoge bloeddruk.

Herseninfarct
Vernauwing van de bloedvaten naar de hersenen maakt kinderen en volwassenen kwetsbaarder om een herseninfarct te ontwikkelen. Als gevolg van een herseninfarct kunnen kinderen en volwassenen plotseling uitval van allerlei functies krijgen zoals praten, bewegen, zien of voelen. Een herseninfarct kan ook ontstaan wanneer er een scheurtje ontstaat in de bloedvatwand (dissectie genoemd)

Subarachnoidale bloeding
Een klein deel van de volwassenen krijgt last van een uitstulping op de slagader wand. Dit wordt een aneurysma genoemd. Een aneurysma kan knappen en zo een zogenaamde subarschnoidale bloeding veroorzaken.

Oorsuizen
Vernauwing van de bloedvaten naar de hersenen toe kan ook zorgen voor het ontstaan van oorsuizen. Vaak gaat het om een kloppend of ruisend geluid in het oor in dezelfde frequentie als de hartslag.

Buikpijn
Vernauwing van de bloedvaten naar de darmen of de lever kan zorgen voor het ontstaan van buikpijnklachten. Vaak gaat het om een krampende pijn. Meestal ontstaan deze pijnklachten na het eten van een warme maaltijd. Soms krijgen kinderen en volwassenen last van bloed bij de ontlasting als gevolg van een dergelijke buikpijnaanval.

Laag gewicht
Kinderen met het Grange syndroom zijn vaak licht van gewicht.

Aangeboren hartafwijking
Een deel van de kinderen heeft een aangeboren hartafwijking. Vaak blijkt een van de hartkleppen, vooral de aortaklep niet goed aangelegd te zijn. De aortaklep blijkt dan uit twee bladen in plaats van uit drie bladen te bestaan. Ook kan er sprake zijn van een gaatje tussen de beide hartkamers (ventrikelseptumdefect genoemd) of het blijven bestaan van een verbinding tussen de longslagader en de grote lichaamsslagader die voor de geboorte aanwezig is, maar na de geboorte hoort te verdwijnen.

Hartritmestoornissen
Kinderen en volwassenen met dit syndroom hebben een grotere kans om last te krijgen van hartritmestoornissen. Het hart klopt dan sneller dan gebruikelijk of onregelmatig. Dit kan zorgen voor klachten zoals duizeligheid of vermoeidheid.

Pijn op de borst
Wanneer de bloedvaten die naar het hart toe lopen onvoldoende bloed naar het hart toevoeren, dan geeft dit pijnklachten, vaak bestaande uit een zwaar drukkend gevoel op de borst. De pijn kan zich uitbreiden naar de arm of naar de schouderbladen.

Botten
De botten van kinderen met het Grange syndroom zijn minder sterk aangelegd dan gebruikelijk. Hierdoor zijn de botten kwetsbaarder en kunnen ze gemakkelijker breken bijvoorbeeld als gevolg van een val.

Uiterlijke kenmerken
Kinderen met het Grange syndroom hebben vaak korte vingers en korte tenen. Dit wordt brachydactylie genoemd. Ook kunnen bepaalde vingers en tenen met elkaar vergroeid zijn.

Problemen met leren
Een deel van de kinderen met het Grange syndroom heeft problemen met leren. Leren kost meer tijd en het leerproces verloopt langzamer dan bij leeftijdsgenoten.

Hoe wordt de diagnose Grange syndroom gesteld?
Verhaal en onderzoek
Wanneer het Grange syndroom in de familie voorkomt, kan bij een kind of een volwassene met een hoge bloeddruk worden vermoed dat er ook sprake is van het Grange syndroom. Wanneer dit niet het geval is, dan zal aanvullend onderzoek nodig zijn om te achterhalen wat de oorzaak is van bijvoorbeeld een hoge bloeddruk of een herseninfarct op jonge leeftijd. Aanvullend onderzoek kan afwijkingen laten zien, die maken dat de diagnose Grange syndroom kan worden gesteld.

Bloedonderzoek
Door middel van bloedonderzoek kan gekeken worden of er aanwijzingen zijn dat bepaalde organen, zoals de nieren of de lever, minder goed functioneren als gevolg van tekort schieten van de bloedvoorziening. Dit onderzoek zal met enige regelmaat worden herhaald.

