A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Serotoninesyndroom

 

Wat is het serotonine syndroom?
Het serotonine syndroom is een aandoening die ontstaat wanneer kinderen en of volwassen een te grote hoeveelheid van het boodschapperstofje serotonine in de hersenen hebben waardoor allerlei hersenfuncties verstoord raken.

 

Hoe wordt het serotonine syndroom ook wel genoemd?
Er is geen andere naam die gebruikt wordt voor het serotonine syndroom.

 

Hoe vaak komt het serotonine syndroom voor bij kinderen?
Het is niet goed bekend hoe vaak het serotonine syndroom bij kinderen of volwassenen voorkomt.

 

Bij wie komt het serotonine syndroom voor?
Het serotonine syndroom kan zowel bij kinderen als bij volwassenen voorkomen. Het komt voornamelijk voor bij mensen die medicijnen gebruiken tegen een depressie, tegen hoofdpijn of tegen de ziekte van Parkinson. Ook komt het voor bij jongeren en volwassenen die drugs gebruikt hebben.
Zowel jongens als meisjes kunnen dit syndroom krijgen.

 

Wat is de oorzaak van het serotonine syndroom?
Te veel serotonine

Het serotonine syndroom ontstaat wanneer in de hersenen voor die persoon te veel aan het stofje serotonine aanwezig is. Per persoon kan de hoeveelheid serotonine die zorgt voor het ontstaan van een serotonine syndroom sterk verschillen. Bij de ene persoon kan een bepaalde hoeveelheid serotonine al te veel zijn, terwijl dit voor een ander persoon niet het geval is.

Medicijnen die serotonine in de hersenen verhogen

Het serotonine syndroom kan ontstaan wanneer kinderen of volwassenen medicijnen gebruiken die de hoeveelheid serotonine in de hersenen verhogen. Het gaat vaak om medicijnen die gebruikt worden bij de behandeling van een depressie. Deze medicijnen worden SSRI’s genoemd: selectieve serotonine re-uptake inhibitors, zoals het stofje paroxetine. Deze medicijnen zorgen dat iemand zich minder depressief voelt doordat het serotonine gehalte in de hersenen omhoog gaat. Wanneer het serotonine gehalte te hoog wordt, kan het serotonine syndroom ontstaan.
Andere medicijnen die kunnen zorgen voor het ontstaan van het serotonine syndroom zijn ander antidepressiva (zoals SNRI’s (bijvoorbeeld venlafaxine), tricyclische antidpressiva (zoals amytriptiline), medicijnen die gebruikt worden bij overmatige angst (buspiron, trazodon), lithium, MAO-remmers en ook Sint-Janskruid wat bij reformwinkels wordt verkocht , medicijnen die gebruikt worden bij de ziekte van Parkinson (levodopa, dopamine-agonisten, MAO-B remmers), sterke pijnstillers (pethidine, tramadol, morfine), medicijnen die gebruikt worden bij een migraine-aanval (triptanen), het voedingssupplement tryptofaan.

Combinatie van medicijnen

Het serotonine syndroom ontstaat vaak wanneer twee van bovenstaande medicijnen tegelijkertijd worden gebruikt.
Een enkele keer ontstaat het serotonine syndroom ook wanneer maar een medicijn tegelijk gebruikt wordt.

Voeding

Het serotonine syndroom kan ook ontstaan door het gebruik van het voedingssupplement L-tryptofaan, het gebruik van ginseng of van soja of van het voedingssupplement S-adenosylmethionine.

Drugs

Ook drugs kunnen zorgen voor het ontstaan van een serotonine syndroom. Drugs die dit kunnen doen zijn amfetamine, cocaïne, LSD en ecstasy.

Serotonine

Serotonine is een belangrijk boodschapperstofje in de hersenen. Hersenencellen praten met elkaar doordat een hersencel een boodschapperstofje afgeeft aan de volgende hersencel die op dit boodschapperstofje reageert. Er bestaan verschillende boodschappersstofjes waar serotonine er een van is. Zenuwcellen in de hersenen en in het ruggenmerg maken gebruik van het boodschapperstofje serotonine.
Hersencellen die serotonine als boodschapperstofje gebruiken, hebben een functie bij het regelen van stemming, slapen, het voelen van pijn en bij het braakcentrum. Ook speelt serotonine een belangrijke rol bij het regelen van de darmfunctie.

 

Wat zijn de symptomen van het serotonine syndroom?

Variatie

Niet alle kinderen en volwassenen met het serotonine syndroom hebben dezelfde symptomen. Het ene kind heeft deze symptomen en het andere kind andere symptomen. Welke symptomen een kind of een volwassenen allemaal zal krijgen valt van te voren niet te voorspellen.

Veranderd bewustzijn

Kinderen en volwassenen met een serotonine syndroom reageren anders dan normaal. Vaak lijkt het of ze in coma zijn, terwijl dit wanneer goed gekeken wordt niet het geval is en kinderen en volwassenen toch wel reacties vertonen. Vaak doen kinderen en volwassenen uit zich zelf niets en reageren ze niet op roepen of aanraken, maar wel wanneer ze een pijnprikkel krijgen toegediend.

