A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Viscerale myopathie

 

Wat is viscerale myopathie?
Viscerale myopathie is een aangeboren aandoening waarbij de spieren van verschillende organen, zoals de darmen en de blaas niet goed werken, waardoor problemen ontstaan, terwijl de spieren van de armen, de benen en het hart normaal werken.

Hoe wordt viscerale myopathie ook wel genoemd?
Het woord visceraal is het medische woord voor de organen in het lichaam. Myopathie is het medische woord voor een spierziekte. Bij deze aandoening is er geen sprake van een ziekte van de spieren in de armen, de benen of de romp zoals bij veel spierziektes het geval is, maar alleen van de spieren van verschillende organen in het lichaam.
Er wordt ook wel gesproken van familiare viscerale myopathie, dit omdat deze aandoening bij meerdere familieleden kan voorkomen.

Megacystis microcolon intestinaal hypoperistaltiek syndroom
Soms wordt deze beschrijven de term gebruikt, maar de lengte van deze term maakt hem minder gemakkelijk bruikbaar. Daarom wordt ook wel de afkorting MMIH gebruikt. Megacystis is het medische woord voor een vergrote blaas. Microcolon is het medische woord voor een onderontwikkelde dikke darm. Intestinaal betekent darm. Het woord hypoperistaltiek geeft aan dat de darm te langzaam beweegt omdat de spieren in de darmwand hun werk niet goed doen.

CIPO
CIPO staat voor chronische intestinale pseudo-obstructie. Dit is een aandoening waarbij de darmwand op een bepaalde plek in de darmen niet meer goed beweegt waardoor het voedsel of de ontlasting die in de darmen ter plekke aanwezig is blijft steken en niet meer verder door de darm heen beweegt, zonder dat er daadwerkelijk een de darm sprake is van een afknelling (obstructie). Daarom wordt dit ook wel pseudo-obstructie genoemd. Bij een deel van de kinderen met een CIPO is er sprake van een viscerale myopathie. Bij een ander deel van de kinderen is er een andere oorzaak.

Berdon syndroom
Ook wordt de term Berdon syndroom wel gebruikt. Berdon is een van de artsen die dit syndroom beschreven heeft.

ACTG2-gerelateerde aandoening
In het begin was er maar een plaats bekend in het DNA waar een foutje op deze plek een viscerale myopathie kon veroorzaken. Deze plaats waar het foutje zat wordt het ACTG2-gen genoemd. Daarom wordt ook wel de term ACTG2-gerelateerde aandoening gebruikt.
Inmiddels zijn er naast ACGT2 ook nog drie andere plaatsen in het DNA bekend waar ook een foutje kan zitten namelijk in het MYH11-gen, het LMOD1-gen of het MYLK-gen.
De term ACTG2-gerelateerde aandoening wordt alleen gebruikt wanneer er sprake is van een foutje in het ACTG2-gen.

 

Hoe vaak komt een viscerale myopathie voor bij kinderen?
Viscerale myopathie is een zeldzame aandoening. Het is niet goed bekend hoe vaak deze aandoening bij kinderen voorkomt.
Geschat wordt dat deze aandoening bij ongeveer één op de 100.000 kinderen voorkomt. Mogelijk is dat een onderschatting omdat kinderen met een milde vorm van viscerale myopathie (nog) niet de juiste diagnose gekregen hebben.

Bij wie komt een viscerale myopathie voor?
Een viscerale myopathie is al voor de geboorte aanwezig. Soms wordt tijdens de zwangerschap al vast gesteld dat de blaas groter is dan gebruikelijk. De eerste symptomen kunnen kort na de geboorte of pas tegen de peuterleeftijd ontstaan.
Zowel jongens als meisjes kunnen een viscerale myopathie krijgen.

Wat is de oorzaak van een viscerale myopathie?
Foutje in erfelijk materiaal
Inmiddels zijn er vier foutjes in het erfelijk materiaal bekend die allemaal kunnen zorgen voor het ontstaan van een viscerale myopathie. Het meest voorkomende is een
foutje in het erfelijk materiaal van het 2e chromosoom. De plaats van dit foutje wordt het ACTG2-gen genoemd. Daarnaast komen foutjes in het MYH11-gen (op chromosoom 16), het LMOD1-gen (op chromosoom 1) en het MYLK-gen (op chromosoom 3) voor.

