A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

NARP

 

Wat is NARP?
NARP is een stofwisselingsziekte waarbij kinderen en volwassenen in toenemende mate last krijgen van tintelingen en krachtsverlies in de benen en in de armen, naast problemen met het bewaren van het evenwicht en problemen met zien.

Hoe wordt NARP ook wel genoemd?
NARP is een afkorting van neuropathie, ataxie en retinitis pigmentosa. Het woord neuropathie geeft aan dat de zenuwen in de benen en in de armen minder goed werken. In plaats van de N van neuropathie wordt ook wel gesproken van de N van neurogene (spier)zwakte. Dit houdt in dat de spieren minder kracht kunnen leveren omdat de zenuwen de spieren niet goed aansturen.
Ataxie is het medische woord voor een probleem met het bewaren van het evenwicht. Retinitis pigmentosa geeft aan dat het netvlies in de ogen (retina genoemd) te veel pigment bevat waardoor kinderen problemen krijgen met zien.
De N in NARP wordt tegenwoordig ook wel gebruikt om te verwijzen naar neurogene spierzwakte. De zwakte in de spieren die het gevolg is van een probleem in de aansturing door de zenuwen.

Mitochondriële encefalomyopathie
NARP behoort tot een groep aandoeningen die ook wel mitochondriële encefalomyopathie worden genoemd of mitochondriële ziekten. Mitochondriën zijn de energiefabriekjes van de cellen. De term encefalomyopathie betekent dat de hersenen (encefalo) en de spieren (myo) niet goed functioneren omdat de energiefabriekjes onvoldoende energie kunnen aanmaken. Andere aandoeningen die tot deze groep behoren zijn bijvoorbeeld het Leigh syndroom, MELAS en MERFF.

Hoe vaak komt NARP voor bij kinderen?
NARP is een zeldzame aandoening. Het is niet goed bekend hoe vaak NARP bij kinderen voorkomt. Geschat wordt dat NARP bij één op de 100.000 mensen in Nederland voorkomt. Misschien is dit wel een onderschatting, omdat bij lang niet alle mensen met NARP de juiste diagnose gesteld is.

Bij wie komt NARP voor?
De ziekte NARP is al voor de geboorte aanwezig. De meeste kinderen krijgen hun eerste klachten tussen de leeftijd van twee en tien jaar. Er zijn echter volwassenen met NARP bekend die pas op volwassenleeftijd voor het eerst klachten hebben ontwikkeld.
Zowel jongens als meisjes kunnen NARP krijgen.

Wat is de oorzaak van NARP?
Fout in erfelijk materiaal
NARP wordt veroorzaakt door een fout in het erfelijk materiaal. Deze fout zit niet in het erfelijk materiaal van de chromosomen, maar op het erfelijk materiaal van de energiefabriekjes, de mitochondriën, zelf. Dit wordt ook wel het mitochondrieel DNA genoemd, ook wel afgekort als mtDNA. De plaats van de fout bij NARP heet het mt-ATP6-gen.

Percentage mitochondriën met fout
Bij de meeste kinderen met NARP bevatten niet alles mitochondriën erfelijk materiaal met een fout. Een deel van de mitochondriën bevat de fout, een ander deel niet. Hoe meer mitochondriën de fout bevatten, hoe ernstiger het ziektebeeld zal verlopen.
Meestal blijken bij kinderen en volwassenen met NARP tussen de 60 en 90% van de mitochondriën een fout te bevatten. Wanneer meer dan 90% van de mitochondriën een foutje bevat in het DNA op de plaats van het mt-ATP6-gen kan een ander ziektebeeld ontstaan die het Leigh syndroom wordt genoemd.
Het percentage mitochondriën met fout wordt ook wel heteroplasmie genoemd.

