A|A|A
kinderneurologie

 

 

 

 

 



Ziektebeelden

Vraag om informatie

Gastenboek

Van A tot en met Z

Praktische links

Contact met ouders

Neurologische woordenlijst

Epilepsie

 

Niet iedereen met een epileptische aanval heeft epilepsie. Er zijn afspraken gemaakt wanneer gesproken wordt van epilepsie.

Epilepsie-aanvallen komen best vaak voor.

Epilepsie ontstaat vaak op jonge leeftijd of op de oudere leeftijd.

Driekwart van de nieuw ontstane epilepsie begint op de kinderleeftijd !

 

Bij aanvallen wordt vaak al snel gedacht aan epilepsie, maar dit hoeft helemaal niet zo te zijn.

Onderstaand is een hulpmiddel om te kijken of er sprake is van epilepsie of niet. Het is een hulpmiddel.

Epilepsie aanvallen worden onderverdeeld in partiele en gegeneraliseerde aanvallen.

Bij een primair gegeneraliseerde vorm van epilepsie verspreidt de epileptische activiteit zich via de thalamus tegelijkertijd naar de gehele cortex toe.

Bij een partiele epilepsie spreidt de epileptische activiteit zich lokaal uit. De epileptische activiteit kan uitbreiden naar de thalamus en via de thalamus kan de epileptische activiteit zich weer uitbreiden naarde gehele cortex waardoor een secundair gegeneraliseerde aanval ontstaat.

Een EEG kan behulpzaam zijn bij het maken van het onderscheid tussen een partiele of een generaliseerde aanval.

Bij een generaliseerde aanval zit de epileptische activiteit (vaak scherp en hooggevolteerd) in de gehele hersenen en is dus zichtbaar op alle kanalen. Bij een partiele aanval zit de epileptische activiteit in een deel van de hersenen en is zichtbaar op een aantal, maar niet alle kanalen van het EEG.

Partiele aanvallen kunnen weer verder onder verdeeld worden aan de hand van de symptomen die voorkomen bij deze aanval.

Ook gegeneraliseerde aanvallen kunnen verder onderverdeeld worden.

Samengevat

Epilepsie kent verschillende oorzaken. Er kan een structurele beschadiging zijn van de hersenen (bijvoorbeeld een bloeding, een herseninfarct, een hersentumor of een aanlegstoornis), er kan een een verandering zijn in het DNA. Soms is de oorzaak ook nog niet bekend, dit wordt wel cryptogene epilepsie genoemd. Met nieuwere onderzoekstechnieken kan de oorzaak in de toekomst wellicht wel achterhaald worden.

Een aanval die ontstaat binnen een week na ontstaan van een hersenbeschadiging, telt niet mee voor de definitie epilepsie. Aanvallen die na een week ontstaan wel, deze aanvallen zijn namelijk vaker blijvend dan aanvallen die in het acute stadium ontstaan.

De meest voorkomende oorzaak van epilepsie is een genetische oorzaak.

De oorzaak hangt wel sterk samen met de leeftijd waarop de epilepsie ontstaat. Bij ouderen zijn structurele afwijkingen aan de hersenen vaker de oorzaak van epilespie dan bij jongeren.

Pathofysiologie epilepsie

Bij epilepsie is er sprake van een dysbalans tussen exciterende en inhiberende neuronen.

Als gevolg van herhaalde epilepsie-aanvallen kunnen veranderingen in de hersenen ontstaan waardoor steeds gemakkelijker epilepsie aanvallen ontstaan.

Er bestaan ook verschillende epilepsie syndromen. Een epilepsie syndroom wordt gekenmerkt door een bepaald type aanvallen, op een bepaalde leeftijd, met vaak bepaalde oorzaken en een bijpasende behandelmethode.
Het kan dus helpen om zo'n epilepsie syndroom te herkennen.

Het meest voorkomende epilepsie syndroom is de zogenaamde Rolandisch epilepsie

Op het EEG zijn pieken te zien in het rolandische gebied: centerotemporale pieken.

