A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektenbeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Tyrosine hydroxylase deficiëntie

 

Wat is tyrosine hydroxylase deficiëntie?

Tyrosinehydroxylase deficiëntie is een stofwisselingsziekte waarbij er een tekort ontstaat aan het boodschapperstofje dopamine in de hersenen, waardoor er problemen ontstaan met bewegen.

 

Hoe wordt tyrosine hydroxylase deficiëntie ook wel genoemd?

Deze stofwisselingsziekte ontstaat doordat kinderen een tekort hebben aan het stofje tyrosine hydroxylase. Het woord deficiëntie betekent een tekort aan.

Recessieve dopa-responsieve dystonie

Tyrosine hydroxylase deficiëntie wordt ook wel recessieve dopa-responsieve dystonie genoemd. Recessief slaat op de manier waarop deze ziekte overerft. Er bestaat namelijk ook een andere vorm van dopa responsieve dystonie die op een andere manier, een zogenaamde dominante manier, overerft. Dopa responsieve slaat op het positieve effect van het medicijn L-dopa op deze ziekte. Dystonie is de benaming voor de problemen met bewegen die kinderen met deze aandoening hebben.
Een andere naam voor dopa-responsieve dystonie is het Segawa syndroom genoemd. Deze vorm wordt dan ook wel de autosomaal recessieve vorm van het Segawa syndroom genoemd.

Infantiel parkinsonisme-dystonie

Tyrosine hydroxylase deficiëntie syndroom is een vorm van infantiel parkinsonisme-dystonie. De term infantiel geeft aan dat de klachten al voor de kleuterleeftijd ontstaan. Parkinsonisme geeft aan dat kinderen met deze aandoening klachten krijgen die veel lijken op de klachten van iemand met de ziekte van Parkinson. De term dystonie is de naam van de afwijkende stand waarin de armen en benen onbedoeld kunnen gaan staan.

 

Hoe vaak komt tyrosinehydroxylase deficiëntie voor?

Het tyrosinehydroxylase deficiëntie is een zeldzame ziekte, het is niet goed bekend hoe vaak deze aandoening bij kinderen voorkomt.

 

Bij wie komt tyrosinehydroxylase deficiëntie voor?

Tyrosinehydroxylase deficiëntie is al vanaf de geboorte aanwezig. Het kan wel enige tijd duren voordat duidelijk is dat kinderen last hebben van deze aandoening. Meestal ontstaan de eerste klachten wel al in de eerste levensjaren.
Tyrosinehydroxylase deficiëntie komt even vaak bij jongens als bij meisjes voor.

 

Wat is de oorzaak van het tyrosinehydroxylase deficiëntie?

Fout in het erfelijk materiaal

Het tyrosine hydroxylase deficiëntie syndroom wordt veroorzaakt door een foutje in ons erfelijk materiaal van chromosoom 11. De plaats van deze fout in het erfelijk materiaal wordt het TH-gen genoemd.

Autosomaal recessief

Het tyrosine hydroxylase deficiëntie syndroom is een zogenaamd autosomaal recessieve aandoening. Dit houdt in dat kinderen twee foutjes moeten hebben op beide chromosomen 11 om last te krijgen van deze aandoening. Dit in tegenstelling tot een autosomaal dominante aandoening, waarbij een foutje op één van de twee chromosomen al voldoende is om klachten te krijgen.
Vaak zijn beide ouders drager van een foutje in het TH-gen. Meestal hebben de ouders zelf geen last van deze aandoening omdat ze zelf ook een chromosoom 11 zonder foutje in het TH-gen hebben. Soms hebben ouders wel lichte klachten, ze krijgen bijvoorbeeld last van verstijving van hun spieren tijdens inspanning, maar hebben daar in het dagelijks leven weinig last van.

Ontbreken van eiwitten

Als gevolg van de fout op het DNA wordt het eiwit tyrosine hydroxylase niet goed en voldoende aangemaakt. Tyrosine hydroxylase is nodig voor de aanmaak van verschillende boodschapperstofjes in de hersenen. Door het tekort aan tyrosine hydroxylase ontstaat er een tekort aan boodschapperstofjes dopamine, adrenaline, noradrenaline en serotonine.

