A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektenbeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

GLUT1-deficiëntie syndroom

 

Wat is GLUT1- deficiëntie syndroom?

GLUT1-deficiëntie syndroom is een stofwisselingsziekte waarbij kinderen een bepaald stofje GLUT1 genoemd missen waardoor er onvoldoende suiker uit het bloed in de hersenen terecht komt. Zonder voldoende suiker kunnen de hersenen niet goed functioneren.

 

Hoe wordt GLUT1-deficiëntie syndroom ook wel genoemd?

GLUT is de afkorting voor GLUcose Transporter. Glucose is een andere naam voor suiker. Een trasporter is een stofje wat er voor zorgt dat het suiker uit het bloed in de hersenen terecht komt.
Het GLUT1-deficiëntie syndroom wordt ook wel afgekort als GLUT1DS.
Soms wordt gesproken van het De Vivo syndroom.

 

Hoe vaak komt GLUT1-deficiëntie syndroom voor bij kinderen?

GLUT1-deficiëntie syndroom is een zeldzame ziekte. Het is niet goed bekend hoe vaak GLUT1-deficiëntie voorkomt bij kinderen. Ook zal bij lang niet alle kinderen zal de diagnose gesteld zijn.

 

Bij wie komt GLUT1-deficiëntie voor?

GLUT1-deficiëntie is al vanaf de geboorte aanwezig. Sommige kinderen hebben al vanaf de geboorte klachten, andere kinderen krijgen dit pas op latere leeftijd. De eerste klachten kunnen ook pas op volwassen leeftijd ontstaan. Dit hangt samen met de hoeveelheid GLUT1 wat nog werkzaam is, hoe minder werkzaam GLUT1 hoe eerder de symptomen van de ziekte duidelijk worden.
Bij het klassieke type ontstaan de klachten al voor het eerste levensjaar, meestal tussen de eerste en de vierde levensmaand.
Zowel jongens als meisjes kunnen GLUT1-deficiëntie krijgen.

 

Wat is de oorzaak van een GLUT1-deficiëntie?

Fout in erfelijk materiaal

GLUT1-deficiëntie syndroom wordt veroorzaakt door een fout op chromosoom 1. De plaats van de fout op chromosoom 1 wordt ook wel het SLC2A1-gen genoemd. Er zijn veel verschillende fouten in het SLC2A1-gen bekend die allemaal GLUT1-deficiëntie syndroom kunnen veroorzaken.

Autosomaal dominant

GLUT1-deficiëntie syndroom erft op zogenaamd autosomaal dominante wijze over. De term autosomaal geeft aan dat de fout niet op een van de geslachtschromosomen ligt, maar op een van de normale chromosomen. Van elk chromosoom heeft ieder kind er twee. Een fout op een chromosoom 1 op de plaats van het SLC2A1-gen kan er al voor zorgen dat een kind klachten gaat krijgen van het GLUT1-deficiëntie syndroom. De tegenhanger van autosomaal dominant is autosomaal recessief. Dat houdt in dat een kind pas klachten van de ziekte gaat krijgen wanneer beide chromosomen een fout bevatten.

Niet overgeërfd

Het merendeel van de kinderen met het GLUT1-deficiëntie syndroom heeft deze fout niet overgeërfd van een van de ouders. De fout is bij het kind zelf ontstaan ergens na de samensmelting van de eicel en de zaadcel.
Een klein deel van de kinderen heeft de fout wel overgeërfd van een van de ouders. Soms heeft deze ouder zelf ook klachten, maar in lichte mate.

Suiker voor de hersenen

De hersenen hebben voortdurend suiker nodig om goed te kunnen functioneren. Omdat de hersenen zelf geen suiker kunnen opslaan in een voorraad, zijn de hersenen afhankelijk van het bloed wat voortdurend suiker moet aanvoeren naar de hersenen. Het suiker uit het bloed wordt door GLUT1 vanuit het bloed naar de hersenen gebracht. Zonder GLUT1 kan het suiker uit het bloed niet naar de hersenen gebracht worden. Hierdoor hebben de hersenen tekort aan suiker en zullen de hersencellen niet goed kunnen functioneren.

 

Wat zijn de symptomen van een GLUT1-deficiëntie?