Scan van de bloedvaten
Hoge bloeddruk is altijd een reden om een scan te maken van de bloedvaten die naar de nieren toe gaan. Er kan zowel met ECHO, CT als MRI worden gewerkt. Deze onderzoeken kunnen laten zien dat de slagaderen die naar de nieren toe gaan vernauwd zijn. Soms zijn ze in het geheel vernauwd, soms is er ook sprake van plaatselijke vernauwing waardoor het beeld van een soort kralensnoer ontstaat. Dit laatste beeld is kenmerkend voor een fibromusculaire dysplasie. Dit zal reden zijn om door middel van een scan ook andere bloedvaten in het lichaam in beeld te brengen om te kijken welke bloedvaten allemaal zijn aangedaan door fibromusculaire dysplasie. Soms zal het nodig zijn een bloedvat onderzoek met contrastvloeistof te verrichten om nog een beter beeld te krijgen van de conditie van de bloedvaten. Dit onderzoek wordt een angiografie genoemd.

MRI van de hersenen
Bij kinderen en volwassenen met het Grange syndroom zal een MRI scan van de hersenen gemaakt worden om te kijken of er aanwijzingen zijn voor vernauwingen van de bloedvaten naar de hersenen toe. In geval van vernauwing van grote bloedvaten naar de hersenen toe, is vaak te zien dat de hersenen allerlei extra bloedvaatjes hebben aangemaakt, om er voor te zorgen dat er voldoende bloed naar de hersenen toe blijft gaan. Dit beeld wat op de MRI scan kan worden gezien, wordt moya moya syndroom genoemd.
Ook kunnen lokale verwijdingen van bloedvaten ontstaan, deze kunnen ook zichtbaar zijn op een MRI scan. De MRI kan ook laten zien of de hersenen last hebben gehad van zuurstoftekort als gevolg van tekort schieten van de bloedvoorziening. Dan zullen een of meerdere herseninfarcten zichtbaar zijn.

Kindercardioloog
De kindercardioloog kijkt of er aanwijzingen zijn dat de bloedvaten die het hart voorzien van bloed (de kransslagaderen) ook tekenen vertonen van fibromusculaire dysplasie. Vaak zal een combinatie van onderzoeken nodig zijn, zoals een ECG (hartfilmpje), bloedonderzoek en een ECHO van het hart.

ECHO van het hart
Kinderen en volwassenen met het Grange syndroom zullen een keer een ECHO van het hart krijgen om te kijken of er sprake is van een aangeboren hartafwijking. Ook kan gekeken worden of er aanwijzingen zijn voor fibromusculaire dysplasie in de aorta, de grote lichaamsslagader. Meestal is hier geen sprake van.

Genetisch onderzoek
Met behulp van een buisje bloed kan het foutje in het erfelijk materiaal in het YYY1AP1-kan worden aangetoond waarmee de diagnose bewezen is.

Botdichtheidsmeting
Door middel van een botdichtheidsmeting (DEXA-scan) kan gekeken worden of de botdichtheid voldoende is of tekort schiet.

Hoe worden kinderen en volwassenen met het Grange syndroom behandeld?
Geen genezing
Er bestaat geen behandeling die het foutje in het erfelijke materiaal die er voor zorgt dat het Grange syndroom ontstaat, ongedaan kan maken. Ook is het mogelijk om de veranderingen in de bloedvat wand tegen te gaan. De behandeling is er op gericht om gevolgen van het syndroom in een zo vroeg mogelijke stadium op te sporen en nieuwe problemen zo veel als kan te voorkomen.

Toename kleine bloedvaten
Het lichaam maakt zelf vaak kleine bloedvaten aan om er toch voor te zorgen dat er voldoende bloed naar belangrijke organen toe blijft gaan. Op die manier kan voorkomen worden dat klachten ontstaan.

Niet roken
Het is voor alle mensen, maar zeker voor mensen met het Grange syndroom heel belangrijk om nooit te gaan roken. Roken kan zorgen voor verdere toename van de vernauwing in de bloedvaten.

Regelmatige controles
Kinderen en volwassenen met het Grange syndroom zullen regelmatig gecontroleerd worden om te kijken of de aandoening stabiel is of dat nieuwe afwijkingen ontstaan die mogelijk een behandeling nodig hebben.

Behandelen hoge bloeddruk
Door middel van medicijnen wordt geprobeerde de bloeddruk te verlagen. Medicijnen die vaak gebruikt worden zijn zogenaamde ACE-remmers, angiotensine II receptor blokkers, plastabletten, calciumblokkers en betablokkers. Per persoon moeten worden gekeken welk medicijn het beste effect heeft en de minste bijwerkingen.