Autosomaal dominant
Viscerale myopathie als gevolg van een foutje in het ACTG2-gen is een zogenaamd autosomaal dominant overervend syndroom. Dit houdt in dat een foutje op een van de twee chromosomen 2 op de plaats van het ACTG2-gen al zorgt voor het ontstaan van klachten. Dit in tegenstelling tot een zogenaamd autosomaal recessieve aandoening, hierbij kinderen pas klachten wanneer beide chromosomen op dezelfde plaats een foutje bevatten.

Overgeërfd van een ouder
Een deel van de kinderen heeft het foutje in het erfelijk materiaal geërfd van één van de ouders die zelf ook een viscerale myopathie heeft.

Bij het kind zelf ontstaan
Bij een ander deel van de kinderen is het foutje bij het kind zelf ontstaan. De ouders hebben dan zelf geen viscerale myopathie.

Autosomaal recessief
Viscerale myopathie als gevolg van een foutje in het MYH11-gen, het LMOD1-gen of het MYLK-gen zijn zogenaamde autosomaal recessieve foutjes. Dit houdt in dat pas een viscerale myopathie ontstaat wanneer beide chromosomen een fout bevatten. In deze situatie zijn vaak beide ouders drager van een chromosoom met een foutje en hebben de ouders daarnaast zelf ook nog een chromosoom zonder foutje. De ouders zelf hebben dan dankzij dit chromosoom zonder foutje zelf geen last van een viscerale myopathie.

Afwijkend eiwit
Als gevolg van een van bovengenoemde foutjes in het erfelijk materiaal worden een bepaalde eiwitten niet goed worden gemaakt. Het gaat om de eiwitten actine-gamma-2 eiwit (afgekort als ACTG2), het myosine heavy chain type 11 (MYH11) eiwit, het leimodine 1 eiwit (LMOD1) en het myosine light chain kinase eiwit (MYLK). Deze eiwitten spelen een belangrijk rol in zogenaamde gladde spieren. Dit zijn spieren die in de organen in het lichaam voorkomen. Door het tekort aan deze eiwitten kunnen deze spieren niet goed werken en zijn ze verzwakt.
Deze eiwitten spelen geen rol in de zogenaamde dwarsgestreepte spieren die in de armen, de benen en de romp voorkomen of in de hartspier. Deze spieren werken gewoon normaal.

Blaas
In de blaaswand zitten spieren die zorgen dat de blaas geleegd kan worden wanneer deze te vol zit. Bij kinderen met een viscerale myopathie werken deze spieren niet goed, waardoor de blaas vol stroomt zonder dat deze leeg wordt gemaakt. De blaaswand raakt hierdoor overrekt. Ook stroomt er urine terug van de blaas in de richting van de nieren, waardoor ook de nieren hun werk niet meer goed kunnen doen. De nieren kunnen zelf ook te veel vocht gaan bevatten.

Pseudo-obstructie van de darm
In de darmwand zitten ook heel veel gladde spiercellen die er voor zorgen dat voedsel wat in de darmen zit, gekneed en voortgeduwd wordt. Bij kinderen met een viscerale myopathie werken deze spieren niet goed. Vaak is het zo dat een bepaalde stukje van de darm ineens helemaal niet meer beweegt. Al het voedsel voor dit stukje darm blijft dan steken en beweegt niet meer verder. Het voedsel hoopt zich op, waardoor de darm uitzet. Dit geeft buikpijnklachten. Wanneer kinderen blijven eten, gaat zich steeds meer voedsel ophopen waardoor de darm steeds verder uit gaat zetten. Kinderen voelen dit vaak aan en stoppen vanzelf met eten.

Microcolon
Bij een deel van de kinderen met een viscerale myopathie is de dikke darm onderontwikkeld. Dit wordt ook wel een microcolon genoemd.

Wat zijn de symptomen van een viscerale myopathie?
Variatie
Er bestaat een grote variatie in hoeveelheid en in de mate van ernst van de symptomen die verschillende kinderen met een viscerale myopathie hebben.