Ook absence epilepsie is een veelvoorkomend epilepsie syndroom. Absences zijn aanvallen waarbij kinderen kortdurend afwezig zijn en vaak staren, soms maken ze automatisch bewegingen. Er bestaan twee vormen van absence epilepsie. Een vorm die ontstaat bij jonge kinderen meestal rond de 6-7 jaar en die kinderabsence epilepsie wordt genoemd en een vorm die wat later ontstaat en juveniele absence epilepsie wordt genoemd.

Op het EEG typische 3/ seconden piekgolven.

Kenmerkend voor het EEG bij juveniele myoclonus epilepsie is het voorkomen van polypiekgolfcomplexen.
Een deel van de kinderen met een juveniele myoclonus epilepsie is ook fotosensibel.

De behandeling van epilepsie bestaat uit het geven van goede voorlichting en informatie en het eventueel geven van medicatie.

Hier op de site bij het ziektebeeld epilepsie en dan onder het kopje behandeling vindt u diverse vormen van voorlichting en informatie.

In veel ziekenhuizen werken epilepsieverpleegkundigen of consulenten die voorlichting en informatie kunnen geven.

Wat betreft de medicatie wordt er onderscheid gemaakt tussen medicatie die gebruikt kan worden om een aanval te onderdrukken en medicatie die gebruikt kan worden om te voorkomen dat er epilepsie aanvallen ontstaan.

Wanneer een aanval langer aanhoudt dan 5 minuten, dan wordt de kans per minuut kleiner dat de aanval vanzelf zal stoppen. Daarom worden gegeneraliseerde aanvallen die langer duren dan 5 minuten behandeld met medicijnen die de aanval kunnen onderdrukken.

Deze 5 minuten geldt met name voor tonische clonische aanvallen. Voor focale aanvallen en absences kunnen wat ruimere tijden worden aangehouden. In elke situatie moet proberen voorkomen te worden dat de aanval te langdurig aanhoudt.

Benzodiazepinen worden veel gebruikt om aanvallen in de acute fase te onderdrukken. De meeste gebruikte medicatie in de thuissituatie is diazepam rectiole of midazolam neusspray.

Er zijn verschillende soorten anti-epileptica met verschillende werkingsmechanismes in de handel.

werkingsmechanisme anti epileptica

Bij het wel of niet starten van medicijnen moeten de voordelen van medicatie worden afgewogen tegen de nadelen.

Het hebben van epilepsie en het gebruik van medicatie heeft consequenties voor het dagelijks leven.

Epilepsie heeft gevolgen voor het halen of behouden van het rijbewijs.

 

Anti-epileptica zijn van invloed op de werking van de anti-conceptiepil. Aanpassen van de pil of het nemen van andere voorzorgsmaatregelen zijn belangrijk met name bij gebruik van bepaalde middelen.

Epilepsie heeft ook gevolgen voor een eventuele zwangerschap.

Met behulp van medicijnen

 

Het ketogeen dieet is een alternatieve behandeling voor moeilijk behandelbare vormen van epilepsie.
Het is een dieet waarin het lichaam overschakelt van een koolhydraatstofwisseling naar een vetstofwisseling.
De hersenen gaan dan ketonen als brandstof gebruiken.

ketogeen dieet

Het klassieke ketogene dieet is heel zwaar en moeilijk vol te houden.
Daarom is er een variant ketogeen dieet gekomen met medium chain triglyceriden (MCT) in een drank, waarnaast er een beetje normaal met het gezin meegegeten kan worden.

klassiek en MCT dieet

Inmiddels zijn er nog milde varianten van het ketogeen dieet gekomen, die nog beter vol te houden zijn en hetzelfde effect kunnen hebben.

low glycaemic index dieet

Een ander alternatief voor een behandeling met medicijnen is een nervus vagus stimulator. Dit is een pacemaker die de 10e hersenzenuw, de nervus vagus stimuleert. De nervus vagus is de belangrijkste zenuw van het parasympatische zenuwstelsel die het lichaam tot rust brengt. Het heeft ook een positief effect op epilepsie. En een totaal ander bijwerkingen profiel dan anti-epileptica.

Koortsstuipen

Een koortsstuip is een bepaald type epilepsie aanval bij de nog onrijpe hersenen van het jonge kind. Deze aanvallen tellen niet mee bij het beoordelen of er sprake is van epilepsie. De meeste aanvallen komen voor bij kinderen tussen de leeftijd van 1-2 jaar. Na de leeftijd van 5 jaar komen koortsstuipen zelden meer voor.