Tekort aan eiwit
Door de fout in het erfelijk materiaal wordt een belangrijk eiwit in de mitochondriën niet goed aangemaakt. Dit eiwit wordt ook wel ATP synthetase of complex V genoemd. Dit eiwit is heel belangrijk voor de aanmaak van energie door de mitochondriën. Door het tekort aan dit eiwit kunnen de mitochondrieën niet goed functioneren en onvoldoende energie leveren om de cel goed te laten functioneren. Als gevolg van het tekort aan energie kunnen de cellen hun werk niet goed doen of zelfs afsterven.

Te kort aan energie
Organen die veel energie gebruiken zoals de hersenen, de spieren en het netvlies zijn gevoelig voor het ontstaan van problemen als gevolg van energietekort.

Wat zijn de verschijnselen van NARP?
Variatie
Het aantal symptomen en de mate van ernst kan van kind tot kind met NARP verschillen. Dit hangt samen met de hoeveelheid mitochondriën die aangedaan zijn. Kinderen waarbij de ziekte al op jonge leeftijd klachten geeft, hebben vaak meer en ernstiger klachten dan bij kinderen waarbij de ziekte pas op latere leeftijd klachten geeft.

Geleidelijk beloop
Kinderen en volwassenen met NARP krijgen geleidelijk aan een of meerdere van onderstaande problemen. De problemen nemen in de loop van de jaren geleidelijk aan toe in ernst. Kinderen en volwassenen kunnen ook een aantal jaren geheel stabiel blijven en geen toename van klachten krijgen.

Verslechtering bij ziek zijn
Kenmerkend voor mitochondriële aandoeningen en ook voor NARP is dat de klachten kunnen toenemen in periodes van ziek zijn vaak met hoge koorts. Dit komt omdat het lichaam dan ineens meer energie nodig heeft, wat het lichaam van kinderen en volwassenen met NARP niet kan leveren. Nadat de ziekte over is, kunnen de klachten geleidelijk aan weer verminderen soms tot op het niveau van voor het ziek zijn, maar het kan ook zijn dat kinderen en volwassenen meer klachten blijven houden dan voor de periode van ziek zijn.

Evenwichtsproblemen
Kinderen en volwassenen met NARP hebben meer moeite om hun evenwicht te bewaren. Hierdoor kunnen kinderen en volwassenen gemakkelijker vallen. Om dit te voorkomen zetten kinderen en volwassenen hun voeten verder uit elkaar. Dit wordt ook wel lopen met een brede basis genoemd. Het medische woord voor deze evenwichtsproblemen is ataxie.

Trillen
Kinderen en volwassenen met NARP hebben vaak last van trillen van hun handen. Dit trillen is op zijn ergst wanneer kinderen of volwassenen een voorwerp willen pakken. Schrijven, het dichtmaken van knoopjes of het drinken uit een beker kunnen lastig zijn door dit tillen. Dit trillen wordt ook wel tremor genoemd. Kinderen en volwassenen kunnen het moeilijk vinden om een voorwerp te pakken, vaak grijpen ze een aantal keer naast voordat ze het voorwerp te pakken hebben.

Verminderde spierkracht
Kinderen en volwassenen met NARP hebben minder kracht in hun spieren. Dit merken kinderen en volwassenen vaak tijdens traplopen, opstaan uit de stoel of met het werken met de armen boven het hoofd (haren kammen, was ophangen). Zij kunnen activiteit minder lang volhouden en zijn sneller vermoeid. Ook hebben kinderen en volwassenen met NARP sneller last van spierpijn in de spieren.
Later in het ziektebeloop kunnen ook de spieren van de voeten en de handen minder kracht krijgen. De voeten kunnen hierdoor een platte onderkant krijgen (platvoet) of juist een holle onderkant (holvoet). Vaak krijgen kinderen moeite om op hun hakken te lopen en de voeten goed van de grond op te tillen. De voeten klappen dan tijdens het lopen gemakkelijk op de grond neer.