Zwangerschap
Door middel van ECHO onderzoek tijdens de zwangerschap kan al opvallen dat de blaas te groot is en gevuld is met te veel urine doordat de baby in de buik van moeder niet kan plassen. De huid van de baby kan te veel vocht bevatten, dit wordt oedeem genoemd.
Een deel van de moeders heeft te weinig vruchtwater. Dit wordt ook wel oligohydramnion genoemd. Er zijn ook moeders die juist te veel vruchtwater hebben, dit wordt polyhydramnion genoemd.

Voedingsproblemen
Kinderen met deze aandoening hebben vaak veel moeite met drinken uit de borst of uit de fles. Kinderen spugen gemakkelijk de voeding weer uit. Dit komt omdat de voeding niet gemakkelijk door de slokdarm wordt doorgestuurd naar de maag en van de maag niet gemakkelijk naar de darmen.

Spugen
Naast het uitspugen van voeding, spugen kinderen met deze aandoening ook gemakkelijk gallig. Gal heeft een gele of groene kleur.

Licht van gewicht
Door de voedingsproblemen blijven kinderen met een viscerale myopathie vaak licht van gewicht.

Verstopping van de darmen
Verstopping van de darmen komt gemakkelijk voor bij kinderen met een viscerale myopathie. Kinderen krijgen dan minder dan drie keer per week ontlasting. De ontlasting hoopt zich op de buik, waardoor de buik bol wordt en kinderen last kunnen krijgen van buikpijnklachten.
De problemen van verstopping zijn op jonge leeftijd soms wel en soms niet aanwezig, zonder dat duidelijk is waarom. Met het ouder worden nemen de problemen van verstopping vaak toe.

Diarree
Periodes van verstopping van de darmen kunnen afgewisseld worden met periodes van diarree.

Bolle buik
Kinderen met een viscerale myopathie hebben vaak een bolle opgezette buik.

Buikpijn
Kinderen met deze aandoening hebben gemakkelijk last van buikpijnklachten. De buikpijn kan in aanvallen komen of ook meer continu aanwezig zijn. Tijdens de buikpijnaanvallen kunnen kinderen bleek zien en zich niet lekker voelen.

Grote blaas
Kinderen met een viscerale myopathie hebben meestal een vergrote blaas. Dit komt omdat de blaas niet goed leeg geplast kan worden. Deze vergrote blaas kan al tijdens de zwangerschap door middel van ECHO onderzoek gezien worden.
Na de geboorte zal opvallen dat kinderen niet goed kunnen plassen, ze plassen helemaal niet of steeds meer kleine beetjes. Vaak zal het nodig zijn om door middel van een katheter de urine uit de blaas te halen.

Vatbaar voor blaasontsteking
Door de problemen met het leeg plassen van de blaas zijn kinderen gevoelig voor het krijgen van een blaasontsteking. Een blaasontsteking kan ook gemakkelijker zich uitbreiden naar de nieren en zo een nierbekkenontsteking veroorzaken.

Problemen met de nieren
Wanneer de blaas vol zit, kan de nier de gemaakte urine niet goed kwijt in de richting van de blaas. Hierdoor raakt ook de urineleider van de nier naar de blaas verwijd en kan uiteindelijk ook het nierbekken verwijd raken. De nieren kunnen te veel vocht gaan bevatten omdat ze de urine niet kwijt kunnen. Door dit te veel aan vocht kunnen de nieren niet goed functioneren.

Ontbreken spieren buikwand
Bij een deel van de kinderen met een viscerale myopathie ontbreken spieren in de buikwand. Dit wordt ook wel prune belly syndroom genoemd. De buikwand is hierdoor erg slap.

Balletjes niet goed ingedaald
Bij een deel van de jongens met een viscerale myopathie zijn de balletjes niet goed ingedaald in het balzakje. De balletjes zitten dan in de buik of in het lieskanaal.

Vermoeidheid
De problemen met de darmen kosten veel energie. Daarom hebben kinderen minder energie voor dagelijkse activiteiten. Kinderen met een viscerale myopathie zijn sneller moe dan kinderen zonder deze aandoening.