Tekort aan boodschapperstofjes

Boodschapperstofjes ook wel neurotransmitters genoemd zorgen er voor dat verschillende hersencellen met elkaar kunnen communiceren. Op veel plaatsen in de hersenen komen de boodschapperstofjes dopamine, adrenaline, noradrenaline en serotonine voor. Het tekort aan dopamine zorgt met name voor de problemen met bewegen. Het tekort aan adrenaline en noradrenaline voor de problemen met de bloeddruk en de temperatuur. Het tekort aan serotonine kan van invloed zijn op de gevoelens die iemand heeft, het kan zorgen voor meer sombere gevoelens.

 

Wat zijn de symptomen van het tyrosine hydroxylase deficiëntie?

Variatie

Er bestaat een grote variatie in hoeveelheid en ernst van de verschillende symptomen die kinderen hebben. Sommige kinderen hebben een paar symptomen en worden weinig gehinderd, andere kinderen hebben veel symptomen en worden in ernstige mate gehinderd door de aandoening.

Beginleeftijd

De eerste klachten van tyrosinehydroxylase deficiëntie ontstaan meestal in de eerste levensjaren. Bij kinderen waarbij op jonge leeftijd de eerste symptomen optreden verloopt de ziekte vaak sneller dan bij kinderen die pas op latere leeftijd hun eerste klachten krijgen.

Trage ontwikkeling

Kinderen met tyrosinehydroxylase deficiëntie ontwikkelen zich meestal trager als hun leeftijdsgenoten. Ze gaan later rollen, zitten, staan en praten als leeftijdsgenoten.
Kinderen met een lichte vorm van deze aandoening zijn wel in staat om te leren lopen. Dit lopen gaat wel houterig. Voor kinderen met een ernstige vorm van deze aandoening is het veel lastiger om te leren lopen, dit lukt dan ook niet altijd.

Spierslapte

In hun eerste levensjaren zijn kinderen met een tyrosinehydroxylase deficiëntie meestal slap in hun spieren. Ze kunnen moeilijk zelf hun hoofd overeind houden en moeten goed vast gehouden worden wanneer ze opgetild worden. Kinderen met de lichte vorm van deze aandoening hebben hier meestal niet veel last van.

Dystonie

Kinderen met deze aandoening krijgen vaak last van dystonie. Dit is een bewegingsstoornis waarbij een lichaamsdeel, bijvoorbeeld een arm, een been, de nek of de romp in een afwijkende stand gaat staan, terwijl het kind dit eigenlijk niet wil. Bij kinderen met de milde vorm is dit bijvoorbeeld in een been aanwezig en niet in de rest van het lichaam. Hierdoor gaat het lopen moeilijk en gaan kinderen op hun tenen lopen. Vaak begint dit in een been en ontstaat het zelfde probleem later in het andere been.
Bij kinderen met de ernstige vorm is de dystonie bijvoorbeeld in alle armen en benen tegelijk aanwezig en bijvoorbeeld ook in de nek die in een bepaalde stand gedraaid staat. Het lang moeten aanhouden van zo’n beweging kan vervelend zijn voor kinderen, de spieren worden moe en er kan spierpijn ontstaan.

Stijven spieren

Geleidelijk aan worden de spieren van de armen en benen van kinderen met een tyrosine hydroxylase deficiëntie juist stijf. Het bewegen van de armen en benen gaat erg moeilijk. Als gevolg hiervan gaan kinderen steeds minder bewegen.

Traag bewegen

Kinderen met deze aandoening bewegen vaak erg traag. Alle bewegingen zijn langzaam, alsof ze in slow motion worden uitgevoerd. Wanneer kinderen een maal op gang zijn, gaat het bewegen wel iets vlotter. Soms gaat het ineens dan te vlot, waardoor kinderen kunnen vallen. Ze kunnen zich ook niet snel opvangen wanneer ze vallen.
Het bewegen van kinderen ziet er uit als het bewegen van mensen met de ziekte van Parkinson. Daarom wordt dit bewegen ook wel parkinsonisme genoemd.