Onrust

Kinderen en volwassenen met het serotonine syndroom kunnen heel druk en onrustig zijn en zich verward gedragen. Kinderen en volwassenen kunnen onrustig bewegen met hun armen en benen, plukken aan kleren of aan de huid zonder dat ze hiermee stoppen wanneer dat gevraagd wordt. Soms lijken mensen met dit syndroom dingen te zien die er in werkelijkheid niet zijn, ze hallucineren dan.

Koorts

Vaak hebben kinderen en volwassenen koorts of een verhoogde lichaamstemperatuur.

Rillen

Veel kinderen en volwassenen hebben last van rillen van de armen en de benen. Dit kan heel heftig zijn, kinderen en volwassenen kunnen dit rillen ook niet tegen houden.


Myoclonieen

Sommige kinderen hebben ook last van schokken, deze schokken worden myoclonieen genoemd.

Zweten

Ook moeten kinderen en volwassen ook veel zweten.

Snelle hartslag

Ook komt een sneller hartslag vaak voor bij kinderen en volwassenen met dit syndroom.

Veranderde bloeddruk

Soms is de bloeddruk juist hoger dan normaal als gevolg van het serotonine syndroom, soms juist lager dan normaal.

Andere ademhaling

Ook een andere ademhaling komt regelmatig voor bij kinderen en volwassenen. Sommigen ademen heel snel, anderen onregelmatig of juist oppervlakkig.

Rode huid

Soms hebben kinderen en volwassenen een droge warme huid aan de armen en benen.

Klachten van de darmen

Het komt vaak voor dat kinderen en volwassenen als gevolg van het serotonine syndroom last hebben van diarree. Ook kunnen misselijkheid en braken voorkomen.

Incontinentie

Kinderen en volwassen met het serotonine syndroom kunnen incontinent zijn voor urine of voor ontlasting.

Veranderde spierspanning

Sommige kinderen en volwassenen hebben juist last van een hoge spierspanning in de armen en benen, terwijl anderen juist een lage spierspanning hebben. Een te hoge spierspanning wordt rigiditeit genoemd.

Kaakklem

Soms raken ook de spieren van de kaak verkrampt en kunnen kinderen en volwassenen hun mond niet meer open krijgen.

Evenwicht

Kinderen en volwassenen met het serotonine syndroom hebben vaak last van problemen met het bewaren van hun evenwicht. Dit is lastig waardoor kinderen en volwassen vaak niet goed rechtop kunnen zitten en staan.

Wijde pupillen

Als gevolg van het serotonine syndroom kunnen de pupillen wijd en groot zijn.

Slapeloosheid

Een deel van de kinderen en volwassenen heeft als gevolg van het serotonine syndroom last van slapeloosheid.

Ontregeling van lichaamsfuncties

Als gevolg van het serotonine syndroom kunnen andere lichaamsfuncties verstoord raken, zo kunnen bijvoorbeeld de nieren minder goed gaan werken of kan er een probleem ontstaan met de bloedstolling. Bij aanhoudende spierstijfheid kunnen de lichaamsspieren worden afgebroken waardoor er te veel van het spierenzym CK in het bloed terecht komt, dit wordt rhabdomyolyse genoemd. Ook kunnen hartritmestoornissen of ontregeling van de ademhaling optreden. Deze ontregelingen kunnen levensbedreigend worden indien het syndroom niet herkend en behandeld wordt.

 

Hoe wordt de diagnose serotonine syndroom gesteld?
Verhaal en onderzoek

Op grond van de combinatie van bovenstaande klachten (veranderd bewustzijn, ontregeling hartslag, bloeddruk en ademhaling en veranderde spierspanning met (t)rillen of schokken en levendige reflexen bij onderzoek kan de diagnose serotonine syndroom worden vermoed. Zeker indien kinderen of volwassenen een van bovengenoemde medicijnen gebruiken waarvan bekend is dat ze een serotonine syndroom kunnen krijgen. Aandoeningen die veel kunnen lijken op het serotonine syndroom zijn het maligne neuroleptica syndroom, maligne hyperthermie, ontsteking van de hersenen (encefalitis), bloedvergiftiging (sepsis), delier, te snel werkende schildklier, het stiff-man syndroom en het carcinoid syndroom

Afspraken

Er bestaat geen test zoals bloedonderzoek is het serotonine syndroom kan aantonen. Daarom zijn er afspraken gemaakt wanneer er gesproken mag worden van het serotonine syndroom. Er moeten drie hoofdklachten aanwezig zijn (sufheid en/of verwardheid, koorts en/of zweten en (t)rillen en een hoge spierspanning in de armen en benen in combinatie met nog twee andere klachten uit alle mogelijke klachten die hier boven beschreven zijn.