Hoe wordt de diagnose viscerale myopathie gesteld?
Verhaal en onderzoek
Op grond van het verhaal van een kind met voedingsproblemen, niet goed aankomen in gewicht, het niet goed willen zakken van de voeding en verstopping van de darmen kan een viscerale myopathie worden vermoed.
Er zal aanvullend onderzoek nodig zijn om de juiste diagnose te stellen.

ECHO van de buik
Door middel van ECHO onderzoek kan beoordeeld worden of de blaas, de urineleiders en of het nierbekken verwijd zijn als gevolg van de viscerale myopathie.

Foto van de buik
Op een foto van de buik kan gezien worden dat de darmen uitgezet zijn en te veel lucht bevatten doordat de darmen niet goed werken.

CT-scan van de buik
Door middel van een CT-scan van de buik kan beoordeeld worden of de darmen normaal aangelegd zijn. Bij een deel van de kinderen is de dikke darm onderontwikkeld (microcolon).

Manometrie
Door middel van manometrie onderzoek kan gemeten worden hoe actief de darmen zijn. Op deze manier kan opgespoord worden dat de darmwand op bepaalde plaatsen te langzaam of helemaal niet beweegt.

DNA-onderzoek
Door middel van een buisje bloed kan DNA-onderzoek verricht worden. Met behulp van DNA-onderzoek kan een foutje in het ACTG2-gen worden aangetoond.

Bloedonderzoek
Bij kinderen met deze aandoening wordt regelmatig bloed geprikt om te beoordelen of er aanwijzingen zijn voor het verslechteren van de nierfunctie.
Bij kinderen die gevoed worden door totale parenterale voeding moet regelmatig de leverfunctie worden gecontroleerd.

Hoe wordt een viscerale myopathie behandeld?
Geen genezing
Er bestaat geen behandeling om een viscerale myopathie te genezen. De behandeling is er op gericht om zo veel mogelijk problemen als gevolg van een viscerale myopathie te voorkomen en daarnaast er voor te zorgen dat kinderen voldoende voedingsstoffen binnen krijgen om te groeien en zich te ontwikkelen.

Behandelteam
Viscerale myopathie is een ingewikkelde aandoening. Vaak is een team van meerdere dokters betrokken die met elkaar overleggen welke behandeling voor welk kind het meest geschikt is. Dokters die betrokken zijn, zijn de kinderuroloog, de kindernefroloog, de kindermaag-darm en leverarts, de kinderchirurg en de diëtiste.

Medicijnen voor de blaas
Bij een deel van de kinderen kunnen medicijnen helpen om de blaas beter leeg te kunnen plassen.

Buikdruk tijdens het plassen
Door tijdens het plassen onder op de buik net boven het schaambeen te drukken, kan de blaas voor een deel worden leeggedrukt waardoor de urine wel uit de blaas kan komen. Deze techniek kan gebruikt worden om de werking van de blaas te ondersteunen.

Katheriseren
Een groot deel van de kinderen zal regelmatig gekatheriseerd moeten worden om de urine uit de blaas te krijgen. Wanneer kinderen nog jong zijn, zullen de ouders deze handeling bij het kind moeten uitvoeren. Oudere kinderen kunnen leren om zich zelf te katheriseren. Vaak is het nodig om meerdere keren per dag te katheriseren.

Urinestoma
Wanneer de problemen met plassen blijven bestaan, bestaat er ook een mogelijkheid om een nieuwe blaas te maken uit een stuk van de darmen. Dit wordt een Bricker-blaas genoemd. Dit is een ingrijpende operatie en heeft niet altijd goed effect omdat de spieren van de darmwand bij kinderen met deze aandoening ook minder goed werken.

Antibiotica
Door dagelijks een lage dosering van een bepaald antibioticum te gebruiken (bijvoorbeeld cotrimoxazol of nitrofurantoïne) kan een deel van de blaasontstekingen worden voorkomen.

Medicijnen om de nierfunctie te ondersteunen
Het kan ook nodig zijn om de nierfunctie te ondersteunen door middel van bepaalde medicijnen. Slechte werking van de nieren kan zorgen voor het ontstaan van een verhoogde bloeddruk. Het kan nodig zijn de bloeddruk te verlagen door middel van medicijnen.