Weinig mimiek

Kinderen met deze aandoening hebben vaak weinig mimiek in hun gezicht: hun gezicht heeft de hele tijd dezelfde uitdrukking.

Trillen

Kinderen kunnen last krijgen van een trillende beweging van met name de handen en de armen. Dit is vaak het ergst wanneer ze een bepaalde houding moeten volhouden, bijvoorbeeld het vasthouden van een kopje.

Abnormale oogbewegingen

Vaak maken de ogen van kinderen met deze aandoening vreemde bewegingen. Ze rollen bijvoorbeeld onbedoeld omhoog en weer terug.
Een deel van de kinderen met deze aandoening heeft aanvallen waarbij de ogen ineens onbedoeld in een bepaalde richting blijven kijken zonder dat kinderen hun ogen weer een andere kant op kunnen bewegen. Dit worden oculogyre crisis genoemd.

Hangende oogleden

Een deel van de kinderen heeft last van oogleden die omlaag hangen. Zolang de oogleden niet voor de pupillen hangen, zullen kinderen hier geen last van hebben. Wanneer de oogleden voor de pupil gaan hangen, kunnen de oogleden het zien belemmeren.
Soms kunnen kinderen hun ogen niet goed open krijgen, terwijl ze dit wel zouden willen. De ogen zitten dan dicht geknepen, dit wordt blefarospasme genoemd.

Pupilgrootte

De grootte van de pupil kan sterk wisselen van heel klein naar heel groot zonder dat dit samenhangt met licht en donker. Dit kan heel vervelend zijn, omdat het normaal is dat de pupillen nauw worden in het licht om zo te voorkomen dat er te veel licht in de ogen valt. Wanneer de pupillen wijd zijn, terwijl het toch erg licht is, kunnen kinderen last hebben van te veel licht in hun ogen. Omgekeerd in het donker worden de pupillen wijd, om zo voldoende licht in het oog te laten vallen om nog goed te kunnen zien. Wanneer de pupil dan te klein is, kunnen kinderen in het donker niet goed zien.

Tong uitsteken

Sommige kinderen steken onbedoeld hun tong in en uit hun mond.

Problemen met praten

Kinderen die met de ernstige vorm van deze aandoening hebben vaak ook moeite met het bewegen van de spieren van hun mond en hun keel. Hierdoor is het ook moeilijker om de woorden uit te spreken, waardoor kinderen minder goed verstaanbaar zijn. Kinderen begrijpen wel alles wat tegen hen gezegd is en weten ook goed wat ze willen zeggen, maar het is voor hen gewoon moeilijk om de juiste woorden te vormen.

Problemen met eten

Kinderen met de ernstige vorm van deze aandoening hebben vaak problemen met kauwen en slikken. Dit vraagt namelijk een nauwkeurig afstemmen van de verschillende bewegingen wat lastig is voor deze kinderen. Ze verslikken zich daardoor gemakkelijker.

Reflux

Kinderen met het tyrosine hydroxylase deficiëntie syndroom hebben vaker last van reflux, het terugstromen van voedsel vanuit de maag naar de slokdarm en de mond. Omdat de maaginhoud zuur is, raakt de slokdarm geïrriteerd. Kinderen kunnen hierdoor veel huilen, niet willen drinken, zuur uit hun mondje ruiken of regelmatig spugen.

Kwijlen

Ook hebben kinderen vaak last van kwijlen omdat ze hun speeksel niet goed weg kunnen slikken. Het speeksel loopt dan uit de mond. Dit kan zorgen voor irritatie van de huid rondom de mond.

Verstopping van de darmen

Kinderen met het tyrosine hydroxylase deficiëntie syndroom hebben vaak last van verstopping van de darmen. Ze kunnen hierdoor moeilijk poepen, de poep wordt hierdoor vaak hard, waardoor poepen nog moeilijker wordt. Te veel ontlasting in de buik kan zorgen voor buikpijnklachten.

