A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Hersendood

 

Er wordt gesproken van hersendood wanneer de hersenen volledig en onherstelbaar beschadigd zijn. Met de hersenen wordt de gehele hersenen bedoeld inclusief de hersenstam.

Het is niet nodig om een hersendoodprocedure uit te voeren om vast te stellen dat er sprake is van een infauste prognose en het niet meer zinvol zijn van continueren van een behandeling.

De hersendoodprocedure is alleen nodig wanneer er sprale zou kunnen zijn van een donatieprocedure.

Alleen bij patienten die aan de beademing liggen kan er sprake zijn van hersendood. Het hart kan namelijk nog enige tijd (aantal uren-dagen) autonoom doorkloppen, maar de ademhaling zal niet blijven bestaan, tenzij de patient kunstmatig beademd wordt.

Er zijn een aantal voorwaarden waaraan voldaan moet worden voordat de hersendoodprocedure gestart kan worden. Dit om bijdragende oorzaken aan het coma uit te sluiten, zodat er met zekerheid vast gesteld kan worden dat er sprake is van hersendood.

Wanneer niet voldaan wordt aan deze pre-alabele voorwaarden dan kan de hersendoodprocedure niet gestart worden. Er moet dan gewacht wordt tot wel voldaan wordt aan deze pre-alabele voorwaarden of er moet besloten worden geen hersendoodprocedure te starten.

Wanneer aan de pre-alabele voorwaarden voldaan wordt, wordt een neurologisch onderzoek volgens protocol verricht. Hierbij wordt aangetoond dat alle hersenstamreflexen afwezig zijn en dat er geen aanwijzingen zijn voor spontane ademhaling.

Met de verschillende hersenstamreflexen worden de verschillende onderdelen van de hersenstam (mesencefalon, pons) getest.

Wanneer het klinisch neurologisch onderzoek overeenkomst met de criteria voor hersendood, dan moet aanvullend onderzoek verricht worden.
Sinds 2016 zijn de regels voor dit aanvullend onderzoek veranderd. Waar vroeger altijd een EEG moest worden verricht, tenzij dit niet mogelijk was, bestaat nu de keuze uit of een EEG, of een transcraniele doppler (TCD) of een CT-angiografie (CTA) te verrichten.

Bij een patient die hersendood is, laat het EEG een zogenaamd iso-elektrisch patroon zien. Veel mensen denken dat het EEG dan strakke lijnen laat zien, maar dit is niet het geval. De piekjes die te zien zijn, zijn afkomstig van de hartslag en worden bij afwezigheid van signaal vanuit de hersenen heel goed zichtbaar.


TCD onderzoek bij een patiente die hersendood is, toont aan dat er geen circulatie meer in de hersenen aanwezig is. In de bloedvaten in de hersenen is dan een zogenaamde pendelflow te zien.

CT_angiografie toont ook aan dat er geen cerebrale flow meer aanwezig is.

Vroeger werd de cerebrale angiografie gebruikt. Ook dit onderzoek had als doel om aan te tonen dat er geen circulatie in de hersenen meer aanwezig is. Omdat dit een invasief onderzoek is, die vervangen kan worden door TCD of CTA wordt dit onderzoek nu niet meer gebruikt.

Tot slot moet de apneutest verricht worden. Met deze test wordt aangetoond dat de medullo oblongata niet meer functioneert en de patient nooit meer zelfstandig ademen kan. Dit is de meest risicovolle test, daarom wordt deze test als laatste verricht, nadat al vrij zeker vast gesteld kan worden dat er sprake zal zijn van hersendood.

Het is verplicht deze test te verrichten. Indien dit niet kan, dan kan de hersendoodprocedure niet worden afgerond.

Samengevat verloopt het onderzoek voor vaststellen van hersendood volgens de volgende stappen.

Pas wanneer alle stappen van de hersendoodprocedure zijn doorlopen en passen bij de criteria die opgesteld zijn voor hersendood, mag overgegaan worden tot een zogenaamde heart-beating donatie procedure die tegenwoordig donatie na hersendood (donation after brain death DBD) wordt genoemd.

In praktijk bestaat vaak het probleem dat patienten op de intensive care medicatie gebruiken die van invloedt zijn op het neurologisch onderzoek en op het EEG (zoals benzodiazepines, barbituraten, anti-epileptica, anti-psychotica of andere anaesthetica). Deze patienten voldoen niet aan de pre-alabele voorwaarden en bij hen kan de hersendoodprocedure niet doorlopen worden. Er moet eerst gewacht worden totdat de medicatie is uitgewerkt. Soms is deze tijd er niet, omdat een hartstilstand dreigt. Wanneer de patient had aangegeven in de situatie van hersendood donor te willen zijn, dan zou deze wens van de patient niet kunnen worden uitgevoerd.

In die situaties kan een uitzondering worden gemaakt, door de procedure wel te doorlopen, maar dan bij aanvullend onderzoek voor een TCD of CT-A te kiezen omdat de uitslag van deze onderzoeken niet beinvloedt wordt door medicatie. In deze situatie voldoet een EEG niet.

Behalve donatie na hersendood, bestaan er nog 3 andere vormen van donatie.

Het donorregister mag worden geraadpleegd wanneer verwacht wordt dat de patient binnen afzienbare tijd komt te overlijden of hersendood zal zijn.

Het moet worden geraadpleegd na overlijden van elke patient in het ziekenhuis.

 

De patient kan geregistreerd staan als donor of als niet donor. Wanneer de patient niet geregistreerd staat of wanneer de patient heeft geregistreerd dat de familie mag beslissen, dan wordt de directe familie van de patient om toestemming voor donatie gevraagd.

 

Naar aanleiding van een referendum in 2016 wordt bekeken of de donorregistratie procedure in Nederland veranderd moet gaan worden. Iedereen zou dan registeerd staan als donor tenzij degene hier bezwaar tegen aan heeft getekend. Dit wordt een actief donor registratiesysteem genoemd.

 

Een persoon die thuis komt te overlijden, kan weefseldonor zijn. Verschillende weefsels kunnen gedoneerd worden. De meeste weefsel donor transplantaties betreffen bot en hoornvlies, in de mindere mate hartkleppen.

 

Laatst bijgewerkt: 22 januari 2017

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.