Variatie

Er bestaat variatie tussen de ernst en de hoeveelheid symptomen die kinderen met een GLUT-1 deficiëntie hebben. Dit hangt ook samen met de hoeveelheid werkzaam GLUT1 wat nog aanwezig is. Hoe minder werkzaam GLUT1 hoe meer en hoe ernstiger de symptomen.

Epilepsie

Kinderen met GLUT1-deficiëntie hebben vaak last van epilepsie. De epilepsie aanvallen beginnen meestal op jonge leeftijd. Het kan om verschillende soorten epilepsie aanvallen gaan. In het eerste levensjaar kunnen de epilepsie aanvallen vrij onopvallend zijn. Tijdens een aanval maken de ogen bijvoorbeeld schokkende bewegingen. Ook kunnen kinderen bijvoorbeeld blauw rondom de mond worden. Ook kunnen aanvallen voorkomen waarbij kinderen staren en er geen contact te krijgen is, andere aanvallen die voorkomen zijn aanvallen waarbij kinderen plotseling de spierspanning verliezen.
Pas later ontstaan aanvallen die veel gemakkelijker te herkennen zijn als epilepsie aanvallen. Tijdens deze aanvallen krijgen kinderen een kortdurende schok met de armen en/of benen of zijn er meerdere ritmische schokken. Soms verliezen kinderen ineens alle spierspanning in hun lichaam, dit wordt een atone aanval genoemd.
De epilepsie aanvallen zijn vaak moeilijk onder controle te krijgen met behulp van medicijnen.
Een minderheid van de kinderen met een GLUT-1 deficiëntie heeft nauwelijks last van epilepsie.

Kleine schedelomtrek

De meeste kinderen met een GLUT1-deficiëntie hebben bij de geboorte een normale grootte van het hoofdje. Geleidelijk aan groeit het hoofdje minder hard als normaal gesproken. Hierdoor krijgen kinderen verhoudingsgewijs een steeds kleiner hoofdje dan vergeleken met leeftijdsgenoten.

Ontwikkelingsachterstand

Een groot deel van de kinderen met een GLUT1-deficiëntie heeft een ontwikkelingsachterstand. Deze kinderen gaan later lachen, rollen, zitten, staan, praten en lopen dan hun leeftijdsgenoten. De meeste kinderen leren wel zelfstandig lopen. Ook loopt de spraaktaalontwikkeling vaak achter. Kinderen praten vaak weinig, maar begrijpen wel goed wat tegen hen gezegd wordt. Problemen met het juist uitspreken van de woorden komen vaak voor.
Sommige kinderen hebben milde problemen met leren op school en kunnen met wat aanpassingen onderwijs volgen, voor andere kinderen is het volgen van onderwijs te moeilijk.

Spasticiteit

Een deel van de kinderen met een GLUT1-deficiëntie heeft last van spasticiteit. De spieren voelen stijver aan waardoor het bewegen niet soepel gaat. Hierdoor kunnen kinderen hun armen en benen niet goed bewegen. Dit bemoeilijkt het bewegen.

Problemen met de coördinatie

Ook problemen met het coördineren van bewegen kan voorkomen bij kinderen met een GLUT-1deficiëntie. Hierdoor verlopen de bewegingen niet soepel maar schokkerig. De armen en benen kunnen trillen. Bij kinderen met een milde vorm van GLUT1-deficiëntie syndroom kunnen de problemen af en toe aanwezig zijn en op andere momenten weer helemaal verdwenen zijn.

Dyskinesie

Naast spasticiteit of problemen met de coördinatie kunnen ook andere bewegingsstoornissen ontstaan. Soms worden de armen, benen, de nek of de romp in een vreemde stand gehouden. Dit wordt dystonie genoemd. Ook kunnen fijne draaiende bewegingen (chorea) of grove draaiende bewegingen (athetose, ballisme) gemaakt. Vaak komen combinaties van verschillende bewegingsstoornissen voor.
Bij milde vormen van een GLUT-1 deficiëntie syndroom kan de bewegingsstoornis zomaar plotseling optreden en daarna weer lange tijd afwezig zijn. Meestal worden de bewegingsstoornissen uitgelokt door inspanning en bewegingen. In rust komen ze dan niet voor.