Dystonie
Bij een deel van de kinderen en volwassenen komt dystonie voor. Dystonie is een onbedoeld afwijkende stand van een lichaamsdeel. Het wordt bij kinderen en volwassenen met NARP vaak gezien aan de vingers. Sommige kinderen hebben de neiging hun hoofd achterover gebogen te houden. Dit kan ook berusten op een dystonie.

Spasticiteit
Later in het ziektebeloop kan ook spasticiteit voorkomen. De spieren van de benen en van de armen worden dan stijf en kunnen minder goed bewogen worden. Kinderen en volwassenen krijgen de neiging om op hun tenen te gaan lopen en de benen voor elkaar langs te kruizen. Hierdoor kunnen kinderen en volwassenen gemakkelijker vallen.

Veranderd gevoel
Een groot deel van de kinderen en volwassenen heeft een veranderd gevoel in de voeten, benen en in de handen. Vaak gaat het om tintelingen, een brandend gevoel, een jeukend gevoel of om gevoelloosheid. Door gevoelloosheid kunnen kinderen en volwassenen wondjes aan de voeten minder goed voelen, waardoor deze ongemerkt groter kunnen worden en geïnfecteerd kunnen raken. Kinderen en volwassenen voelen niet altijd meer goed of een voorwerp te heet of te koud is en kunnen hierdoor brandwonden oplopen.

Problemen met zien
Geleidelijk aan krijgen kinderen en volwassenen problemen met zien. In het begin gaat het vaak om een probleem met zien in het donker. Geleidelijk aan ontstaan ook problemen met zien overdag. Het zicht wordt minder scherp. Ook kunnen kinderen en volwassenen moeite krijgen om vanuit hun ooghoeken te zien. Zij zullen hun hoofd moeten draaien om te zien wat naast hen staat.
De ogen kunnen kleine schokkerige beweging maken. Dit wordt nystagmus genoemd. De meeste kinderen hebben hier geen last van. In de loop van de jaren kunnen kinderen en volwassenen merken dat zij hun ogen minder goed naar boven, naar beneden en naar rechts en naar links kunnen bewegen. Kinderen en volwassenen moeten hun hoofd draaien om die kant op te kunnen kijken. Dit probleem wordt een externe ophtalmoplegie genoemd.

Problemen met horen
Slechthorendheid komt vaker voor bij kinderen met NARP.

Vertraagde ontwikkeling
Door de problemen met bewegen, zien en horen, loopt de ontwikkeling van kinderen met NARP trager dan die van leeftijdsgenoten. Kinderen leren op een latere leeftijd lopen, rennen, en fietsen. Ook hebben kinderen vaak moeite met leren schrijven.

Problemen met leren
Kinderen met NARP hebben vaker problemen met leren. Het kost kinderen meer tijd en moeite om te leren. Kinderen hebben vaker herhaling nodig voordat ze bijvoorbeeld de tafels in hun hoofd hebben zitten. De problemen met leren nemen vaak toe met het ouder worden.

Stemmingsproblemen
Kinderen en volwassenen met NARP hebben vaker last van angsten. Verschillende angsten kunnen voorkomen, zoals angst voor het donker of angst om alleen te zijn. Ook hebben kinderen en volwassenen een vergrote kans om last te krijgen van een depressie. Pubers en jong volwassenen hebben een vergrote kans op het krijgen van een verwardheidstoestand die psychose wordt genoemd. Pubers en volwassenen zien dan beelden of horen geluiden die er in werkelijkheid niet zijn en waarvan zij heel angstig kunnen worden.

Epilepsie aanvallen
Een deel van de kinderen krijgt last van epilepsie aanvallen. Verschillende soorten aanvallen kunnen voorkomen. De meest voorkomende epilepsie aanval is een aanval met kleine schokjes in het lichaam, deze worden ook wel myoclonieën genoemd.

Migraine
Kinderen en volwassenen met NARP zijn gevoelig voor het krijgen van migraine aanvallen. Dit zijn aanvallen van bonzende hoofdpijn waarbij het nodig is om rust te nemen. De hoofdpijn kan samen gaan met misselijkheid, braken en het zieken van flitsen voor de ogen.