Diëtiste
Een diëtiste kan adviezen geven voor aangepaste voeding zodat kinderen voldoende aankomen in gewicht. Voor een deel van de kinderen is het beter om zo min mogelijk lactose en fructose te gebruiken, omdat zij hier darmklachten van krijgen. Voor de meeste kinderen geldt ook dat het beter is om vetrijke maaltijden te voorkomen.

Sondevoeding
Wanneer kinderen onvoldoende aankomen in gewicht, dan kan het nodig zijn om aanvullend voeding via een sonde te geven. In het begin wordt vaak gekozen voor een neusmaagsonde, een slangetje dat van de neus naar de maag toe loopt. Later kan gekozen worden voor een zogenaamde PEG-sonde, een sonde die rechtstreeks via de buik naar de maag toe loopt. Bij kinderen waarbij de maagspier niet goed beweegt, kan het nodig zijn om de sonde rechtstreeks naar de dunne darm te laten lopen (duodenumsonde of jejenumsonde).

Totale parenterale voeding
Voor een deel van de kinderen is het nodig om voedingsstoffen via een infuus te geven, omdat de darmen te langzaam werken om voeding via de maag of de darmen te kunnen geven. Voeding via het infuus wordt totale parenterale voeding genoemd.
Voeden via het infuus heeft als risico het ontstaan van galstenen, het ontstaan van trombose in het bloedvat waar het infuus in zit, het ontstaan van een infectie van de infuuslijn en op de lange termijn het steeds slechter gaan functioneren van de lever.

Darmtransplantatie
Inmiddels zijn een paar kinderen met een viscerale myopathie behandeld met een darm en levertransplantatie van een donor. Dit is een ingrijpende behandeling, die wel een aantal keren succesvol is geweest om minder last te hebben van darmproblemen.

Voorzichtig met operaties
Wanneer er aanwijzingen zijn dat de darm op een bepaalde plek niet meer beweegt, dan wordt er vaak een operatie uitgevoerd door de kinderchirurg om te kijken of er sprake is van een draaiing van de darm of een afknelling van de darm waarom de darm niet meer beweegt. Tijdens een operatie kan dan geprobeerd worden om dit probleem meteen te verhelpen. Bij kinderen met een viscerale myopathie worden vaak tijdens deze operatie geen afwijkingen gezien. De darm beweegt niet goed, omdat de spieren van de darm niet goed werken. Het is niet mogelijk voor de kinderchirurg om dit tijdens een operatie te verhelpen. Het is dus belangrijk om bij kinderen met een viscerale myopathie goed te overwegen of een operatie nodig is.
Als gevolg van een eerdere operatie kunnen verklevingen in de darm ontstaan, deze verklevingen kunnen wel zorgen voor afknelling van de darm en daarmee ook voor stil liggen van de darm. Het is dus altijd een moeilijke afweging wat de beste optie is, wel of niet opereren.

Narcose
Als gevolg van een narcose kan de darm ook gedurende meerdere dagen, soms weken na de operatie minder goed bewegen, waardoor de klachten tijdelijk kunnen toenemen. Het is dus belangrijk om hier alert op te zijn wanneer een narcose nodig is.

Begeleiding
Een maatschappelijk werkende of psycholoog kunnen kinderen en hun ouders helpen hoe het hebben van deze aandoening een plaats kan krijgen in hun leven.

Contact met andere ouders
Door het plaats van een oproepje op het forum van deze site kunt u proberen in contact komen met andere kinderen en hun ouders die ook te maken hebben met een viscerale myopathie.

Wat betekent het hebben van een viscerale myopathie voor de toekomst?
Blijvende klachten
Bij het merendeel van de kinderen met een viscerale myopathie nemen de problemen met de blaas en de darmen toe met het ouder worden. Klachten die er eenmaal zijn, zijn in de regel blijvende klachten.
Deze aandoening heeft veel impact op het dagelijks leven van kinderen.

Levensverwachting
Kinderen met een viscerale myopathie kunnen een normale levensverwachting hebben.
De levensverwachting kan beperkt worden door bloedvergiftiging als gevolg van een niet tijdig behandelde infectie, als gevolg van nierfalen of leverfalen of als gevolg van complicaties van totale parenterale voeding.