Gedrag

Kinderen met dit syndroom zijn vaak sociale kinderen. Ze hebben geen moeite met het leggen van contacten. Soms zijn er gedragsproblemen.

Meeste klachten ’s ochtends

Kinderen met het GLUT1-deficiëntie syndroom hebben ’s ochtends de meeste klachten. Dit komt omdat ze gedurende de nacht een lange periode niet gegeten hebben. Ook zijn de klachten voor een maaltijd vaak erger en enige tijd na een maaltijd minder erg.

Vermoeidheid

Kinderen met een GLUT-1 deficiëntie syndroom zijn vaak meer vermoeid dan andere kinderen. Ze hebben minder energie en hebben vaker behoefte aan rust.

Hoofdpijn

Kinderen met dit syndroom blijken gevoeliger te zijn voor het hebben van hoofdpijnklachten dan andere kinderen.

Verwardheid

Kinderen met een milde vorm van een GLUT-1 deficiëntie syndroom kunnen last hebben van plotseling optredende verwardheid. Dit komt vaak voor bij vermoeidheid of na een periode van lange tijd niet eten.

Verlamming

Ook plotseling ontstane verlammingen kunnen veroorzaakt worden door een GLUT-1 deficiëntie. Waarschijnlijk hebben de hersenen dan tekort aan glucose, wanneer dit weer hersteld, verdwijnt ook de verlamming weer.

 

Hoe wordt de diagnose GLUT1-deficiëntie gesteld?

Verhaal en onderzoek

Aan de hand van een verhaal van een kind met epilepsie en/of een ontwikkelingsachterstand kan vermoed worden dat de hersenen minder goed dan gebruikelijk functioneren. Veel verschillende ziektebeelden kunnen allemaal deze klachten geven, waaronder GLUT1-deficiëntie.

Bloedonderzoek

Het suikergehalte in het bloed is bij kinderen met een GLUT-1 deficiëntie normaal. Ook het melkzuurgehalte in het bloed is normaal.

Liquor onderzoek

De diagnose GLUT1-deficiëntie is te stellen door middel van onderzoek van het hersenvocht, ook wel liquor genoemd. Dit vocht wordt verkregen door middel van een ruggenprik onder in de rug. Het is belangrijk dat kinderen voor de ruggenprik vier tot zes uur niet gegeten hebben. Eerst wordt het suikergehalte in het bloed bepaald, daarna wordt de ruggenprik gedaan.
Wanneer het suikergehalte in de liquor lager is dan 2,2 mmol/liter is er sprake van een GLUT1-deficiëntie syndroom. De verhouding tussen het suikergehalte in het hersenvocht en het suiker gehalte in het bloed is lager dan 0,5. Voor het mildere type moet het suikergehalte in de liquor kleiner zijn dan 2,6 mmol/l en de verhouding tussen het hersenvocht en het bloed kleiner dan 0,6.
Het melkzuurgehalte in het hersenvocht is meestal laag, onder de 1,3 mmol/liter

Erfelijkheidsonderzoek

Wanneer er door middel van liquoronderzoek en bloedonderzoek aanwijzingen zijn voor een GLUT1-deficientie, kan de diagnose bevestigd worden door middel van erfelijkheidsonderzoek. Met behulp van een buisje bloed wordt gekeken of de fout in het erfelijk materiaal op chromosoom 1 aangetoond kan worden. Bij meer dan 90% van de kinderen met een GLUT-1 deficiëntie syndroom kan een foutje in het erfelijk materiaal worden aangetoond.

EEG

Bij kinderen met epilepsie zal vaak een hersenfilmpje worden gemaakt. Op het hersenfilmpje is epileptiforme activiteit te zien op verschillende plaatsen in de hersenen. Dit is niet specifiek voor het GLUT-1 deficiëntie syndroom. In een later stadium van de ziekte kunnen zogenaamde 3 tot 4/per seconde piekgolven worden gezien.

MRI-scan

Wanneer de oorzaak van de epilepsie nog niet bekend is, zal bij kinderen met epilepsie vaak een MRI-scan van de hersenen gemaakt worden om te kijken of zo de oorzaak van de epilepsie op te sporen is.
Bij kinderen met een GLUT-1 deficiëntie syndroom worden meestal geen of subtiele afwijkingen gezien op de MRI-scan.