Slaapapneu
Kinderen en volwassenen met NARP hebben vaker last van slaapapneu. Kinderen en volwassenen stoppen dan tijdelijk met ademhalen tijdens de slaap. Vaak zorgt dit voor wakker worden tijdens de slaap, waardoor kinderen en volwassenen onvoldoende diep en lang kunnen slapen. Dit zorgt weer voor vermoeidheid overdag. Kinderen en volwassenen met slaapapneu snurken ook vaak tijdens hun slaap.

Hartritmestoornissen
Kinderen en volwassenen met NARP zijn gevoeliger voor het ontwikkelen van hartritmestoornissen. Soms kan het hart ineens snel gaan kloppen of ineens langzaam of onregelmatig.

Kleine lengte
Kinderen met NARP zijn vaak kleiner dan hun leeftijdsgenoten.

Suikerziekte
Kinderen en volwassenen met NARP hebben een vergrote kans om suikerziekte te ontwikkelen. Dit geeft in het begin geen klachten. Later ontstaan klachten van veel dorst, veel drinken en veel moeten plassen.

Nieren
Bij een deel van de kinderen en volwassenen met NARP komen nierproblemen voor.

Verstopping van de darmen
Verstopping van de darmen komt vaak voor bij kinderen en volwassenen met NARP. De ontlasting komt niet elke dag, vaak minder dan drie keer per week. De ontlasting is vaak hard en kinderen moeten moeite doen om de ontlasting kwijt te raken.

Scoliose
Kinderen en volwassenen met NARP krijgen gemakkelijker last van een zijwaartse verkromming van de wervelkolom. Dit wordt een scoliose genoemd.

Hoe wordt de diagnose NARP gesteld?
Verhaal en onderzoek
Op grond van het verhaal en de bevindingen bij onderzoek kan vermoed worden dat de hersenen en zenuwen een probleem hebben met functioneren. Er bestaan veel verschillende aandoeningen die dezelfde soort problemen kunnen geven, zoals bijvoorbeeld HMSN, ziekte van Refsum, Freidreichse ataxie of ataxia teleangiectasia. Aanvullend onderzoek zal nodig om deze diagnose te stellen.

Bloedonderzoek
Door middel van bloedonderzoek kunnen een aantal afwijkingen in het bloed gevonden worden die wijzen op het voorkomen van een stofwisselingsziekte van de mitochondrieën. Zo is het stofje lactaat (melkzuur) verhoogd in de het bloed waardoor de zuurgraad van het bloed toeneemt. Dit verschijnsel wordt lactaat acidose genoemd. Lang niet bij alle kinderen met NARP is het lactaat gehalte verhoogd, het lactaat gehalte kan dus normaal zijn.
Bij kinderen en volwassenen met NARP worden met regelmaat de glucose waardes in het bloed gecontroleerd om te kijken of er aanwijzingen zijn voor het ontstaan van suikerziekte. Ook wordt de nierfunctie gecontroleerd om de werking van de nieren in de gaten te houden.

Stofwisselingsonderzoek
Stofwisselingsonderzoek op bloed en urine laat bij kinderen en volwassenen met NARP vaak afwijkingen zien. Het stofje lactaat is in bloed en urine vaak verhoogd.

DNA-onderzoek
Door middel van een buisje bloed kan het DNA onderzocht worden. Op deze manier kan het foutje in het mitochondriële DNA op de plaats van het ATP6-gen worden aangetoond waarmee de diagnose bevestigd is. De meest voorkomende veranderingen in het ATP6-gen zijn m.8993T>G en m.8993T>C.

Spierbiopt
Wanneer de diagnose onduidelijk is, kan het nodig zijn om een spierbiopt te verrichten. Ook in een spierbiopt kunnen afwijkingen aangetoond worden die passen bij het niet goed functioneren van de mitochondriën. In het spierbiopt kan gemeten worden hoe goede de spiercellen in staat zijn om energie aan te maken. Dit is verminderd bij kinderen en volwassenen met NARP. Ook kan nagegaan worden dat het probleem vooral in zogenaamde complex V aanwezig is.

