A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Histologie

 

In de hersenen komen twee type zenuwcellen voor, namelijk neuronen en gliacellen. Onze hersenen bevatten ongeveer 100 miljard neuronen.

Neuronen zijn groter dan gliacellen. Gliacellen vormen een dicht netwerk aan steuncellen rondom de neuronen. De dichte netwerk wordt ook wel neuropil genoemd.

Een neuron bestaat uit een cellichaam, dendrieten en een axon.

Neuronen zijn 4-135 micrometer groot.

In het cellichaam ligt de celkern en daarnaast allerlei organellen die belangrijk zijn voor energievoorziening en het functioneren van het neuron.

De dendrieten ontvangen signalen van andere neuronen en transporteren deze door naar het cellichaam. Afhankelijk van de soms van de signalen die de dendrieten ontvangen kan het cellichaam via het axon weer een signaal doorgeven aan andere neuronen.

Een axon kan wel 100 centimeter lang zijn. Om te zorgen dat dit axon voldoende stevig is, zitten er neurofilamenten in dit axon.

Er bestaan erschillende typen neuronen. De mens heeft met name multipolaire neuronen.

Naast neuronen komen ook gliacellen in de hersenen voor. Een mens heeft ongeveer 1000 miljard gliacellen in zijn of haar hersenen.

De gliacellen hebben elk hun eigen vorm.

Oligodendrocyten zorgen dat de axonen van het neuron worden voorzien van myeline. Een oligodendrocyt kan meerdere aconen bedienen.

Gliacellen hebben een ondersteunende functie.

Communicatie tussen neuronen gaat via neurotransmiters in een synapsspleet.

In het uiteinde van het axonen worden vesicles gevormd waarin neurotransmitters liggen opgeslagen. Deze vesicles smelten samen met de axonmembraan, zodat de neurotransmitter vrij komt in de synpasspleet. Wanneer de neurotransmitter de receptor op een dendriet bereikt, dan kan de receptor geactiveerd worden, waardoor er een elektrisch signaal ontstaat in de dendriet.

Een axon kan een dendriet stimuleren of juist remmen.

Er bestaan 5 verschillende groepen neurotransmitters: aminozuren, mono-amines, purines, kleine peptiden en gassen.

Elke groep bevat verschillende soorten neurotransmitters.

Neurotransmitters zijn meestal of excitatoir of inhibitoir. Sommige neurotransmitters kunnen de ene keer excitatoir zijn en de andere keer inhibitoir.

 

Histologie cerebrum

Aan de buitenkant van het cerebrum ligt de zogenaamde grijze stof, ook wel cortex genoemd. Hierin liggen veel cellichamen van neuronen. Aan de binnenkant ligt de witte stof. Hierin lopen veel axonen.

Bij de mens bestaat de cerebrale cortex uit 6 verschillende lagen. De lagen verschillen van celsamenstelling.

In de witte stof liggen naast axonen ook veel oligodendrocyten en capillairen.

Het cerebellum kent een andere opbouw dan het cerebrum.

De cerebellaire cortex bestaat uit 3 lagen. Van buiten naar binnen de moleculaire laag, de Purkinje cel laag en de granulaire laag. Onder de cortex ligt de witte stof waarin voornamelijk axonen lopen.

In het cerebellum komen veel verschillende type cellen voor. De belangrijkste output cel van het cerebellum is de Purkinje cel. De klimvezel en de mosvezel zorgen voor input in het cerebellum. Ook zijn er veel interneuronen.

De Purkinje cel is een speciale cel die zeer veel dendrieten heeft. Het axon van de Purkinje cel projecteert op de diepe cerebellaire kernen en op de vestibulaire kernen.

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.