Intelligentie

Het is moeilijk om bij deze kinderen intelligentietesten af te nemen, omdat je voor deze testen ook veel opdrachten moet uitvoeren wat door de bewegingsproblemen van deze kinderen erg lastig is om te doen. Kinderen met een milde vorm van deze aandoening hebben een normale intelligentie, maar ook kinderen met de ernstige vorm van deze aandoening kunnen een normale intelligentie hebben. Het is daarom heel belangrijk om deze kinderen niet te onderschatten. Wel komen problemen met leren vaker voor en leren veel kinderen in een langzamer tempo dan kinderen zonder deze aandoening.

Gedragsproblemen

Kinderen met een tyrosine hydroxylase deficiëntie hebben vaker problemen met het vasthouden van de aandacht en de concentratie. Ze zijn sneller afgeleid. Dit wordt ADHD genoemd.

Stemmingsproblemen

Kinderen met deze aandoening zijn kwetsbaarder om zich somber of depressief te voelen. Ook hebben groter kinderen vaker last van dwanggedachtes en dwanghandelingen. Dingen die ze moeten denken of doen, omdat er anders iets ergs gaat gebeuren.

Bloeddrukproblemen

Kinderen met deze aandoening hebben vaak meer moeite om hun bloeddruk goed te reguleren. Een te hoge bloeddruk geeft meestal geen problemen en valt ook niet op, een te lage bloeddruk kan zorgen voor duizeligheidsklachten en eventueel flauw vallen.

Lage lichaamstemperatuur

Kinderen met deze aandoening hebben vaak een lage lichaamstemperatuur. Ze kunnen hun lichaamstemperatuur niet goed op peil houden.

Slecht groeien

Kinderen met het tyrosine hydroxylase deficiëntie groeien vaak slechter, blijven klein en licht van gewicht.

Lage bloedsuiker

Kinderen met deze aandoening kunnen gemakkelijk een te lage bloedsuiker krijgen. Dit geeft klachten van bleekheid, zweten, trillerigheid en geeuwen.

Verhoogde gevoeligheid voor luchtweginfecties

Kinderen met deze aandoening zijn gevoeliger om infecties van de luchtwegen te krijgen. Meestal gaat het om een virusinfectie, maar dit kan bij kinderen met deze aandoening gemakkelijker gevolgd worden door een infectie met een bacterie.

Dagschommelingen

De meeste kinderen hebben in de ochtend de minste klachten, de klachten nemen toe in de loopt van de dag en zijn in de avond vaak op zijn ergst. Slapen zorgt vaak voor een vermindering van de klachten.

 

Hoe wordt de diagnose tyrosine hydroxylase deficiëntie gesteld?

Verhaal en onderzoek

Op grond van het verhaal en de bevindingen bij onderzoek kan worden vermoed dat er sprake is van een aandoening met een verstoorde werking van de boodschapperstofjes in de hersenen. Er zal nader onderzoek nodig zijn om na te gaan om welke aandoening het gaat. Andere aandoening zoals de dominante vorm van dopa-responsieve dystonie, gegeneraliseerde dystonie, AADC- deficiëntie, het dopamine transporter deficiëntie syndroom kunnen soortgelijke klachten geven. Vaak wordt ook gedacht aan een cerebrale parese.

Bloedonderzoek

Routine bloedonderzoek laat bij deze kinderen in de regel een bijzonderheden zijn. Het stofje prolactine in het bloed kan verhoogd zijn, maar dit is niet iets wat standaard bepaald wordt. Kinderen met deze aandoening zijn gevoelig voor het krijgen van lage bloedsuikerwaardes.

Stofwisselingsonderzoek

Bij kinderen met een aandoening van de basale kernen wordt ook vaak onderzoek van bloed en urine verricht om te kijken of er sprake is van een stofwisselingsziekte. Bij dit onderzoek worden bij kinderen met deze aandoening geen bijzonderheden gevonden.

MRI-scan

Op de MRI scan van de hersenen is bij kinderen met deze aandoening vaak niet iets bijzonders te zien, met name niet aan de diepe basale kernen in de hersenen. Bij een klein deel van de kinderen zijn de kleine hersenen te klein, maar dit wordt bij veel meer aandoeningen gezien en is niet kenmerkend voor deze aandoening.