Kinderen krijgen
Volwassenen met een viscerale myopathie kunnen kinderen krijgen. Het hangt van het type foutje in het DNA af, hoe groot de kans is dat deze kinderen ook een viscerale myopathie gaan krijgen. Bij volwassenen met een foutje in het ACTG2-gen hebben kinderen 50% kans om ook een viscerale myopathie te krijgen. Of kinderen hier evenveel, in mindere mate of in ergere mate last van hebben ten opzichte van de ouders is niet goed bekend. Bij volwassenen met een van de andere drie foutjes is de kans klein, zij kunnen alleen kinderen krijgen met een viscerale myopathie wanneer de partner drager is van een foutje of wanneer de partner zelf ook viscerale myopathie heeft. De kans hierop is niet zo groot.
Moeders met een viscerale myopathie moeten in het ziekenhuis bevallen onder leiding van een gynaecoloog. Bij een deel van de moeders is de baarmoeder niet in staat om voldoende krachtige weeën te maken.

Hebben broertjes of zusjes ook kans een viscerale myopathie te krijgen?
Viscerale myopathie is een erfelijke aandoening. Het hangt van het type foutje af, hoe groot de kans is dat broertjes of zusjes ook een viscerale myopathie krijgen.
Wanneer een van de ouders zelf ook viscerale myopathie heeft als gevolg van een foutje in het ACGT2-gen dan hebben toekomstige broertjes of zusjes 50% kans om zelf ook viscerale myopathie te krijgen.
Wanneer de viscerale myopathie als gevolg van een foutje in het ACGT2-gen bij het kind zelf is ontstaan, dan is de kans klein dat een broertje of zusje ook viscerale myopathie zal krijgen. Dit zou alleen kunnen wanneer een vader of moeder het foutje in de zaadcel of eicel heeft zonder dat de vader of moeder dit in de andere lichaamscellen heeft zitten. De kans hierop is ongeveer 2%.
In geval van een foutje in het MYH11-gen, LMOD1-gen of het MYLK-gen zijn vaak beide ouders drager van een foutje. Broertjes en zusjes hebben dan 25% kans om zelf ook viscerale myopathie te krijgen.
Een klinisch geneticus kan hier meer informatie over geven.

Prenatale diagnostiek
Wanneer het foutje in het erfelijk materiaal bekend is, dan is het mogelijk om tijdens een volgende zwangerschap door middel van een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie te kijken of dit kindje ook een viscerale myopathie heeft.

 

 

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

Wilt u ook uw verhaal kwijt, dat kan: verhalen kunnen gemaild worden via info@kinderneurologie.eu en zullen daarna zo spoedig mogelijk op de site worden geplaatst. Voor meer informatie zie hier.

 

Referenties
1. Loss-of-Function Variants in MYLK Cause Recessive Megacystis Microcolon Intestinal Hypoperistalsis Syndrome. Halim D, Brosens E, Muller F, Wangler MF, Beaudet AL, Lupski JR, Akdemir ZHC, Doukas M, Stoop HJ, de Graaf BM, Brouwer RWW, van Ijcken WFJ, Oury JF, Rosenblatt J, Burns AJ, Tibboel D, Hofstra RMW, Alves MM.
Am J Hum Genet. 2017;101:123-129
2. Variants of the ACTG2 gene correlate with degree of severity and presence of megacystis in chronic intestinal pseudo-obstruction. Matera I, Rusmini M, Guo Y, Lerone M, Li J, Zhang J, Di Duca M, Nozza P, Mosconi M, Pini Prato A, Martucciello G, Barabino A, Morandi F, De Giorgio R, Stanghellini V, Ravazzolo R, Devoto M, Hakonarson H, Ceccherini I.
Eur J Hum Genet. 2016;24:1211-1215
3.  Phenotypic expansion of visceral myopathy associated with ACTG2 tandem base substitution. Klar J, Raykova D, Gustafson E, Tóthová I, Ameur A, Wanders A, Dahl N.
Eur J Hum Genet. 2015;23:1679-8

 

Laatst bijgewerkt: 31 januari 2018

 

Auteur: JH Schieving

 

 

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.