Bloedonderzoek

In het bloed is soms de waarde van het spierenzym CK een beetje verhoogd en soms zijn er wat te veel witte bloedcellen. Dit hoeft echter niet het geval te zijn en kan ook bij veel andere aandoeningen gezien worden.
Bloedonderzoek is met name bedoeld om andere aandoeningen uit te sluiten.
Ook is bloedonderzoek nodig om te kijken of er complicaties van het serotonine syndroom ontstaan zoals problemen met de nierfunctie of met de bloedstolling.

Hoe wordt het serotonine syndroom behandeld?

Stoppen medicijnen die serotonine verhogen

De medicijnen die het serotonine gehalte in de hersenen kunnen verhogen moeten worden gestopt.

Uitzieken

Wanneer de medicijnen die het serotonine gehalte verhoogd hebben, gestopt worden, dan zal het serotonine gehalte geleidelijk aan weer lager worden, waardoor de klachten van het serotonine syndroom zullen verdwijnen. Het is belangrijk om in tussentijd kinderen en volwassenen zo veel mogelijk te ondersteunen. Vaak is hiervoor een ziekenhuisopname nodig. Soms is het zelfs nodig om hiervoor opgenomen worden op de intensive care afdeling.

Medicijnen om rustiger te worden

Het medicijn midazolam kan helpen om minder last te hebben van onrust en van het rillen en de verhoogde spierspanning. Nadeel van de midazolam is dat het ook zorgt voor slaperigheid.

Ruim vocht

Vaak krijgen mensen met het serotonine syndroom een infuus zodat ze voldoende vocht in hun lichaam hebben. Dit helpt om problemen met het functioneren van de nieren te voorkomen.

Verlagen lichaamstemperatuur

Wanneer kinderen of volwassenen een te hoge lichaamstemperatuur hebben, dan kan er voor gekozen worden om de lichaamstemperatuur omlaag te brengen met koelpacks op het lichaam. Wanneer de lichaamstemperatuur desondanks te hoog blijft, kan het medicijn dantroleen worden gebruikt om de lichaamstemperatuur verder te verlagen.

Anti-serotonine medicijnen

Wanneer de symptomen van het serotonine syndroom heel ernstig zijn, dan bestaat er een medicijn wat de hoeveelheid serotonine in het lichaam en daarmee in de hersenen kan verlagen. Dit medicijn heet cyproheptadine. Er is met name ervaring met dit medicijn bij volwassenen, zij beginnen met 4 mg en afhankelijk van het effect kan dit medicijn worden opgehoogd tot maximaal 32 mg per dag. Niet bij iedereen heeft dit medicijn effect.
Een ander medicijn wat ook gebruikt kan worden is het anti-depressivum mirtazapine, de betablokker propranolol of het stofje methysergide.

Contact met anders ouders

Door het plaatsen van een oproep op het forum van deze site kun u proberen in contact te komen met andere ouders die een kind hebben die het serotonine syndroom hebben gehad of met andere volwassenen die hetzelfde hebben meegemaakt.

 

Wat betekent het hebben van het serotonine syndroom voor de toekomst?
Symptomen verdwijnen

Wanneer de medicijnen of drugs die de aanleiding zijn geweest voor het ontstaan van het serotonine syndroom worden gestaakt, dan zullen de symptomen in de dagen er na geleidelijk aan steeds minder en uiteindelijk weer verdwijnen. Hoe milder de symptomen, hoe sneller het herstel.

Restklachten

Kinderen en volwassenen die het serotonine syndroom hebben doorgemaakt kunnen last houden van restklachten zoals vermoeidheid, moeite met concentreren en onthouden of sneller geprikkeld reageren.

Zoeken naar een ander medicijn

Het is meestal niet verstandig om het medicijn wat het serotonine syndroom heeft veroorzaakt opnieuw te gaan gebruiken. Wanneer het nog nodig is om medicijnen te gebruiken, dan is het goed om te zoeken naar een ander medicijn wat ook kan helpen voor de klachten, maar niet een serotonine syndroom kan geven.

Oppassen in de toekomst

Kinderen en volwassenen die een keer een serotonine syndroom hebben gehad, hebben een vergrote kans om nog een keer een serotonine syndroom te krijgen wanneer ze weer medicatie gaan gebruiken die het serotonine syndroom kan veroorzaken. Dit kan andere medicatie zijn dan de medicatie waardoor het serotonine syndroom is ontstaan.

Geen drugs

Voor geen enkel kind of volwassene is het goed om drugs te gebruiken. Mensen die ooit een serotonine syndroom hebben gehad moeten dit ook zeer zeker niet gaan gebruiken.

 

Hebben broertjes en zusjes een vergrote kans om ook het serotonine syndroom te krijgen?

Het serotonine syndroom is op zich geen erfelijke aandoening en ontstaat alleen na gebruik van medicijnen die de hoeveelheid serotonine in de hersenen verhogen of door het gebruikt van drugs die hetzelfde doen. Bij de aanleg om op een bepaalde dosering serotonine te reageren met een serotonine syndroom spelen erfelijke factoren wel een rol. Broertjes en zusjes hebben dus wel een licht verhoogde kans om zelf ook het serotonine syndroom te krijgen.

 

Links

 

Laatst bijgewerkt: 29 maart 2014

 

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.