Liquoronderzoek
Door middel van een ruggenprik kan vocht verkregen worden dat normaal rondom de hersenen en het ruggenmerg stroomt. Bij een groot deel van de kinderen is het melkzuur (lactaat) gehalte in dit hersenvocht verhoogd.

MRI scan
Op een MRI scan van kinderen en volwassenen met NARP kan te zien zijn dat de kleine hersenen kleiner zijn dan gebruikelijk voor de leeftijd. Dit wordt cerebellaire atrofie genoemd. Later in het ziektebeloop is ook vaak te zien dat de grote hersenen ook kleiner worden van volume. Met behulp van MRI-spectroscopie (MRS) kan vaak aangetoond worden dat het stofje lactaat in de hersenen verhoogd is.

EEG
Wanneer er aanwijzingen zijn voor epileptische aanvallen dan zal een EEG gemaakt worden om te kijken of hier aanwijzingen voor zijn. Op het EEG kunnen epileptiforme afwijkingen worden gezien. Deze afwijkingen zijn niet specifiek voor NARP en kunnen ook bij andere aandoeningen worden gezien.

EMG
Door middel van een EMG onderzoek kunnen de zenuwen in de armen en benen worden doorgemeten. Bij kinderen en volwassenen met NARP kan met dit onderzoek worden aangetoond dat de zenuwen in de armen en benen minder goed werken. Dit wordt een axonale polyneuropathie genoemd.

Polysomnografie
Bij kinderen die ’s nachts veel snurken of telkens kortdurend stoppen met ademhalen (apneus) wordt vaak een polysomnografie verricht. Dit is een onderzoek waarbij gedurende slaap allerlei metingen worden verrichten qua ademhaling, hartslag, bloeddruk, zuurstofgehalte in het bloed, bewegingen van de borstkas en de buikwand en de activiteit van de hersenen. Op die manier kan gekeken worden waarom kinderen ’s nachts tijdelijk stoppen met ademhalen en of dit nadelige gevolgen heeft voor het zuurstofgehalte in het bloed.

Oogarts
Kinderen en volwassenen met NARP worden met regelmaat gezien door de oogarts om te beoordelen of er problemen zijn met zien. De oogarts beoordeeld de kwaliteit van het netvlies. Het netvlies kan een zogenaamde bruine verkleuring laten zien. Dit wordt retinitis pigmentosa genoemd. Ook kijkt de oogarts naar de kwaliteit van de oogzenuw. De oogzenuw kan in de loop van de ziekte bleker van kleur en dunner van volume worden. De oogarts kan door middel van een electroretinogram (ERG) de functie van het netvlies onderzoeken.

KNO-arts
Kinderen en volwassenen met NARP worden ook met regelmaat gezien door de KNO-arts en/of audioloog om te beoordelen of er sprake is van slechthorendheid.

Hartfilmpje (ECG)
Met regelmaat zal bij kinderen met NARP een hartfilmpje gemaakt worden om te kijken of er aanwijzingen zijn voor hartritmestoornissen. Zogenaamde geleidingsblokkades kunnen op die manier worden opgespoord.

Foto van de botten
Door middel van een foto van de rug kan vastgelegd worden of er sprake is van een scoliose.

 

Hoe wordt NARP behandeld?
Geen genezing
Er bestaan geen behandeling die NARP kan genezen. De behandeling is er op gericht om zo min mogelijk last te hebben van de gevolgen van NARP en zo goed mogelijk om te kunnen gaan met de beperkingen die las gevolg van NARP ontstaan.