Dotteren
Het is mogelijk om door middel van opblazen een ballonnetje ingebracht in een slagader een vernauwing van het bloedvat te verminderen. Zo’n behandeling wordt dotteren genoemd of ook wel percutane transluminale angioplastiek (PTA) genoemd. Dotteren wordt vooral toegepast bij vernauwing van de slagaderen die naar de nieren toelopen.
Het is ook mogelijk om een stent te plaatsen in de vernauwing. Dit is een metalen kokertje die zorgt dat het bloedvat open blijft staan. Stents blijken in geval van fibromusculaire dysplasie minder effectief te zijn. Er wordt daarom lang niet altijd gekozen voor het plaatsen van een stent.

(Kinder)nefroloog
Kinderen met het Grange syndroom worden meestal behandeld door een kindernefroloog, een kinderarts gespecialiseerd in nierziekten. Volwassen door een nefroloog, een internist gespecialiseerd in nierziekten.

Verminderde botdichtheid
Om de botdichtheid zo optimaal mogelijk te houden wordt geadviseerd om ook na de leeftijd van 4 jaar dagelijks 10 druppels vitamine D te gebruiken in combinatie met 500 mg calciumtabletten. Wanneer dit onvoldoende effect heeft kunnen zogenaamde bisfosfonaten worden gebruikt om de botdichtheid te verbeteren.

School
Een deel van de kinderen met Grange syndroom volgt regulier onderwijs, een ander deel speciaal onderwijs. In het speciaal onderwijs zijn de klassen kleiner en kan het lesprogramma meer afgestemd worden op de mogelijkheden van het kind. Vaak hebben kinderen ondersteunen nodig bij het onthouden en automatiseren

Begeleiding
Een maatschappelijk werkende of psycholoog kan begeleiding geven hoe het hebben van deze aandoening een plaatsje kan krijgen in het dagelijks leven. Het kost vaak tijd voor kind en ouders om te verwerken dat de toekomstverwachtingen van hun kind er anders uit zullen zien dan gebruikelijk. Veel kinderen en ouders vinden het moeilijk om een balans te vinden hoe om te gaan met de onzekerheid dat de klachten in de toekomst kunnen gaan toenemen.

Contact met andere ouders
Door het plaatsen van een oproepje op het forum van deze site kunt u in contact komen met andere kinderen, hun ouders of volwassenen die ook het Grange syndroom hebben.

Wat betekent het hebben van het Grange syndroom voor de toekomst?
Weinig bekend
Er zijn nog maar weinig patiënten met het Grange syndroom bekend. Het is dus moeilijk aan te geven wat het hebben van het Grange syndroom voor de toekomst betekent.

Toename afwijkingen
Bij een deel van de kinderen en de volwassenen nemen de afwijkingen aan de bloedvaten geleidelijk aan toe met het ouder worden. Het risico op het ontstaan van problemen als gevolg van deze vaatafwijkingen wordt dan ook groter met het ouder worden.

Levensverwachting
De levensverwachting zal samenhangen met de uitgebreidheid en de ernst van de vaatafwijkingen, de hoogte van de bloeddruk en het effect van de behandeling die hiervoor gegeven wordt. De levensverwachting kan verkort zijn wanneer er ernstige vaatafwijking in de hersenen of in het hart ontstaan.

Kinderen
Volwassenen met het Grange syndroom kunnen normaal kinderen krijgen. Meestal erft de aandoening op autosomaal recessieve wijze over en hebben kinderen van deze volwassenen alleen kans om zelf het Grange syndroom te krijgen, wanneer ze kinderen krijgen met een andere volwassene die drager is van een foutje in het YYY1AP1-gen. De kans hierop is klein.

Hebben broertjes en zusjes een vergrote kans om het Grange syndroom te krijgen?
Het Grange syndroom is een autosomaal recessief overervende aandoening. Dit houdt in dat broertjes en zusjes 25% kans hebben om ook het Grange syndroom te krijgen.
Broertjes en zusjes hoeven niet in dezelfde mate last te hebben van het Grange syndroom, maar dit kan ook in mindere mate of juist in ergere mate zijn. Dit valt van te voren niet te voorspellen. Een klinisch geneticus kan hier meer informatie over geven.

Prenatale diagnostiek
Wanneer bekend is welk foutje in het erfelijk materiaal zorgt voor het ontstaan van het Grange syndroom dan is het mogelijk tijdens een zwangerschap door middel van een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie te kijken of dit kindje ook het Grange syndroom heeft. Het valt van te voren niet te voorspellen in welke mate een kind hier last van zal krijgen.

 

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

Wilt u ook uw verhaal kwijt, dat kan: verhalen kunnen gemaild worden via info@kinderneurologie.eu en zullen daarna zo spoedig mogelijk op de site worden geplaatst. Voor meer informatie zie hier.

Links

 

Laatst bijgewerkt: 22 maart 2017

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.