Koortsstuipen komen best frequent voor, een op de 20 kinderen krijgt een koortsstuip.

Een koortsstuip ziet er meestal uit als een (tonisch) clonische symmetrische aanval, maar in principe kan elk type epilepsie aanval voorkomen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen typisch en atypisch koortsstuipen. Dit is met name van belang voor de kans op het ontwikkelen van epilepsie in de toekomst.

Epilepsie-aanvallen als gevolg van een hersen(vlies)ontsteking kunnen veel lijken op koortsstuipen. Deze aanvallen moeten niet gemist worden. Een aantal red-flags bij een epilepsie aanval bij koorts die wijzen in de richting van een mogelijke hersenvliesontsteking zijn: al een aantal dagen ziek zijn voor de aanval (koortsstuipen ontstaan vaak aan begin van de ziekteperiode), nekstijfheid, petechieen of het krijgen van meerdere aanvallen. Deze kinderen moeten altijd in het ziekenhuis onderzocht worden.

De meeste koortsstuipen gaan vanzelf over binnen enkele minuten. Wanneer de aanval na 5 minuten nog niet over is, zullen medicijnen worden toegediend (benzodiazepines) die de aanval kunnen onderdrukken.

Verschillende soorten benzodiazpines kunnen worden toegediend, de meest gebruikte in Nederland zijn diazepam en midazolam. In het buitenland wordt lorazepam ook vaak gebruikt.

Wanneer een kind een keer een koortsstuip heeft gehad, dan is de kans groter dat er nog meerdere koortsstuipen volgen.

Kinderen die een koortsstuip hebben gehad, hebben een grotere kans om later een epilepsie aanval te krijgen. Hier is het onderscheid tussen een typische en een atypische koortsstuip van belang voor.

Een EEG zegt niets over de kans dat er later epilepsie zal ontstaan. Het is dus niet nodig om een EEG te maken bij kinderen met koortsstuipen.

PNEA

PNEA is de afkorting van psychogene non-epileptica attacks, de naam voor aanvallen die veel lijken op epilepsie aanvallen maar dit niet zijn.

PNEA ontstaat vaak als gevolg van stress door emoties in het lichaam. Het is een manier om deze stress te ontladen. Door de PNEA daalt het stress niveau weer.

Bij dieren is het heel gewoon dat er een directe verbinding is tussen de centra die emoties regelen in de hersenen (het limbische systeem) en tussen centra die beweging regelen (primaire motore cortex). Dit is ook te zien aan dieren, wanneer zij stress in hun lichaam hebben gaan ze bijvoorbeeld met hun kop schudden om zo deze stress weer uit het lichaam te krijgen.

Mensen hebben geleerd om deze automatische reactie te onderdrukken. De emoties hebben niet meer een directe verbinding met de gebieden de beweging regelen, maar een indirecte verbinding via de frontaal kwab. De frontaal kwab beslist als het ware of het gepast is om een emotie om te zetten in een beweging. Vaak besluiten wat dat het niet gepast is. Als het goed is, wordt de stress dan om gezet in een beweging die wel gepast is, zoals bijvoorbeeld hardlopen om er toch voor te zorgen dat de stress uit het lichaam gaat.

Bij mensen met PNEA is de verbinding tussen het centrum voor emoties (limibische systeem) en het motorische systeem nog wel sterk aanwezig. Emoties kunnen dus automatisch zorgen dat er een bewegingspatroon ontstaat, in dit geval de PNEA.

Mensen met PNEA kunnen dus minder last krijgen van PNEA door bewust de aanval te beinvloeden en bijvoorbeeld te kiezen voor een ander bewegingspatroon wat minder belemmerend is om stress te ontladen (bijvoorbeeld in een balletje knijpen).
Of door andere manier te vinden, bijvoorbeeld door ontspanningsoefeningen om het stress niveau naar beneden te krijgen.

 

laatst bijgewerkt: 31 mei 2016

 

Auteur: JH Schieving

 

 

Hier is ruimte voor
Uw verhaal

Heeft uw kind nog andere symptomen, laat het ons weten.