In beweging blijven
Het is belangrijk voor kinderen en volwassenen met NARP om voldoende beweging te krijgen. Een kind of een volwassene kan zelf kijken welke activiteit het meeste plezier geven, zoals wandelen, fietsen, zwemmen of een sport. Wanneer kinderen en volwassenen vermoeid raken tijdens het bewegen, is het goed om een korte pauze te houden. Daarna kunnen kinderen en volwassenen weer door gaan met hun activiteit. Het is wel belangrijk om overbelasting in de vorm van uitputting te voorkomen.

Kinderarts metabole ziekten
Kinderen met NARP worden vaak begeleid door een kinderarts die zich gespecialiseerd heeft in stofwisselingsziekten (metabole ziekten).

Fysiotherapie
Een fysiotherapeut kan adviezen geven hoe kinderen en volwassenen zo goed mogelijk in beweging kunnen blijven.

Ergotherapeut
De ergotherapeut kan adviezen geven hoe allerlei dagelijkse bezigheden zoals aankleden en naar school gaan zo gemakkelijk mogelijk kunnen verlopen. De ergotherapeut kan adviezen geven hoe deze handelingen uit te voeren. De ergotherapeut kan advies geven over hulpmiddelen zoals verzwaarde pen of verzwaard bestek waardoor kinderen en volwassenen minder snel last hebben van trillen. Ook kan de ergotherapeut adviezen geven hoe om te gaan met de snellere vermoeibaarheid.

Logopediste
Een logopediste kan adviezen geven wanneer er problemen zijn met praten, kauwen of slikken.

Revalidatiearts
De revalidatiearts coördineert de verschillende therapievormen en kan adviezen geven over school en hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld steunzolen, spalken, krukken of een rolstoel.

School
Kinderen met NARP volgen meestal regulier onderwijs. Vaak hebben kinderen extra tijd en meer pauzes nog om goed te kunnen leren. Een deel van de kinderen met forse lichamelijke beperking volgt onderwijs via cluster 3. De scholen zijn daar kleiner en meer aangepast op kinderen die een beperking hebben.

Epilepsie
Door middel van medicijnen kan geprobeerd worden om te voorkomen dat nieuwe epileptische aanvallen ontstaan. Verschillende medicijnen kunnen hierdoor gebruikt worden. De medicijnen die hier het meest voor gebruikt worden zijn levetiracetam (Keppra®), clobazam (Frisium®), lamotrigine (Lamictal ®) en zonisamide (Zonegran®). De medicijnen valproaat (Depakine®) en fenobarbital (Luminal®)kunnen beter niet gebruikt worden bij kinderen met NARP omdat deze medicijnen de functie van de mitochondriën slechter kunnen maken.

Medicijnen
Wanneer kinderen last hebben van een te lage zuurgraad in het bloed dan kan met het medicijn natriumbicarbonaat of natriumcitraat de zuurgraad van het bloed verbeterd worden.
Hoewel niet overtuigend aangetoond dat het daadwerkelijk helpt, krijgen veel kinderen vitaminepreparaten voorgeschreven die de functie van de mitochondrieën ondersteunen. Veel gebruikte vitaminepreparaten zijn co-enzym Q10, riboflavine, levocarnitine of arginine.
De migraineaanvallen worden hetzelfde behandeld als migraine aanvallen bij kinderen en volwassenen zonder NARP.
Kinderen en volwassenen met suikerziekte worden behandeld met suikerverlagende medicijnen, vaak zal ook een behandeling met insuline nodig zijn.

Spasticiteit
Injecties met botulinetoxine in een spastische spier kan de spasticiteit voor een aantal maanden verminderen. Met behulp van spalken en fysiotherapie kan op deze manier het looppatroon verbeterd worden. Vaak moeten deze injecties na een aantal maanden weer herhaald worden.
Ook kan met behulp van medicijnen geprobeerd worden om de spasticiteit van de benen te verminderen. Nadeel van al deze medicijnen is vaak dat ze de spierzwakte verergeren en in het hele lichaam effect hebben, niet alleen in de benen.
Veel gebruikte medicijnen zijn baclofen (Lioresal®), tizanidine (Sirdalud®) en dantroleen (Dantrium®). Baclofen kan ook in de vorm van een baclofenpomp worden toegediend.
Deze medicijnen worden ook gebruikt voor de behandeling van dystonie.