Stofwisselingsonderzoek

Ook zal bij kinderen met epilepsie vaak stofwisselingsonderzoek worden verricht om te kijken of er een fout in de stofwisseling gevonden kan worden als oorzaak voor de epilepsie. Vaak worden bloed en urine onderzocht, soms de liquor.
Bij kinderen met een GLUT-1 deficiëntie syndroom worden meestal geen specifieke afwijkingen gevonden bij dit onderzoek die kunnen wijzen in de richting van het GLUT-1 deficiëntie syndroom.

 

Hoe wordt het GLUT-1 deficiëntie syndroom behandeld?

Geen genezing

Er bestaat geen behandeling die een GLUT-1 deficiëntie kan genezen. De behandeling is er op gericht om zo min mogelijk last te hebben van de symptomen van een GLUT-1 deficiëntie.

Ketogeen dieet

De hersenen van kinderen met een GLUT-1 deficiëntie syndroom beschikken over te weinig glucose (suiker) om goed te kunnen functioneren. De hersenen kunnen echter wel beschikken over vetten om daar voldoende energie uit te halen om goed te kunnen functioneren. Daarom krijgen veel kinderen met een GLUT-1 deficiëntie syndroom een ketogeen dieet, een dieet bestaande uit voornamelijk vet en maar weinig uit suikers (koolhydraten) en eiwitten. Op deze manier krijgen de hersenen van kinderen met een GLUT-1 deficiëntie syndroom weer voldoende energie, waardoor ze weer beter gaan functioneren. Vaak worden de epilepsie-aanvallen stukken minder en gaat de ontwikkeling weer harder vooruit. Niet alle symptomen zullen verdwijnen door het gebruik van dit dieet.
Soms wordt ook een aangepast Atkins dieet gebruikt.

Medicijnen tegen epilepsie

Epileptische aanvallen kunnen ook voorkomen worden met medicijnen gericht tegen epilepsie. Verschillende soorten epileptische medicijnen kunnen hiervoor gebruikt worden. Het medicijn fenobarbital blijkt een averechts effect te kunnen hebben.
Vaak zijn combinaties van medicijnen nodig. De epilepsie bij een GLUT-1 deficiëntie syndroom is vaak moeilijk onder controle te krijgen met behulp van medicijnen.

Cafeïne houdende dranken

Cafeïne blijkt het nog aanwezige GLUT-1 te belemmeren om glucose naar de hersenen toe te brengen. Daarom wordt aan kinderen met een GLUT-1 deficiëntie syndroom afgeraden om cafeïne houdende dranken zoals koffie, thee, cola en red-bull te drinken.

Fysiotherapie

De fysiotherapeut zorgt dat kinderen met een GLUT-1 deficiëntie syndroom zo goed mogelijk kunnen bewegen en in een goede conditie kunnen blijven. Ook kan de fysiotherapeut advies geven hoe de ontwikkeling goed mogelijk gestimuleerd kan worden.
De fysiotherapeut advies geven bij ademhalingsproblemen en bij problemen met het ophoesten van slijm.

Ergotherapie

Een ergotherapeut kan adviezen geven welke hulpmiddelen gebruikt kunnen worden om de verzorging van kinderen gemakkelijker te maken en om kinderen zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren. Hierbij kan gedacht worden aan een speciale stoel, wandelwagen, loophulpmiddel of schrijfhulpmiddel.

Logopedie

Een logopedist kan adviezen geven hoe kinderen met een GLUT-1 deficiëntie syndroom zo goed mogelijk kunnen praten. Of hoe op andere manieren gecommuniceerd kan worden als praten niet zo goed lukt of te vermoeiend is. De logopedist geeft ook adviezen bij slik- en eetproblemen.

Revalidatiearts

Een revalidatiearts begeleidt kinderen met een GLUT-1 deficiëntie syndroom en geeft adviezen over therapie mogelijkheden en hulpmiddelen, zoals aangepaste schoenen of spalken om beter te kunnen lopen. Daarnaast geeft de revalidatiearts ook advies voor een geschikte schoolkeuze.