Ruggenprik

De manier om boodschapperstofjes in de hersenen te meten, is door het verkrijgen van vocht wat rondom de hersenen en het ruggenmerg stroomt. Dit kan door middel van een ruggenprik. Vaak zijn de stofjes HVA en MHPG verlaagd, terwijl de stofjes neopterine en biopterine en 5-HIAA normaal zijn. Dit is echter niet bij alle kinderen met een tyrosine hydroxylase deficiëntie zo. Wanneer biopterine en neopterine verlaagd zijn, kan eerder aan de dominante vorm van dopa responsieve dystonie gedacht worden.

DNA-onderzoek

Wanneer gedacht wordt aan een tyrosine hydroxylase deficientie dan kan door middel van bloedonderzoek gezocht worden naar het foutje op chromosoom 11 in het TH-gen.

 

Hoe wordt het tyrosine hydroxylase deficiëntie behandeld?

Geen genezing

Er is geen behandeling die het tyrosinehydroxylase deficiëntie kan genezen. De behandeling is er op gericht de symptomen van de ziekte zo veel mogelijk te onderdrukken of om het kind er zo goed mogelijk mee te leren om gaan.

Medicijnen

Kinderen met deze aandoening kunnen baat hebben bij het medicijn L-dopa, het stofje wat ze zelf niet goed aan kunnen maken. Belangrijk bij deze aandoening is om te beginnen met een hele lage dosering van levo-dopa, omdat kinderen met deze aandoening heel gevoelig zijn voor de bijwerkingen van dit medicijn (met name voedingsproblemen en spugen). Heel langzaam in de loop van weken tot maanden kan dan geprobeerd worden om de dosering levodopa geleidelijk aan op te hogen. Het medicijn levodopa wordt gecombineerd met het medicijn carbidopa om de bijwerkingen van levodopa op bijvoorbeeld de darmen tegen te gaan. Carbidopa zit standaard in tabletten met levodopa, maar kinderen met deze aandoening hebben soms nog meer carbidopa nodig zodat voor hen speciale tabletten gemaakt moeten worden.

Kinderen met een milde vorm van deze aandoening zijn vaak minder gevoelig voor de bijwerkingen dan kinderen met een ernstige vorm. Ze kunnen het medicijn beter verdragen en hebben daardoor ook sneller effect van het medicijn.

Andere medicijnen die ook gebruikt kunnen worden , vaak in combinatie met levodopa, zijn dopamine-agonisten, MAO-B remmers (selegine), anticholinergica (trihexyphenidyl en amantidine )

Medicijnen die beter niet gebruikt kunnen worden

Medicijnen die het effect van levodopa tegen kunnen gaan, zoals antipsychotica en medicijnen tegen misselijkheid (metoclopromide) kunnen beter niet gegeven worden aan kinderen met deze aandoening omdat ze de klachten juist kunnen verergeren.

Fysiotherapie

Een fysiotherapeut kan adviezen geven hoe kinderen zo goed mogelijk kunnen bewegen. Door regelmatig te bewegen wordt geprobeerd te voorkomen dat gewrichten in een bepaalde stand gaan vast groeien.

Ergotherapie

Een ergotherapeut kan adviezen geven hoe kinderen zo veel mogelijk alle activiteiten op een dag (aankleden, eten, spelen, bewegen) kunnen uitvoeren. Vaak kunnen hulpmiddelen hierbij behulpzaam zijn. De ergotherapeut weet welke hulpmiddelen er zijn en advies geven welke hulpmiddelen het beste gebruikt kunnen worden.

Logopedie

Een logopediste kan adviezen geven wanneer er problemen zijn met drinken en met eten. Vaak is praten voor deze kinderen erg moeilijk door hun problemen met bewegen, terwijl kinderen in hun hoofd wel de woorden kunnen vormen. De logopediste kan advies geven over andere manieren van communiceren bijvoorbeeld met plaatjes, met gebaren of met een spraakcomputer zoals een My Toby die werkt door middel van aanwijzen van letters met de ogen.