Goede voedingstoestand
Het is voor kinderen met NARP van groot belang om in een goede voedingstoestand te blijven. Daarom is regelmatig eten erg belangrijk. Een diëtiste kan extra adviezen geven om een goede voedingstoestand te behouden. Wanneer kinderen met NARP suikerziekte krijgen wordt dat vaak in eerste instantie ook behandeld met een dieet.

Bril/Zonnebril
Een deel van de kinderen en volwassenen die problemen heeft met zien, hebben baat bij een bril om beter te kunnen zien. Een bril kan niet alle problemen met zien verhelpen. Kinderen en volwassenen met NARP vinden het vaak fijn om een zonnebril te dragen omdat ze gevoelig zijn voor zonlicht.

Gehoorapparaat
Kinderen en volwassenen met slechthorendheid kunnen baat hebben bij een gehoorapparaat om beter te kunnen horen.

Kindercardioloog
De kindercardioloog kan beoordelen of het nodig is om medicijnen te geven om hartritmestoornissen te voorkomen.

Kinder- en jeugdpsychiater
Een kinder- en jeugdpsychiater kan adviezen geven hoe om te gaan met angsten of met een depressie. Soms zijn medicijnen nodig om angst en depressie te behandelen. In geval van een psychose kan het medicijn clozapine in een lage dosering goed effect hebben.

Slaapapneu
De eerste stap in de behandeling van slaapapneu is vaak het verwijderend van de keel en/of neusamandelen door de KNO-arts. Op deze manier ontstaat er meer ruimte in de keel, waardoor de slaapapneu kan verdwijnen. Wanneer slaapapneu ondanks verwijderen van de keel-en/of neusamandelen nog blijft bestaan kan het nodig zijn om tijdens de slaap een CPAP behandeling te geven. Via een kapje wordt lucht onder druk in de longen geblazen. De druk van de lucht zorgt er voor dat de luchtpijp open blijft en niet kan samenvallen.

 
Scoliose
De mate van zijwaartse kromming van de wervelkolom moet goed in de gaten gehouden worden. Wanneer de kromming te erg wordt, kan dit problemen geven voor het goed kunnen staan en zitten en de ademhaling beïnvloeden. Wanneer de verkromming te erg wordt, kan verdere verkromming tegengegaan worden door een korset. Indien een korset onvoldoende werkt, is soms een operatie nodig waarbij de wervelkolom wordt vastgezet zodat de verkromming niet meer toe zal kunnen nemen.

Voetcorrectie
De orthopeed kan ook in geval van een sterk afwijkende voetstand die niet meer met een steunzool gecorrigeerd kan worden, de voet opereren en in een meer neutrale stand vast zetten.

Verstopping van de darmen
Het medicijn macrogol kan er voor zorgen dat de ontlasting soepel en zacht blijft en stimuleert de darmwand om actief te blijven. Hierdoor kunnen kinderen gemakkelijker hun ontlasting kwijt. Verder blijft het belangrijk om te zorgen dat kinderen voldoende vocht en vezels binnen krijgen en zo veel als kan bewegen. Soms zijn zetpillen nodig om de ontlasting op gang te krijgen.

Begeleiding
Een maatschappelijk werkende of psycholoog kan begeleiding geven hoe het hebben van deze aandoening een plaatsje kan krijgen in het dagelijks leven. Het kost vaak tijd voor kinderen en hun ouders om te verwerken dat de toekomstverwachtingen en de onzekerheid over de toekomst er anders uit zien dan mogelijk verwacht is.

Contact met andere ouders
Door middel van een oproepje op het forum van deze site kunt u proberen in contact te komen met andere kinderen en hun ouders/verzorgers die ook te maken hebben met NARP.

