A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Evidence based medicine

 

De geneeskunde van tegenwoordig is gebaseerd op evidence based medicine. Het geneeskundig handelen is de som van de integratie van het beste wetenschappelijke bewijs op dat moment gecombineerd met klinische ervaring en specifieke patientenkenmerken en wensen.

EBM integreert het beste uit deze bronnen voor geneeskundig handelen.

Evidence based medicine wordt tegenwoordig vaak gelijkgeschaard met randomised controlled trials, wat geenszins het geval is. De bijdrage van de klinische ervaring van de dokter en de wensen van de patient zijn minstens zo belangrijk.

EBM verloopt volgens een vaste cyclus die zich telkens kan herhalen. Eerst komt er een vraag, dan wordt er evidence gezocht, deze evidence wordt kritisch beoordeld en toegepast op de specifieke patientensituatie. Het resultaat van deze toepassing wordt beoordeeld en kan leiden tot een nieuwe vraag.

Stap 1

Het formuleren van een goede vraag is een essentiele stap in de EBM-cylcus. Het is belangrijk om de vraag zorgvuldig en zo specifiek mogelijk te formuleren. Het heeft geen zin om de EBM-cyclus te doorlopen met een slecht geformuleerde vraag. Een bruikbare methode voor het formuleren van de vraag is de PICO methode. Elke vraag is opgebouwd uit 4 onderdelen: de patienten groep, de interventie waarvan het effect gemeten wordt, de vergelijkinterventie en de uitkomstmaat.

Hoe preciezer alle 4 onderdelen worden omschreven, des te beter de vraag en des te beter de gevonden resultaten.

Stap 2

Na het formuleren van de vraag wordt gezocht naar evidence. Diverse zoekmachines kunnen hierbij behulpzaam zijn. Het is heel belangrijk om de juiste zoektermen te gebruiken om de juiste evidence te vinden.

Niet elke evidence heeft een evenhoge bewijskracht. Er wordt altijd gezocht naar de evidence met de hoogst mogelijke bewijskracht.

Hoe hoger in de piramide hoe beter de bewijskracht.

Stap 3

De derde stap bestaat uit het beoordelen van de gevonden evidence.

De eerste stap in het beoordelen van de evidence is te beoordelen of het onderzoek valide is, doet het onderzoek wat het moet doen of is dat niet het geval.

Afhankelijk van het type onderzoek kun je onderstaande criteria bij langs lopen. Hoe meer criteria positief zijn, hoe meer valide het onderzoek is.

Een onderzoek kan valide zijn en een positief resultaat hebben, maar is dit resultaat dan wel klinisch relevant.

Ook daarvoor zijn een aantal criteria opgesteld. De eerste criteria zijn van toepassing op diagnostische testen, de tweede set op behandelingen. Wanneer er met continue variabelen wordt gewerkt dan is het laatste criterium van toepassing.

In veel onderzoeken is een zogenaamde 2 x2 tabel toegevoegd. Indien dat niet het geval is, is het vaak heel inzichtelijk om deze tabel zelf te maken.

Met behulp van deze tabel kan de sensitiviteit en specificiteit van een test berekend worden. Reken het met onderstaande formules uit of reken het na indien dit in het onderzoek al gedaan is. Kloppen de opgegeven waarden?

De positief en negatief voorspellende waarde van een test zijn belangrijke gegevens. Wat betekent het als de test positief is? Of wanneer deze negatief is? Aan de hand van de tabel zijn deze waardes zelf te berekenen.

Vaak wordt ook de likelihood ratio berekend. Een positieve likelihood ratio van 1 geeft aan dat er geen verschil is tussen de testen. Hoe hoger de likelihoodratio hoe beter de positief voorspellende waarde van de test.

In geval van een onderzoek naar effect van een behandeling kan de number needed to treat uitgerekend worden.De number needed to treat geeft aan hoeveel patienten behandeld moeten worden om er een beter te maken. Hoe lager de number needed to treat, hoe effectieve de behandeling.

Omgekeerd kunnen behandeling ook schade veroorzaken. De number needed tot harm is een goede manier om dit weer te geven. Hoeveel patienten moeten behandeld worden voordat een patient schade daaraan ondervindt?

Een andere maat die vaak gebruikt wordt is de relatieve risico reductie? Hoeveel wordt het risico verhoudingshewijs minder? Hoe hoger dit getal hoe beter.

In meta-analyses wordt vaak gewerkt met de Odds ratio. Een Oddsratio van 1 geeft aan dat er geen verschil zit tussen twee behandelingen. Een Odds ratio groter of kleiner dan 1 geeft aan dat de ene of de andere behandeling beter is.

Tot slot moet gekeken worden naar de toepasbaarheid. Zijn de patienten die behandeld moeten worden dezelfde patienten als in de studie? Is het middel of de techniek wel beschikbaar? Is gekeken naar bijwerkingen en kosten?

Stap 4

Wanneer de evidence beoordeelt is, dan is het belangrijk om deze gegevens te plaatsen binnen de wensen en kenmerken van de patient in combinatie met de klinische beoordeling van de dokter. Dit gecombineerd leidt tot de best passende beslissing.

Stap 5

De 5e stap bestaat het het evalueren van het effect van de beslissing. Wordt het gewenste effect bereikt? Waarom wel of waarom niet? In geval van niet, wat kan gedaan worden om het effect wel te bereiken? In geval van wel, wat moet gedaan worden om het effect te behouden. Dit zou weer kunnen leiden tot een nieuwe EBM-vraag.

 

Laatst bijgewerkt: 4 september 2017

Auteur: Jolanda Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.