A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektenbeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Zelfstimulatie-aanvalletjes

 

Wat zijn zelfstimulatie-aanvalletjes?

Zelfstimulatie-aanvalletjes zijn onschuldige “aanvalletjes” die vaak aangezien worden voor epilepsie-aanvallen, maar “aanvalletjes” zijn waarbij kinderen bewegingen maken waarvan ze een prettig gevoel krijgen en daardoor in zich zelf gekeerd zijn.

 

Hoe vaak komen zelfstimulatie-aanvalletjes voor bij kinderen?

Het is niet goed bekend hoe vaak zelfstimulatie-aanvalletjes voorkomen bij kinderen. Waarschijnlijk komt het redelijk vaak voor. Maar een klein deel van de kinderen met een opvallende vorm van zelfstimulatie-aanvalletjes zal bekend zijn bij de kinderneuroloog.

 

Bij wie komen zelfstimulatie-aanvalletjes voor?

Zelfstimulatie-aanvalletjes komen voor bij jonge kinderen in hun eerste levensjaren. Ze verdwijnen meestal voor de leeftijd van vier jaar. Bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand die in hun gedrag jonger zijn dan hun kalenderleeftijd kunnen deze aanvalletjes langer aanhouden. Zowel jongens als meisjes kunnen zelfstimulatie-aanvalletjes hebben, de aanvalletjes worden vaker gezien bij meisjes dan bij jongens.

 

Hoe zien zelfstimulatie-aanvalletjes eruit?

Ritmische bewegingen

Tijdens een “aanvalletje” worden vaak ritmische bewegingen met de benen gemaakt, vaak worden de benen tegen elkaar aangewreven of ergens tegen aangewreven. Kinderen kunnen tijdens een “aanvalletje” zowel zitten, staan, liggen of hangen. Vaak hebben kinderen een rood gezicht tijdens een “aanvalletje”, ook kunnen er zweetpareltjes op het gezicht te voorschijn komen. Sommige kinderen maken zachte kreunende geluidjes tijdens een “aanvalletje”.

Afwezig

Vaak zijn kinderen tijdens een “aanvalletje” in zich zelf gekeerd, ze maken geen contact met de omgeving, hun blik is wazig. Het is vaak moeilijk om contact te krijgen met het kind. Vaak lukt dit wel na enige aandringen wel. Wanneer er contact is, stopt het kind ook met de bewegingen. Wanneer het kind weer met rust gelaten wordt, gaat het vaak weer verder met het maken van de ritmische bewegingen en raakt het kind ook weer in zich zelf gekeerd.

Vertrouwde omgeving

Zelfstimulatie-aanvalletjes komen meestal alleen voor in een omgeving waar het kind zich vertrouwd en veilig voelt, dus vaak in de thuissituatie.

Ontwikkeling

Zelfstimulatie-aanvalletjes zijn onschuldig en hebben geen negatieve invloed op de ontwikkelingsmogelijkheden van een kind.
Wel kunnen zelfstimulatie-aanvalletjes bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand op latere leeftijd nog voorkomen en daardoor meer opvallend zijn.

 

Waar worden zelfstimulatie-aanvalletjes door veroorzaakt?

Ontdekken eigen lichaam

Zelfstimulatie-aanvalletjes zijn onschuldig en een manier waarop het kind ontdekt dat het een eigen lichaam heeft wat plezierige gevoelens kan geven.
Zelfstimulatie-aanvalletjes worden nog wel eens verward met epileptische aanvalletjes, maar zijn dit zeker niet.

 

Hoe wordt de diagnose zelfstimulatie-aanvalletjes gesteld?

Verhaal en onderzoek

De diagnose zelfstimulatie-aanvalletjes kan worden gesteld op grond van het verhaal en het zien van de aanvalletjes. Het opnemen van deze aanvalletjes op video kan heel verhelderend zijn. Om de diagnose zelfstimulatie-aanvalletjes te stellen zijn geen andere onderzoeken nodig.

EEG

Vaak wordt bij het zien van zelfstimulatie-aanvalletjes gedacht aan epileptische aanvallen en wordt er een hersenfilmpje (EEG) gemaakt. Bij zelfstimulatie-aanvalletjes worden geen afwijkingen op het EEG gezien.

 

Hoe worden zelfstimulatie-aanvalletjes behandeld?

Geen behandeling nodig

Zelfstimulatie-aanvalletjes zijn een onschuldig verschijnsel en hoeven geen behandeling. De kinderen ervaren deze “aanvalletjes” ook niet als vervelend, maar als prettig. Zelfstimulatie-aanvalletjes verdwijnen ook spontaan met het ouder worden, het is een fase in de ontwikkeling van het ontdekken van het eigen lichaam.

Niet straffen

Het is heel belangrijk om een kind met zelfstimulatie-aanvalletjes niet te straffen omdat het dit gedrag vertoont. Het ontdekken van het eigen lichaam is heel normaal gedrag. Meestal treden de aanvalletjes alleen op in een vertrouwde omgeving en niet bijvoorbeeld in een drukke supermarkt. Afhankelijk van de leeftijd van uw kind, kunt u bijvoorbeeld wel afspreken dat het kind als het behoefte heeft zijn of haar eigen lichaam te verkennen, dit niet doet in de huiskamer, maar bijvoorbeeld in de slaapkamer.

Schaamte

Veel ouders schamen zich wanneer zijn horen dat de aanvalletjes van hun kind zelfstimulatie-aanvalletjes zijn. Dit is wel begrijpelijk, maar absoluut niet nodig. Zelfstimulatie-aanvalletjes zijn een normale manier om het eigen lichaam te ontdekken. Kinderen met zelfstimulatie-aanvalletjes zijn zeker niet oversexed zoals door sommige mensen gedacht wordt.

 

Wat betekenen zelfstimulatie-aanvalletjes voor de toekomst?

Onschuldig

Zelfstimulatie-aanvalletjes zijn onschuldig en hebben geen negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van een kind.
De zelfstimulatie-aanvalletjes verdwijnen meestal voor de leeftijd van 4 jaar. Bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand die in hun gedrag jonger zijn dan hun kalenderleeftijd, kunnen de aanvalletjes langer aanhouden.

 

Hebben broertjes en zusjes een verhoogde kans om ook zelfstimulatie-aanvalletjes te hebben?

Zelfstimulatie-aanvalletjes zijn niet erfelijk. Broertjes en zusjes hebben in erfelijke zin geen verhoogde kans om ook zelfstimulatie-aanvalletjes te krijgen.

 

Wilt u dit document printen dan kunt u hier een pdf-versie downloaden.

 

Links en verwijzingen
www.epilepsienukanhetbeter.nl

 

Referenties
1. Hindley D, Ali A, Robson C. Diagnoses made in a secondary care "fits, faints, and funny turns" clinic.Arch Dis Child. 2006;91:214-8.
2. Beach R, Reading R. The importance of acknowledging clinical uncertainty in the diagnosis of epilepsy and non-epileptic events. Arch Dis Child. 2005;90:1219-22.

 

 

Laatst bijgewerkt 8 december 2007

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.