Wat betekent NARP voor de toekomst?
Geleidelijke achteruitgang
Jongeren met NARP krijgen geleidelijk aan in de loop van meerdere jaren steeds meer problemen met lopen, met bewegen, met praten, met zien en met horen. Ook komen er in toenemende mate problemen met leren en onthouden. Een deel van de volwassenen wordt op jonge leeftijd dement. Het tempo van toename van de problemen verschilt van kind tot kind en van volwassene tot volwassene. Dit valt van te voren niet te voorspellen.

Levensverwachting
De levensverwachting van kinderen en volwassenen met NARP hangt sterk samen met de hoeveelheid en de ernst van de problemen die kinderen en volwassenen met NARP ervaren. Overlijden kan het gevolg zijn van terugkerende longontstekingen bij spierzwakte of als gevolg van hartfalen of een moeilijk behandelbare vorm van epilepsie.

Kinderen krijgen
Volwassenen met NARP kunnen kinderen krijgen. Kinderen van vrouwen met NARP hebben kans om ook zelf NARP of het Leigh syndroom te krijgen. Dit valt van te voren niet goed te voorspellen. De kans dat een kind van een vrouw met NARP klachten gaat krijgen varieert tussen de 0 en 100%.
De kans dat kinderen van een man met NARP klachten gaan krijgen is 0%. Dit komt omdat NARP wordt veroorzaakt door een foutje in het mitochondrieel DNA en de mitochondriën van een man niet worden doorgegeven aan een kind.

Hebben broertjes en zusjes ook een vergrote kans om NARP te krijgen?
Erfelijke aandoening
NARP is een erfelijke aandoening. De fout op het erfelijk materiaal bij NARP ligt in de mitochondrieën. Alle kinderen krijgen alleen de mitochondrieën van hun moeder, er komen geen mitochondrieën van de vader. Wanneer de moeder draagster is van de fout in het erfelijke materiaal kunnen al haar kinderen deze fout overerven. Meestal zijn niet alle mitochondrieën aangedaan. De mitochondrieën worden willekeurig verdeeld over de verschillende eicellen. De kans dat broertjes en zusjes daarom ook NARP zullen krijgen kan enorm variëren van bijna 0 tot bijna 100%.
Een klinisch geneticus kan hier meer informatie overgeven.

Prenatale diagnostiek
Het is mogelijk om prenatale diagnostiek naar NARP te verrichten door middel van een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest. Het valt echter niet goed te voorspellen wat de ernst van het ziektebeeld zal zijn. Dit zal afhangen van de verhouding tussen mitochondrieën met een fout en mitochondrieën zonder fout. Deze verhouding kan in het vruchtwater of in de placenta anders zijn dan in het kind.

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

Wilt u ook uw verhaal kwijt, dat kan: verhalen kunnen gemaild worden via info@kinderneurologie.eu en zullen daarna zo spoedig mogelijk op de site worden geplaatst. Voor meer informatie zie hier.

Links
www.vsn.nl
(Nederlandse vereniging voor spierziekten)
www.stofwisselingsziekten.nl
(Nederlandse vereniging voor stofwisselingsziekten)
www.rccm.info
(Radboud centrum voor mitochondriële ziekten)

Referenties
1.Novel genetic and neuropathological insights in neurogenic muscle weakness, ataxia, and retinitis pigmentosa (NARP). Claeys KG, Abicht A, Häusler M, Kleinle S, Wiesmann M, Schulz JB, Horvath R, Weis J. Muscle Nerve. 2016;54:328-33
2. Adult-onset myoclonus ataxia associated with the mitochondrial m.8993T>C "NARP" mutation. Martikainen MH, Gorman GS, Goldsmith P, Burn DJ, Turnbull DM, Schaefer AM.
Mov Disord. 2015;30:1432-3
3. Epilepsy in mitochondrial disorders. Finsterer J, Zarrouk Mahjoub S. Seizure. 2012;21:316-21.

Laatst bijgewerkt: 20 januari 2018

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.