A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Sensibiliteit

 

Sensibiliteit is het registereren van het gevoelsensaties.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten sensibiliteit:

- gnostische sensibiliteit
- vitale sensibiliteit

Sensibiliteit wordt geregistreerd door receptoren in bijvoorbeeld huid, bindweefsel of spierweefsel.

Er bestaan verschillende soorten receptoren
- mechanoreceptoren voor het registreren van gnostische sensibiliteit
- nociceptoren voor het registeren van vitale sensibiliteit

 

Deze informatie wordt vervolgens door verschillende zenuwen naar het ruggenmerg voortgeleid. Een deel van de zenuwvezels heeft een myelinelaag en werkt daardoor sneller, een ander deel van de zenuwvezels heeft geen myelinelaag (ongemyeliniseerd) en werkt hierdoor trager. De dikke vezels hebben een dikkere myelinelaag dan de dunnere vezels en werken dus sneller. De ongemyeliniseerde vezels zijn het dunst en werken het langzaamst.

Banen in het ruggenmerg

De gnostische sensibiliteit en de vitale sensibiliteit hebben elk hun eigen baan in het ruggenmerg omhoog naar de hersenstam en de hersenen.
Voor de gnostische sensibiliteit gaat de informatie via de zogenaamde achterstrengen omhoog.
De informatie van de vitale sensibiliteit verloopt via de tractus spinothalamicus die lateraal in het ruggenmerg ligt.

Kruizen over de midline
Een belangrijk verschil is de plaats waar deze banen over de midline heen kruizen.
De banen van de gnostische sensibiliteit kruizen pas in de medullo oblongata.
De banen van de vitale sensibiliteit kruizen direct na binnenkomst in het ruggenmerg over de midline heen.

 

1e en 2e neuron

Het eerste neuron is het neuron die afkomstig is van de receptor. Deze synapteert vervolgens over naar een 2e neuron. Dit is ook verschillend voor gnostische en vitale informatie.
Voor gnostische informatie vindt deze overschakeling plaats in de medullo oblongata. De kernen waar dit plaats vindt heten de nucleus gracilis (voor informatie van het been) en de nuclues cuneatus (voor informatie van de arm).
Voor vitale informatie gebeurt dit direct na binnenkomst in het ruggenmerg in de grijze stof. Hier start het 2e neuron die vervolgens in de tractus spinothalamicus omhoog stijgt.

Thalamus

De 2e neuronen van beide banen komen daarna aan in de thalamus en schakelen daar over naar het 3e neuron. De kern van de thalamus waar deze banen overschakelen heeft de ventrale posterior laterale kern (VPL).

Primaire sensore cortex

Vanaf daar gaat het 3e neuron naar de primaire sensore cortex en worden we als mens gewaar dat we iets voelen.

Informatie van het gezicht

De sensibele informatie van het gezicht wordt geregisteerd door de nervus trigeminus, de 5e hersenzenuw. Deze informatie komt binnen in de pons. Omdat deze informatie al in de hersenstam binnenkomt, hoeven de banen niet op te stijgen zoals bij de informatie die afkomstig is van de armen en de benen. Beide schakelen dus over in de hersenstam. De baan voor de gnostische sensibiliteit doet dat direct in de pons. De baan voor de vitale sensibiliteit daalt nog even af naar de medullo oblongata en schakelt daar over om vervolgens over de midline te kruizen.

Ook hier gaan de 2e neuronen naar de thalamus, maar dan naar de ventrale posterior mediale kern (VPM). Daar schakelen ze over naar het 3e neuron die weer naar de primaire sensore cortex gaat.

 

Somatotopie

De informatie van de banen en in de hersenen ligt netjes georganiseerd. Informatie van het been ligt bij het been en die van de arm bij de arm. Dit wordt een somatotopie genoemd. Ook in de hersenen is er zo'n somatotopie.

 

3e baan spinocerebellair

Er bestaat ook een baan van het ruggenmerg naar het cerebellum om proprioceptieve informatie door te geven naar het cerebellum. het cerebellum vergelijkt deze informatie met het oorspronkelijk beweegplan en stuurt zo nodig bij.

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.