Begeleiding

Begeleiding en ondersteuning van ouders van een kind met een GLUT-1 deficiëntie syndroom is heel belangrijk. Via het forum van deze site bestaat de mogelijkheid om een oproepje te plaatsen om in contact te komen met andere ouders met een kind met een GLUT-1 deficiëntie syndroom. Een maatschappelijk werkende of een psycholoog kan begeleiding geven bij het verwerken van de diagnose en om de ziekte een plaats te geven in het leven.

 

Wat betekent het hebben van een GLUT-1 deficiëntie syndroom voor de toekomst?

Variatie

De ernst van het beloop van het ziektebeeld hangt samen met de hoeveelheid werkzaam GLUT-1 die nog aanwezig is. Hoe minder werkzaam GLUT-1, hoe ernstiger het ziektebeeld.
Het ketogeen dieet kan het tempo waarin nieuwe klachten ontstaan vertragen. Vaak blijven er ondanks een goed ingesteld ketogeen dieet toch gedragsproblemen en problemen met bewegen bestaan.

Kinderen krijgen

Kinderen met een milde vorm van GLUT-1 deficiëntie syndroom kunnen normaal kinderen krijgen. Hun kinderen hebben wel 50% kans om de ziekte zelf ook te krijgen. Het is mogelijk om prenatale diagnostiek te verrichten wanneer het foutje in het erfelijk materiaal bekend is.

 

Hebben broertjes en zusjes een vergrote kans om ook GLUT-1 deficiëntie te krijgen?

GLUT-1 deficiëntie wordt veroorzaakt door een foutje in het erfelijk materiaal. Toch is dit foutje bij de meeste kinderen spontaan ontstaan en hebben de kinderen dit foutje niet overgeërfd van een van de ouders. In die situatie hebben broertjes en zusjes een nauwelijks verhoogde kans om een GLUT-1 deficiëntie te krijgen. Een enkele keer hebben kinderen het foutje wel overgeërfd van een van de ouders, vaak heeft een van de ouders dan ook zelf een GLUT-1 deficiëntie. De symptomen kunnen zo mild zijn, dat de ouder daar zelf nauwelijks last van heeft. Wanneer een van de ouders ook GLUT-1 deficiëntie heeft, hebben broertjes en zusjes 50% kans om ook de ziekte te krijgen.
Het is mogelijk om prenatale diagnostiek te verrichten wanneer het foutje in het erfelijk materiaal bekend is. Een klinisch geneticus kan hier meer informatie over geven.

 

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

 

Links
www.stofwisselingsziekten.nl
(Nederlandse vereniging van stofwisselingsziekten)

 

Referenties
1.
GLUT1-deficiëntiesyndroom. Leen WG, Verbeek MM, Scheffer H, Engelen van BGM, Willemsen MAAP. Tijdschr Neurol Neurochir 2008;109:327-32
2.
The expanding phenotype of GLUT1-deficiency syndrome. Brockmann K. Brain Dev. 2009;31:545-52.
3.
Glucose transporter-1 deficiency syndrome: the expanding clinical and genetic spectrum of a treatable disorder. Leen WG, Klepper J, Verbeek MM, et al. Brain. 2010;133:655-70.
4.
The spectrum of movement disorders in Glut-1 deficiency. Pons R, Collins A, Rotstein M, et al. Mov Disord. 2010;25:275-81.
5.
Glucose transporter deficiency syndrome (GLUT1DS) and the ketogenic diet. Klepper J. Epilepsia. 2008;49:46-9.
6. New GLUT-1 mutation in a child with treatment-resistant epilepsy. Slaughter L, Vartzelis G, Arthur T. Epilepsy Res. 2009;84:254-6.
7. Glut-1 deficiency syndrome masquerading as idiopathic generalized epilepsy. Roulet-Perez E, Ballhausen D, Bonafé L, Cronel-Ohayon S, Maeder-Ingvar M. Epilepsia. 2008;49:1955-8.
8. Epilepsy and inborn errors of metabolism in adults: a diagnostic approach. Sedel F, Gourfinkel-An I, Lyon-Caen O, Baulac M, Saudubray JM, Navarro V. J Inherit Metab Dis. 2007;30:846-54.
9. Glucose transporter type1 (GLUT-1) deficiency. Gordon N, Newton RW. Brain Dev. 2003;25:477-80.

 

Laatst bijgewerkt: 25 september 2010

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.