Revalidatiearts

Een revalidatiearts coördineert de verschillende behandelingen en geeft ook advies over hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld het gebruik van een elektrische rolstoel. Kinderen kunnen therapie krijgen op een revalidatiecentrum vaak al vanaf de peuterleeftijd. Ook is er vaak mogelijkheid om naar een school toe te gaan die verbonden is aan het revalidatiecentrum.

Reflux

Veel kinderen met deze aandoening hebben last van terugstromend zuur vanuit de maag naar de slokdarm (reflux). Er zijn medicijnen die er voor kunnen zorgen dat kinderen minder last hebben van reflux, zoals ranitidine of (es) omeprazol. Indien medicijnen onvoldoende effect hebben, dan is soms een operatie nodig waarbij een chirurg de ingang van de maag nauwer maakt zodat het zuur minder gemakkelijk terug kan stromen (Nissen-operatie).

Verstopping

Vezelrijke voeding en veel drinken zijn belangrijk om verstopping van de darmen te voorkomen. Ook bewegen is belangrijk, maar dit is lastig voor kinderen met deze aandoening. Vaak zijn medicijnen nodig om er voor te zorgen dat kinderen geen last krijgen van verstopping, het meest gebruikte medicijn hiervoor is macrogol. Dit maakt de ontlasting soepeler en stimuleert de darmwerking.

Voedingsproblemen.

Wanneer zelf eten en drinken niet meer lukt kan het kind gevoed worden via een sonde door de neus of direct in de maag (PEG-sonde).

Infecties

Infecties kunnen behandeld worden met antibiotica. Soms kan een lage dosis antibiotica helpen om infecties te voorkomen.

Begeleiding

Begeleiding van kinderen en hun ouders met deze aandoening is heel belangrijk. Vaak kunnen een maatschappelijk werkende of een psycholoog kinderen en ouders helpen indien ze daar behoefte aan hebben.

Contact met andere ouders

Door het plaatsen van een oproepje op het forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere kinderen en hun ouders die ook een tyrosine hydroxylase deficiëntie hebben.

 

Wat is de prognose van het tyrosine hydroxylase deficiëntie?

Toename van de klachten

Kinderen met een tyrosine hydroxylase deficiëntie krijgen vaak geleidelijk aan steeds meer klachten. Bij kinderen waarop de ziekte op jonge leeftijd begint, verloopt de ziekte vaak sneller dan bij kinderen waarbij de ziekte pas op oudere leeftijd begint.

Levensverwachting

De levensverwachting van kinderen met de ernstige vorm van tyrosine hydroxylase deficiëntie kan verkort zijn door bijvoorbeeld complicaties als terugkerende ernstige longontstekingen.

 

Hebben broertjes of zusjes ook kans om het tyrosinehydroxylase deficiëntie te krijgen?
Het Tyrosinehydroxylase deficiëntie syndroom is een erfelijke aandoening die op zogenaamd autosomaal recessieve manier overerft. Vaak zijn beide ouders drager van een foutje op het erfelijk materiaal. Broertjes en zusjes hebben dan tot 25% kans om zelf ook last te krijgen van deze aandoening. De mate van ernst kan wel verschillen tussen broertjes en zusjes, dat valt van te voren niet te voorspellen.
Een klinisch geneticus kan hier meer informatie over geven.

Prenatale diagnostiek

Wanneer het foutje in het erfelijk materiaal wat de oorzaak is van het ontstaan van het tyrosine hydroxylase deficiëntie bekend is, dan is het mogelijk om door middel van een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie bij een nieuwe zwangerschap te kijken of dit kindje ook het tyrosine hydroxylase deficiëntie syndroom zal hebben.

 

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

 

Links en verwijzingen

www.bosk.nl
(Belangen vereniging voor kinderen en ouders met een lichamelijke beperking)
www.vks.nl
(Nederlandse vereniging van mensen met een stofwisselingsziekte)

 

 

 

 

Laatst bijgewerkt 16 oktober 2013

 

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.